Zoekresultaten 20451-20500 van de 47536 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-944/DH/DH
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:157
Klacht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding (artikel 46g Advocatenwet).
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:164 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-324/DH/RO
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 04-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:164
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-907/DH/DH
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:158
Klacht ongegrond. Niet gebleken van belangenverstrengeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:134 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180071
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:134
Verweerder heeft in de letselschadezaken van klagers niet de financiële zorgbetracht zoals een behoorlijk advocaat betaamt, voor zover hij een verboden prijsafspraak heeft gemaakt met betrekking tot een percentage over het behaalde resultaat en voor zover hij op voorhand aanspraak heeft gemaakt op verrekening van zijn honorarium met de opbrengst van de zaak. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat uit het dossier voldoende blijkt dat met klagers afspraken zijn gemaakt over het afzien van gefinancierde rechtshulp en het in rekening brengen van werkzaamheden tegen een uurtarief. Niet is gebleken dat verweerder bij de verzekeraar bevoorschotting van zijn kosten heeft gevraagd, zoals van een deskundig advocaat verwacht had mogen worden. Het hof matigt de door de raad opgelegde voorwaardelijke schorsing tot vier weken. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-086/DH/RO
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:159
Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zich rechtstreeks tot klaagster te wenden door haar een kopie van zijn brief aan de deurwaarder te zenden. In de gegeven omstandigheden is de raad echter van oordeel dat de klacht van onvoldoende gewicht is. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat niet is gebleken van boos opzet aan de zijde van verweerder. Hij heeft zowel in de klachtprocedure bij de deken als ter zitting van de raad uitvoerig toegelicht waarom hij ervoor heeft gekozen om klaagster een cc van zijn e-mailbericht aan de deurwaarder te zenden. Daarnaast was er aan de zijde van klaagster sprake van een zekere zakelijkheid. Dat klaagster door het handelen van verweerder in haar belangen is geschaad, is niet gebleken. De raad wijst de klacht als zijnde van onvoldoende gewicht af.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:135 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180056D
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:135
Dekenbezwaar gegrond. Schrapping.De deken is van februari 2015 tot juni 2017 vrijwel voortdurend doende geweest van verweerster opheldering te krijgen over onder meer haar kantooradres, haar zakenbestand, de door haar gevolgde opleidingsmaatregelen en haar financiën. Verweerster heeft op de vragen van de deken niet, niet volledig of niet met bescheiden onderbouwd gereageerd. Verweerster heeft het de deken dan ook stelselmatig en langdurig onmogelijk gemaakt het dekentoezicht op haar praktijk uit te voeren. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:136 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180023
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:136
Klacht over advocaat wederpartij dat in strijd is gehandeld met gedragsregel 18 lid 1 (oud) is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-137/DH/RO
- Datum publicatie: 18-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:160
Gegronde klacht over eigen advocaat. Verweerder is zijn afspraken met klager niet nagekomen en was bovendien onvoldoende bereikbaar voor klager. Naar het oordeel van de raad is verweerder ernstig tekortgeschoten in de zorg die hij jegens zijn cliënt had behoren te betrachten. Verweerder heeft geen enkele verklaring gegeven voor zijn gedrag. Hij heeft klager – kort gezegd – aan zijn lot overgelaten en dat tot twee keer toe. Gelet op de ernst van de gedragingen, alsmede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder – waaruit blijkt dat aan verweerder reeds eerder een onherroepelijke, onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 26 weken is opgelegd – acht de raad de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 26 weken passend en geboden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:139 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 024/2018
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:139
Klacht tegen oogarts inzake niet verwijzen in verband met glaucoom en een maculagat en onvoldoende informatie over de noodzaak van verwijzing met betrekking tot het maculagat. Klacht gegrond wat betreft het informed consent. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-034
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:104
