Zoekresultaten 44601-44610 van de 46750 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0365 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/293

    Klaagster verwijt de internist dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld. De internist diagnosticeerde een tumor aan de galwegen en dacht dat klaagster in aanmerking zou komen voor een zogenaamde DROP-trial en verwees haar naar een ander ziekenhuis. De medische specialisten aldaar hebben echter geoordeeld dat de operatie niet op basis van de DROP-trial kon plaatsvinden. Klaagster is uiteindelijke met succes op traditionele wijze geopereerd. Het RTG acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0359 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/157

    Het betreft een klacht van een huisapotheker tegen een collega-ziekenhuisapotheker. De huisapotheker heeft aan een patiënte methotrexaatspuiten meegegeven in een onjuiste dosering. Klager is de gevestigd apotheker van de huisapotheek en betrok de medicijnen van de ziekenhuisapotheek. Verweerder is zowel hoofd als de gevestigd apotheker van de ziekenhuisapotheek. Klager verwijt verweerder dat de ziekenhuisapotheek aan de huisapotheek methotrexaatspuiten heeft afgeleverd met een onjuiste dosering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de ziekenhuisapotheker niet is tekortgeschoten in zijn taken als hoofd en gevestigd apotheker van de ziekenhuis apotheek en dat hem de verkeerde levering – hoe onmiskenbaar fout deze ook is geweest – in tuchtrechtelijke zin niet kan worden verweten, waarna het Regionaal Tuchtcollege de klacht heeft afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege bevestigd. Zie ook zaak 2009/131 waarin patiënte een klacht heeft ingediend tegen de huisapotheker (klager in deze zaak) welke klacht in hoger beroep is overgenomen door de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0366 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010/050

    Klaagster verwijt de verpleegkundige (zorgcoördinator van een woongroep) dat hij haar dochter heeft mishandeld door haar tegen haar achterste te schoppen waardoor zij rugklachten heeft gekregen en angstig is geworden. Het RTG heeft klaagster ontvankelijk verklaard in haar klacht omdat de verpleegkundige is ingeschreven in het BIG-register en de pedagogische begeleiding aangemerkt kan worden als handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg. De klacht wordt afgewezen omdat mishandeling niet is vast komen te staan noch aannemelijk is geworden. Klaagster heeft het beroep te laat ingediend. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster om die reden niet ontvankelijk in het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0360 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/222

    Klaagster heeft besloten ( ter ondersteuning van een aan te vangen echtscheidingsprocedure) zich onder behandeling te stellen van een psychiater. Zij verwijt de arts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door zonder te testen of gedegen onderzoek te doen bij klaagster de diagnose borderline persoonlijkheidsstoornis te stellen. Het RTG acht de klacht deels gegrond zonder oplegging van maatregel met publicatie. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep van de psychiater gegrond en vernietigt de bestreden beslissing met betrekking tot het gegrond bevonden klachtonderdeel.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0361 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009/233

    Bij klaagster zijn in het verleden siliconenprothesen in haar borsten geplaatst en is zij geopereerd aan nadien optredende kapselvorming. Zij is door de arts geopereerd omdat zij haar siliconenprothesen wilde vervangen door waterprothesen. Klaagster verwijt de arts dat hij onmiddellijk voorafgaand aan de operatie niet bij haar is geweest en dat zij door zijn toedoen nu misvormde borsten heeft. Het RTG heeft deze klachten afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0469 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-28

    De betrokkenheid van de oud-notaris met de afwikkeling van de nalatenschappen zou niet verder strekken dan het redigeren en verzenden van de brieven aan Spaarbeleg en het - indien door klaagster gewenst - beoordelen/controleren van de aangifte successiebelasting. Dat de communicatie van klaagster als executeur met haar broer over de afwikkeling van de nalatenschappen niet geheel volgens plan verliep en de opstelling van de broer vertraging in de afwikkeling opleverde, is niet aan de oud-notaris te wijten, te minder nu de regie over de afwikkeling niet onder zijn verantwoordelijkheid viel. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2010:YG0362 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2008/174

