Zoekresultaten 1481-1500 van de 47477 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:186 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2766
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:186
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7677
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:149
Klacht tegen een GZ-psycholoog deels gegrond. Geen maatregel. Verweerster was als regiebehandelaar betrokken bij de behandeling van klaagsters psychische klachten die waren ontstaan na de geboorte van de zoon van klagers. Hierbij is onder meer gesproken over de spanningen tussen klagers. Uiteindelijk is de behandeling op verzoek van klaagster gestopt. Vlak na beëindiging van de behandeling heeft verweerster een melding gemaakt bij Veilig Thuis in verband met zorgen over de veiligheid van hun zoon. Klagers maken verweerster diverse verwijten over de melding. Het college besluit geen maatregel op te leggen ondanks het deels gegrond verklaren van een klachtonderdeel. Het feit dat verweerster alvorens het doen van de melding bij VT niet eerst contact heeft gezocht met klager en hem heeft uitgenodigd voor een gesprek is in deze zaak van onvoldoende gewicht om tot oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel over te gaan. Het gaat om een relatief geringe tekortkoming bij een overigens verder (inhoudelijk) zorgvuldige doorlopen procedure. Daarbij komt dat het afhouden van contact door klagers de situatie extra lastig maakte.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2767
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:187
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door haar aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van haar verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2768
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:188
Klager werd in 2014 verdacht van betrokkenheid bij de dood van zijn zwangere echtgenote en ongeboren kindje. In verband met deze verdenking was klager onder volledige beperkingen gedetineerd in het cellencomplex in Groningen. Klager werd tijdens zijn verblijf daar gezien door meerdere GGD-artsen, waaronder de arts. Klager verwijt de arts onder meer dat de door hem aan klager verleende zorg onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op het moment dat de arts klager bezocht waren er meer dan drie dagen verstreken na het overlijden van zijn vrouw en ongeboren dochtertje en detentie van klager die iedere betrokkenheid ontkende. Het had op dat moment in de rede gelegen dat de arts had gedacht aan de mogelijkheid van (het ontwikkelen van) een acute stressstoornis en daarop passende actie had ondernomen. Dat arts heeft dit niet gedaan en daarmee niet de zorg verleend die van hem verwacht mocht worden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht op dit punt alsnog gegrond, maar legt de arts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7769
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 14-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:150
Ongegronde klacht tegen de chirurg die betrokken was bij de zorg aan de overleden echtgenote van klager. De klacht gaat onder meer over de vraag of de chirurg klager en zijn echtgenote al dan niet volledig en tijdig heeft geïnformeerd over mogelijke diagnoses (waaronder kanker) en of er – aan de chirurg te wijten - onnodige vertraging is opgetreden in het proces dat uiteindelijk leidde tot de diagnose cholangiocarcinoom.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2504
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:182
Gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts had dienst op de huisartsenpost. Het dochtertje van klaagster, had hoge koorts. Klaagster nam contact op met de huisartsenpost. De triagiste heeft de huisarts gevraagd om via de beeldbellen te beoordelen of er bij het dochtertje sprake was van sufheid. De huisarts vond dat er sprake was van een ziek meisje, maar dat er geen sprake was van sufheid bij een ernstig ziek kind. De triagiste heeft daarop de urgentie van U3 (er is een reële kans op lichamelijke schade op korte termijn, patiënt binnen enkele uren laten beoordelen) naar U5 (er is geen kans op schade op korte termijn, beoordeling door een arts is niet nodig of kan wachten) gebracht. Het dochtertje is drie dagen later overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat hij haar dochtertje niet adequaat heeft beoordeeld en behandeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat dat de beoordeling door de huisarts via beeldbellen, waarbij alleen kortstondig een beeld van het kind te zien is, de informatie die de triagiste in het triagegesprek van klaagster had gekregen en die door de huisarts was gelezen, niet had mogen overrulen. Het kortstondig kijken naar het beeld had er aldus niet toe mogen leiden dat de urgentie werd afgeschaald van U3 naar U5. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8400
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 18-11-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:151
Klacht tegen een vaatchirurg kennelijk ongegrond. Klager kwam op de Spoedeisende Hulp in verband met pijn in zijn linkervoet. Klager had reeds diverse medische klachten, en de wond herstelde onvoldoende. Uiteindelijk werd besloten tot een onderbeenamputatie. Klager verwijt de vaatchirurg, samengevat, dat hij ten onrechte zijn gehele onderbeen heeft geamputeerd. Het college oordeelt, samengevat, dat de vaatchirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en ook niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de definitieve plaats waar de amputatie uiteindelijk door de operateur is bepaald.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2025:183 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2665 en C2024/2666
- Datum publicatie: 20-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZCTG:2025:183
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg is directeur-eigenaar van een kliniek. Klaagster heeft zich in deze kliniek door een collega van de plastisch chirurg laten opereren aan de hals- en kaaklijn. Klaagster was niet tevreden over het resultaat van deze ingreep, waarna een tweede operatie is ingepland. Een dag voor deze tweede operatie heeft een gesprek tussen klaagster en de plastisch chirurg plaatsgevonden, waarbij de eerder voorgestelde (tweede) behandeling is aangepast. De volgende dag is de operatie uitgevoerd door de collega-plastisch chirurg. Klaagster maakt de plastisch chirurg verschillende verwijten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft het klachtonderdeel over het niet geven van bedenktijd gegrond verklaard en aan de plastisch chirurg een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster en het door de plastisch chirurg ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:225 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-209/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 10-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:225
