Zoekresultaten 19301-19350 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:7 Raad van Discipline Amsterdam 18-453/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij. Uitgangspunt is dat aan de advocaat van de wederpartij een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mag niet ten gunste van een tegenpartij worden beknot, tenzij diens belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. In het licht van voornoemde maatstaf is de raad van oordeel dat het verweerder in de gegeven omstandigheden vrijstond de beschuldigingen te uiten jegens klager sub 1 op de wijze als hij dat heeft gedaan. Het aankondigen van een strafrechtelijke aangifte is op zichzelf niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Dat de cliënten de strafrechtelijke aangifte nog niet hebben gedaan maakt dat niet anders. Het is in beginsel aan de cliënten van verweerder om te bepalen of en zo ja, wanneer, zij tot het doen van aangifte overgaan. Ook het feit dat verweerder in de brief van 29 december 2017 niet concreet heeft aangegeven welke strafrechtelijke bepalingen door klager sub 1 zijn geschonden maakt niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Uit de brief van 29 december 2017 blijkt immers duidelijk welke (door de cliënten van verweerder gestelde) gedragingen van klager sub 1 door verweerder als strafbaar worden gekwalificeerd. Het is uiteindelijk – indien het tot vervolging komt – aan de strafrechter om zich over de gegrondheid van de beschuldigingen uit te spreken. Dat de aankondiging van een strafrechtelijke aangifte is bedoeld als pressiemiddel wordt betwist en is de raad overigens ook niet gebleken. Hoewel verweerder klager sub 1 in de brief van 29 december 2017 tevens sommeert om (kort gezegd) de gevolgen van zijn handelen ongedaan te maken, kan hiermee niet worden gezegd dat verweerder heeft gedreigd met een strafrechtelijke aangifte om een civielrechtelijk doel te bereiken. In de brief wordt immers geen koppeling gemaakt tussen het ongedaan maken van de gevolgen van zijn handelen door klager sub 1 en het doen van een strafrechtelijke aangifte door de cliënten van verweerder. Klacht in zoverre ongegrond. Gedragsregel 18 (Gedragsregels 1992). Aan een advocaat komt niet de vrijheid toe om rechtstreeks een aanzegging aan de wederpartij te doen alleen omdat hij dit nuttig of nodig acht. Vereist is een rechtens aanvaardbare reden om de aanzegging niet aan de advocaat te doen, bijvoorbeeld omdat het beoogde rechtsgevolg anders niet kan worden bewerkstelligd. Gesteld noch gebleken is dat het beoogde rechtsgevolg van de in de brief van 29 december 2017 vervatte aanzegging niet had kunnen worden bewerkstelligd als deze aan de advocaat van klagers was gedaan. Van een andere rechtens aanvaarbare reden om de aanzegging niet aan de advocaat te doen is de raad niet gebleken. Klacht in zoverre gegrond. De specifieke omstandigheden van het geval brengen de raad echter tot het oordeel dat geen maatregel behoeft te worden opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:166 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/617917 / DW RK 16/1170

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder blijft klaagster sommeren tot betaling van de zorgpremie over de maand januari 2015 over te gaan, ondanks dat deze premie niet verschuldigd is. Klaagster heeft hierover meermaals (schriftelijk) contact gehad met het kantoor van de gerechtsdeurwaarder. Verzet en klacht gegrond met oplegging van geldboete € 500,--.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:179 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626530 / DW RK 17/361

    De door klager gestelde bejegening heeft de gerechtsdeurwaarder niet betwist. De kamer gaat er dan ook van uit dat tegen klager is gezegd dat hij “niet zo moet zeuren”. De klacht is op dit onderdeel terecht voorgesteld, omdat dit niet de manier is waarop een goed gerechtsdeurwaarder zich zou moeten gedragen. Klacht gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 158/2018

