Zoekresultaten 37371-37380 van de 47908 resultaten
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2013:4 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV0213
- Datum publicatie: 28-06-2013
- Datum uitspraak: 28-06-2013
- ECLI:NL:TVVTPVV:2013:4
Het nalaten van bloedmonstername ten behoeve van onderzoek naar vesiculaire varkensziekte en de Ziekte van Aujeszky, in drie perioden. Er wordt een geldboete opgelegd. Uit het berechtingsrapport blijkt dat betrokkene in december 2012 extra bloedmonsters zou nemen om de achterstand weg te werken. Het Tuchtgerecht tekent aan dat het nemen van extra bloedmonsters in een bepaalde periode geen toegevoegde waarde heeft als het gaat om het monitoren van de gezondheidsstatus van een koppel dieren naar genoemde ziekten. Een dergelijke, wellicht goed bedoelde, ‘inhaalslag’ kan feitelijk niet gebruikt worden om het niet-nemen van bloedmonsters in een voorafgaande periode te compenseren. Vanuit veterinair oogpunt is dergelijk handelen zinloos. Het Productschap heeft ter zitting aangegeven dat in de beginfase van de handhaving inderdaad een inhaalmogelijkheid geboden is, maar dat het belangrijk is – zo zal het Productschap ook naar de sector communiceren – dat de monsters in de periode zelf genomen worden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2013:3 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 084-2013
- Datum publicatie: 28-06-2013
- Datum uitspraak: 28-06-2013
- ECLI:NL:TGZRZWO:2013:3
Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog betreffende forensische rapportage. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TVVTPVV:2013:13 Tuchtgerecht Productschap Vee en Vlees Zoetermeer TPVV1213
- Datum publicatie: 28-06-2013
- Datum uitspraak: 28-06-2013
- ECLI:NL:TVVTPVV:2013:13
Geen of onvoldoende bloedmonsters genomen en onderzocht ter controle op de aanwezigheid van de vesiculaire varkensziekte en op de aanwezigheid van de Ziekte van Aujeszky, in de periode 1 januari 2012 tot en met 30 april 2012. De exportbelangen voor de Nederlandse varkenshouderij en de daarvan afgeleide belangen voor de binnenlandse markt zijn dermate groot dat correcte naleving van de monitoringsplicht plaats dient te vinden. Op basis van voormelde overwegingen komt het Tuchtgerecht in beginsel tot een hoge standaard boete van € 1.000 per geconstateerde overtreding. Betrokkene heeft in een volgende periode het dubbele aantal bloedmonsters genomen. Het Tuchtgerecht beoordeelt het feit dat betrokkene direct actie heeft ondernomen als positief. Voor het overige tekent het Tuchtgerecht aan dat het nemen van extra bloedmonsters in een bepaalde periode geen toegevoegde waarde heeft als het gaat om het monitoren van de gezondheidsstatus van een koppel dieren naar genoemde ziekten. Een dergelijke, wellicht goed bedoelde, ‘inhaalslag’ kan feitelijk niet gebruikt worden om het niet-nemen van bloedmonsters in een voorafgaande periode te compenseren. Vanuit veterinair oogpunt is dergelijk handelen zinloos. Het Productschap heeft ter zitting aangegeven dat in de beginfase van de handhaving inderdaad een inhaalmogelijkheid geboden is, maar dat het belangrijk is – zo zal het Productschap ook naar de sector communiceren – dat de monsters in de periode zelf genomen worden.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2013:4 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 169-2012
- Datum publicatie: 28-06-2013
- Datum uitspraak: 28-06-2013
- ECLI:NL:TGZRZWO:2013:4
Klacht tegen psychiater betreffende forensische rapportage. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2013:17 Raad van Discipline Amsterdam 12-348A
- Datum publicatie: 26-06-2013
- Datum uitspraak: 24-06-2013
- ECLI:NL:TADRAMS:2013:17
Verwijt dat verweerster voorafgaand aan de procedure in kort geding en tijdens het kort geding de belangen van klaagster niet voldoende heeft behartigd, waardoor de rechter in kort geding niet heeft beschikt over, volgens klaagster, relevante informatie. Verweerster zou zich voorts op onzorgvuldige wijze hebben teruggetrokken en zich tegenover het Juridisch Loket, waarnaar klaagster was verwezen om een opvolgend advocaat te zoeken, negatief hebben uitgelaten over de proceskansen in appel. Klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2013:9 Raad van Discipline Amsterdam 12-367A
- Datum publicatie: 26-06-2013
- Datum uitspraak: 24-06-2013
- ECLI:NL:TADRAMS:2013:9
Klacht ontvankelijk ook na schrapping van het tableau. Verweerder heeft financiële voorwaarden van zijn dienstverlening niet vastgelegd in een opdrachtbevestiging. Klacht gegrond in de gegeven omstandigheden zonder oplegging van een maatregel. Verwijt dat klager niet bereid was vragen van klagers over de door hem gestuurde declaratie te beantwoorden ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2013:18 Raad van Discipline Amsterdam 13-127A
