Zoekresultaten 41-50 van de 47374 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:55 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-231/DB/LI
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 28-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:55
Voorzittersbeslissing. Waar verweerster uitdrukkelijk heeft weersproken dat zij aan klager rechtsbijstand heeft verleend en de voorzitter dit ook niet is gebleken uit de overgelegde stukken, kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerster klager heeft bijgestaan. Omdat niet is gebleken dat verweerster klager heeft bijgestaan, mist de klachtonderdeel 1, dat betrekking op de kwaliteit van de dienstverlening, feitelijke grondslag. Klachtonderdeel 1 is dus kennelijk ongegrond. Dat verweerster, in haar hoedanigheid van kantoordirecteur, klager heeft aangesproken op nakoming van de overeengekomen betalingsregeling, maakt niet dat verweerster het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Verweerster mocht klager namens het kantoor verzoeken tot betaling. Klachtonderdeel 2 is kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TNORARL:2026:5 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/451778 KL RK 25-74
- Datum publicatie: 11-05-2026
- Datum uitspraak: 30-01-2026
- ECLI:NL:TNORARL:2026:5
De notaris is benoemd tot opvolgend executeur in de nalatenschap van de broer van klager. De klacht is niet-ontvankelijk voor zover deze betrekking heeft op andere personen dan de notaris. De klacht is voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 240046H
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:143
Verzoek om herziening niet-ontvankelijk. De beslissing waar verzoekster zich op heeft beroepen (ECLI:NL:TAHVD:2022:141) betrof een beklag tegen een weigering van een deken om een advocaat toe te wijzen. Voor die procedures op grond van artikel 13 Advocatenwet, waarin de positie van een klager wezenlijk anders is dan in een klachtprocedure, heeft het hof een uitzondering gemaakt. Nu het hier echter een klachtprocedure betreft tegen een andere advocaat doet de uitzondering die het hof heeft gemaakt zich niet voor.
-
ECLI:NL:TACAKN:2026:47 Accountantskamer Zwolle 25/1518 Wtra AK
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TACAKN:2026:47
Afdoebeslissing. Klacht na zitting ingetrokken.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:91 Raad van Discipline Amsterdam 25-693/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:91
Raadsbeslissing; ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8565
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:104
Klaagster verwijt de klinisch psycholoog dat zij ten onrechte is behandeld voor een persoonlijkheidsstoornis zonder dat een diagnose is gesteld en zonder haar toestemming. De klinisch psycholoog is op basis van een zorgvuldige afweging tot de diagnose gekomen en heeft het diffuse karakter van de problematiek van klaagster in acht genomen. Geen sprake van een onjuiste declaratie. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:144 Hof van Discipline 's Gravenhage 250334
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:144
Voorvragen over de ontvankelijkheid en omvang van het hoger beroep. Appelverbod. Verder geldt op grond van artikel 57 lid 4 Advocatenwet dat het hof onderzoek doet op grondslag van de beslissing van de raad. Dat betekent dat de klacht niet kan worden uitgebreid in hoger beroep. Hoger beroep ontvankelijk ten aanzien van één van de in totaal vijf klachtonderdelen. Verweerder was de wederpartij van klager in een procedure met betrekking tot de onderbewindstelling van een cliënte van klager. Verweerder was de advocaat van de bewindvoerder /mentor. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat klager zijn cliënte (financieel) heeft benadeeld en is in dat verband een procedure bij de Geschillencommissie Advocatuur gestart. Klagers verwijten verweerder dat hij in die procedure standpunten heeft aangevoerd waarvan hij wist, of behoorde te weten, dat deze onjuist zijn, dan wel zaken heeft weggelaten of onjuist heeft weergegeven. De Raad van Discipline in het ressort Den Haag (hierna: de raad) heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers zijn het met die beslissing niet eens en zijn in hoger beroep gekomen. Het Hof van Discipline (hierna: het hof) bekrachtigt de beslissing van de raad.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2026:92 Raad van Discipline Amsterdam 25-904/A/A
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 04-05-2026
- ECLI:NL:TADRAMS:2026:92
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen advocaat is in alle onderdelen ongegrond. Het is de raad niet gebleken dat verweerster onvoldoende voortvarend zou hebben opgetreden, of dat sprake is geweest van een verkeerde uitleg aan klager of een ontbrekend inzicht van verweerster.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8417
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:105
Ongegronde klachten tegen een internist-oncoloog en een chirurg. Beide klachten zijn ingediend door de patiënt; de zoon van klager. De patiënt had uitgezaaide galwegkanker in de lever. Na het overlijden van de patiënt heeft klager (de vader) de klacht doorgezet. De patiënt werd behandeld door de internist en geopereerd door de chirurg. Over deze behandelingen/operaties was de patiënt erg ontevreden. De patiënt heeft de internist en chirurg een groot aantal verwijten gemaakt, waaronder medische nalatigheid, schending informed consent en onvoldoende communicatie. De artsen hebben verweer gevoerd. Klachten ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:145 Hof van Discipline 's Gravenhage 250269
- Datum publicatie: 08-05-2026
- Datum uitspraak: 08-05-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:145
Verweerster was de advocaat van de wederpartij van klaagster in een arbeidsrechtelijk geschil. Verweerster heeft namens haar cliënt de rechtsgeldigheid betwist van een aantal in de arbeidsovereenkomst van haar cliënt opgenomen bedingen. Daarnaast heeft verweerster uitleg gegeven over waarom haar cliënt na zijn uitdiensttreding bij klaagster gebruik is blijven maken van het handelsgegevenssysteem van klaagster. Daarbij heeft verweerster zich volgens klaagster onnodig grievend over klaagster uitgelaten (klachtonderdeel a) en onjuiste informatie aan de rechter verstrekt (klachtonderdeel b). De Raad van Discipline in het ressort Den Haag heeft beide klachtonderdelen ongegrond verklaard. Klaagster is het daar niet mee eens en heeft hoger beroep ingesteld. Het Hof van Discipline bekrachtigt de beslissing van de raad.