    Klacht tegen hartchirurg in opleiding. Waarschuwing. Verweerster was destijds cardio-thoracaal chirurg in opleiding in haar zesde jaar. Haar supervisor heeft aan haar het voorgesprek en de operatie van klaagster opgedragen. Gelet op de fase van haar opleiding oordeelt het college dat verweerster in staat geacht moet worden die handelingen te verrichten, al ging het bij klaagster om een gecompliceerde en risicovolle operatie. Het college hecht aan persoonlijk contact tussen operateur en patiënt voorafgaand aan de operatie van een patiënt. Niet alleen om zich ervan te verzekeren dat de patiënt voldoende is voorgelicht over de ingreep, mogelijke complicaties en risico’s en informed consent is verkregen, maar ook om zelf de klinische situatie van de patiënt in te schatten en zich ervan te overtuigen dat een operatie verantwoord is. Het college hecht er ook aan dat de operateur na de operatie persoonlijk de patiënt informeert over het verloop van de operatie. Onvoldoende is dat de patiënt daar zelf om kan vragen bij de visite-lopende cardio-thoracaal chirurg. Vast staat dat verweerster niet voorafgaand aan de operatie en ook niet achteraf met klaagster heeft gesproken. De redenen die zij daarvoor heeft gegeven zijn niet genoegzaam. Het college oordeelt het feit dat verweerster voor en na de operatie niet persoonlijk met patiënte heeft gesproken tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster heeft het perioperatieve voorgesprek, ook wel WGBO-gesprek genoemd, overgedragen aan een arts-assistent niet in opleiding (ANIOS) cardio-thoracale chirurgie. Klaagster zou een zware operatie ondergaan en was medisch ook belast door andere aandoeningen dan de slecht functionerende mitralisklep. Bovendien had zij verzocht om een biologische hartklep en moest haar worden medegedeeld dat een mechanische hartklep zou worden geplaatst. De complicaties en risico’s bij deze operatie waren niet eenvoudig te overzien en klaagster maakte zich in het bijzonder ongerust over antistolling. Het is dan ook de vraag of de ANIOS voldoende was toegerust om klaagster adequaat voor te lichten en tot een informed consent te komen. In elk geval is niet gesteld of gebleken dat verweerster zich daarvan heeft vergewist. Van het overlaten van dit gesprek aan de ANIOS treft verweerster al met al eveneens een tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:160 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625109 / DW RK 17/241

    Beslissing op verzet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:173 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620749 / DW RK 16/1367

    Beslissing op verzet. Indien een gerechtsdeurwaarder is verzocht een titel te executeren, is hij wettelijk verplicht om aan dat verzoek te voldoen. De gerechts­deur­waar­ders hebben nog aangevoerd dat zij nauw­gezet hebben gecontroleerd of sprake is van een vervalst vonnis. Daarvan is niet gebleken. Het aankondigen van rechtsmaatregelen zoals boedelbeslagleg­ging is toe­ge­staan, omdat een executoriale titel voorhanden is. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:154 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/615675 / DW RK 16/1037

    De gerechtsdeurwaarder heeft op verzoek van een ander gerechtsdeurwaarderskantoor een vonnis aan klager, in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de onder bewind gestelde gedaagde partij, betekend. De gerechtsdeurwaarder is hierbij zonder meer uitgegaan van de door het andere gerechtsdeurwaarderskantoor verstrekte gegevens. Klager was echter niet tot bewindvoerder aangesteld over deze persoon. Ter zitting heeft de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder toegelicht dat er bij het overzetten van de grote hoeveelheid dossiers van het systeem van de eerdere gerechtsdeurwaarder naar het systeem van beklaagde iets mis is gegaan. De kamer overweegt dat dit een omstandigheid is die voor rekening van de gerechtsdeurwaarder dient te komen. Klacht gegrond, geen maatregel, omdat de gerechtsdeurwaarder de kosten van betekening heeft gecrediteerd en zich tot de juiste bewindvoerder heeft gewend.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 230/2018

