Zoekresultaten 51-60 van de 46428 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:2 Raad van Discipline Amsterdam 25-421/A/A

    Verzet ingediend buiten de verzettermijn. De raad overweegt dat niet gebleken is van omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de overschrijding van de termijn van 30 dagen verschoonbaar is. Verzet niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:5 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8492

    Gegronde klacht van inspectie tegen gz-psycholoog. Verweerster is een persoonlijke en seksuele relatie aangegaan met een cliënt tijdens de behandelrelatie, onderhield vriendschappelijke contacten met de cliënt en de echtgenote van de cliënt en drong ver in het leven van de patiënt. Verweerster schonk de cliënt en zijn echtgenote een geldbedrag en deelde informatie over andere cliënten met de cliënt. Maatregel: doorhaling, schorsing en algeheel beroepsverbod.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:130 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759050 / DW RK 24/384 EV/RH

    klagers stelling dat nu gebleken is dat het dossier in 2016 en 2018 onjuist is behandeld door de gerechtsdeurwaarder, kan niet worden beoordeeld. Dit betekent dat de klacht is ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de gerechtsdeurwaarder waarop de klacht betrekking heeft. Klagers klacht wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:12 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2821

    Klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft bij klaagster een borstvergroting uitgevoerd. Zes jaar later kwam klaagster opnieuw bij de plastisch chirurg in verband met pijnklachten in haar rechterborst. Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat hij een onjuist advies heeft gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:6 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2793

    De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. De huisarts heeft de echtgenoot beoordeeld op de huisartsenpost. Dezelfde avond is de echtgenoot overleden. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de huisarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:3 Raad van Discipline Amsterdam 25-557/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat is in alle klachtonderdelen ongegrond. Uit de overgelegde correspondentie blijkt niet dat het duidelijk was dat verweerster namens klaagster hoger beroep zou instellen. Verweerster heeft in dat kader aangevoerd dat een verzoek tot wijziging van de omgangsregeling haar zinvoller leek, dat zij deze strategie ook zo met klaagster heeft besproken en dat klaagster hiermee heeft ingestemd. Dat dit anders is gegaan, heeft klaagster niet onderbouwd met onderliggende correspondentie. Dat verweerster geen stappen heeft ondernomen voor klaagster of dat klaagster op enige andere wijze nadeel heeft ondervonden van de tijdelijke afwezigheid van verweerster, is de raad verder niet gebleken. Evenmin is het de raad gebleken dat verweerster de berichten van klaagster onbeantwoord heeft gelaten of dat zij hierop (te) laat reageerde.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8230

    Kennelijk ongegronde klacht tegen arts. De arts heeft geen foutieve diagnose gesteld en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat de arts klager niet direct heeft doorgestuurd naar het ziekenhuis voor verwijdering van de vetbult.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:131 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/759864 / DW RK 24/401 EV/RH

    De kamer verklaart de klacht gegrond aangezien artikel 4.6 en 4.4 lid 2 van de Gerechtsdeurwaardersverordening zijn overtreden en legt de maatregel van berisping op. Het gedurende een langere tijd gebrekkig of niet communiceren met klager en het vervolgens uitvoeren van een huisbezoek waarvoor geen opdracht was verkregen maakt dat deze maatregel passend en geboden is.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:13 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2864

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klager is in de zomer van 2024 plotseling overleden. De dag ervoor was hij in verband met klachten van – onder meer – koorts en hoofdpijn bij de huisarts op consult geweest. Hij was bang dat hij meningitis had. Klager verwijt de huisarts bovenal dat zij op onzorgvuldige wijze de anamnese heeft afgenomen en zijn zoon ten onrechte niet onmiddellijk heeft ingestuurd naar het ziekenhuis. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:7 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/2814

    De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Ook verwijt klaagster de huisarts dat hij na het overlijden van haar echtgenoot geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen nog over het verwijt dat de huisarts geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege verklaart die klacht alsnog gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.