Zoekresultaten 14101-14150 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:15 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/669486 / DW RK 19/372

    De gerechtsdeurwaarders hebben gelet op hun ministerieplicht niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door de titel te executeren nu voldoende is gebleken dat het verzoek om uitstel met de opdrachtgever is besproken. Verder blijkt uit de overgelegde producties dat wel degelijk binnen een redelijke termijn op de klacht van klaagster is gereageerd. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-049

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een huisarts. Als er – hoewel patiënt daarover eerder wel had geklaagd – geen sprake (meer) was van cardiale klachten had beklaagde dat moeten noteren; zijn verweer ter zitting dat hij niet alle ‘negatieve’ antwoorden hoeft te noteren is hier niet juist. Patiënt was bekend met Diabetes Mellitus (DM) en daarbij is er een verhoogd risico op cardiale problematiek. Bovendien heeft beklaagde eerder nagelaten patiënt te bevragen over de eerder aangegeven pijn op de borst. Daarbij in aanmerking genomen hetgeen beklaagde ook zelf heeft aangegeven, namelijk dat patiënten met DM een verhoogd risico hebben op het krijgen van hart- en vaatziekten en dat pijn op de borst daarvan een belangrijke indicatie kan zijn. Daarom had beklaagde, toen hij zelf patiënt zag, de mogelijkheid moeten aangrijpen om de cardiale situatie van patiënt anamnestisch nader uit te diepen of in ieder geval patiënt moeten doorverwijzen naar de cardioloog. Door dit na te laten is het College van oordeel dat beklaagde tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard. Klacht gedeeltelijk gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:16 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/678136 / DW RK 20/10

    Klacht ten aanzien van het niet tijdig aanpassen van de beslagvrije voet gegrond. Maatregel van berisping opgelegd en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/240

    Klaagster dient een klacht in tegen een neuroloog met het verwijt dat hij een onjuist rapport heeft opgesteld. Meer in het bijzonder verwijt klaagster de neuroloog onder andere dat hij in zijn rapport ten onrechte het begrip 'patiënte' gebruikt, hetgeen hulpverlening of belangenbehartiging impliceert. Tussen de neuroloog en klaagster bestond echter geen therapeutische of behandelrelatie. Verder verwijt klaagster dat de neuroloog zijn rapport niet goed heeft onderbouwd, er worden veel onwaarheden beschreven met het doel deze als waarheid te doen gelden, staan er inhoudelijke onduidelijkheden in het rapport waardoor het slecht leesbaar is, is geen duidelijke scheiding aangebracht tussen feitelijke informatie en medische informatie en staat de neuroloog met zijn rapport volledig ten dienste van zijn opdrachtgever Medirisk. De neuroloog voert verweer. Naar het oordeel van het college is het rapport voldoende onderbouwd en voldoet het aan de overige criteria. De klacht van klaagster is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:11 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/677325 / DW RK 19/676

    Beslissing op verzet. Klager beklaagt zich over de hoogte van de beslagvrije voet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:12 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675863 / DW RK 19/627

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft nagelaten om de wederpartij en de kantonrechter uit eigen beweging te informeren dat niet was voldaan aan een van de voorwaarden in de vaststellingsovereenkomst. Verzet gegrond, beslissing voorzitter vernietigd en klacht gegrond. Nu niet is komen vast te staan dat de uitkomst voor klaagster anders zou zijn geweest als de gerechtsdeurwaarder anders had gehandeld zijn er geen termen aanwezig om een maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19183

    Verzekeringsarts wordt – kort samengevat – verweten dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld waarbij hij, als gevolg van een tunnelvisie, ten onrechte heeft geconcludeerd dat geen sprake is van een medisch objectief vaststelbare stoornis als oorzaak van arbeidsongeschiktheid. Rapportage van de verzekeringsarts voldoet aan de geldende criteria. Verzekeringsarts heeft in zijn rapport, waar hij dat van de psychiater aanhaalt, ten onrechte de DSM-IV-vermelding ‘As III: slaapstoornis’ weggelaten, terwijl hij wel de DSM-IV-vermelding ten aanzien van as I, II en IV weergaf. Beter was geweest als hij had vermeld dat andere zorgverleners, waaronder de psychiater, diagnoses en/of klachten hebben beschreven. Hij had nadrukkelijker kunnen toelichten waarom hij aanleiding zag deze eerder gestelde diagnoses of klachten te relativeren. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Een diagnose geeft op zichzelf nog geen aanleiding om beperkingen te veronderstellen. Het gaat altijd om het totaalbeeld. Klager ervoer op het moment van het onderzoek niet of nauwelijks klachten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 19176