    Klaagster verwijt psychiater dat hij haar heeft willen dwingen of manipuleren tot een behandeling die zij niet wilde en dat hij ten onrechte kosten heeft gedeclareerd bij haar zorgverzekering. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:11 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.035

    klacht tegen een mond-, kaak- en aangezichtschirurg. Klaagster verwijt de arts dat hij de operatie niet goed heeft uitgevoerd en dat zij tevoren niet erover is geïnformeerd dat zij na een tweede operatie twee verschillende kaaklijnen zou overhouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard (wat betreft de informatieplicht), de arts de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Klaagster komt in beroep ten aanzien van de klacht over de uitvoering van de operatie. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/145

    Klacht tegen cardiothoracaal chirurg. De klacht is ingediend door de weduwe van een patiënt. Bij patiënt was een paraganglioom in de thorax geconstateerd. Verweerder heeft patiënt geadviseerd om dit paraganglioom operatief te laten verwijderen, wat aldus geschiedde. De operatie werd uitgevoerd door een collega van verweerder. Enkele maanden na de operatie is patiënt komen te overlijden. Klaagster is van mening dat patiënt is overleden als gevolg van de operatie. Zij verwijt verweerder dat hij patiënt geadviseerd heeft de operatie te ondergaan en dat hij onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder patiënt onjuist heeft geadviseerd, noch dat hij hem onvoldoende heeft geïnformeerd. De klacht is ongegrond. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerken G2018/144 en G2018/146.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.135

    Klacht tegen een tandarts. Klager, zelf tandarts, en verweerder waren lid van dezelfde maatschap. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij als medisch manager van de maatschap patiëntendossiers heeft onderzocht om te zien of klager de verwijzingsregels naleefde, de uitkomst van dat onderzoek al met derden heeft gedeeld voordat klager hier iets van wist en klager niet vooraf om een reactie heeft gevraagd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard nu er geen sprake was van handelen dat valt onder een van de twee tuchtnormen van artikel 47 lid 1 Wet BIG. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:7 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2018/11

    Kat. Wijze van vastpakken door paraveterinair. Amamnese door dierenarts.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/146

    Klacht tegen internist-endocrinoloog. De klacht is ingediend door de weduwe van een patiënt. Bij patiënt was een paraganglioom in de thorax geconstateerd. Verweerster adviseerde patiënt deze operatief te laten verwijderen, wat vervolgens ook gebeurde. Enkele weken na de operatie is patiënt komen te overlijden. Klaagster is van mening dat patiënt is overleden als gevolg van de operatie. Zij verwijt verweerster dat zij patiënt heeft geadviseerd de operatie te ondergaan en onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s. Ook verwijt zij verweerster dat patiënt niet is verwezen naar een ter zake meer gespecialiseerd ziekenhuis. Het college is van oordeel dat verweersters advies niet onjuist is geweest en dat niet gebleken is dat zij tekort is geschoten in haar informatievoorziening. Evenmin valt in te zien waarom patiënt naar een ander ziekenhuis had moeten worden verwezen, nu het ziekenhuis waar hij behandeld is een erkend expertisecentrum is op dit terrein. De klacht is ongegrond. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerken G2018/144 en G2018/145.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.195

    Klacht tegen tandarts. Verweerster heeft klager met spoed verwezen naar een kaakchirurg, die een lymfoom in de bovenkaak heeft vastgesteld. Na behandeling is klager door het CBT geadviseerd contact op te nemen met de praktijk van verweerster om de reguliere behandeling weer aan te vangen. Het CBT heeft verweerster verzocht contact met klager op te nemen voor reiniging en instructie mondhygiëne. Een medewerkster van verweerster heeft geprobeerd een afspraak met klager te maken maar deze afspraak is niet tot stand gekomen. Klager verwijt verweerster dat zij – kort gezegd – de toepasselijke richtlijnen niet heeft gevolgd en dat de door verweerster voorgestelde behandeling ernstige gevolgen voor klager had kunnen hebben. Voorts verwijt klager verweerster dat zij geen empathie heeft getoond. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk gegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2018/09

    Paard. Aankoop, keuring.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2019:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/144

