Zoekresultaten 11-20 van de 6330 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:351 Hof van Discipline 's Gravenhage 260337

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Procedure waarvoor aanwijzing van advocaat is verzocht geen redelijke kans van slagen

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:345 Hof van Discipline 's Gravenhage 260137

    Klacht ingetrokken. Het hof vernietigt de beslissing van de raad en verstaat dat de klacht geen behandeling meer hoeft.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9014

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Bij klaagster was al langere tijd sprake van ernstige psychiatrische problematiek. De psychiater was haar behandelaar. Klaagster heeft een suïcidepoging gedaan, met blijvend letsel tot gevolg. Klaagster verwijt de psychiater kort gezegd dat hij haar onvoldoende en inadequate zorg heeft verleend.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025-9158

    Klacht tegen huisarts wegens het aangaan van een affectieve seksuele relatie zonder afkoelingsperiode is gegrond. Ook heeft de huisarts klaagster niet doorverwezen naar de juiste hulp. Het college legt een voorwaardelijke schorsing van zes maanden op, met als bijzondere voorwaarde dat de huisarts zich onder behandeling stelt.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:232 Raad van Discipline Amsterdam 26-285/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft klager in een van haar stukken het Münchhausen-by-proxy-syndroom toegedicht, zonder dat hieraan een medische diagnose ten grondslag lag. Naar het oordeel van de raad diende de vermelding van dit syndroom, ook al was dat tussen haakjes gezet, geen kennelijk doel en was daarmee onnodig en grievend. Het gaat hier bovendien om een familierechtzaak, waarbij een advocaat – vanwege de vaak hoog oplopende emoties en gevoelige verhoudingen – de nodige terughoudendheid moet betrachten om escalatie te voorkomen. Klacht gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:233 Raad van Discipline Amsterdam 26-194/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de voormalig eigen advocaat. De klacht omvat meerdere klachtonderdelen. Een daarvan is niet-ontvankelijk, omdat dit klachtonderdeel al bij een eerdere klachtprocedure aan de orde is geweest. De overige klachtonderdelen verklaart de raad ongegrond, omdat het aldaar gestelde is betwist en ook niet nader is onderbouwd. Hetgeen verweerder door klager wordt verweten kan daarom niet worden vastgesteld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:160 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9275

    Klacht tegen huisarts. Klaagster is met haar minderjarige dochter bij de huisarts op het spreekuur geweest, omdat zij vermoedde dat er sprake was van mishandeling en (seksueel) misbruik door de vader van haar dochter (ex-partner van klaagster). Klaagster verwijt de huisarts dat hij in een lopend onderzoek door de Raad van de Kinderbescherming zijn beroepsgeheim heeft geschonden door zonder toestemming met de Raad te spreken en informatie over haar te delen. Het college oordeelt dat de huisarts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld voor zover hij klaagster niet heeft geïnformeerd over het delen van de betreffende informatie. Aan de huisarts wordt hiervoor een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:341 Hof van Discipline 's Gravenhage 260158

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Niet duidelijk tegen wie klager wil procederen, welke vordering hij wil instellen en wat klager met een procedure denkt te kunnen bereiken. Daarom onvoldoende kans van slagen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:234 Raad van Discipline Amsterdam 26-164/A/A

    Verzet. In de voorzittersbeslissing heeft de voorzitter overwogen dat klaagster heeft nagelaten concrete passages uit de overgelegde correspondentie aan te wijzen die als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt. De raad kan zich met die overweging verenigen. Het is namelijk aan klaagster om concreet aan te geven welke bewoordingen als onnodig grievend kunnen worden aangemerkt en dat heeft ze naar het oordeel van de voorzitter nagelaten. Het enkel overleggen van stukken waaruit de voorzitter zelf zou moeten afleiden wat klaagster als grievend zou kunnen aanmerken is een onjuiste opvatting van de taak van de raad in het klachtrecht. De overige verzetgronden missen iedere feitelijke grondslag. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:161 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9059

    Klacht door ouders over de behandeling van hun (destijds) 15-jarige zoon. Deze zoon werd destijds door de huisarts aangemeld bij de zorginstelling met vermoeden van een autismespectrumstoornis en gedragsproblematiek. Klagers verwijten de verpleegkundige, samengevat, dat hij hen onvoldoende heeft meegenomen in de behandeling. Het college oordeelt dat de klacht deels gegrond is en legt de maatregel van een berisping op.