Ongegronde klacht tegen een huisarts. Onvoldoende gebleken dat de huisarts op de hoogte is geweest of had kunnen zijn dat de minderjarige dochter van klager werd gepest en daardoor hoofdpijnklachten had. Er was voor de huisarts geen reden om de dochter naar een psycholoog te verwijzen. Het niet uitschrijven van de minderjarige dochter door de huisarts was terecht, daar er voor de overschrijving van een minderjarig kind naar een andere huisarts toestemming of instemming nodig is van beide ouders en niet is gebleken dat de moeder van de dochter ook om uitschrijving heeft verzocht. De instemming van beide ouders is overigens niet nodig voor inzage in het medisch dossier van een minderjarig kind. Aanvankelijk weigerde de huisarts inzage door klager in het dossier, maar kwam hier op terug. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-017
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:105
Ongegronde klacht tegen een orthopeed. Het valt de orthopeed niet te verwijten dat hij de bloedwaardes van klaagster voorafgaand aan de operatie niet heeft beoordeeld, daar de werkafspraak was dat de anesthesist de uitslagen van het preoperatief bloedonderzoek zou beoordelen. Voor de orthopeed was er geen reden om nader overleg met de hematoloog te voeren, de hematoloog had immers geen bezwaar tegen de operatie. Niet verwijtbaar dat de orthopeed klaagster niet omtrent de open-wigvariant heeft geïnformeerd, daar de gesloten-wigosteomomie een beproefde methode was en toentertijd alom geaccepteerd. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:151 Raad van Discipline Amsterdam 18-242/A/NH
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 10-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:151
Klacht over eigen advocaat (zie ook 18-241/A/NH/D). Verweerder heeft in de voor klager gevoerde procedure het verweer van klager onvoldoende onderbouwd door financiële stukken niet aan de rechtbank over te leggen, nagelaten bij klager te verifiëren of hij daadwerkelijk wilde dat verweerder de rechtsbijstand zou beëindigen, verzuimd klager te informeren omtrent data van zittingen bij de rechtbank en een beschikking niet aan klager doorgestuurd, contante betalingen in ontvangst genomen, en zich niet officieel onttrokken nadat klager verweerder had laten weten te willen stoppen met de procedure. Verweerder heeft, getoetst aan de professionele standaard die van een redelijk bekwame en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden kan worden verwacht, niet aan de zorgvuldigheidsnorm voldaan. De raad acht het opleggen van een (deels voorwaardelijke) schorsing voor de onderhavige zaak en het heden gegrond verklaarde dekenbezwaar passend en geboden. In beide zaken zal de raad dan ook één en dezelfde maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-297
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:106
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft klaagster wel serieus genomen, door naar klaagsters uitdrukkelijke verzoek tot verwijzing te luisteren, terwijl er naar zijn oordeel geen noodzaak voor bestond. Zij is in verband met bovenbuikklachten correct doorverwezen naar het ziekenhuis voor echo-onderzoek van de buik. Niet vast komt te staan dat de huisarts haat jegens haar heeft gezaaid. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-135/DH/DH
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:165
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een door de advocaat van klager ingeschakelde andere advocaat over de kwaliteit van een negatief proces-advies kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:152 Raad van Discipline Amsterdam 18-241/A/NH/D
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 10-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:152
18-241/A/NH Dekenbezwaar. Ten aanzien van de door verweerder verstrekte dienstverlening heeft de raad bij eveneens vandaag genomen beslissing in de klachtzaak met zaaknummer 18-242/A/NH geoordeeld dat verweerder in de voor de heer R. gevoerde procedure het verweer van de heer R. onvoldoende onderbouwd door financiële stukken niet aan de rechtbank over te leggen, nagelaten bij de heer R. te verifiëren of hij daadwerkelijk wilde dat verweerder de rechtsbijstand zou beëindigen, verzuimd de heer R. te informeren omtrent data van zittingen bij de rechtbank en een beschikking niet aan de heer R. doorgestuurd, contante betalingen in ontvangst genomen, en zich niet officieel onttrokken nadat de heer R. verweerder had laten weten te willen stoppen met de procedure. Tevens heeft verweerder in de zaak van de heer C. onvoldoende zorgvuldigheid betracht door tussen april 2015 en november 2017 geen urenspecificaties of tussentijdse declaraties te hebben gestuurd. In dezelfde zaak heeft verweerder zich in zijn appelschrift onheus en beledigend uitgelaten en op grove wijze gebrek aan respect getoond voor een lid van de rechterlijke macht. De raad acht het opleggen van een (deels voorwaardelijke) schorsing voor de onderhavige zaak en de heden grotendeels gegrond verklaarde klacht passend en geboden. In beide zaken zal de raad dan ook één en dezelfde maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2018:146 Raad van Discipline Amsterdam 18-297/A/A
