Zoekresultaten 14061-14080 van de 47538 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 056/2020

    Klacht tegen een arts/medisch adviseur van een huisartsenpost (HAP). De klacht betreft het optreden van de medisch adviseur bij gesprekken met klagers naar aanleiding van een door hen ingediende klacht over de behandeling van de hulpvraag voor hun zoon door de HAP. Tweede tuchtnorm. Klagers verwijten de medisch adviseur dat deze geen gehoor wilde geven aan het verzoek van klagers om de betrokken triagist bij de gesprekken aanwezig te laten zijn en dat beklaagde hen tijdens de gesprekken gevoelloos, kwetsend en schreeuwend te woord heeft gestaan. Het college oordeelt dat het eerste niet aan beklaagde kan worden verweten. Het college gaat er verder van uit dat beklaagde de door klager bedoelde bewoordingen heeft gebruikt. Het college kan niet vaststellen dat beklaagde daarbij heeft geschreeuwd. Hoewel het college zich kan voorstellen dat de zakelijke uitleg van beklaagde en de door hem gekozen bewoordingen weinig tactvol en empathisch op klagers zijn overgekomen, kan gelet op de context niet worden gezegd dat beklaagde daarmee de grenzen heeft overschreden van wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Het college beoordeelt de klachten daarom als ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:253 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200207

    Appelverbod. De stellingen betreffen geen fundamentele rechtsbeginselen maar zien op de inhoudelijke beslissing van de zaak. Naar vaste rechtspraak van het hof (zie onder meer ECLI:NL:TAHVD:20220:213) leveren motiveringsklachten geen schending op van een fundamenteel rechtsbeginsel. Er is dus geen grond om het appelverbod te doorbreken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-315

    Klaagster klaagt over diverse aspecten van de dienstverlening door verweerster. Dat verweerster onvoldoende deskundig was heeft klaagster niet onderbouwd. Verweerster heeft naar het oordeel van de raad wel zorgvuldig gehandeld toen er naar haar mening sprake was van een vertrouwensbreuk en zij daarom de belangen van klaagster niet langer kon behartigen. Wel gegrond is het verwijt dat klaagster geen opdrachtbevestiging heeft ontvangen en dat verweerster klaagster niet tussentijds heeft geïnformeerd over het door haar gewerkte aantal uren. Dit had wel op haar weg gelegen alleen al vanwege het feit dat het verweerster duidelijk moet zijn geweest dat de kans dat klaagsters toevoeging zou worden ingetrokken reëel was. Dat klaagster bij de mondelinge behandeling werd bijgestaan door de kantoorgenoot/dochter van verweerster die van meet af aan bij de behandeling van de zaak van klaagster was betrokken, is naar het oordeel van de raad geen tuchtrechtelijk vergrijp. De raad legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-024

    Ongegronde klacht tegen een arts. Het College is van oordeel dat beklaagde over de totstandkoming van het advies geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. Zij heeft haar advies uit de eerdere conceptrapportage aangepast in de definitieve versie en daarin speelde kennelijk onder meer een rol dat klager op dat moment niet wilde meewerken aan het voorgestelde psychologisch onderzoek. Het is helder hoe beklaagde tot haar conclusie is gekomen en dit roept bij het College geen vragen op. Overigens blijkt, naar het oordeel van het College, een min of meer gelijke conclusie uit het psychologisch onderzoek. Het komt het College voor dat beklaagde en de psycholoog klager willen beschermen, met name door hem te adviseren om zijn grenzen te herkennen en te bewaken. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:247 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200194

    Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2020:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2019/104

    Klacht tegen een cardioloog wegens vermeend onzorgvuldig handelen. Klaagster verwijt beklaagde dat hij niet de noodzakelijke voorzichtigheid heeft betracht bij het inzetten van nieuwe medicatie en dat hij heeft nagelaten de voorgeschreven tussentijdse controles uit te (laten) voeren. Voorts verwijt klaagster beklaagde dat hij de herhaaldelijke signalen van klaagster (over haar snel verslechterende gezondheid) niet serieus heeft genomen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-239

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft klaagster binnen de door haar verstrekte opdracht naar behoren bijgestaan. Aangifte bij de politie doen viel daar niet onder. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:132 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 034/2020

    Klacht tegen bedrijfsarts. De klacht betreft de praktijkruimte, het onderzoek en de analyse, de informatie en de klachtenregeling. Klacht niet gegrond al ziet het college op onderdelen verbeterpunten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:254 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200218

    Appelverbod. Er is geen sprake van schending van fundamentele rechtsbeginselen bij de totstandkoming van de verzetbeslissing van de raad. Het appelverbod van artikel 46h lid 7 van de Advocatenwet wordt niet doorbroken. Het gevolg daarvan is dat klager in zijn beroep tegen de bestreden beslissing niet kan worden ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:212 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-338