    Verzekeringsarts wordt (onder meer) verweten dat zij klaagster niet heeft gezien bij het onderzoek dat zij als deskundige, benoemd door de Centrale Raad van Beroep (CRvB), heeft uitgevoerd en dat ten onrechte zwaarwegende conclusies worden gehangen aan een door haar aangeboden beperkt neurologisch onderzoek (NPO), terwijl het hier om een retrospectieve beoordeling gaat. College: het ging om een retrospectieve beoordeling en al veel informatie – waaronder ook van toenmalige behandelaars – beschikbaar. Niet onbegrijpelijk dat de verzekeringsarts ervan uitgegaan is dat het zelf horen en onderzoeken van klaagster evident geen toegevoegde waarde had. Het was beter geweest als de verzekeringsarts bij klaagster had nagevraagd of de aanname juist was dat een persoonlijk onderzoek te belastend voor klaagster was. Dat zij dit niet heeft gedaan, is onvoldoende voor een tuchtrechtelijk verwijt. Het door de verzekeringsarts aangeboden NPO was niet noodzakelijk voor het beantwoorden van de vraagstelling van de CRvB. De verzekeringsarts heeft het NPO van jaren daarvoor mede geïnterpreteerd aan de hand van de uitslag van het door haar aangeboden NPO. Dat betekent niet dat zij aan dat laatstgenoemde NPO zwaarwegende conclusies heeft verbonden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:62 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Herstelbeslissing 2019/149 en 2020/235

    De Inspectie dient een klacht in jegens een gz-psycholoog wegens grensoerschrijdend gedrag. De Inspectie heeft drie meldingen over de gz-psycholoog ontvangen en naar aanleiding daarvan onderzoek ingesteld, hetgeen heeft geleid tot onderhavige tuchtklacht, waarin de gz-psycholoog (onder andere) wordt verweten (seksueel getinte) ongepaste opmerkingen te maken en door onprofessionele aspecten bij de behandeling te betrekken, zoals spiritualiteit en buitenlandse goeroes. Ter zitting wordt de klacht gezamenlijk behandeld met de klacht, geregistreerd onder 2019/149, ingediend door één van de patiënten van de gz-psyscholoog.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2002:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/206

    Klaagster is ontevreden over de zorg die is verleend in de praktijk van verweerster. Bij klaagster zijn implantaten ingebracht en is een klikgebit geplaatst. De prothese zat niet goed en klaagster had vaak last van drukplekken. Klaagster vindt dat zij vaker had moeten worden gezien door de implantoloog en dat niet goed op haar klachten is gereageerd. Ook stelt ze dat er leugens in haar dossier staan. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:38 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180010H

    Herzieningsverzoek. De mogelijkheid van herziening van beslissingen van het hof is alleen geopend voor advocaten aan wie een maatregel is opgelegd (art. 1.3 herzieningsprotocol). Het hof oordeelt dat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn herzieningsverzoek, omdat hij geen advocaat is over wie een klacht gegrond is verklaard. Reeds op deze grond zal verzoeker in zijn herzieningsverzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:36 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-583/DB/OB