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 10-07-2018
- ECLI:NL:TADRAMS:2018:146
18-297/A/A Klacht tegen in het kader van verzoek op grond van de wet BOPZ aan klaagster toegewezen advocaat. Klacht dat verweerster klaagster niet tijdig heeft geïnformeerd omtrent een zittingsdatum wordt gegrond verklaard. Vanaf het moment dat verweerster door de rechtbank was aangewezen om de belangen van klaagster te behartigen, was verweerster verantwoordelijk voor de communicatie over het dossier van klaagster. De rechtbank communiceert vanaf dat moment immers alleen met de aangewezen advocaat. Verweerster had zodra haar de zittingsdatum bekend was, die datum zo spoedig mogelijk ook aan klaagster moeten berichten. In de gegeven omstandigheden ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-010a
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:107
Ongegronde klacht tegen een arts. Niet vast komt te staan dat de arts onzorgvuldig heeft geopereerd zonder adequate markering van de plaats van de glassplinters in de voet van klager, omdat uit het medisch dossier blijkt dat de arts zelf onderzoek heeft verricht om zo aan de hand van pijnklachten de locatie voor de mogelijke ingreep te bepalen. Overig klachtonderdeel ook ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/042T
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:85
Klaagster verwijt de tandarts het schenden van haar beroepsgeheim en van haar privacy door een mail naar haar buurman te sturen. Tevens verwijt zij haar onjuist declaratiegedrag en onjuiste dossiervoering. Deels gegrond, berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:166 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-325/DH/DH
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:166
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat-medewerker van de deken naar kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:108 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-010b
- Datum publicatie: 17-07-2018
- Datum uitspraak: 17-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:108
Ongegronde klacht tegen een radioloog. De radioloog heeft geen bemoeienis gehad met het verzoek van klager aan een laborante om met een rolstoel binnen het ziekenhuis te worden vervoerd. Voorts is hij geen afdelingshoofd van de polikliniek radiologie en de laboranten van de polikliniek zijn niet bij hem in dienst. Derhalve kan de radioloog niet verantwoordelijk worden gehouden voor het handelen van de laborante. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/102P
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:86
Klacht van de inspectie tegen een psychiater/psychotherapeut. De inspectie verwijt verweerder - kort samengevat - dat hij seksueel grensoverschrijdend jegens patiënte heeft gehandeld gedurende de behandelrelatie. De klacht heeft tevens betrekking op de dossierplicht. Gegrond. Ontzegt aan verweerder het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:154 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-369
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:154
Klacht tegen verweerder in hoedanigheid van kwaliteitsmanager/klachtbehandelaar interne (kantoor)klacht kennelijk ongegrond. Klacht onvoldoende feitelijk onderbouwd.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/101
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:87
Klacht van de inspectie tegen een psychiater/psychotherapeut. De inspectie verwijt verweerder - kort samengevat - dat hij seksueel grensoverschrijdend jegens patiënte heeft gehandeld gedurende de behandelrelatie. De klacht heeft tevens betrekking op de dossierplicht. Gegrond. Ontzegt aan verweerder het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:155 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-258
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:155
Klacht over wederpartij. Verweerder heeft naar het oordeel van de voorzitter de vrijheid die hem als partijdige belangenbehartiger toekomt, niet overschreden of geprobeerd om de rechtsgang te belemmeren of anderszins klagers onnodig geschaad. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen in correspondentie met klagers. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:156 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-959
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:156