- Datum publicatie: 26-06-2013
- Datum uitspraak: 10-06-2013
- ECLI:NL:TADRAMS:2013:18
klacht tegen advocatenkantoor, tevens ex-werkgever klager, kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2013:14 Raad van Discipline Amsterdam 12-349A
- Datum publicatie: 26-06-2013
- Datum uitspraak: 24-06-2013
- ECLI:NL:TADRAMS:2013:14
Belangenverstrengeling. Van een schending van gedragsregel 7 is geen sprake. Aan alle voorwaarden van Gedragsregel 7 lid 5 is voldaan: (1) er is sprake van verschillende kwesties die geen verband houden met elkaar, terwijl een daarop uitlopende ontwikkeling evenmin aannemelijk is en (2) gesteld noch gebleken is dat verweerder door zijn optreden voor klager de beschikking heeft gekregen over vertrouwelijke informatie die van belang kan zijn voor de onderhavige kwestie. Klager verwijt verweerder voorts dat hij niet om zijn verhinderdata heeft gevraagd. Klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2013:42 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2012.105
- Datum publicatie: 26-06-2013
- Datum uitspraak: 25-06-2013
- ECLI:NL:TGZCTG:2013:42
De arts is door een rechtbank als een van drie deskundigen benoemd om een deskundigenbericht uit te brengen in een door klager aangespannen civielrechtelijke procedure tegen de behandelende artsen (in 1993) van zijn zoon, die thans zwaar gehandicapt is. De klachten van klager hebben – samengevat – betrekking op de vraag of de arts zijn opdracht had mogen aanvaarden zonder over een volledig medisch dossier te beschikken, of de wijze van tot stand komen van de rapportage aan de normen voldoet en of de arts overigens tuchtrechtelijk een verwijt valt te maken. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachten ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat het in de onderhavige procedure niet relevant is of de arts heeft voldaan aan zijn verplichtingen als getuige-deskundige maar of de arts in zijn hoedanigheid van arts ter zake van zijn rapportage tuchtrechtelijk een verwijt valt te maken. Alle verwijten die klager de arts maakt, dienen dientengevolge getoetst te worden aan de vijf criteria die volgens vaste rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege gelden voor een arts als getuige-deskundige, te weten: 1) wordt in het rapport op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusie van het rapport steunt; 2) vinden de in het rapport uiteengezette gronden aantoonbaar voldoende steun in de feiten, omstandigheden en bevindingen vermeld in het rapport; 3) kunnen bedoelde gronden de daaruit getrokken conclusie rechtvaardigen; 4) beperkt de rapportage zich tot de deskundigheid van de rapporteur; en 5) kon de methode van onderzoek teneinde tot beantwoording van de voorgelegde vraagstelling te komen tot het beoogde doel leiden, dan wel heeft de rapporteur daarbij de grenzen van redelijkheid en billijkheid overschreden. Het college oordeelt vervolgens dat in beginsel de onvolledigheid van het dossier van een patiënt een arts niet behoeft te weerhouden van het uitbrengen van een deskundigenbericht, mits hij van zijn antwoorden voldoende verantwoording aflegt en in voorkomende gevallen aangeeft dat hij een of meer vragen niet kan beantwoorden. Het beroep wordt ook overigens ongegrond verklaard, waarbij het college nog opmerkt dat een tuchtrechtelijke procedure niet de juiste weg is om nader inzicht te krijgen in een medisch dossier.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2013:15 Raad van Discipline Amsterdam 13-007A
- Datum publicatie: 26-06-2013
- Datum uitspraak: 24-06-2013
- ECLI:NL:TADRAMS:2013:15
Klacht over de financiële afwikkeling van proceskostenvergoedingen in toevoegingszaken. Klaagster gaat er kennelijk ten onrechte vanuit dat zij zelf recht heeft op de proceskostenvergoeding, terwijl deze vergoeding door de Raad voor Rechtsbijstand in mindering wordt gebracht op de aan de advocaat toekomende toevoegingsvergoeding. Klacht derhalve ongegrond. De verweerder gemaakte verwijten inzake het versturen van declaraties en urenspecificaties, het informeren over de zittingsdag, het verstrekken van kopieën van processtukken, het onder druk laten tekenen van een verklaring inzake de wijze waarop eventuele proceskostenveroordelingen in toekomstige procedures met klaagster afgerekend zouden worden, zijn eveneens ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 3737
- Pagina: 3738
- Pagina: 3739
- ...
- Pagina: 4791
- Volgende pagina zoekresultaten