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagsters klagen dat verweerder pas drie dagen na verzending daarvan aan de rechtbank heeft verweerder een afschrift van een bij de rechtbank op de laatste dag van de termijn ingediend verzoekschrift aan de advocaat van klaagster gestuurd. Hierdoor is klaagster benadeeld. Klaagster had indien zij tijdig op de hoogte was gesteld ook zelf een verzoekschrift ingediend, hetgeen vanwege het verstrijken van de termijn nu niet meer mogelijk is, aldus nog steeds klaagsters. De raad volgt klaagsters niet in dat betoog. Het is de verantwoordelijkheid van de advocaat zelf om te waarborgen dat een vervaltermijn niet verstrijkt zonder dat een verzoek is ingediend. Klaagster sub 1 had ervoor kunnen kiezen om zekerheidshalve namens klaagster sub 2 een verzoekschrift in te dienen, welk verzoekschrift klaagster sub 1 had kunnen intrekken zodra was gebleken dat de werkneemster geen verzoek had ingediend. Dat klaagster sub 1 die keuze niet heeft gemaakt kan verweerder niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Van schending van het in gedragsregel 20 besloten liggende te beschermen verdedigingsbelang is in dit geval mede gelet op het voorgaande naar het oordeel van de raad geen sprake geweest. Gedragsregel 21 is voorts niet van toepassing omdat die gedragsregel ziet op een “aanhangig geding”, waarvan in de onderhavige zaak nog geen sprake was, nu het op 6 december 2019 ingediende verzoekschrift een inleidend processtuk betrof. Voor zover klaagsters klagen over schending van gedragsregel 24 oordeelt de raad dat aan klaagster sub 2 ter zake van overtreding van die gedragsregel, die ziet op de verhoudingen tussen advocaten onderling, geen klachtrecht toekomt, zodat klaagster sub 2 in zoverre niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Vast staat dat verweerder eerst drie dagen na verzending van het verzoekschrift aan klaagster sub 1 een afschrift van het verzoekschrift heeft gestuurd. In het algemeen bevordert een dergelijke handelwijze niet de oplossing van een geschil tussen de cliënten van de raadslieden en levert het ook geen bijdrage aan een sfeer van onderlinge welwillendheid en vertrouwen. De raad acht het gemaakte verwijt echter te gering van betekenis en van onvoldoende gewicht om daaraan enige tuchtrechtelijke gevolgen te verbinden. De raad zal de klacht dan ook ongegrond verklaren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:39 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200022

    Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening in letselschadezaak. Met de raad is het hof van oordeel dat verweerster zich blijkens het dossier op zorgvuldige wijze voor klager heeft ingezet, dat zij intensief contact heef gehad met klager en hem uitgebreid heeft geïnformeerd over de mogelijkheden en de goede en kwade kansen in het kader van de afwikkeling van zijn letselschadezaak. Niet is gebleken dat klager gedurende de behandeling van zijn zaak op enig moment (alsnog) bezwaar heeft gemaakt tegen de door verweerster voorgestelde aanpak en het voorstel om de zaak met een pragmatische regeling af te wikkelen. Met de raad acht het hof het niet opnemen van de posten vermindering pensioenopbouw, inkomensvermindering door werktijdvermindering en wettelijke rente in de (voorlopige) schadestaat minder zorgvuldig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar en constateert het hof dat de zaak van klager is afgerond met een resultaat waarvan niet is gebleken dat dit aan de situatie onvoldoende recht doet. Klachtonderdelen zijn ongegrond, bekrachtiging onder aanvulling van rechtsgronden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-445/DB/OB

    Klacht over optreden advocaat wederpartij in familierechtelijke kwestie. Niet gebleken dat verweerster: onvoldoende professionele afstand heeft gehouden en zich onnodig grievend heeft uitgelaten; feiten heeft geponeerd waarvan zij de onwaarheid redelijkerwijs had moeten kennen; escalerend heeft opgetreden door onvolledige en onredelijke communicatie rondom het onderwerp mediation; escalerend heeft opgetreden door in afwijking van de bij de coach/mediator bekrachtigde afspraken na te laten om binnen een redelijke termijn een voorstel voor een addendum op het ouderschapsplan tussen haar cliënte en klagers aan te leveren dan wel zicht te geven op enige planning hiervoor; en zich in haar rol als advocaat nadrukkelijk heeft geprofileerd als rechter plaatsvervanger en daarmee onvoldoende afstand heeft gehouden tussen beide rollen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-108a