Naar het oordeel van de raad geen sprake van een belangenconflict (Gedragsregel 7 (oud)) omdat verweerder niet is opgetreden tegen klaagster als (voormalige) cliënt. Klaagster is nimmer cliënt van verweerder geweest. Bovendien heeft verweerder als advocaat van de wederpartij van klaagster met toestemming van die twee vennootschappen opgetreden. Dat klaagster aandeelhouder was in een van de twee v in een van die vennootschappen was, maakt dit niet anders, zodat de raad dit klachtonderdeel ongegrond oordeelt. In het tweede klachtonderdeel wordt verweerder verweten dat hij als voorzitter van de buitengewone aandeelhoudersvergadering (BAVA) van een van bedoelde cliënten de oproepingsbrief aan klaagster als mede-aandeelhouder niet op juiste adressering heeft gecontroleerd, waardoor klaagster te laat op de hoogte was van de datum van de BAVA, waardoor zij ernstig in haar (aandeelhouders)belangen is geschaad. Naar het oordeel van de raad is het optreden van verweerder als voorzitter tijdens de BAVA in de gegeven omstandigheden zodanig verweven met de praktijkuitoefening van verweerder dat hij tuchtrechtelijk aansprakelijk kan worden gehouden voor zijn handelen en nalaten in het kader van zijn optreden als voorzitter van de buitengewone aandeelhoudersvergadering op 26 oktober 2016. De raad is uit de notulen niet gebleken of verweerder zich als voorzitter van de BAVA ervan heeft vergewist waarom klaagster als aandeelhouder zonder kennisgeving vooraf niet bij de BAVA aanwezig was. Verweerder heeft alleen de rechtsgeldigheid van de oproeping gecontroleerd, niet of de adressering van de oproepingsbrief aan klaagster juist was. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder als voorzitter van de BAVA onvoldoende de belangen van alle aandeelhouders, waaronder klaagster, behartigd, terwijl hij wist dat cruciale beslissingen over het voortbestaan van de vennootschap geagendeerd stonden, hij al langer ermee bekend was dat de aandeelhouders ruzie hadden, elkaar wantrouwden en ‘elkaar de tent uitvochten’ en bovendien zelf de tekst van de oproepingsbrief had opgesteld, waarin om een reactie van oa klaagster was verzocht die was uitgebleven. Op grond hiervan had verweerder als voorzitter van de BAVA nader onderzoek moeten doen naar de reden van afwezigheid van klaagster bij de BAVA. Door dat niet te doen heeft hij als voorzitter van de BAVA het vertrouwen in de advocatuur geschaad, hetgeen hem tuchtrechtelijk kan worden verweten. In zoverre klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:157 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-960
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:157
Ongegrond verzet (tegen de voorzittersbeslissing waarin de klacht tegen de deken kennelijk ongegrond is geoordeeld).
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:53 Accountantskamer Zwolle 17/1314 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:53
De klacht is ongegrond, nu klager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene op een comparitiezitting een valse en met opzet onjuiste verklaring heeft afgelegd en aldus tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld .
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:158 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-859
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:158
Ongegrond verzet. Niet gebleken van de schending van het hoor en wederhoorprincipe. Evenmin was de voorzitter gehouden om de door klager genoemde nadere stukken op te vragen en te beoordelen alvorens tot een beslissing te kunnen komen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/076T
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:84
Klager dient een klacht in tegen verweerder (kaakchirurg) wegens een onjuiste uitvoering van een totale extractie bij de plaatsing van een gebitsprothese. Klager verwijt de verweerder dat hij de situatie anders had moeten inschatten en dat hij niet de zorg heeft verleend die je mag verwachten van een kaakchirurg. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:234 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-859
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 18-12-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:234
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Dat verweerder klager hardhandig de toegang tot een spreekkamer heeft ontzegd, heeft de voorzitter niet kunnen vaststellen. Onvoldoende gesteld. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:54 Accountantskamer Zwolle 17/918-17/919-17/921 t/m 17/924 en 17/926 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:54
Klacht van Sobi tegen 7 betrokkenen is enkel onderbouwd met 3 krantenartikelen in het NRC. Hiermee heeft Sobi haar klacht onvoldoende onderbouwd en niet aannemelijk gemaakt. Nu Sobi te weinig heeft gesteld en haar klachten onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt, kan van betrokkenen, voor zover zij daartoe al in staat zouden zijn, niet gevergd worden stukken uit het accountantsdossier of andere stukken ter weerlegging van de klacht over te leggen. Betrokkenen doen daartoe, voor zover van toepassing, terecht een beroep op hun geheimhoudingsplicht (VGC) c.q. hun verplichting tot vertrouwelijkheid (VGBA). Eventuele (overigens niet gebleken) wetenschap van fraude bij een controlecliënt brengt volgens de toentertijd geldende regelgeving geen verplichting met zich dat 6 