Zoekresultaten 731-740 van de 47882 resultaten
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:1
De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656 - C2026/3177 wraking
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:82
Wrakingsverzoek gericht tegen de voorzitter. Verzoeker heeft als wrakingsgrond aangevoerd dat bij de voorzitter sprake was van partijdigheid en vooringenomenheid jegens hem. Deze partijdigheid en vooringenomenheid volgt, kort gezegd, uit de onzorgvuldige beoordeling van de belangen van verzoeker bij zijn verzoek om een nieuwe zittingsdatum te bepalen. Het wrakingsverzoek is afgewezen door de wrakingskamer van het College.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 260119
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:108
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. In het geval verweerder in het kader van zijn toezichthoudende taak als deken op grond van artikel 24 lid 2 WWFT een onderzoek doet of heeft gedaan bij mr. P ontvangt klaagster daarover geen bericht. Klaagster kan derhalve niet vaststellen (en het hof evenmin) of er bij verweerder sprake is van plichtsverzuim op dit punt.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:2
De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-395/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:93
De raad heeft geoordeeld dat verweerder als advocaat van een onder curatele gestelde buiten de door de wet en de jurisprudentie geschetste kaders heeft gehandeld en daarmee de belangen van klagers en de relatie tussen klagers en hun onder curatele gestelde moeder heeft geschaad. Ook heeft hij onnodig grievende uitlatingen over klagers gedaan. Verweerder heeft daarmee in strijd met artikel 46 Advocatenwet gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen, de omstandigheid dat verweerder weinig inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben en het feit dat verweerder al eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is naar het oordeel van de raad de oplegging van een voorwaardelijke schorsing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:109 Hof van Discipline 's Gravenhage 260106
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:109
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. Het klachtrecht is er niet voor bedoeld om te klagen over de procedurele beslissingen die de deken heeft genomen in het kader van het onderzoek (zoals het hanteren van termijnen en het al dan niet toelaten van stukken). Ook die bezwaren kunnen in de procedure bij de raad van discipline onder de aandacht worden gebracht en bij de raad kunnen ook nog stukken worden ingediend. Klager kan tegenover de raad van discipline toelichten waarom verweerder volgens klager niet juist heeft gehandeld en wat er volgens klager in het klachtonderzoek niet goed is gegaan. Indien beroep openstaat voor klager bij het hof kan klager dat ook (alsnog) bij het hof doen. Gelet hierop is van een zelfstandige klacht over verweerder waarvoor het tuchtklachtrecht is bedoeld geen sprake. Om die reden zal de ingestelde klacht over verweerder niet worden doorverwezen naar een andere deken. Ook overigens heeft het hof geen wettelijke bevoegdheid om zelfstandig klachten over dekens te onderzoeken en daarop te beslissen.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:3 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-63 en 25-64
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:3
De huidige klacht van klager ziet deels op dezelfde feiten en gedragingen van de notarissen als een eerdere klacht. Voor zover is de klacht niet-ontvankelijk. De resterende klachtonderdelen zien – kort gezegd – op onjuiste verklaringen en opmerkingen van de notarissen in stukken en op zittingen van de eerdere tuchtrechtelijke procedure bij kamer en gerechtshof. Voor het overige is de klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:4 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-52
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:4
De vraag is aan de orde of de notaris voldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij de akte van levering en of zij voldoende heeft gewaarborgd dat moeder haar wil op onafhankelijke wijze – zonder beïnvloeding van derden – aan haar heeft kunnen overbrengen. Op grond van haar eigen waarnemingen heeft de notaris geen twijfel gehad aan de wilsbekwaamheid van moeder en heeft zij geconcludeerd dat moeder in staat was haar wil vrij en weloverwogen te bepalen, zodat zij gehouden was haar ministerie te verlenen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:110 Hof van Discipline 's Gravenhage 250177
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 10-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:110
Verweerder heeft in verschillende civiele procedures opgetreden als advocaat van de wederpartij van klaagster. De raad heeft een deel van de klachten over verweerders handelen in die procedures niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de klachten te laat zijn ingediend, dan wel omdat klaagster daarbij geen belang heeft. De overige klachten zijn door de raad ongegrond verklaard. Klaagster is het met die beslissing niet eens en heeft hoger beroep ingesteld. In hoger beroep gaat het alleen nog om de klachten die klaagster ook aan de raad heeft voorgelegd, en kunnen geen nieuwe klachten worden aangevoerd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-515/AL/OV
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:95
Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.