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een chirurg. Gelet op de stukken moet het er voor worden gehouden dat beklaagde als dienstdoende chirurg door het brievensysteem dat destijds in het ziekenhuis gebruikt werd, automatisch – en in dit geval ten onrechte – als hoofdbehandelaar op de SEH-brieven van chirurgisch getrieerde patiënten werd vermeld. In ieder geval is duidelijk dat beklaagde in het geval van de patiënte geen hoofdbehandelaar (of regiebehandelaar) was zoals bedoeld in de jurisprudentie op dit punt van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, in de zin dat de hoofdbehandelaar verantwoordelijk is voor het bewaken van de regie over de behandeling. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-142b

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een uroloog. Hier gaat het erom dat beklaagde niet heeft gewaarborgd dat de noodzakelijke cystoscopie werd verricht, althans dat de patiënt over de noodzaak daarvan voldoende werd voorgelicht om daarvan weloverwogen af te zien. Hoewel een blaascarcinoom inderdaad heel onwaarschijnlijk is bij een zo jonge patiënt en het klopt dat de klachten van de patiënt ook konden passen bij een (niet-bacteriële) infectie, was bij de patiënt sprake van de belangrijkste risicofactor voor een blaascarcinoom: roken. Weliswaar stond ook hierover niets in het dossier, maar dat betekent dat beklaagde hiernaar had moeten vragen, evenals naar de eventuele blootstelling aan of het gebruik van nadere stoffen die de blaas (kunnen) beschadigen. Het College ziet in de door beklaagde geschetste feiten en omstandigheden onvoldoende grond om beredeneerd af te wijken van het uitgangspunt dat bij hematurie een cystoscopie behoort te worden verricht. De klacht is, behalve het tweede klachtonderdeel, gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-142a

    Gegronde klacht tegen een uroloog. In dit geval heeft beklaagde op verschillende punten belangrijke steken laten vallen. Hij heeft niet zorgvuldig de anamnese afgenomen, het dossier niet voldoende bijgehouden en niet gewaarborgd dat de noodzakelijke cystoscopie werd verricht, althans dat de patiënt over de noodzaak daarvan voldoende werd voorgelicht om daarvan weloverwogen af te zien. Deugdelijke dossiervoering door artsen is onder alle omstandigheden van belang – ook indien een specialist ‘eigen patiënten’ heeft –, omdat een zorgvuldig bijgehouden decursus voor de arts zelf een betrouwbare geheugensteun vormt bij een onderbreking van de behandeling, de patiënt (of zijn nabestaanden) ook later inzicht kan geven in de afwegingen van de zorgverlener en de zorgverlener in staat stelt om adequaat verantwoording af te leggen als zijn handelen op enig moment ter discussie wordt gesteld. Bij wisseling of opvolging van zorgverleners zijn deugdelijke aantekeningen in het dossier essentieel om de continuïteit van de zorg te waarborgen. Het dossier schiet in deze opzichten ernstig tekort. Dit heeft er onder andere toe bijgedragen dat de cystoscopie uiteindelijk niet is uitgevoerd, zonder dat de patiënt bij de afweging om dat niet te doen betrokken is. Beklaagde heeft verder erkend dat hij bij de patiënt navraag had behoren te doen naar zijn rookgedrag en eventuele blootstelling aan of gebruik van middelen waarvan bekend is dat zij de blaas (kunnen) beschadigen, maar dat hij dit niet heeft gedaan. Dat beklaagde van het roken niet op de hoogte was, was het gevolg van het onzorgvuldig afnemen van de anamnese. Klacht in alle onderdelen gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 127/2020

    Klacht tegen psychiater over tekortschietende rapportage. Beklaagde heeft zijn rol als regiebehandelaar niet goed vervuld. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-108b