    Klacht tegen cardiothoracaal chirurg. De klacht is ingediend door de weduwe van een patiënt. Bij patiënt was een paraganglioom in de thorax geconstateerd. Verweerder heeft dit paraganglioom operatief verwijderd. Enkele maanden na de operatie is patiënt komen te overlijden. Klaagster is van mening dat patiënt is overleden als gevolg van de operatie. Zij verwijt verweerder dat hij de operatie niet goed heeft uitgevoerd. Ook verwijt zij verweerder dat patiënt niet is verwezen naar een ter zake meer gespecialiseerd ziekenhuis. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat verweerder de operatie foutief heeft uitgevoerd, noch dat patiënt naar een ander ziekenhuis had moeten worden verwezen, nu het ziekenhuis waar hij behandeld is een erkend expertisecentrum is op dit terrein. De klacht is ongegrond. Deze zaak hangt samen met de procedures met kenmerken G2018/145 en G2018/146.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:14 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.251

    Klacht tegen tandarts. Klagers verwijten verweerder dat hij bij de behandeling van hun zoon onjuist heeft gehandeld. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat er geen sprake was van informed consent en dat de dossiervoering van verweerder onvoldoende was. Voorts heeft het college geoordeeld dat – kort gezegd – ook het medisch-technisch handelen van verweerder niet aan de daaraan te stellen standaard voldeed. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan verweerder de bevoegdheid ontzegd om, ingeschreven staand in het register, het beroep van tandarts uit te oefenen voor zover het de orthodontie betreft. Verweerder richt zijn beroep tegen de zwaarte van de maatregel. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het college in eerste aanleg voor zover het de maatregel betreft en legt aan verweerder op de maatregel van voorwaardelijke schorsing om het beroep van tandarts uit te oefenen voor zover het de orthodontie betreft, voor de duur van een half jaar, met een proeftijd van twee jaren, onder in het dictum vermelde algemene en bijzondere voorwaarden.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2018/10

    Hond. Epileptische aanval.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1889

    Klager verwijt verweerster, huisarts, dat zij nagelaten heeft een deel van het patiëntendossier te verwijderen en om hem tijdig zijn patiëntendossier toe te zenden, terwijl klager hierom verzocht had. Tevens verwijt klager verweerster dat zij haar beroepsgeheim heeft geschonden door het dossier van klager ter beschikking te stellen aan een derde en klager ten onrechte heeft gesommeerd een andere huisarts te zoeken. Het college is van oordeel dat verweerster tijdig het dossier ter beschikking heeft gesteld, adequaat heeft gereageerd op het verzoek tot verwijdering van een deel van het dossier en haar beroepsgeheim niet geschonden heeft. Tevens is het college van oordeel dat verweerster alle benodigde zorgvuldigheidseisen in acht heeft genomen en daarom de behandelingsrelatie met klager mocht beëindigen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18144

    De IGJ verwijt verweerder dat hij seksueel grensoverschrijdend gehandeld heeft richting een patiënte van verweerder. Daarnaast verwijt de IGJ dat verweerder in de dag volgend op het grensoverschrijdende incident zonder reden (en daarmee handelend in strijd met de hiervoor geldende richtlijnen) een huisbezoek aan patiënte heeft afgelegd. Verweerder erkent dat hij grensoverschrijdend gehandeld heeft. Het college is van oordeel dat verweerder in beide gevallen grensoverschrijdend heeft gehandeld. Klachten gegrond. (Gedeeltelijk voorwaardelijke) schorsing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:10 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.001