van de 7 betrokkenen aan bevoegde autoriteiten daarvan melding zouden hebben moeten maken. Voorts is door Sobi niet aannemelijk gemaakt dat, indien van fraude bij de controlecliënt en van wetenschap daarvan bij betrokkene zou moeten worden uitgegaan, er door betrokkene sub 7 ook daadwerkelijk geen melding is gemaakt. Van betrokkene kan niet gevergd worden, dat hij ten processe hierover mededelingen doet. Het zou strijdig zijn met de eisen van een goede tuchtprocesorde, indien een ieder door het indienen van een (niet met voldoende feiten onderbouwde) tuchtklacht, de facto een zogenaamde fishing expedition, een accountant ter afwering van die tuchtklacht zou kunnen dwingen zijn geheimhoudingsplicht te doorbreken. Voor zover het enkele aanvaarden van een functie bij de AFM op grond van art. 42 Wab al tuchtrechtelijk toetsbaar is, dan kan dit ingevolge de VGBA alleen aan het fundamentele beginsel van professionaliteit getoetst worden. Sobi heeft onvoldoende gesteld en/of aannemelijk gemaakt om tot het oordeel te kunnen komen dat betrokkene sub 7 door het aanvaarden van een functie in de raad van toezicht van de AFM het accountantsberoep in diskrediet heeft gebracht.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:153 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-380
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:153
Wrakingsverzoek afgewezen. Volgens klaagster is de schijn van belangenverstrengeling gewekt omdat de gewraakte tuchtrechters uit hetzelfde arrondissement komen als de beklaagde advocaten en daarmee in feite collega’s zijn. Klaagster heeft al uit de oproepingsbrief voor de zitting kunnen vernemen dat bedoelde tuchtrechters zitting zouden hebben in de raad. Nu het wrakingsverzoek eerst ter zitting is gedaan, is het te laat en kennelijk ongegrond. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:55 Accountantskamer Zwolle 16/2118 Wtra AK
- Datum publicatie: 16-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:55
Persoonsgericht gericht onderzoek naar het handelen van een voormalig werknemer/trader bij een internationale onderneming die zich o.m. bezighoudt met papieren transacties en het speculeren op fysieke transacties betreffende biobrandstoffen. NV COS 4400 niet van toepassing. Betrokkene diende ermee rekening te houden dat zijn opdrachtgever zijn uit te brengen rapportage in een civiele procedure tegen de voormalige werknemer zou inbrengen. Voor aan een dergelijke rapportage te stellen eisen, zie o.m. CBb 20 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:364. Onder omstandigheden dienen ook de voorlopige conclusies voor wederhoor aan de onderzochte persoon te worden voorgelegd. In casu had ook het deel van het rapport, waarin betrokkene concludeerde dat zijn cliënte door het toerekenbaar handelen van de voormalige werknemer $ 95,596 miljoen schade heeft geleden, eerst ter wederhoor aan die voormalige werknemer dienen te worden voorgelegd. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 004/2018
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:131
Klacht tegen neuroloog over deskundigenonderzoek. De rapportages van verweerder beantwoorden in voldoende mate aan de eisen van zorgvuldigheid en vakkundigheid. Verweerder is echter niet proactief genoeg geweest voor wat betreft het opvragen van stukken die noodzakelijk waren voor één van zijn rapportages.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:138 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 105/2018
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:138
Klacht tegen huisarts. Verweerder heeft als dienstdoend huistarts op de huisartsenpost voldoende diagnostiek verricht en er was op basis van onderzoek en bevindingen geen evidente indicatie voor inzending naar het ziekenhuis. Hoewel achteraf gezien het beter was geweest patiënt wel in te sturen kan niet worden gezegd dat verweerders inschatting op het moment van het consult onverantwoord is geweest.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 312/2017
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:132
Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Verweerder heeft zich ten aanzien van de uitvoering van een denervatie bij vulvodynie voldoende terughoudend opgesteld en is op een zorgvuldige manier tot zijn beslissing gekomen om de denervatie uit te voeren. De informatie had beter gekund. Geen tuchtrechtelijk verwijt. Geen reden om klaagster te verwijzen naar een ander ziekenhuis c.q. specialist. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 176/2017
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:133
klacht tegen huisarts. Kennelijk ongegrond. Het college ziet geen aanknopingspunten dat verweerder klager na een beweerdelijk incident anders zou hebben bejegend. Ook blijkt niet dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 073/2018
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:134