    Ongegronde klacht tegen een arts. Het College is op basis van de in de brief aan de huisarts gemaakte notities en de toelichting van klager en beklaagde van oordeel dat beklaagde op goede gronden geen aanleiding zag om nader onderzoek te verrichten naar een eventuele diepveneuze trombose (DVT) bij patiënte. Dat beklaagde op grond van de anamnese en het lichamelijk onderzoek bij de patiënte de waarschijnlijkheidsdiagnose tendinitis of overbelasting heeft gesteld, acht het College verdedigbaar. Daarom mocht beklaagde op dat moment ook een behandeladvies verstrekken dat paste bij deze waarschijnlijkheidsdiagnose, zonder gebruik te maken van de genoemde richtlijnen, passend bij een DVT. Bij dit alles neemt het College in aanmerking dat de patiënte zich zonder verwijzing van de huisarts had gewend tot de SEH en dat de klachten pas sinds een dag bestonden. Verder bleek bij het onderzoek naar de knieholte van de patiënte geen sprake te zijn van een zwelling of bewegingsbeperking, is roodheid niet genoteerd en is – gelet op de overigens gedetailleerde notities – om die reden ook niet aannemelijk dat daar op dat moment sprake van was. De patiënte heeft tijdens haar bezoek aan de SEH een behandeladvies gekregen, te weten pijnstilling, en beklaagde heeft gezorgd voor een vangnetconstructie: de patiënte is verteld dat zij zich bij aanhoudende klachten moest wenden tot haar huisarts. Dit alles is ook aangetekend in de op dezelfde dag opgestelde ontslagbrief aan de huisarts. Continuïteit van zorg was aldus afdoende gewaarborgd. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-136b

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. In beginsel mag de huisarts in dit soort gevallen erop vertrouwen dat de thuiszorg, die de patiënte dagelijks ziet, de huisarts weet te vinden voor vragen en zorgen. De thuiszorg fungeert dan ook als “de ogen en oren” van de huisarts. Ook een patiënt mag daarop vertrouwen. De mogelijke alarmsignalen die er waren op 10, 12 en 14 juli 2020 hebben de huisartsenpraktijk niet bereikt. Er was dan ook geen aanleiding voor enig handelen van de zijde van beklaagde en/of haar collega-huisarts. Klager meent dat beklaagde (en haar collega-huisarts) ten onrechte in de evaluatiegesprekken hebben gezegd dat er geen sprake was van ontstekingen aan de huid of wond van patiënte. Het College oordeelt dat deze klacht niet echt steun vindt in de uitvoerige verslagen in het huisartsenjournaal waarin beklaagde en haar collega-huisarts adequate uitleg hebben gegeven over hun overwegingen ten aanzien van de behandeling van patiënte. Het College heeft er alle lof voor dat beklaagde en haar collega-huisarts zich zoveel moeite hebben getroost om klager en zijn zuster persoonlijk te spreken en alle uitleg te geven. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-136a

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. In beginsel mag de huisarts in dit soort gevallen erop vertrouwen dat de thuiszorg, die de patiënte dagelijks ziet, de huisarts weet te vinden voor vragen en zorgen. De thuiszorg fungeert dan ook als “de ogen en oren” van de huisarts. Ook een patiënt mag daarop vertrouwen. De mogelijke alarmsignalen die er waren op 10, 12 en 14 juli 2020 hebben de huisartsenpraktijk niet bereikt. Er was dan ook geen aanleiding voor enig handelen van de zijde van beklaagde en/of haar collega-huisarts. Klager meent dat beklaagde (en haar collega-huisarts) ten onrechte in de evaluatiegesprekken hebben gezegd dat er geen sprake was van ontstekingen aan de huid of wond van patiënte. Het College oordeelt dat deze klacht niet echt steun vindt in de uitvoerige verslagen in het huisartsenjournaal waarin beklaagde en haar collega-huisarts adequate uitleg hebben gegeven over hun overwegingen ten aanzien van de behandeling van patiënte. Het College heeft er alle lof voor dat beklaagde en haar collega-huisarts zich zoveel moeite hebben getroost om klager en zijn zuster persoonlijk te spreken en alle uitleg te geven. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:50 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.093