    Klacht tegen verzekeringsarts. Het UWV heeft bij besluit met terugwerkende kracht de WIA-uitkering van klaagster ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht. Verweerder, werkzaam als verzekeringsarts bezwaar en beroep bij UWV, heeft een rapport uitgebracht. Klaagsters bezwaar is op klachtonderdeel 5 na ongegrond verklaard. De klacht houdt -zakelijk weergegeven - in dat de verzekeringsarts: 1. zijn taak als bezwaarverzekeringsarts niet naar behoren heeft vervuld, nu hij over klaagster heeft gerapporteerd zonder onderzoek en zonder een uitnodiging voor een spreekuurbezoek; 2. niet is ingegaan op haar verzoek haar thuis of op een UWV locatie in haar woonplaats te onderzoeken, nu zij de afstand naar de locatie niet kon overbruggen; 3. geen medische gegevens heeft opgevraagd bij de behandelende sector voordat hij de rapportage en de FML opstelde; 4. een onjuiste, onvolledige rapportage en FML over klaagster heeft opgesteld; 5. heeft nagelaten klaagster de gelegenheid te geven de rapportage te corrigeren; 6. gekozen heeft voor een onderzoek buiten haar aanwezigheid; een vergoeding van reiskosten van €13,50 had een onderzoek reeds mogelijk gemaakt; 7. onvoldoende afstand heeft genomen en zich laat betrekken in het geschil tussen klaagster en het UWV. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 5 gegrond zonder oplegging van maatregel, verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond en gelast de publicatie na het onherroepelijk worden. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover klachtonderdeel 5 gegrond is verklaard, verklaart klachtonderdeel 5 alsnog ongegrond en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:212 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180158

    Klacht over eigen advocaat gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster: - structureel geen, althans onvoldoende informatie te geven over/in de lopende zaken, - niet voor te lichten over de goede en kwade kansen van een kort geding, - niet te informeren over een zitting, zonder dat met klaagster te bespreken niet op de zitting te verschijnen en - niet in kennis te stellen van het vonnis dat vervolgens is gewezen. Schorsing voor de duur van vier weken. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:148 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/622593 / DW RK 17/73

    Beslissing op verzet. Klaagster beklaagt zich er samengevat over dat een in beslag genomen vrachtwagen gesloopt en gestript is terugbezorgd, waardoor een zeer grote schadepost voor haar cliënten is ontstaan. De voorzitter is van oordeel dat de gerechtsdeurwaarder geen tuchtrechtelijk laakbaar handelen kan worden verweten. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:9 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-928/DB/OB

    Verzoek tot opheffing voorziening ex art. 60ab. Niet gebleken dat gronden voor ex art. 60 ab getroffen voorziening niet meer aanwezig zijn.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:142 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/617957 / DW RK 16/1177

    De gerechtsdeurwaarder heeft op grond van zijn eigen waarnemingen en overige bij hem bekende informatie gerechtvaardigd kunnen vermoeden dat de beslagene woonachtig is op het betreffende adres en dat de goederen in de woning (tevens) aan hem toebehoorden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:149 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/626209 / DW RK 17/336

    Uit de door de gerechtsdeurwaarder overgelegde producties en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de gerechtsdeurwaarder niet eerder dan op 17 maart 2017 op de hoogte raakte en kon weten dat de heer [ ] niet meer woonachtig was op het betreffende adres. Dat de aankondiging van het beslag naar het adres van klaagster is verzonden kan de gerechtsdeurwaarder dan ook niet worden verweten. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1804

    Nadat in 2013 diagnose maculadegeneratie is gesteld door collega van verweerder, oogarts, heeft klager 15 Lucentis injecties gekregen en werd telkens na drie injecties een scan gemaakt. Klacht over onjuiste diagnose tegen verweerder ontvankelijk, nu hij 9 van de 15 injecties heeft gegeven en de laatste scan van maart 2015 heeft gemaakt en beoordeeld. Bij uitblijven verbetering had het meetmoment van maart 2015 aanleiding moeten geven tot heroverweging van de eerder gestelde diagnose, te meer nu in 2014 de Richtlijn Leeftijdgebonden Maculadegeneratie van kracht is geworden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:143 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/639787 / DW RK 17/1199