    Deels gegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft in strijd gehandeld met de substantiëringsplicht. De raad acht hiervoor een berisping passend en geboden. De raad heeft bij het bepalen van de hoogte van de maatregel het uitgebreide tuchtrechtelijke verleden van verweerder in aanmerking genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:248 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200169

    Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:206 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-252

    Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht als advocaat van de wederpartij afgaan op de juistheid van de mededelingen van zijn cliënt zonder nader onderzoek. Partijdige stellingname tijdens de zitting. Geen onnodig grievende uitlatingen in processtukken. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:255 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200090

    Van een advocaat mag worden verwacht dat deze aan hem gerichte berichten binnen een redelijke termijn afdoende beantwoordt. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een advocaat om binnen een redelijke termijn op adequate wijze te reageren op verzoeken van cliënten om een afspraak. Verweerster had zelf (en niet slechts via haar (juridisch) secretaresse) jegens klaagster op haar e-mails en haar terugbelverzoeken dienen te reageren. Bekrachtiging van de beslissing van de raad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:213 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-357

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van een gemeenschappelijk echtscheidingsadvocaat mag worden verwacht. Door niets voor partijen schriftelijk vast te leggen heeft verweerder onvoldoende gedaan om zich ervan te vergewissen dat klaagster de in het echtscheidingsconvenant neergelegde verdeling daadwerkelijk wenste, de gevolgen ervan begreep en niet haar akkoord heeft gegeven vanwege haar afhankelijkheid van haar man. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte een schriftelijke bevestiging aan klaagster van de indiening van het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank achterwege gelaten. Alle klachtonderdelen gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:249 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200183

    Artikel 13 beklag. De deken heeft klager meerdere keren gevraagd stukken te verstrekken waaruit blijkt dat er sprake is van een procedure waarvoor vertegenwoordiging door een advocaat is voorgeschreven of bijstand uitsluitend door een advocaat kan geschieden. Dit heeft klager nagelaten. Uit navraag van de deken bij de rechtbank is gebleken dat voor de zitting waar klager bijstand voor heeft gevraagd vertegenwoordiging door een advocaat niet is voorgeschreven. Evenmin kon bijstand uitsluitend door een advocaat geschieden. Het beklag wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-253

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder zijn cliënten heeft aangezet tot onrechtmatig handelen, noch dat hij de wettelijke dagvaardingstermijn niet in acht heeft genomen, noch dat hij ten overstaan van de rechter onwaarheden heeft verkondigd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:256 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190318

    Artikel 46g Advocatenwet: ontvankelijkheid van de klacht. De termijn van zowel artikel 46g lid 1 aanhef en onder a als de termijn van artikel 46 lid 2 Advocatenwet is overschreden. Bekrachtiging van de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-358

    Klacht over “te slap” optreden eigen advocaat. De mening van de eigen cliënt dat zij een veel steviger aanpak voorstond en het advies van de advocaat veel te genuanceerd vond maakt de aanpak en het advies van advocaat nog niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het werk van een advocaat dient te voldoen aan de binnen de beroepsgroep geldende professionele standaard. Die professionele standaard veronderstelt een handelen met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Naar het oordeel van de raad voldoet de aanpak en het advies van verweerster aan de daaraan te stellen eisen. Daarnaast behoudt een advocaat altijd een eigen professionele verantwoordelijkheid. Wanneer de aanpak van de advocaat niet langer door de client wordt ondersteund, en wanneer de advocaat desondanks bij deze aanpak wenst te blijven, dienen de wegen zich te scheiden, zoals hier het geval is geweest.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:225 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.286

    Klacht tegen cardioloog. Klager is onder medische controle bij de cardioloog vanwege een mitralisklep insufficiëntie. Hij heeft hiervoor elders een operatie ondergaan. Een aantal jaren later blijkt dat een re-operatie nodig is. Klager is asymptomatisch (heeft geen klachten). Bij controle blijk dat klager een ejectie fractie (EF) heeft van 35%. De operatie wordt steeds uitgesteld. Op enig moment wordt klager met klachten opgenomen. Een aantal dagen later wordt klager uit het ziekenhuis ontslagen. Klager laat zich elders re-opereren. Klager verwijt de cardioloog dat hij te lang heeft gewacht met een controle consult nadat bleek dat de ejectie fractie nog maar 35% was en dat hij klager uit het ziekenhuis heeft ontslagen terwijl dat medisch gezien onverantwoord was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-271

    Voorzittersbeslissing. Verweerder kan noch van het feit dat hij zich als klagers advocaat heeft teruggetrokken, noch van de wijze waarop hij dit heeft gedaan een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Kennelijk ongegrond.