Zoekresultaten 1321-1330 van de 2370 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2024:66 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/731062 / DW RK 23/91 LV/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: berisping. De gerechtsdeurwaarder heeft (achtereenvolgend) onvoldoende zorgvuldigheid betracht met betrekking tot de vaststelling van de beslagvrije voet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-424/DB/MN/W

    Beslissing op verzoek tot wraking. Niet gebleken is dat op grond van de wijze waarop de gewraakte tuchtrechter de zitting heeft geleid de rechterlijke onafhankelijkheid in twijfel moet worden getrokken. Dat sprake van subjectieve vooringenomenheid en/of partijdigheid ten opzichte van een van de partijen dan wel het voorliggende geschil is de wrakingskamer ook niet gebleken. Verzoeker heeft evenmin feiten en omstandigheden genoemd, die hem in objectieve zin grond geven te vrezen dat de tuchtrechter vooringenomen en/of partijdig is. Ook van de schijn daarvan is niet gebleken. Tot slot heeft de wrakingskamer niet kunnen vaststellen dat er anderszins zodanig is gehandeld dat daarmee geen recht is gedaan aan een eerlijk proces. Het verzoek tot wraking behelst ook voor het overige geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de genoemde tuchtrechter schade zou kunnen lijden. Bij gebreke van door verzoeker gestelde feiten die kunnen leiden tot inwilligen van het verzoek en waarover onduidelijkheid bestaat is een nader onderzoek ter zitting zinledig. Artikel 4.1 van het wrakingsprotocol raden van discipline laat als uitzondering op de hoofdregel toe dat bij kennelijk ongegronde verzoeken zonder zitting wordt beslist. De door verzoeker gestelde feiten kunnen niet leiden tot inwilliging van het verzoek. De conclusie is dat het verzoek tot wraking zonder zitting kennelijk ongegrond dient te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:182 Hof van Discipline 's Gravenhage 230366 en 230367

    Na overdracht van aandelen aan klagers is een geschil ontstaan over de waarde van die aandelen en, in het bijzonder, over de waardering ervan door een accountant. In verschillende procedures is vastgesteld dat de accountant ontoereikend werk heeft geleverd. De accountant is ook veroordeeld tot betaling aan klagers van een schadevergoeding van € 300.000,-, een bedrag van ruim € 40.000,- en een aanvullend voorschot op een schadevergoeding van € 100.00,-. De gang van zaken rondom de executie van deze vonnissen waarbij de accountant schadeplichtig is bevonden heeft geleid tot de onderhavige klacht tegen verweerders. Klagers stellen samengevat dat verweerders door het innemen van onwaarachtige standpunten de betaling van de bedragen aan klagers hebben gedwarsboomd. Het hof is met de raad van oordeel dat de klachten van klagers, voor zover tijdig ingediend en dus ontvankelijk, ongegrond zijn.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:113 Raad van Discipline Amsterdam 24-355/A/NH

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de advocaat wederpartij in een familierechtzaak; Verweerster mocht afgaan op de informatie van haar cliënte en op de informatie uit het uittreksel van het gezagsregister. Dat die informatie achteraf onjuist bleek te zijn, kan verweerster niet aangerekend worden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:176 Hof van Discipline 's Gravenhage 240146

    Beroep tegen een ongegrond verzet niet-ontvankelijk; geen grond voor doorbreking appelverbod.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2065

    Klacht tegen internist. Klaagster is de echtgenote van patiënt. Bij hem werd in 2018 een longtumor met levermetastasering werd vastgesteld. Hij werd hiervoor met chemotherapie behandeld. Vanwege klachten na deze chemotherapie (waaronder maagkrampen en diarree) werd patiënt in het ziekenhuis opgenomen. Patiënt is daar overleden. Na zijn overlijden is obductie gedaan. De klacht gaat over het handelen van de internist voorafgaand aan het overlijden. Klaagster verwijt de internist onder meer dat hij meer onderzoek had moeten doen, zoals een CT-scan, overplaatsing naar een ander ziekenhuis had moeten aanbieden, de MDL-arts te laat heeft ingeschakeld en niet heeft geluisterd naar patiënt toen hij aangaf dat de pijn niet in de darmen zat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2024:107 Raad van Discipline Amsterdam 24-183/A/NH

    Raadsbeslissing; klacht van een advocaat over een advocaat; door de cliënte van klaagster zonder toestemming van klaagster rechtstreeks aan te schrijven, heeft verweerder gehandeld in strijd met het bepaalde in gedragsregel 25 lid 1. Ondanks dit gegeven voert het de raad echter te ver om in dit specifieke geval het handelen van verweerder als tuchtrechtelijk verwijtbaar aan te merken. Een dergelijke fout kan immers een keer gemaakt worden en verweerder heeft direct erkend verkeerd te hebben gehandeld en daarvoor tot tweemaal toe zijn excuses aan klaagster aangeboden. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2024:189 Hof van Discipline 's Gravenhage 240161W

    Wrakingsverzoek tegen voorzitter kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2024:128 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/2182

    Klacht van moeder en zoon tegen een GZ-psycholoog. Tijdens het verblijf van zoon in detentie is de GZ-psycholoog door het OM verzocht om een zogeheten trajectconsult uit te voeren omtrent de vraag of een pro Justitia onderzoek geestvermogens bij klager geïndiceerd was. Klagers verwijten de GX-psycholoog dat zij heeft geweigerd inzage in het medisch dossier te verlenen en dat zij daarna heeft geweigerd om het dossier te corrigeren. De voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege sluit zich aan bij dit oordeel. De GZ-psycholoog had niet de beschikking over het dossier en kon daarom geen inzage in het dossier verstrekken. De GZ-psycholoog is alleen verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het correctierecht ten aanzien van haar advies, zij kan en mag het correctierecht niet toepassen op het strafdossier. De GZ-psycholoog heeft van klagers geen verzoek tot correctie van haar advies ontvangen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klagers ingesteld beroep.

  • ECLI:NL:TGDKG:2024:67 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/741653 / DW RK 23/390

    Beslissing op verzet. Niet-ontvankelijk: over beklaagde handelen is reeds door de kamer geoordeeld. Een arrest van het Gerechtshof is geen nieuw feit die maakt dat de kamer opnieuw aan toetsing van het beklaagde handelen toekomt.