Zoekresultaten 1-10 van de 46283 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:1 Hof van Discipline 's Gravenhage 250103

    Klaagster overlijdt enkele dagen voor de mondelinge behandeling bij het hof. Anders dan in eerdere beslissingen (onder meer ECLI:NL:TAHVD:2016:49) ziet het hof geen aanleiding om voor de processuele gevolgen van het overlijden van klaagster aansluiting te zoeken bij art. 47a Advocatenwet. Het hof beslist op grond van wat over en weer in hoger beroep is aangevoerd. Beide partijen zijn in beroep niet-ontvankelijk: klaagster heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de raad om verweerster geen maatregel op te leggen en zij heeft daarnaast nieuwe klachten aangevoerd. Verweerster heeft in het verweerschrift (na afloop van de appeltermijn van 30 dagen) beroepsgronden gericht tegen het gegrond verklaarde klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:2 Hof van Discipline 's Gravenhage 250128

    Artikel 13 beklag ongegrond. Ook als de vordering die klager wil instellen niet is verjaard, heeft deze onvoldoende kans van slagen. Bovendien kan klager daarmee niet bereiken wat hij eigenlijk wil.

  • Novitaris-arrest In een ABCD transactie heeft klaagster (B) geklaagd over de wijze waarop de (oud-)notarissen zijn omgegaan met de betaling van de verschuldigde geldbedragen aan pandhouders/beleggers. Klaagster meent dat de (oud-)notarissen tot betaling over moesten gaan zodra er betaald was door A.De kamer heeft geoordeeld dat klaagster een belang heeft bij haar klacht, nu zij gehouden is de kosten koper te dragen op het moment dat het tot betaling van de beleggers komt.Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht tegen de oud-notaris, omdat haar klacht tegen hem te laat is ingediend. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing.Het gevestigde pandrecht ten behoeve van de beleggers, is ondeelbaar. Bovendien was niet duidelijk wie van de beleggers gerechtigd was tot een gestort geldbedrag op de derdengeldenrekening van het notariskantoor. De notarissen mochten besluiten hun ministerie op te schorten om nader onderzoek te verrichten, dan wel om te wachten tot het volledige geldbedrag ten behoeve van alle beleggers was voldaan. De kamer oordeelt dat de notarissen in de rechten en belangen van derden een gegronde reden mochten zien om hun dienst te weigeren dan wel op te schorten.Ten aanzien van de klacht over de gevorderde kosten door de notarissen, oordeelt de kamer dat deze onvoldoende is onderbouwd en dat de door de notarissen geschetste gang van zaken redelijk voorkomt.

  • ECLI:NL:TNORARL:2025:40 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/446965 KL RK 25-14

    Klacht is niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:313 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8108

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verpleegkundig specialist. Onder de destijds geldende richtlijn heeft de verpleegkundig specialist terecht een re-excisie geadviseerd na de verwijdering van een verdacht plekje op het voorhoofd van klager door de plastisch chirurg. Dat de verpleegkundig specialist over de bevindingen van de patholoog en/of over de re-excisie onjuiste informatie zou hebben verstrekt aan klager is niet gebleken, noch dat zij de klachtencommissie van het ziekenhuis onjuist zou hebben geïnformeerd. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:307 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8063

    Gegronde klacht tegen een gynaecoloog. De gynaecoloog is ten onrechte uitgegaan van een miskraam. Er was sprake van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap bij klaagster. De gynaecoloog had tijdens het consult meer onderzoek moeten doen door de hCG-waarde te laten bepalen. Hierin is de gynaecoloog tekort geschoten. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:233 Raad van Discipline Amsterdam 25-365/A/A 25-366/A/A

    Raadsbeslissing. Klachten van advocaten over advocaten (over en weer) zijn deels niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang en deels ongegrond. Uitgangspunt is dat ook in tuchtrechtelijke aangelegenheden waarheidsvinding prevaleert en daardoor relevante informatie niet snel buiten beschouwing zal worden gelaten. De raad ziet geen aanleiding of bijzondere omstandigheden op grond waarvan anders zou moeten worden geoordeeld. Dat mr. DW zich toegang heeft verschaft tot de WhatsAppconversatie van mr. K, en deze informatie vervolgens heeft ingebracht in de procedures, wordt naar het oordeel van de raad gerechtvaardigd door de (uit deze informatie volgende) handelswijze van mr. K en de inhoud van de aangetroffen WhatsAppgesprekken. Dat mr. DW hiermee het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad, is de raad niet gebleken. Daarnaast is naar het oordeel van de raad geen sprake van het door mr. K doen van uitlatingen die het vertrouwen in de advocatuur hebben geschaad. De raad weegt hier met name in mee dat mr. K de betreffende uitlatingen in besloten kring en daarmee niet in de openbaarheid heeft gedaan en dat het nooit de bedoeling (van mr. K) is geweest om de uitlatingen op enige wijze in de openbaarheid te laten komen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:308 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8062

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is werkzaam als fertiliteitsarts en heeft klaagster gezien bij klachten bij een vroege zwangerschap. De arts mocht stellen dat er mogelijk sprake was van een miskraam en heeft voldoende onderzoek verricht. Uiteindelijk is gebleken dat klaagster een buitenbaarmoederlijke zwangerschap had. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:234 Raad van Discipline Amsterdam 25-447/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:309 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8536

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is bij de tandarts onder behandeling geweest en zij stelt dat de tandarts te veel heeft gedeclareerd bij de verzekering. De tandarts heeft dit niet betwist, maar heeft toegelicht dat er sprake is van een vergissing en dat hij hiervoor verantwoordelijkheid neemt. Het college is van oordeel dat het gaat om een vergissing van de tandarts die hij heeft willen goedmaken. Dat de tandarts het door hem te veel gedeclareerde heeft teruggestort aan de verzekeraar, is daarvan de bevestiging. Kennelijk ongegrond.