Zoekresultaten 38891-38900 van de 48250 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3892 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3806/11.208
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 05-11-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3892
Klager is de wederpartij van de cliënte van verweerster in echtscheidings- en aanverwante procedures. Klacht dat verweerster de rechtbank doelbewust heeft voorzien van foutieve informatie, dat zij klager niet tijdig heeft geïnformeerd over de datum van de echtscheiding waardoor hij een maand extra alimentatie heeft betaald en dat verweerster het door de rechtbank geadviseerde mediationtraject heeft gesaboteerd. De plaatsvervangend voorzitter oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat verweerster de haar toekomende ruime mate van vrijheid in de belangenbehartiging voor haar cliënte te buiten is gegaan dan wel zich in enig ander opzicht niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Ook kan niet worden vastgesteld dat verweerster onwaarheden naar voren heeft gebracht in de procedure(s). Het lag niet op de weg van verweerster om klager direct te informeren over de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Niet is komen vast te staan dat verweerster die inschrijving heeft getraineerd. Verweerster heeft met toestemming van klager in overleg met haar cliënte het eerste en het laatste mediationgesprek bijgewoond en tijdens het laatste gesprek is afgesproken de mediation te beëindigen. Voor zover met het derde klachtonderdeel is bedoeld dat verweerster een eigen belang had bij sabotage om een hoger honorarium in rekening te kunnen brengen geldt dat klager niet rechtstreeks in zijn belang is getroffen, zodat het klachtonderdeel in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk is. De eerste twee onderdelen van de klacht worden als kennelijk ongegrond en het derde onderdeel als kennelijk ongegrond c.q. kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen. Ook in het verzet heeft klager niet aangetoond dat verweerster onjuiste informatie aan de rechtbank heeft gegeven. Evenmin heeft klager aangetoond dat verweerster op de hoogte was van bepaalde door klager beweerde feiten. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3854 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3767/11.169
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 10-12-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3854
Klager heeft verweerder, ondanks verzoek daartoe, niet de benodigde gegevens ter beschikking gesteld waardoor verweerder niet althans onvoldoende tot het nemen van acties in staat was. Verweerder treft terzake geen verwijt. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3886 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4065/12.203
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 26-11-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3886
Dat klager een andere visie heeft over de feiten dan de cliënt van verweerster, betekent niet dat het verweerster niet vrij zou staan om de door haar cliënt aangehangen visie over de feiten te verdedigen en in een processtuk naar voren te brengen. Geen sprake van grievend gedrag in het e-mailbericht gelet op de inhoud van het e-mailbericht dat hieraan vooraf ging. Geen sprake van strijd met gedragsregel 18. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3911 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3873/12.7
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 17-09-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3911
Klager heeft van de griffier in april 2012 bericht ontvangen van het voornemen om de behandeling van zijn klacht tegen mr. X op een zitting in mei 2012 te behandelen. Daarbij is hem verzocht om een eventuele verhindering voor die zitting binnen een week na de kennisgeving mee te delen, onder toevoeging dat bij gebreke van een bericht van klager binnen een week ervan uit werd gegaan dat de geplande datum klager zou schikken en dat de raad geen rekening zou kunnen houden met nadien opgekomen verhinderingen, behoudens zeer bijzondere omstandigheden. Op de brief heeft klager niet gereageerd. Hierna heeft de griffier klager opgeroepen voor de bedoelde zitting in mei 2012. Klager verzocht hierop aanhouding van de behandeling daar hij verhinderd zou zijn de zitting bij te wonen. De griffier liet aan klager weten dat de zitting doorgang zou vinden. Hierop wraakte klager de voorzitter en de leden van de kamer. Klager doet in het wrakingsverzoek ook een beroep op de inhoud van een brief van mr. X aan de griffier en op het feit dat hij van een andere brief van mr. X aan de griffier geen kopie heeft ontvangen. De wrakingskamer oordeelt dat geen feiten zijn gebleken waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Klager heeft niet op de eerstbedoelde mededeling van de griffier gereageerd; de door hem aangevoerde reden van verhindering moet hem ook in de eerste weken van april 2012 bekend zijn geweest. De correspondentie van mr. X aan de griffier en het verzuim van de griffier klager een bepaalde brief in kopie te sturen kan niet aan de bewuste kamer van de raad worden verweten. De uitlating in de brief van mr. X is voor diens rekening. Het nalaten van toezending van een brief van mr. X kan niet aan de bewuste kamer van de raad worden verweten. Het wrakingsverzoek wordt afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA3873 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3961/12.95
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 07-01-2013
- ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA3873
Verweerster heeft klager bijgestaan in een geschil over de beëindiging van de rechten van klager op een volkstuin met opstal. Klacht dat verweerster een namens klager aangespannen kort geding geen doorgang heeft laten vinden, dat zij geen schadevergoeding voor klager heeft geëist en dat zij zich onvoldoende voor klager heeft ingezet. Verweerster heeft gemotiveerd waarom zij een kort geding voor klager niet heeft doorgezet. De wederpartij was aan alle eisen van klager tegemoet gekomen. Daarna heeft verweerster nog nadere eisen gesteld, waaraan de wederpartij ook is tegemoet gekomen. Het verwijt dat verweerster geen schadevergoeding heeft geëist ziet op een inhoudelijke beoordeling van de door verweerster verrichte werkzaamheden, hetgeen niet tot taak van de tuchtrechter behoort, tenzij aanstonds blijkt dat de advocaat tekort is geschoten. Van dit laatste is niet gebleken. Uit de stukken is verder niet gebleken dat verweerster niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Klacht kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3899 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3857/11.260