    De gerechtsdeurwaarder heeft verklaard dat hij tijdig met klaagster dan wel haar advocaat heeft gecommuniceerd dat de aangekondigde executieverkopen geen doorgang zouden hebben. De kamer ziet geen aanleiding om aan het standpunt van de gerechtsdeurwaarder te twijfelen. De gerechtsdeurwaarder heeft op grond van zijn eigen waarnemingen en overige bij hem bekende informatie gerechtvaardigd kunnen vermoeden dat de beslagene woonachtig is op het betreffende adres en dat de goederen in de woning (tevens) aan hem toebehoorden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:214 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180176D

    Dekenbezwaar. Verweerder handelt in het kader van de opleiding en begeleiding van zijn stagiaire niet in andere hoedanigheid dan die van advocaat. Kostencomponent in schikkingsbedrag is door stagiaire op advies van verweerder ten onrechte niet aan de Raad voor Rechtsbijstand gemeld, verweerder had bij stagiaire moeten doorvragen over de door de stagiaire aan de cliënt gedane cadeausuggestie (in de vorm van studieboeken). Bekrachtiging beslissing raad: dekenbezwaar gegrond met waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:4 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-754/DB/ZWB

    Verweerster heeft de zaak van klager onvoldoende voortvarend behandeld. Tijdens de eerste twee besprekingen op 7 november en 5 december 2017 heeft verweerster toegezegd de zaak zo spoedig mogelijk op zitting te zullen brengen, maar die toezegging is zij niet nagekomen. Op 12 januari 2018 had verweerster nog altijd geen contact met de advocaat van de wederpartij van klager gelegd, ondanks haar toezeggingen om dat uiterlijk op die datum wel te doen. Klachtonderdeel 1 en 2 gegrond. Verweerster wist ten tijde van de intake nog niet dat zij het kantoor waar zij werkzaam was zou gaan verlaten, waardoor niet verwijtbaar is dat klaagster tijdens de intake hier nog geen melding van heeft gemaakt. Klachtonderdeel 3 ongegrond. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:150 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/631463 / DW RK 17/649

    Beslissing op verzet. Klaagster is het niet eens met de hoogte van de beslagvrije voet. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1895

    Man van 24 wordt eenmalig door huisarts gezien wegens klachten op de borst en overlijdt twee dagen later. Klachten van nabestaanden ongegrond. Niet gebleken dat patiënt niet serieus is genomen, bejegeningsklachten niet aannemelijk gemaakt. Op grond van het door verweerster verrichte onderzoek had zij onvoldoende aanwijzingen voor doorverwijzing naar ziekenhuis

  • Beslissing op verzet. Niet gebleken is dat de in rekening gebrachte kosten niet zijn berekend volgens de daarvoor geldende regelingen. Niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door een vonnis ten laste van [x] te betekenen op het adres van klaagster. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:215 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180119

    Klacht over eigen advocaat. Afrekeningsperikelen in letselschadezaak met voorwaardelijke toevoeging. Onvoldoende inzicht gegeven in de door verweerder gewenste wijze van betaling voor zijn werkzaamheden. Verweerder heeft ten onrechte gedeclareerd terwijl toevoeging nog niet was ingetrokken en gedreigd met staken werkzaamheden als klager de declaratie niet zou betalen dan wel zou instemmen met verrekening daarvan met van de verzekeraar (te) ontvangen voorschotten. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden van verweerder wordt voorwaardelijke schorsing van één week opgelegd. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:5 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-720/DB/ZWB

    Advocaat heeft in hoedanigheid van deken in antwoord op vragen over een tuchtrechtelijke procedure tegen zijn voorganger verwezen naar uitspraken van de tuchtrechter: begrijpelijk en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:151 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632319 / DW RK 17/718

    Beslissing op verzet. Geschil over de kosten alsmede de termijn waarbinnen klaagster het gevorderde diende te betalen. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:145 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/625107 / DW RK 17/240