Klacht tegen psychiater kennelijk ongegrond. Verweerder heeft zich voldoende ingespannen. Vertragingen in het traject leiden niet tot tuchtrechtelijke verwijtbaarheid aan verweerder in casu.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 118/2018
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:135
Klacht tegen huisarts. Het college is van oordeel dat verweerder, bij een voor hem onbekende patiënt met een neurologische voor geschiedenis, die gevallen was en een hoofdwond had, niet had kunnen volstaan met een observatie. Enig vorm van nader onderzoek en een differentiaal diagnose was op zijn plaats geweest. Ook had verweerder een visite moeten afleggen toen klaagster belde met de mededeling dat de situatie was verslechterd. Het college is van oordeel dat gelet op de omstandigheden van het geval nog net met een waarschuwing kan worden volstaan.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:136 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 319/2017
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:136
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klacht ontvankelijk wegens voldoende weerslag op de individuele gezondheidszorg. De verwijten van klaagster zien op handelen van verweerder als directeur en (feitelijk) bestuurder van een woonzorgvoorziening. Het college rekent het verweerder zwaar aan dat hij, ondanks de kennis die hij als specialist ouderengeneeskunde over de betreffende cliëntengroep had, zich onttrokken heeft van zijn verantwoordelijkheid om als bestuurder de voorwaarden te scheppen die noodzakelijk waren voor het verlenen van verantwoorde zorg. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:137 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 104/2018
- Datum publicatie: 13-07-2018
- Datum uitspraak: 13-07-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:137
Klacht tegen cardioloog. Klaagster beklaagt zich erover dat verweerder patiënt ten onrechte niet als spoedpatiënt heeft behandeld en dat het traject voor een ICD te langzaam is bewandeld. Het college is van oordeel dat verweerder juist gehandeld heeft door eerst nog nader onderzoek te verrichten. Ook was er geen sprake van een spoedsituatie. Verweerder heeft zorgvuldig en voldoende voortvarend gehandeld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:130 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170308
- Datum publicatie: 12-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:130
Klacht tegen eigen advocaat. Nu het hof niet kan vaststellen dat de advocaat excessief heeft gedeclareerd wordt dit klachtonderdeel in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard. De klacht dat de advocaat verzuimd heeft facturen te sturen naar klager is gegrond. Een advocaat dient zijn cliënt op regelmatige basis inzicht te geven in de door hem bestede tijd. Ook het ontvangen van contante betalingen zonder daarvoor een betalingsbewijs af te geven is in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Het hof kan niet vaststellen dat de echtgenote van klager opdrachtgever van de advocaat is geweest en dus dat de advocaat de echtgenote onjuiste heeft geïnformeerd over de met zijn bijstand samenhangende kosten. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. Klager is niet ontvankelijk in zijn klacht dat de advocaat aan hem betaalde bedragen buiten de administratie heeft gehouden. Het klachtrecht komt aan de deken toe. De advocaat heeft in ieder geval voor een tweetal constant aan hem betaalde bedragen geen kwitanties verstrekt, zodat dit klachtonderdeel gegrond is. Schorsing voor de duur van vier maanden. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:131 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180036
- Datum publicatie: 12-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:131
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft terecht geen toevoeging aangevraagd, omdat geschil als zakelijk is aangemerkt door verweerder. In deze kwestie onvoldoende grond om naar aanleiding van de verslechterde financiële situatie van cliënt nader onderzoek te doen. Verweerder is voorts niet verplicht alle door klager verstrekte informatie op te nemen in processtukken. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door te adviseren een kantonprocedure te starten voor één fout (en niet alle fouten) van de wederpartij. Verweerder had daarbij in aanmerking moeten nemen dat de wederpartij in reconventie betaling van onbetaald gelaten facturen zou vorderen. Gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:132 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180007
- Datum publicatie: 12-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:132
Klachten tegen advocaten wederpartij. Verweerder sub 1 heeft daags voor de zitting een artikel 843a Rv vordering ingesteld en na de zitting een brief gezonden aan het gerechtshof met opmerkingen over schendingen van het toepasselijke procesreglement door het gerechtshof. Verweerder sub 2 heeft de kopers van de echtelijke woning van klager sub 1 in kennis gesteld van de mogelijke gevolgen van een succesvol appel in de echtscheidingszaak. Dit is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Bekrachtiging. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2015:332 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180046