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Diverse verwijten allen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-591/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 05-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:219
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerder mag een ander juridisch standpunt innemen dan klager. Niet gebleken van dreigementen of intimidatie. Verweerder heeft geen onduidelijkheid laten bestaan over zijn hoedanigheid van advocaat. Ook was hij niet verplicht zijn brief naar de FNV-vertegenwoordiger van klager te sturen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7699
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:132
Een patiënte klaagt erover dat haar huisarts haar hulpvraag niet beantwoordde en zonder toestemming medische informatie met een collega deelde. Het tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het gesprek kon door het gedrag van de patiënte niet goed verlopen en het delen van informatie met een collega binnen een praktijk met wie een vervolgconsult is gepland, is toegestaan.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-620/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 12-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:232
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij in een echtscheidingszaak. Verweerster heeft, onder verwijzing naar haar e-mails aan klaagster en de betekeningsexploten van de deurwaarder, toegelicht wat zij heeft ondernomen. Klaagster heeft vervolgens erkend dat zij de e-mails met bijlagen van verweerster in haar e-mailhistorie heeft gevonden, maar zij heeft deze kennelijk over het hoofd gezien. Wat hier ook verder van zij, vast staat dat verweerster daarnaast -zoals juridisch staat voorgeschreven- het verzoekschrift via de deurwaarder heeft laten betekenen. Klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:213 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-587/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:213
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij een in een burengeschil deels niet-ontvankelijk vanwege tijdverloop. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond omdat de juistheid van de klacht niet is vast te stellen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024-7587
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:126
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om van de reeds gestelde diagnose af te wijken. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:226 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-397/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 10-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:226
Klacht van psychologen(praktijk) die als hulpverleners betrokken zijn geweest bij het gezin van verweerder. De klacht van de maatschap is niet-ontvankelijk, omdat niet is gebleken van een rechtstreeks belang. De klacht van klaagster 2 is grotendeels niet-ontvankelijk vanwege misbruik van procesrecht, omdat zij eerder een tuchtklacht heeft ingediend tegen verweerder en deze heeft ingetrokken. De klacht van klaagster 3 is grotendeels niet-ontvankelijk, omdat de klacht te laat is ingediend. Voor zover de klachten van klaagsters 2 en 3 wel ontvankelijk zijn, zijn die ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:220 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-594/DH/RO
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 05-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:220
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Deels kennelijk niet-ontvankelijk, vanwege een gebrek aan rechtstreeks belang. Voor het overige kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat de mededelingen die verweerster gedaan heeft betrekking hebben op schikkingsonderhandelingen. Evenmin gebleken dat zij de rechter onjuist heeft geïnformeerd. Van het overleggen van vertrouwelijke confaternele correspondentie is geen sprake.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:133 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7585
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:133
Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegronde klacht tegen psychiater. De klacht van patiënt betreft onder meer het stellen van een onjuiste diagnose en het voorschrijven van verkeerde medicatie. Geen reden om van de reeds gestelde diagnose af te wijken. Toegediende medicatie was passend bij het ziektebeeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:233 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-312/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 17-11-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:233
Raadsbeslissing. Klacht over aangewezen advocaat, die positief over de zaak zou hebben geadviseerd. Kantoorgenoot heeft vervolgens aan klager laten weten dat het starten van een kort geding onvoldoende kansrijk achtte. Niet gebleken is dat het advies van de kantoorgenoot onjuist was. Voor zover de klacht ook ziet op het door verweerder inschakelen van zijn kantoorgenoot, is de klacht eveneens ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:214 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-588/DH/DH
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 29-10-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:214
Voorzittersbeslissing. Klacht over cassatieadvocaat. De klacht is voor een deel niet-ontvankelijk, omdat klaagster ruimschoots na afloop van de klachttermijn van drie jaar over verweerder heeft geklaagd. De klacht is voor een deel kennelijk ongegrond, omdat van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder bij het doorsturen van de aansprakelijkstelling aan zijn assurantietussenpersoon niet is gebleken.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7320
- Datum publicatie: 19-11-2025
- Datum uitspraak: 19-11-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:127
Klager verwijt de huisarts van zijn overleden moeder dat zij een blaasontsteking niet heeft herkend en behandeld, onterecht zware medicatie heeft voorgeschreven en haar niet heeft bezocht in het weekend voor haar overlijden. Het tuchtcollege oordeelt dat de huisarts zorgvuldig heeft gehandeld. Zij volgde de geldende richtlijnen bij het urineonderzoek; er was geen blaasontsteking. De medicatie paste bij de palliatieve fase waarin de moeder verkeerde. De huisarts hoefde in het weekend niet bereikbaar te zijn, maar had wel 24-uurszorg geregeld. Klacht ongegrond.