Zoekresultaten 9951-9960 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:151 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4193

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Klager heeft een behandeling ondergaan bij de tandarts, waarbij eerst een prothese is aangemeten en vervolgens een nieuwe brug is geplaatst. De klacht bestaat uit zes onderdelen. Klager verwijt de tandarts onder andere onjuiste advisering, slechte uitvoering van de behandeling, en onjuiste facturering. Klacht in al haar onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:158 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3929

    Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. Klaagster is gedurende twaalf jaar bij de tandarts onder behandeling geweest. De echtgenoot van klaagster heeft met de tandarts per e-mail gecorrespondeerd over een aantal bij klaagster uitgevoerde behandelingen. Naar aanleiding van deze mailwisseling heeft de tandarts de behandelingsovereenkomst met klaagster opgezegd. De klacht gaat onder meer over het niet verstrekken van informatie en het onzorgvuldig beëindigen van de behandelingsovereenkomst. Het college overweegt dat een patiënt recht heeft op informatie over de uitgevoerde behandelingen. De tandarts had niet kunnen volstaan met het enkel toesturen van de patiëntenkaart van klaagster. Dit onderdeel is gegrond. Wat betreft het opzeggen van de behandelingsovereenkomst heeft de tandarts naar voren gebracht dat de vertrouwensrelatie was verstoord. Ze voelde zich gekwetst door de echtgenoot van klaagster. Het college is er niet van overtuigd dat het gedrag van de echtgenoot van klaagster een zodanige gewichtige reden heeft opgeleverd dat de behandelingsovereenkomst opgezegd mocht worden. Daarnaast heeft de tandarts bij het beëindigen de nodige zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen. Twee klachtonderdelen over dubbele declaraties zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:255 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-160/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:249 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-162/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. De klachtonderdelen over het handelen van verweerder in de periode 2013 tot en met 2017 zijn niet-ontvankelijk, omdat klager die te laat bij de deken heeft ingediend. Het klachtonderdeel over grievende uitlatingen van verweerder in processtukken is voor een deel niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond. Uit de bewuste processtukken blijkt dat verweerder daarin het standpunt van zijn cliënte verwoordt in een zaak waarin klager om de onderbewindstelling van zijn tante heeft gevraagd. Dat verweerder in reactie daarop in het belang van zijn cliënte in niet mis te verstane bewoordingen uiteen heeft gezet hoe zijn cliënte over klagers verzoek denkt, is niet onbegrijpelijk. Daarbij is het niet gebleken dat bepaalde woorden waar klager zich door gegriefd voelt, zoals ‘stief adoptieneven’ en ‘hebzucht’, door verweerder zijn bedacht. Verweerder heeft daarbij echter niet de grenzen van het betamelijke overschreden. Ook de passages in zijn verweer op de klacht waarin verweerder aan klager refereert, kunnen niet als onnodig grievend worden gekwalificeerd. Verweerder heeft min of meer het standpunt van zijn cliënte herhaald en toegelicht hoe zijn cliënte over het door klager ingediende verzoek tot onderbewindstelling dacht. Daar kan verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt van worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:256 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-160/AL/OV

    Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:250 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-183/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij in een familiekwestie. Uit het gebruik van de woorden ‘labiel’ en ‘hoer’ om klaagster en haar gedrag mee aan te duiden in relatie tot haar geschiktheid als ouder leidt de raad af dat verweerder zich heeft laten meeslepen door de emoties van zijn cliënt ten opzichte van klaagster, terwijl hij hier juist met een professionele afstand mee om had moeten gaan. De uitlatingen over het liefdesleven van klaagster zijn niet alleen onnodig maar ook onnodig grievend ten opzichte van klaagster. Niet gebleken van enig zelfinzicht bij verweerder. Klacht gedeeltelijk gegrond. Berisping en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:257 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-041/AL/MN

    Klacht tegen de eigen advocaat in een vreemdelingenzaak. Verweerder heeft de belangen van klaagster geschaad door zijn toezegging niet na te komen en door onvoldoende duidelijk met klaagster te communiceren over de termijn en kansen van hoger beroep. De raad is van oordeel dat verweerder ook onvoldoende nazorg heeft geleverd. Verweerder heeft klaagster er niet op gewezen dat hij voor beroepsaansprakelijkheid verzekerd is. Hij heeft klaagster ook niet gewezen op de mogelijkheid om de procedure opnieuw te voeren; een mogelijkheid die volgens de verklaring ter zitting van verweerder veelvuldig wordt benut in vergelijkbare kwesties en die niet bij voorbaat kansloos is. Dat de echtgenoot van klaagster zich bedreigend uitte jegens verweerder verontschuldigt hem niet. Verweerder had de informatie ook schriftelijk of met tussenkomst van een derde met klaagster kunnen delen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-928/AL/NN

    Verzetbeslissing. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:258 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-033/AL/MN

    Klacht tegen de eigen advocaat in een familiekwestie. Verweerder is niet tijdig een verklaringspprocedure gestart, hoewel er twijfels bestonden over de na twee conservatoire beslagen afgelegde derdenverklaringen. Verweerder heeft processtukken te laat ingediend. Verweerder heeft na aansprakelijkstelling verzuimd om stukken naar zijn verzekeraar te sturen. Verweerder is met dit alles uiterst nalatig geweest jegens klaagster. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:252 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-668/AL/MN

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Uit de stukken is de voorzitter gebleken dat verweerder de door klaagster bedoelde vertrouwelijke gevoelige informatie uit het medisch dossier van het UWV heeft gehaald waarover hij wel, en zijn cliënte (de werkgever) niet kon beschikken. Niet is gebleken dat verweerder die informatie ook met zijn cliente heeft gedeeld. Door het gebruik van die gevoelige privé informatie van klaagster in de loonsanctieprocedure heeft verweerder als partijdig advocaat niet de grenzen van het betamelijke overschreden. Kennelijk ongegrond.