- Datum publicatie: 12-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2015
- ECLI:NL:TAHVD:2015:332
Klacht advocaat wederpartij. Klagers niet-ontvankelijk voor zover de klacht inhoudt dat de samenwerkingsovereenkomst van verweerster sub 3 met een accountantskantoor niet voldoet aan Voda en verweersters sub 1 en 2 een belangenconflict hadden ten aanzien van hun cliënten, wegens ontbreken eigen rechtstreeks belang. Klagers ontvankelijk voor zover zij stellen dat verweerders vertrouwelijke informatie van klagers zouden hebben gedeeld met hun samenwerkingspartner. Dat vrijelijk informatie zou zijn gedeeld zonder toestemming van klagers is echter niet gebleken. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:133 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170319
- Datum publicatie: 12-07-2018
- Datum uitspraak: 02-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:133
Het hof gaat niet mee in het betoog van klager over de ruimere interpretatie van de klachttermijn in artikel 46g lid 1 Advocatenwet. Gezien de strekking en de tekst van artikel 46 lid 2 Advocatenwet verdraagt deze zich niet met een te strikte uitleg van de klachttermijn. Alleen onder (zeer) bijzondere omstandigheden kan een overschrijding van de klachttermijn verschoonbaar zijn, maar die zijn in deze kwestie niet gebleken. Bekrachtiging beslissing raad. Gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:129 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170307
- Datum publicatie: 12-07-2018
- Datum uitspraak: 09-07-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:129
Dekenbezwaar. Bezwaar betreft het op ongeoorloofde wijze in ontvangst nemen en doorbetalen van contante gelden, het onvoldoende op orde hebben van de financiële administratie, het verrekenen van kosten met derdengelden zonder schriftelijke instemming van cliënt en het niet meewerken aan het dekenonderzoek. De raad heeft het bezwaar gegrond verklaard en de maatregel van schrapping opgelegd. Het hoger beroep van de advocaat richt zich tegen de maatregel. Het hoger beroep faalt. Verweerder heeft zich gedragen op een wijze die het vertrouwen in de advocatuur op grove wijze heeft beschaamd. Verweerder heeft met name de kernwaarde integriteit geschonden. Voor advocaten die de financiële regels met voeten treden, is binnen de advocatuur geen plaats. Schrapping en kostenveroordeling. Bekrachtiging.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:14 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640282 / NT 17-84
- Datum publicatie: 11-07-2018
- Datum uitspraak: 24-05-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:14
Gelet op het voorgaande is de kamer van oordeel dat de notaris onvoldoende aan de op hem rustende informatieverplichting heeft voldaan. Door zijn uitlatingen ter veiling, waarbij hij huur en vergunning door elkaar heeft gehaald, heeft hij bij potentiele kopers de indruk kunnen wekken dat het behoud (of het verkrijgen) van de ligplaats geen problemen op zou leveren. De notaris heeft bij die gelegenheid weliswaar kenbaar gemaakt dat de veiling niet de eigendom van de ligplaats betrof, hetgeen klager overigens op basis van de veilingvoorwaarden ook wel duidelijk was omdat geen onroerend goed werd (mee)verkocht, maar hij heeft aangegeven contact gehad te hebben met de gemeente die verwees naar “voorwaarden voor de verhuur” die op internet te vinden zouden zijn. Behalve dat dit voor wat betreft het behoud of verkrijgen van de bestaande ligplaats op zichzelf al geen enkele concrete duidelijkheid schept, heeft de notaris met zijn uitlatingen de indruk gewekt dat de ligplaats werd gehuurd van de gemeente en gesuggereerd dat het feit dat hij de huurprijs niet kon noemen werd opgelost doordat deze als onderdeel van gepubliceerde huurvoorwaarden op internet te vinden zou zijn, hetgeen in strijd is met de ter zitting besproken omstandigheid dat de privaatrechtelijke situatie toch in de eerste plaats afhankelijk was van de rechtsverhouding (welke dat ook is) met de kanovereniging als eigenaar, erfpachter, huurder of gebruiker krachtens andere titel van de oever. In dit geval had het bovendien op de weg van de notaris gelegen om er nadrukkelijk op te wijzen dat het behoud of het verkrijgen van de ligplaats nog geen gelopen race was omdat hij wist dat [D] zich met hand en tand tegen de executie verzette en beslist zijn ligplaats niet wilde opgeven. Daarbij wist de notaris ook dat [D] via zijn (schoon)familie bij de kanovereniging een bevoorrechte positie innam, die mogelijk niet voor derden zou gelden.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:205 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.064
- Datum publicatie: 11-07-2018
- Datum uitspraak: 03-07-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:205
Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de moeder van klaagster, patiënte. Patiënte is op enig moment op de grond aangetroffen in het verzorgingstehuis waar zij verbleef, waarschijnlijk na een val. Op verzoek van een verpleegkundige is verweerster naar het verzorgingstehuis gegaan en heeft patiënte daar onderzocht. Verweerster achtte het raadzaam patiënte in te sturen naar het ziekenhuis en heeft contact met klaagster opgenomen. Verweerster heeft met klaagster over reanimatie gesproken en klaagster heeft aangegeven dat patiënte, indien nodig, gereanimeerd diende te worden. Verweerster heeft dit in het dossier genoteerd en daarbij aangegeven dat zij besproken heeft dat zij, gelet op de conditie van patiënte, reanimatie medisch gezien niet zinvol acht. Klaagster verwijt verweerster dat zij het formulier “Overdracht Acute Zorg” in strijd met de waarheid heeft ingevuld waardoor klaagster met de behandelend artsen heeft moeten discussiëren over het wel moeten reanimeren van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:15 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640953 / NT 17-88
- Datum publicatie: 11-07-2018
- Datum uitspraak: 03-04-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:15
5.4 Met de tweede klacht dat de notaris zich ten onrechte jegens klaagster en de bewindvoerder heeft gepresenteerd als executeur van de nalatenschap en daarbij zijn informatieplicht heeft geschonden, raakt klaagster tot de kern van de klacht. Ter onderbouwing van dit klachtonderdeel heeft klaagster het volgende aangevoerd. Artikel 4:143 lid 2 BW bepaalt dat personen, ten aanzien van wie de schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard, niet executeur kunnen worden. Klaagster stelt dat de notaris geen executeur is geworden aangezien [C] op grond van genoemd wetsartikel de benoeming tot executeur niet had kunnen aanvaarden en derhalve ook de notaris niet in haar plaats heeft kunnen benoemen. Klaagster heeft haar aanvankelijk op 7 november 2017 gegeven toestemming tot de boedelvolmacht na telefonisch contact op 10 november 2017 met de notaris daarom ook ingetrokken. Ter zitting heeft de notaris verklaard dat hij van het begin af aan heeft aangegeven dat aan de nodige voorwaarden moest worden voldaan teneinde de nalatenschap van erflater af te wikkelen. Hij heeft daarbij direct verzocht om een boedelvolmacht af te geven omdat hij rekening hield met de mogelijkheid dat hij zijn taak als executeur diende neer te leggen indien geen ruimschoots toereikend verklaring kon worden afgegeven in de nalatenschap van erflater. De stelling van klaagster dat hij niet tot executeur kon worden benoemd wordt door de notaris betwist met een beroep op de uitleg van artikel 4:142 lid 1 BW door prof. mr. S. Perrick (Asser/Perrick 4 2017/680), waarin onder meer is vermeld dat de executeur aan wie de erflater de bevoegdheid heeft toegekend een opvolger te benoemen, ook van deze bevoegdheid gebruik kan maken voordat hij in functie is getreden. 5.5 De kamer overweegt dat in onderhavige zaak slechts het handelen c.q. nalaten van de notaris dient te worden beoordeeld met betrekking tot de afwikkeling van de nalatenschap van erflater en niet de vraag of de erfgename [C] in haar hoedanigheid van executeur de notaris in de plaats mocht stellen nu de schuldsanering vóór de aanvaarding van de executeursbenoeming bij haar was uitgesproken. Uit de stukken van het dossier blijkt dat de notaris de bewindvoerder omstreeks 18 oktober telefonisch heeft gesproken, waarbij hij haar direct heeft aangegeven dat de schuldsanering van [C] niet door hem bij de recherches in het CIR werd aangetroffen. Vervolgens heeft de notaris bij brieven van 20 oktober 2017 en van 21 november 2017 de bewindvoerder uitvoerig geïnformeerd over de afwikkeling van de nalatenschap. Gelet op het feit dat de notaris sinds 29 oktober 2014 de gevolmachtigde van erflater betreffende diens financiële beheer en administratie was en mede gelet op hetgeen in 5.3 is overwogen, overweegt de kamer dat de notaris er van uit mocht gaan dat hij als boedelgevolmachtigde kon optreden. Dat klaagster en de notaris vervolgens een verschillend standpunt ten aanzien van de bevoegdheid van de notaris als executeur hebben ingenomen en hierover niet althans niet voldoende met elkaar hebben gecommuniceerd, kan de notaris - mede gezien zijn inspanningen om de afwikkeling van de nalatenschap van erflater tot een goed einde te brengen - echter niet worden verweten. Van schending van zijn informatieplicht jegens klaagster dan wel jegens de bewindvoerder is de kamer ook overigens niet gebleken; eerder lijkt er sprake van een miscommunicatie, waarbij de notaris ervan uitging dat hij als boedelgevolmachtigde kon optreden en klaagster aannam dat hij optrad als executeur-testamentair. Dit klachtonderdeel zal dan ook ongegrond worden verklaard.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 409
- Pagina: 410
- Pagina: 411
- ...
- Pagina: 951
- Volgende pagina zoekresultaten