We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 14011-14020 van de 47908 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.019

    Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door verweerder is akkoord gegeven voor de operatie. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – dat hij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.007 en c2020.010

    Klacht tegen gynaecoloog. De dochter van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht (bestaande uit 27 onderdelen) gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, aan de gynaecoloog de maatregel van waarschuwing opgelegd en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Beide partijen komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart beide beroepen deels gegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege met bevestiging van deze beslissing voor het overige. Het Centraal Tuchtcollege wijst het verzoek om veroordeling van de gynaecoloog in de proceskosten van het beroep af, handhaaft de maatregel van waarschuwing en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:63 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/85

    Klacht tegen twee dierenartsen met betrekking tot een operatie bij een hond in verband met een maagtorsie. Dierenarts 1 wordt verweten bij de operatie, na het repositioneren van de maag, deze onjuist heeft gefixeerd waardoor complicaties zijn opgetreden. Deze klacht is gegrond verklaard, met oplegging van een waarschuwing. Dierenarts 2 wordt verweten tijdens de operatie foutief te hebben gehandeld met betrekking tot de anesthesie. Deze klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.074

    Klacht tegen internist. Klaagster is door de specialist waar zij onder behandeling was wegens een schildklieraandoening verwezen naar het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. In de verwijsbrief is vermeld dat klaagster een aantal specifieke vragen over thyrax/cytomel-omzetting met de internist wilde bespreken. Zij was van mening dat de L-T4 + L-T3 combinatietherapie door een foutieve onderzoeksopzet uiterst dubieus was. Klaagster heeft vervolgens op de poli endocrinologie met een AIOS gesproken over het beleid en de studies. Nadien heeft zij hierover ook met de internist herhaaldelijk schriftelijk en mondeling contact gehad. Klaagster verwijt de internist onder meer een onjuiste uitleg van de onderzoeks-trials en het weglopen bij de medische/wetenschappelijke discussie door het inschakelen van een advocaat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels ongegrond en deels niet‑ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:16 Raad van Discipline Amsterdam 20-978/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kantoorgenoot van voormalig advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder kan niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van de door zijn kantoorgenoot opgestelde dagvaarding. Dat verweerder klager namens het kantoor een aanmaning heeft gestuurd in verband met de nog openstaande advocaatkosten is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.026

    Klacht tegen orthopedisch chirurg in opleiding. Klaagster was bij beklaagde op consult in verband met knie-, enkel-, elleboog- en schouderklachten. Er is een MRI van de knie gemaakt en daarna is bij klaagster een operatie aan haar rechteronderbeen uitgevoerd waarna zij klachten bleef houden, bestaande uit pijn in haar voet en enkel en irritatie aan haar onderbeen. Klaagster is na enige tijd nogmaals door een collega van verweerder aan haar been geopereerd, verweerder heeft hierbij geassisteerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg, gebrekkige voorlichting en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.110

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster was onder behandeling bij de gynaecoloog in verband met diep infiltrerende endometriose. Zij is hiervoor in 2013 geopereerd, de gynaecoloog was toen hoofdoperateur. Ruim een maand na de operatie is bij klaagster een fistel tussen het rectum en de vagina vastgesteld. Later zijn nog diverse hersteloperaties uitgevoerd. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat zij voorafgaand aan de operatie niet is geïnformeerd over het risico op een rectovaginale fistel bij endometriosechirurgie, dat de gynaecoloog als hoofd operateur betrokken was bij een operatie waarbij een medische kunstfout is gemaakt waardoor een fistel is ontstaan, en dat klaagster na de operatie uit het ziekenhuis is ontslagen terwijl sprake was van vaginale ontlasting. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.020

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als orthopedisch chirurg in opleiding werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een anesthesioloog is akkoord gegeven voor de operatie. Bij de operatie was verweerder betrokken als assistent operateur. Een dag na de operatie heeft verweerder klaagster eenmalig gezien. Klaagster verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover daarin de eerste twee klachtonderdelen ongegrond zijn verklaard, verklaart klaagster niet-ontvankelijk in deze twee onderdelen, verwerpt het beroep van klaagster voor het overige en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:64 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/20

    Beklaagde wordt verweten dat er na afloop van een onder narcose uitgevoerde gebitsbehandeling bij een hond tijdens de recovery een te hete kruik tegen de rug van de hond is aangelegd, waardoor er een brandwond is ontstaan. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.008

    Klacht tegen gynaecoloog. De dochter van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht (bestaande uit 19 onderdelen) gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, aan de gynaecoloog de maatregel van waarschuwing opgelegd en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het beroep van klagers deels slaagt. Het college vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klacht, deels op andere gronden, gedeeltelijk gegrond. Het Centraal Tuchtcollege wijst het verzoek om een veroordeling in de kosten van de procedure in beroep af, handhaaft de maatregel van waarschuwing en gelast publicatie van de beslissing.