Zoekresultaten 2681-2690 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-068/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de informatievoorziening door de eigen advocaat. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet schriftelijk te informeren over de termijn voor hoger beroep. Ook heeft hij niet aan klager bevestigd dat hij geen hoger beroep zou instellen. Verweerder heeft klager daarmee de mogelijkheid ontnomen om eventueel een andere advocaat te zoeken voor het instellen van hoger beroep. Berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:168 Hof van Discipline 's Gravenhage 240383

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Tussen klaagster en haar werkgever speelt de vraag of het advies van de Beoordelingscommissie in het kader van een reorganisatie voor de werkgever bindend was in alle vergelijkbare gevallen of dat het advies enkel zag op de zaak van de een andere werknemer – en niet op die van klaagster - en (slechts) in die zaak bindend is. Klaagster verwijt verweerster – de advocaat van de werkgever - dat zij in dit kader bewust feitelijk onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. Het hof is – anders dan de raad - van oordeel dat omtrent de vorenbedoelde vraag het door verweerster verwoorde standpunt over de toepasbaarheid van het advies van de Beoordelingscommissie een pleitbaar standpunt was, omdat niet is komen vast te staan dat het standpunt van klaagster de enig juiste uitleg is. Niet gebleken is dan ook dat verweerster bewust onjuiste informatie aan klaagster heeft verschaft. De beroepsgrond van verweerster dat de raad zich heeft begeven op het terrein dat ter beoordeling van de civiele rechter is slaagt. Het hof is van oordeel dat – voor zover dit aan het hof voorligt – alle klachten ongegrond zijn en dat verweerster niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Vernietiging raadsbeslissing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, omdat verweerder niet betrokken was bij de zaak van klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-179/DH/DH

    Deels gegrond verzet. De raad constateert dat de voorzitter een door klagers aangevoerd aspect niet heeft besproken. Verzet daarom gegrond. De raad verklaart de klacht alsnog ongegrond. Verzet voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:169 Hof van Discipline 's Gravenhage 240105

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder (de advocaat van de oud-werkgever van klager) dat hij onaangekondigd en tegen de wens in van klager tijdens ziekte diens woning heeft betreden en heeft geprobeerd klager te dwingen een (voor klager ongunstige) vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Het hof is van oordeel dat van het rauwelijks voor de deur van klagers woning verschijnen door verweerder een dwang uit ging om de conceptovereenkomst te tekenen. Het hof acht dit handelen van verweerder extra verwijtbaar omdat hier sprake was van een kwetsbare en zieke werknemer. Evenals de raad acht het hof acht de klacht gegrond. Het hof sluit zich aan bij de door de raad opgelegde maatregel van een voorwaardelijke schorsing van 4 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-408/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in hoedanigheid van gedaagde partij in een procedure. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat geen evident onpleitbaar standpunt is. Evenmin heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur geschaad door bezwaar te maken tegen het inbrengen van stukken na afloop van de zitting. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klacht pas voor het eerst na afronding van de onderzoeksfase bij de deken (zeer) uitvoerig gemotiveerd. De voorzitter acht het in strijd met de goede procesorde om een dergelijke uitbreiding van de klacht in dit stadium nog toe te staan en laat deze aanvullende reactie daarom buiten beschouwing. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder is niet de patroon van de advocaat-stagiaire. Ook verder is niet gebleken dat hij als procesadvocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-029/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft namens de moeder een verweerschrift tevnes zelfstandig verzoekschrift kunnen indienen, waarin werd verzocht om klager te ontslaan als bewindvoerder en mentor onder verwijzing naar medische aandoeningen bij klager. Dat klager al om zijn eigen ontslag had gevraagd, laat onverlet dat verweerder namens de moeder eenzelfde verzoek mocht doen voorzien van een eigen motivering. De uitlatingen zijn gedaan namens de moeder en niet op eigen titel en zijn onderbouwd met (medische) stukken. Datzelfde geldt voor het uitgesproken vermoeden van de moeder over onregelmatigheden rondom het uitschrijven van medicatie op haar naam. Verweerder kon ook naar voren brengen dat klaagster PGB-gelden onterecht dan wel onrechtmatig heeft ontvangen, omdat zij geen zorg zou hebben verleend. Dat is civielrechtelijk onderbouwd; het strafrecht is buiten beschouwing gelaten. Het betoog was dienstig aan het standpunt van de moeder dat klaagster ongeschikt was als bewindvoerder en/of mentor. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-820/DH/RO 24-821/DH/RO 24-822/DH/RO 24-824/DH/RO 24-825/DH/RO

    Verzet van klager ongegrond verklaard. Ook het verzet van verweerder 1 wordt ongegrond verklaard. De vermelding in de voorzittersbeslissing waar dit verzet op ziet is weliswaar feitelijk onjuist, maar de raad is van oordeel dat uit de beoordeling blijkt dat de voorzitter haar beslissing niet mede op die onjuiste datum heeft gebaseerd. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. De raad laat de voorzittersbeslissing (hersteld) in stand.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-059/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht van een VvE-lid over de advocaat van de VvE. Verweerder was gemachtigd om namens het bestuur op te treden. Of het bestuur zelf gemachtigd was door de ALV, is een interne aangelegenheid. De getroffen schikking is aan de ALV voorgelegd, zodat niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt daarvan aan verweerder valt te maken. Datzelfde geldt wat betreft de nietigverklaring van de schikking. De schikking is getroffen door het bestuur. Verweerder heeft ten aanzien daarvan geen evident onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder (bewust) verkeerde of onjuiste informatie aan de ALV heeft verstrekt over de kansen en risico’s. Verweerder heeft geen rekening hoeven houden met de minderheidsbelangen binnen de VvE, maar kon ervan uitgaan dat het bestuur handelde naar de belangen van de meerderheid van de VvE. Klacht ongegrond.