    Klacht tegen KNO-arts. Klager bleef na een aantal eerdere operaties ter verbetering van de vorm en functie van zijn neus last houden van een gestoorde neuspassage. Klager is naar het ziekenhuis verwezen waar de KNO-arts als plastisch aangezichtschirurg, gespecialiseerd in rinoplastiek, werkzaam is. In november 2017 heeft de KNO-arts bij klager een coblatiebehandeling uitgevoerd. Klager verwijt de KNO-arts onzorgvuldig handelen door a. onnodig een coblatiebehandeling van de onderste neusschelpen te verrichten, b. hem niet te informeren over de risico’s van de ingreep en c. te veel zacht weefsel weg te branden, waardoor blijvende schade aan de gezondheid van klager is ontstaan. Het Regionaal verklaart de klacht van klager kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:18 Accountantskamer Zwolle 21/138 Wtra AK

    Beslissing van de wrakingskamer. Het verzoek tot wraking is afgewezen. Dat de behandelend kamer volgens verzoekster niet de juiste vragen heeft gesteld of onvoldoende onderzoek naar de achterliggende stukken zou hebben gedaan, betekent niet dat sprake is van een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid of vooringenomenheid. Het is aan de behandelend kamer om invulling te geven aan de wijze waarop het onderzoek in de hoofdzaak plaatsvindt. Ook verder is niet gebleken van vooringenomenheid of partijdigheid. Evenmin heeft de behandelend kamer politiek bedreven op de zitting.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:49 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.087

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een psychiater. Klager verwijt verweerder dat hij klager op spirituele wijze ernstig bedreigt, hem en de rest van Nederland tot zijn geloof wil bekeren en klager ook op andere wijze op afstand probeert te beïnvloeden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:35 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-026/DB/LI

    Klacht van advocaat tegen advocaat in hoedanigheid van deken. Het kan niet zo zijn dat een advocaat, door een klacht tegen een deken in te dienen, een onderzoek door die deken naar het handelen van die advocaat vertraagt dan wel frustreert. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:25 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/190

    Klaagster verwijt verweerster, een GZ-psychologe, onder meer dat zij een onjuiste behandeling heeft toegepast, dat zij klaagster zonder haar toestemming heeft doorverwezen naar een andere (niet passende) beroepsbeoefenaar, privacy-schending en het voeren van een onjuist dossier. Verweerster bestrijdt de klachten. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/178

    Klacht over pro Justitia rapportage. Klager verwijt verweerster, psychiater, haar conclusies onvoldoende te hebben onderbouwd en dat zij op basis van de vastgestelde persoonlijkheidsstoornis de diagnostische tekortkomingen van de seksuele stoornis tracht te maskeren. Tevens verwijt klager haar het onderzoek met een negatieve grondhouding te zijn aangevangen. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/177

    Klager dient een klacht in over het door een gz-psycholoog over hem opgestelde pro Justitia rapport. Meer in het bijzonder verwijt klager de gz-psycholoog onder meer dat de onderbouwing van de doorwerking van de antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornis volledig ontbreekt en dat hij met de vastgetelde persoonlijkheidsstoornis en haar kenmerken de diagnostische tekortkoming van de seksuele stoornis tracht te maskeren. De gz-psycholoog stelt dat hij de diagnose ook mocht baseren op de voorgeschiedenis en levensloop van klager, op informatie van betrokken derden en op psychodiagnostisch onderzoek en dus zijn diagnose mocht mede baseren op het reeds bestaande tbs-dossier van klager. Volgens de gz-psycholoog heeft hij inzichtelijk beschreven waarom het niet lukte een seksuele stoornis vast te stellen dan wel uit te sluiten. Ook ten aanzien van de invloed op de vastgestelde persoonlijkheidsstoornis en de vermoede seksueel deviante stoornis op het delict wordt helder en zorgvuldig beschreven. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/149 + 2020/235

    De Inspectie dient een klacht in jegens een gz-psycholoog wegens grensoerschrijdend gedrag. De Inspectie heeft drie meldingen over de gz-psycholoog ontvangen en naar aanleiding daarvan onderzoek ingesteld, hetgeen heeft geleid tot onderhavige tuchtklacht, waarin de gz-psycholoog (onder andere) wordt verweten (seksueel getinte) ongepaste opmerkingen te maken en door onprofessionele aspecten bij de behandeling te betrekken, zoals spiritualiteit en buitenlandse goeroes. Ter zitting wordt de klacht gezamenlijk behandeld met de klacht, geregistreerd onder 2019/149, ingediend door één van de patiënten van de gz-psyscholoog. Gegrond, schorsing inschriving register