    Klaagster heeft vanwege een erfelijke vorm van kanker haar beide borsten preventief laten amputeren. De plastisch chirurg heeft bij klaagster de reconstructieve borstchirurgie uitgevoerd. Klaagster verwijt de arts onzorgvuldig handelen. Zo stelt zij o.m. geen toestemming te hebben gegeven voor de uiteindelijk gekozen operatietechniek. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TNOKSGR:2010:YC0470 Kamer van toezicht 's-Gravenhage 09-40

    De stelling van klagers dat de notaris [tweede zoon erflater] met opzet verkeerd had ingelicht over de verjaring, hebben zij bewezen noch aannemelijk gemaakt. Dat de notaris [tweede zoon erflater] gewezen had op de mogelijkheid van verjaring in het licht van zijn verwachtingen omtrent de afwikkeling van de nalatenschap, is naar het oordeel van de Kamer op zichzelf beschouwd informatief bedoeld en daarom niet tuchtrechtelijk laakbaar. Klacht ongegrond op dit onderdeel. Op ander onderdeel niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2009:YC0461 Kamer van toezicht Rotterdam 16/09

    Klaagster stelt dat de overdracht van het pand door een woningstichting aan een vastgoedhandelaar en de daarop volgende splitsing in appartementsrechten en levering van het aldus ontstane appartementsrecht aan klaagster een constructie is om de maatschappelijke zorgplicht van de woningstichting te ontlopen. Klaagster meent dat de notaris derhalve partijdigheid kan worden verweten. Klaagster verwijt notaris dat hij tekort is geschoten in zijn zorgplicht, aangezien hij klaagster er niet op heeft gewezen dat het in appartementsrechten gesplitst pand twintig jaar oud is en geen onderhoudsfonds heeft. Klaagster stelt dat de bouwvergunning van het pand niet vrij toegankelijk is. Klaagster stelt dat het pand wellicht niet voldoet aan de eisen, die gesteld worden in het kader van beschermd stadstoezicht. Klaagster verwijt notaris dat tussen het moment van tekenen van de koopovereenkomst en het passeren van de akte van levering de bestemming bedrijfsruimte/horeca gewijzigd is in bedrijfsruimte. Notaris heeft verzuimd klaagster te wijzen op deze essentiële wijziging. Beslissing: alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2010:YC0465 Kamer van toezicht Rotterdam 01/10

    Klaagster verwijt de notaris dat hij aan haar vader nooit een afschrift van het op 6 januari 2006 verleden testament heeft verstrekt, waardoor zij er niet van op de hoogte was dat zij in dit testament was aangewezen om de uitvaart te regelen. Daarnaast wordt de notaris verweten de geboortedatum van klaagster onjuist in het testament van 6 januari 2006 te hebben vermeld. Tevens stelt klaagster dat de door de notaris gestelde verplichting om zich bij een bezoek aan de notaris te legitimeren niet berust op de wet. Volgens klaagster hanteert de notaris hiervoor eigen regels. Klaagster verwijt de notaris dat hij de erfgenamen niet de keuze heeft gelaten de nalatenschap al dan niet beneficiair te aanvaarden en dat hij tijdens het gesprek op 20 oktober 2009 heeft gelogen. Volgens klaagster is het niet waar dat Cordaid destijds het voorrecht van boedelbeschrijving heeft ingeroepen, aangezien de notaris Cordaid eerst op 6 november 2009 op de hoogte heeft gesteld van het feit dat zij mede-erfgenaam is. De notaris is de gerechtelijke procedure voor de beneficiaire aanvaarding volgens klaagster derhalve niet op verlangen van Cordaid, maar op eigen initiatief gestart. Ook stelt klaagster dat de notaris haar op eigen initiatief in deze procedure betrokken heeft. Ook verwijt klaagster de notaris dat hij, ondanks haar protesten daartegen, de inboedel van de flat van haar vader heeft laten beschrijven en taxeren en dat zij daaraan voorafgaand slechts enkele spullen uit de flat mocht meenemen. Ten slotte verwijt klaagster de notaris ook op eigen initiatief de sloten van de flat van haar vader te hebben laten vervangen. Beslissing:verklaart de klacht in al haar onderdelen ongegrond.