Zoekresultaten 2871-2880 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-362/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk omdat klager dat verwijt al eerder aan de raad heeft voorgelegd. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-019/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een civiele procedure in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:136 Raad van Discipline Amsterdam 25-373/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de kwaliteit van dienstverlening. Klager heeft tot tweemaal toe laten weten geen hoger beroep te willen instellen. Gelet hierop was er geen aanleiding voor verweerster om uitgebreider te adviseren over het instellen van hoger beroep. Voor het overige heeft klager zijn klacht onvoldoende feitelijk onderbouwd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:142 Hof van Discipline 's Gravenhage 250248

    Afwijzende verwijzing. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud of een onderdeel van een dekenvisie over de klacht tegen een andere advocaat ter discussie te stellen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:110 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-401/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Verweerder heeft gebruik gemaakt van het feitenmateriaal dat zijn cliënte hem had verschaft, waaronder de schriftelijke stukken van de GI waarin van dreigende uitlatingen van klager wordt gesproken. Niet gebleken is dat het hier ging om informatie waarvan verweerder wist of had moeten weten dat deze onjuist was. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-377/DB/ZWB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder heeft voor klaagster gedaan wat blijkens de opdrachtbevestiging is afgesproken. Niet gebleken dat verweerder in zijn advisering steken heeft laten vallen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:93 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7648

    Klacht tegen een huisarts. Klager nam telefonisch contact op met de huisarts vanwege pijnklachten en een bult op zijn schouder. De huisarts ging, naar later bleek ten onrechte, uit van een slijmbeursontsteking. Enkele weken later bleek dat klager een ontsteking aan zijn hartklep had. Klager verwijt de huisarts, samengevat, dat zij hem ten onrechte geen fysiek consult heeft aangeboden en onvoldoende naar hem heeft geluisterd. Hierdoor is volgens klager een verkeerde diagnose gesteld. Het college is van oordeel dat de huisarts zich tijdens het telefonisch consult onvoldoende bewust was van de beperkingen die een telefonisch consult met zich meebrengt en legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:94 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7755

    Klacht tegen verpleegkundige over rapport/advies in het kader van een Wmo-aanvraag. Het college oordeelt dat de klacht gedeeltelijk gegrond is omdat de verpleegkundige onzorgvuldig heeft gehandeld bij het tot stand komen van het rapport. Het college legt een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7099

    Klacht tegen verzekeringsarts werkzaam als ANIOS bedrijfsgeneeskunde ongegrond. Klager, patiënt, verwijt verweerder dat hij een oordeel heeft geveld over de arbeidsongeschiktheid van klager zonder klager eerst te spreken/zien en dat de inhoud van de probleemanalyse niet juist is. Het college oordeelt dat klager en verweerder inhoudelijk een compleet gesprek hebben gehad, maar dat niet kan worden vastgesteld op welke wijze het gesprek heeft plaatsgevonden omdat partijen daarover van mening verschillen. Daarmee kan niet worden vastgesteld of verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. De spanningsklachten van klager konden worden geduid als een normale reactie op een abnormale situatie en niet als een gevolg van een ziekte. Verweerder kon concluderen dat geen sprake was van arbeidsongeschiktheid, maar van een arbeidsconflict.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8059

    Klacht tegen een psychiater kennelijk ongegrond. Klager verwijt verweerder dat hij onterecht aripiprazol (Abilify) heeft voorgeschreven en dat hij onterecht een verlenging van de zorgmachtiging heeft aangevraagd. Het college stelt vast, gelet op de psychotische problematiek van klager, dat de collega-psychiater gegronde redenen had om hem antipsychotica voor te schrijven en verweerder hiermee terecht door is gegaan. Voor de bijwerkingen was aandacht. Verder oordeelt het college dat verweerder in het door hem opgestelde zorgplan volgens de Wvggz, zorgvuldig was opgesteld en op voldoende grond de procedure in gang heeft kunnen zetten voor het aanvragen van een verlenging van de zorgmachtiging.