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:48 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.029

    Klacht tegen KNO-arts. Klager is zelf huisarts en heeft zich tot de beklaagde KNO-arts gewend, omdat hij vermoedde dat hij een peritonsillair abces had. Klager was al begonnen met een antibioticakuur. De klacht houdt in dat beklaagde een onjuist medisch advies heeft gegeven en klager onheus heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht (kennelijk) ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:31 Raad van Discipline Amsterdam 20-684/A/A

    Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Geen sprake van het onjuist informeren van het hof. Evenmin gebleken dat verweerder niet doelmatig heeft geprocedeerd en de belangen van klaagster heeft veronachtzaamd. Verder geen sprake van strijd met gedragsregel 27 of het onjuist informeren van de deken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:32 Raad van Discipline Amsterdam 20-744/A/A

    Klacht over de advocaat van de wederpartij deels gegrond. Verweerster heeft onvoldoende distantie betracht van haar cliënte en is onvoldoende terughoudend geweest in het doen van uitlatingen over klager. Hoewel de raad, gelet op de ernst van de uitlatingen, hiervoor in beginsel een berisping passend acht, zal de raad in dit geval volstaan met een waarschuwing gelet op het tijdsverloop tussen de verweten gedragingen (2013) en het indienen van de klacht (2019).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:33 Raad van Discipline Amsterdam 20-494/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/158

    Klaagster dient een klacht in tegen een tandarts met het verwijt dat de tandarts haar beroepsgeheim heeft geschonden. Volgens klaagster heeft zij geen toestemming gegeven aan de tandarts om haar tandheelkundig dossier te verstrekken aan de juridisch adviseur van de tandarts, die haar bijstaat in een civiele aansprakelijkheidsprocedure. Verweerster voert verweer. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:34 Raad van Discipline Amsterdam 20-648/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:35 Raad van Discipline Amsterdam 20-1023/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerder de letselschadezaak van klager niet voortvarend heeft behandeld. De vertraging die in de zaak is ontstaan is niet aan verweerder te wijten. Verweerder mocht zich in de gegeven omstandigheden beroepen op zijn retentierecht en mocht zich onttrekken aan de zaak.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:36 Raad van Discipline Amsterdam 21-080/A/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/218

    Klaagster is niet tevreden over de handelwijze van de bedrijfsarts en verwijt deze onder meer dat hij geen gedegen advies heeft gegeven, zich onvoldoende heeft vergewist of er inmiddels ook medische arbeidsongeschiktheid was ontstaan, weigerde om externe deskundigen te consulteren, geen probleemanalyse heeft opgesteld, bewust heeft gedraald met het plannen van een 2e consult en zich incorrect heeft uitgelaten. Verder verwijt klaagster de bedrijfsarts dat hij de STECR Werkwijzer arbeidsconflicten niet heeft gehanteerd en heeft gehandeld in strijd met de richtlijn van de NVAB. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/219

    Klaagster is niet tevreden over de handelwijze van de bedrijfsarts en verwijt deze onder meer dat hij geen gedegen advies heeft gegeven, zich onvoldoende heeft vergewist of er inmiddels ook medische arbeidsongeschiktheid was ontstaan en weigerde om externe deskundigen te consulteren. Verder verwijt klaagster de bedrijfsarts dat hij de STECR Werkwijzer arbeidsconflicten niet heeft gehanteerd en heeft gehandeld in strijd met de richtlijn van de NVAB. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/123

    Klaagster verwijt verweerders - onder meer - een verkeerde diagnose te hebben gesteld c.q. de diagnose Lyme te laat te hebben gesteld, alsmede onvoldoende samenwerking in dat verband. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:14 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2068