    Klaagster verwijt de gerechtsdeurwaarders dat zij hun opdracht tot het leggen van beslag op de inboedel niet goed hebben uitgevoerd, omdat ongeveer een derde van de zaken in de woning is blijven staan en niet onder het beslag is gebracht. Gerechtsdeurwaarder sub 1 heeft zich niet aan zijn ministerieplicht gehouden en heeft ter zitting evenmin aannemelijk gemaakt dat het voor hem onmogelijk was om alle zaken in bewaring te nemen. De klacht is terecht voorgesteld. Gerechtsdeurwaarder sub 2 heeft niet vooraf met klaagster gecommuniceerd dat er op de dag van de eerstvolgende inbewaringneming geen hulpofficier van justitie aanwezig zou zijn. Tevens is niet gemotiveerd weersproken dat gerechtsdeurwaarder sub 2 ter plaatse niet aan (de gemachtigde van) klaagster heeft medegedeeld dat de resterende zaken niet uit de woning van de ex-partner konden worden meegenomen, omdat de ex-partner op dat moment niet vrijwillig wenste mee te werken aan afgifte van de zaken een en kortgeding wilde opstarten. Klacht gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:216 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180116D

    Dekenbezwaar. Verweerster heeft bij binnenkomst van de PI een formulier ondertekend waarin staat vermeld dat het maken van beeld-, geluid-, of foto-opnamen niet is toegestaan. Met het zetten van haar handtekening drukte verweerster uit dat zij de regels gelezen had en daarmee akkoord ging. Het hof acht de handtekening van een advocaat onder een dergelijke verklaring van groot gewicht. Van een advocaat mag verwacht worden dat hij zich houdt aan de regels, zeker als hij daarmee expliciet akkoord is gegaan. Anders dan de raad, acht het hof het in strijd met het voor de PI geldende verbod maken van opnamen door verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gelet op de feitelijke omstandigheden van het geval ziet het hof echter geen aanleiding om een maatregel op te leggen. De overige bezwaren van de deken worden afgewezen. Geen proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:199 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-788/DB/LI

    Gehandeld in hoedanigheid van klachtenfunctionaris. Vertrouwen in de advocatuur niet geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:6 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-676/DB/ZWB

    Verweerster heeft mr. H. in overleg met klager ingeschakeld voor collegiale ondersteuning, zonder vast te leggen dat er kosten aan die inschakeling verbonden zouden zijn. Verweerster had er niet van uit mogen gaan dat klager dat wel zou begrijpen. Door de gemaakte afspraken niet schriftelijk te bevestigen heeft verweerster in strijd met gedragsregel 8 (oud) gehandeld. Dat verweerster een incasso kort geding tegen klager aanhangig heeft gemaakt was een ongelukkige keuze, maar is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:2 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/127

    Klager verwijt verweerster dat zij foutieve gezondheidsverklaringen heeft afgegeven aan de Belastingdienst. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:146 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/642628 / DW RK 18/64

    Beslissing op verzet. Niet aangetoond dat er een daadwerkelijk schikking lag. Correspondentie is niet genegeerd. Geen reden om te twijfelen aan de tenaamstelling van het vonnis. Geschillen met betrekking tot de executie dienen voorgelegd te worden aan de bevoegde (executie)rechter. De door de gerechtsdeurwaarder in rekening gebrachte kosten waren noodzakelijk voor de goede verrichting van de ambtshandelingen en zijn conform de daarvoor geldende regelingen berekend. Niet is gebleken dat daarvan is afgeweken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:217 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180091

    Klacht over eigen advocaat. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klaagster tijdig heeft geklaagd over het niet informeren over toevoegingsmogelijkheden door verweerster. Voor het vaststellen of de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 46g lid 1 onder a Adw is verstreken, is bepalend het tijdstip waarop de klacht is ingediend bij de deken en niet het tijdstip waarop de klacht de advocaat heeft bereikt. Klaagster is dan ook ontvankelijk in haar klacht. Verweerster heeft klaagster niet gewezen op het bestaan van de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. Het mededelen dat een zaak niet op toevoegingsbasis wordt behandeld en alleen betalend, is niet voldoende. Door het ontbreken van een schriftelijke vastlegging kan niet worden vastgesteld dat klaagster van de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand zou hebben willen afzien. Die onduidelijkheid komt voor rekening en risico van verweerster. Vernietiging beslissing raad (gegronde klacht), oplegging van waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:7 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-678/DB/ZWB