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 05-11-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3899
Dekenklacht Naar aanleiding van een bezwaar van een cliënte van verweerder heeft een begrotingsprocedure betreffende twee declaraties plaatsgevonden. De Raad van Toezicht heeft ten aanzien van beide declaraties overwogen dat verweerder excessief had gedeclareerd. Een declaratie wordt gematigd van 3005 minuten tot 755 minuten. De tweede declaratie wordt gematigd met 1045 minuten. Een deel van de tweede declaratie vormde onderdeel van een klacht van de cliënte die eerder door de raad is beoordeeld en gegrond bevonden. De deken beperkt de klacht wegens excessief declareren tot de eerste declaratie. Hierom wordt een beroep van verweerder op het ne bis in idem beginsel verworpen. Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om op de beslissing van de Raad van Toezicht te reageren en heeft geen rechtsmiddel ex artikel 33 Wet Tarieven in burgerlijke zaken aangewend. De raad oordeelt dat verweerder met de eerste declaratie excessief heeft gedeclareerd en acht de klacht gegrond. Maatregel: daar de raad niet uitsluit dat bij de eerder bedoelde beslissing op de klacht van de cliënte van verweerder rekening is gehouden met de beslissing van de Raad van Toezicht als geheel wordt volstaan met gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3860 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3926/12.60
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 17-12-2013
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3860
Klager beklaagt zich over de wijze van aanpak van de zaak, meer in het bijzonder dat verweerster geen overleg gevoerd heeft met klager op bepaalde punten en klager niet deugdelijk geïnformeerd heeft. De klacht valt uiteen in zeven klachtonderdelen. Zes van de zeven klachtonderdelen worden gegrond verklaard De raad constateert ten aanzien van een aantal klachtonderdelen dat verweerster onvoldoende uitvoering gegeven heeft aan de op de advocaat rustende verplichting om waar nodig ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil belangrijke informatie en afspraken te bevestigen aan de cliënt. Niet is komen vast te staan dat verweerster voorafgaande aan intrekking van een verzoekschrift dit met klager besproken heeft en klager hiermee akkoord is gegaan. Vaststaat dat verweerster geen schriftelijke bevestiging aan klager heeft gestuurd met betrekking tot de volgens haar met klager gevoerde gesprekken over de reden dat verweerster niet over zou gaan tot het opstellen van de dagvaarding maar tot het opstellen van een verzoekschrift. Dat klager met de koerswijziging akkoord is gegaan en dat verweerster klager uitleg gegeven heeft over de reden hiervan en de risico, is niet gebleken. Vaststaat dat verweerster klager een van belang zijnd rapport gedateerd 2011 heeft toegestuurd zonder verdere inhoudelijke mededelingen. De stelling van verweerster dat zij hierover telefonisch met klager gesproken heeft, is niet komen vast te staan omdat een schriftelijke vastlegging van dit telefoongesprek ontbreekt. Voorts heeft verweerster erkend dat zij het dossier van klager te laat heeft overgedragen. Verweerster heeft verzuimd om in een tweede opdrachtbevestiging betreffende het starten van een verzoekschriftprocedure enige mededeling op te nemen ter zake de kosten van de door haar in te schakelen medisch adviseur, die voor rekening van klager zouden komen. Verweerster is tekort geschoten in het bewaken van de voortgang in de zaak van klager. Er volgt gegrondverklaring van zes van de zeven klachtonderdelen onder oplegging van de maatregel van een enkele waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3905 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3556/10.186
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 15-10-2012
- ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3905
Het klachtonderdeel dat betrekking heeft op het geven van valse hoop aan klager door verweerder, over de haalbaarheid van zijn zaak, heeft de raad niet kunnen vaststellen. Uit het door verweerder aan de rechtsbijstandsverzekeraar gegeven advies kan niet worden afgeleid dat verweerder de door klager gewenste procedure zou starten en de belangen van klager zou blijven behartigen. Het stond verweerder bovendien vrij om klager mee te delen geen procedure te willen entameren. De raad acht het klachtonderdeel dat ziet op het tijdsverloop dat verstreken is vanaf de aan verweerder verstrekte vervolgopdracht in maart 2006 tot het starten van een procedure tot het treffen van een voorlopig getuigenverhoor begin 2008, gegrond. Verweerder heeft dit tijdsverloop niet althans onvoldoende kunnen verklaren, mede gelet op het feit dat verweerder reeds in februari 2006 een advies had uitgebracht. Verweerder heeft de zaak van klager in genoemde periode onvoldoende voortvarend aangepakt. Het klachtonderdeel is in zoverre gegrond. Aan verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA3867 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3982/12.116a
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 14-01-2013
- ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA3867
In casu is sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door de curator. De curator heeft handelingen verricht die in wezen niet te onderscheiden zijn van het optreden van advocaat. Het stond de curator in een door hem aanhangig gemaakte procedure niet vrij informatie te gebruiken die de Belastingdienst in de gegeven omstandigheden niet aan hem had mogen verstrekken. Klacht gedeeltelijk gegrond onder de oplegging van de maatregel van een enkele waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA3848 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4112/13.19
- Datum publicatie: 02-03-2013
- Datum uitspraak: 11-02-2013
- ECLI:NL:TADRSGR:2013:YA3848
De advocaat heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door bij het UWV navraag te doen naar een door klager in een echtscheidingsprocedure overgelegde brief. Nu verweerster - aan de betreffende medewerker van het UWV haar naam en hoedanigheid heeft gemeld; - een neutrale vraag heeft gesteld, althans niet kan worden vastgesteld dat verweerster heeft gepoogd om persoonlijke informatie over klager te verkrijgen; - geen informatie van het UWV heeft verkregen en de belangen van klager kennelijk niet zijn geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 3889
- Pagina: 3890
- Pagina: 3891
- ...
- Pagina: 4825
- Volgende pagina zoekresultaten