    Nabestaanden van patiënte, die tijdens haar vakantie is overleden, verwijten huisarts dat hij de klachten van de ongeruste patiënte niet serieus heeft genomen, geweigerd heeft om onderzoek uit te voeren, haar diezelfde dag op een verre reis heeft laten gaan en na haar overlijden geen contact met klagers heeft opgenomen. Gezien klachten, anamnese, onderzoek, werkdiagnose en beleid binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening gebleven. Werkdiagnose en beleid. Geen sprake van weigering onderzoek. Uiterst passieve houding na overlijden patiënte. Verplichting tot het bieden van nazorg. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing en publicatie.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 2092

    Huisarts wordt verweten dat zij een onjuiste verklaring aan de Raad voor de Kinderbescherming heeft afgegeven en dat zij jegens klager onzorgvuldig heeft gehandeld. Verstrekken van objectieve informatie door hulpverlener. Juiste en objectieve weergave en relevant voor het onderzoek naar het welbevinden van de minderjarige kinderen. Gehandeld met inachtneming van KNMG-wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen. Verweerster heeft de belangen van de kinderen en de transparante wijze van handelen naar beide ouders vooropgesteld. Ongegrond. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-015/DB/ZWB

    Het staat een advocaat vrij om van een cliënt betaling van openstaande declaratie te verlangen alvorens nieuwe werkzaamheden voor die cliënt te verrichten. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:32 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-881/DB/OB

    Klacht tegen verweerster in haar hoedanigheid van bijzonder curator over de zoon van klaagster. Het moge zo zijn dat klaagster zich niet kon vinden in het advies van verweerster aan de rechtbank, maar dat maakt niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster heeft in de procedure op het advies kunnen reageren. Verweerster heeft evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door uitstel te vragen. Dat verweerster zich anderszins zodanig heeft gedragen dat zij het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad is niet gebleken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:33 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-864/DB /LI

    Klaagster is bijgestaan door verweerders kantoorgenoot. Van een advocaat-cliëntrelatie is geen sprake geweest. Verweerder kan niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de wijze waarop de kantoorgenoot klaagster heeft bijgestaan, noch van de wijze waarop de kantoorgenoot met haar heeft gecommuniceerd. In zoverre is de klacht kennelijk niet-ontvankelijk. Naar het oordeel van de voorzitter biedt het overgelegde dossier onvoldoende aanknopingspunten om verweerder van de kantoororganisatie een tuchtrechtelijk verwijt te maken. In zoverre is de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/134

    Klacht tegen bedrijfsarts. Volgens klager was verweerder partijdig in een met zijn werkgever ontstaan arbeidsconflict en heeft hij geen onafhankelijk oordeel gegeven over zijn arbeids(on)geschiktheid. Bovendien heeft hij volgens klager ten onrechte geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een second opinion. Verweerder voert verweer. Gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-1020/DB/OB

    Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van bindend adviseur. Verweerster mocht uitgaan van de juistheid van het door ARAG aan haar overgelegde dossier. Niet gebleken dat verweerster de uit het correspondentiedossier voortvloeiende medische informatie verkeerd heeft uitgelegd. Verweerster heeft geen medisch oordeel gegeven, maar op basis van de verkregen medische informatie de haalbaarheid van een procedure getoetst. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:33 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200229

    Klacht is ingetrokken door klager op grond van artikel 47a Advocatenwet. Het hof zal de beslissing van de raad vernietigen en verstaan dat op de klacht niet behoeft te worden beslist.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:34 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190277D

    Appellant heeft zijn beroep ingetrokken. Het hof bepaalt de ingangsdatum van de schorsing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:35 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200237

    Artikel 13 beklag. Klager heeft voor dezelfde zaak opnieuw verzocht om aanwijzing van een advocaat en stelt dat er sprake is van een nieuw relevant feit. De deken laat weten geen nieuw feit in de stukken te hebben aangetroffen. De deken blijft bij zijn standpunt om het verzoek af te wijzen. Er is tot twee keer toe een negatief advies gegeven op de haalbaarheid van de procedure die klager wil starten. Met de deken is het hof van oordeel dat de door klager gewenste procedure geen redelijke kans van slagen heeft en ziet het hof geen aanleiding om te oordelen dat aan klager nogmaals een advocaat moet worden aangewezen.