    Verweerster heeft door in haar processtukken onderscheid te maken tussen persoonlijke spullen en inboedelgoederen voldoende onderscheid aangebracht. Door verweerster zijn geen feiten geponeerd waarvan zij de onwaarheid kende of had moeten kennen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:147 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/620618 / DW RK 16/1359

    Gestelde bejegening is niet onderbouwd. Klaagster stelt verder dat er een betalingsregeling was getroffen waar zij zich aan hield. Bij navraag door de gerechtsdeurwaarder bij de opdrachtgever is echter gebleken dat voor de onderhavige vordering nimmer een betalingsregeling is getroffen met (de partner van) klaagster. De gerechtsdeurwaarder heeft zich weliswaar niet gehouden aan zijn eigen termijn om te reageren op een klacht, maar niet kan worden gezegd dat de kleine overschrijding tuchtrechtelijk laakbaar handelen met zich meebrengt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:218 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180090

    Klacht over eigen advocaat. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat klaagster tijdig heeft geklaagd over de beroepsfout door ten onrechte geen incidenteel appel in te stellen, althans een zo onduidelijk incidenteel appel dat het gerechtshof het niet als zodanig heeft erkend, en over het niet informeren over toevoegingsmogelijkheden. Voor het vaststellen of de driejaarstermijn als bedoeld in artikel 46g lid 1 onder a Adw is verstreken, is bepalend het tijdstip waarop de klacht is ingediend bij de deken en niet het tijdstip waarop de klacht de advocaat heeft bereikt. Klaagster is dan ook ontvankelijk in haar klacht. Vernietiging beslissing raad, beide klachtonderdelen gegrond, oplegging waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:8 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-864/DB/ZWB

    Optreden als curator. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens verstrijken termijn ex art. 46g en deels kennelijk ongegrond omdat optreden van verweerder als curator is getoetst door de rc en vertrouwen in advocatuur niet is geschaad.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:141 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/628778 / DW RK 17/500

    Niet in geschil is dat de gerechtsdeurwaarder ermee bekend was dat klager in de schuldsanering loopt en dat er reeds beslag op zijn inkomen was gelegd. Niet betwist is dat de gerechtsdeurwaarder tijdens zijn bezoek aan klager, om beslag op zijn roerende zaken te leggen, heeft aangegeven zijn situatie op kantoor te bespreken. De kamer is van oordeel dat gelet op de situatie waarin klager zich bevond en de mededeling dat de gerechtsdeurwaarder de situatie op kantoor zou bespreken, de indruk is gewekt dat het geen zin had om beslag op roerende zaken van klager te leggen. De gerechtsdeurwaarder heeft het beslag echter doorgezet zonder nadere uitleg. Ook ter zitting kon de gemachtigde van de gerechtsdeurwaarder niet motiveren waarom besloten is om het beslag door te zetten en het proces-verbaal aan klager te betekenen met de daarbij behorende kosten. De klacht is gegrond. De kamer acht geen termen aanwezig om tot het opleggen van een maatregel over te gaan.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2019:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-113b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts in opleiding. Omdat de lezingen uiteenlopen, kan het College niet vaststellen hoe het gesprek precies is verlopen. Verder had de huisarts in opleiding met de informatie die zij had geen aanwijzingen om klaagster door te verwijzen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:129 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/632281 / DW RK 17/713

    Beslissing op verzet. Het voorafgaand aan het leggen van beslag opvragen van informatie is geen wettelijke verplichting en het uitblijven hiervan is mede gelet op hetgeen door de gerechtsdeurwaarder daaromtrent is aangevoerd, niet tuchtrechtelijk laakbaar. Dat de juiste beslagvrije voet niet kan worden berekend is te wijten aan onvolledige inlichtingen van de zijde van klager. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.