Zoekresultaten 34751-34760 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:257 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4143/13.50

    Klacht tegen eigen advocaat over traagheid in beoordeling van de zaak en de vervallenverklaring van de toevoegingsaanvraag. Daarnaast verwijt klager verweerder te hebben gewerkt op basis van no cure no pay. Klacht deels gegrond. Een advocaat dient de nodige voortvarendheid te betrachten bij de behandeling van een zaak. Maatregel: enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:238 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4180/13.87

    Verweerder heeft tezamen met een andere advocaat een woning van klager gehuurd, waarin beiden een advocatenpraktijk uitoefenen. Klager beklaagt zich over het telkens te laat betaald worden van de huur. De klacht heeft betrekking op privégedragingen van verweerder in een civielrechtelijke aangelegenheid. Hieraan doet niet af dat verweerder en de andere advocaat in het gehuurde hun praktijk uitoefenen. Niet is gebleken van gedragingen waardoor het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:219 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4316/13.223

    BOPZ-zaak. Klaagster heeft haar verwijten niet nader onderbouwd. Met betrekking tot de diagnose kan verweerster geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt, nu deze diagnose door een psychiater wordt vastgesteld. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4335/13.242

    Klager sub 1 is kennelijk niet-ontvankelijk indien en voor zover hij op persoonlijke titel een klacht tegen verweerster heeft ingediend bij gebreke van een tuchtrechtelijk belang daarbij. De tuchtrechter is niet bevoegd een oordeel te geven over de vraag of verweerster door de wijziging van de huwelijke voorwaarden gelden en goederen heeft onttrokken aan een (mogelijk) executoriaal beslag en/of medewerking heeft verleend aan de behandeling van een schuldeiser. Dit oordeel is voorbehouden aan de civiele rechter. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4368/13.275

    Klager heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd gesteld waarom hij zeven jaar heeft gewacht voordat hij zijn klacht heeft ingediend. Dat klager heeft gewacht op de afloop van de inhoudelijke procedures is geen omstandigheid die zwaarder weegt dan het belang van verweerder bij toepassing van het beginsel van rechtszekerheid. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4176/13.83

    Uit de stukken blijkt dat verweerder klaagster voldoende heeft geïnformeerd en dat klaagster tevreden was. Klacht in zoverre ongegrond. Op het verzoek van klaagster begin 2012 om een klacht in te dienen tegen een notaris heeft verweerder eerst op 16 januari 2013 (na indiening van de klacht) zonder toelichting negatief gereageerd. Onvoldoende voortvarend en onvoldoende zorgvuldig. Klacht in zoverre gegrond. Verweerder heeft klaagster bijgestaan op basis van meerdere toevoegingen. Eigen bijdragen in beginsel verschuldigd, ongeacht aan de zaak bestede tijd. Bovendien heeft verweerder onweersproken gesteld in alle zaken tezamen meer dan 150 uur gewerkt te hebben. Klacht in zoverre ongegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4357/13.264

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerder onjuiste informatie aan de Rechtbank heeft verschaft. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerder op de hoogte was van het feit dat de hem aangeleverde informatie onjuist zou zijn en dat hij de Rechtbank bewust onjuist heeft geïnformeerd. Verweerder mocht afgaan op de informatie die zijn cliënt hem had verschaft. Het feit dat verweerder de (vierde) opvolgend advocaat is, maakt dit niet anders. Hoewel verweerder zich eerder – na het overnemen van het dossier – had kunnen melden bij de advocaat van klaagster, leidt dit in de gegeven omstandigheden niet tot de vaststelling dat verweerder zich jegens klaagster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gedragen. Het stond verweerder vrij beslag te (laten) leggen zonder vooraf contact te hebben gehad met (de advocaat van) klaagster. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4393/13.300

    Klacht client jegens advocaat. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerster de belangen van klaagster niet naar behoren heeft behartigd. Evenmin kan worden vastgesteld dat verweerster aan klaagster heeft toegezegd binnen een bepaalde termijn te reageren. Klaagster heeft dit klachtonderdeel ook niet nader onderbouwd, zodat de juistheid hiervan niet kan worden vastgesteld. Nu verweerster klaagster heeft meegedeeld dat zij de stukken kan komen ophalen, valt niet in te zien waarom verweerster in dit verband klachtwaardig gedrag zou kunnen worden verweten. Klacht is kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4163/13.70

    Het betreft een verzetzaak. Het verzet is te laat ingesteld. Klager heeft de brief niet opgehaald op het postkantoor terwijl hij daar geen reden voor heeft gegeven. Het niet ophalen acht de raad geen omstandigheid, die overschrijding van de verzettermijn kan rechtvaardigen. Daar komt bij dat ook als tot uitgangspunt wordt genomen dat de verzettermijn pas is gaan lopen na verzending van een tweede brief, het verzet te laat is ingesteld. Het verzet is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4145/13.52

    Betreft een klacht tegen gedragingen van cassatieadvocaat. Ongegrond is de klacht dat cassatiedagvaarding niet in overleg met de (advocaat van) klaagster is ingediend. De raad heeft evenmin gegrond geacht het feit dat de cassatieadvocaat zijn praktijk tijdens zijn afwezigheid heeft laten waarnemen door zijn zoon, tevens cassatieadvocaat van de wederpartij in de betreffende zaak, nu niet is gebleken dat klaagster ter zake in haar belang is geschaad. Hetzelfde geldt ten aanzien van het niet omgaand toezenden van het arrest. Ten slotte heeft de raad geoordeeld dat geen onduidelijkheid bestond tussen de cassatieadvocaat en de advocaat van klaagster over de gemaakte prijsafspraken. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.