Zoekresultaten 2671-2680 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7477

    Klaagster kennelijk niet-ontvankelijk in klacht tegen verpleegkundige. Patiënte klaagt over onjuiste diagnostiek, onjuiste behandeling en eenzijdige beëindiging van de behandelingsovereenkomst. Geen behandelrelatie. Verweerder heeft niet gehandeld in zijn hoedanigheid van verpleegkundige. Geen weerslag op de individuele gezondheidszorg. Het handelen kan niet worden getoetst aan de eerste en tweede tuchtnorm.

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7239

    Verweerster, huisarts werkzaam in PI, wordt verweten dat zij in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele standaard door geen/niet tijdig een diagnose te stellen, te lang af te wachten en klager niet serieus te nemen nadat hij met zijn hoofd op de wasbak is gevallen en aanhoudende klachten had. Ook wordt de huisarts verweten dat zij klager niet voldoende heeft geïnformeerd en er geen sprake is geweest van informed consent. Het college overweegt dat het door de huisarts ingezette beleid passend en toereikend was. Geen sprake van onvoldoende zorg, informatievoorziening of onjuiste behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:218 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8100

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 759677 / NT 24-45

    Klacht over wilsbekwaamheid testateur. De kamer is van oordeel dat klagers sub 1, 2 en 3 enig redelijk belang hebben bij hun klacht over de wijziging van het testament van de vader. Hun betrokkenheid bij het testament van de vader vloeit voort uit het feit dat klagers erfgenamen bij versterf zijn. Daaruit volgt ook ook dat klager sub 4, de bewindvoerder, enig redelijk belang bij een klacht over het testament van de vader ontbeert. Het vermogen van de vader wordt bij diens leven (en dus tijdens het bewind) door het testament immers niet beïnvloed. De kamer verklaart klager sub 4 daarom niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat de vader volgens klagers, die het verzoek tot onderbewindstelling wilden indienen, niet meer in staat was zijn eigen financiën te regelen, betekent nog niet dat ten aanzien van deze relatief beperkte wijziging van zijn testament zijn wil niet zou kunnen bepalen. Relevant is verder dat de vader ten tijde van het passeren van het testament nog zelfstandig woonde. Klagers hebben, nadat aan hen op 9 november 2022 was meegedeeld dat het testament gewijzigd zou worden ten gunste van de ex-vriendin, de wilsbekwaamheid van de vader in relatie tot de wijziging van het testament niet (expliciet) aan de orde gesteld. Zij hadden vooral zorgen over zijn financiële situatie bij leven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:219 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7790

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verbleef van 2013 tot 2017 in een specialistisch verpleeghuis. Klager is eenmaal bij de arts, destijds huisarts, op consult geweest. Klager verwijt de arts dat hij adviseerde paracetamol te nemen voor de hoofdpijn. Hij had klager verder moeten onderzoeken. Het college stelt vast dat de arts klager voldoende en zorgvuldig heeft onderzocht. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 760306 / NT 24-46

    De klacht is grotendeels gegrond. Van de notaris mocht worden verwacht dat hij erop zou toezien dat bij klagers geen onduidelijkheid bestond over zijn rol. Omdat de notaris ook zelf het testament had verleden waarin erflaatster hem tot executeur had benoemd, mocht van hem ook enige uitleg aan de erfgenamen worden verwacht over het feit dat hij die benoeming niet had aanvaard. De notaris heeft niet zorgvuldig gehandeld door na te laten klagers daarover tijdig te informeren. Omdat uit de e-mail die de notaris na indiening van de klacht aan klagers heeft gezonden blijkt dat hij heeft ingezien dat hij klagers direct op de hoogte had moeten brengen, ziet de kamer aanleiding om de notaris de maatregel van waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:220 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7789

    Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een huisarts. Er is een periodevan meer dan tien jaren verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. Het college bespreekt daarom de klacht niet verder inhoudelijk en beslist dat klager niet-ontvankelijk is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8189

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:217 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7979

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager heeft in de praktijk van de huisarts, door de doktersassistente, een griepprik laten zetten. Klager stelt dat de lichamelijke klachten die hij twee maanden na het plaatsen van de griepprik heeft gekregen door het verkeerd zetten van de griepprik zijn ontstaan. Het college concludeert dat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2025:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 753699 / NT 24-17

    Klager heeft geen redelijk belang bij de klacht over de akte van 2001. Vast staat dat de moeder van klager partij was bij die akte. Zij was belanghebbende bij de beëindiging van de erfdienstbaarheid. Voor het geval dat de moeder van klager hem wel had gemachtigd namens haar de klacht in te dienen, is de klacht niet-ontvankelijk omdat deze niet tijdig is ingediend.