Zoekresultaten 21571-21580 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:108 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-695

    Klacht tegen advocaat wederpartij in echtscheidingsprocedure deels gegrond. Verweerster heeft klager geen redelijke termijn gegund om aan het arrest te voldoen door al na zes dagen na het arrest beslag te (laten) leggen, terwijl klager volgens het arrest binnen één maand na betekening daarvan bij pensioenfondsen informatie diende in te winnen om daarna tot betaling over te gaan. Het beslag is te snel (ontijdig) gelegd en heeft een escalerende werking gehad. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:94 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170297

    Niet is gebleken dat advocaat zich onvoldoende voor zijn cliënt heeft ingespannen. Advocaat heeft zijn cliënte herhaaldelijk voorgehouden dat de verleende toevoeging na verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap kon worden ingetrokken. Toezending van de declaratie bij afwikkeling van de zaak, maar nog voordat de toevoeging definitief is ingetrokken is niet wenselijk, maar onder vermelde omstandigheden niet dusdanig verwijtbaar dat dit de advocaat tuchtrechtelijk valt aan te rekenen. Klacht ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:147 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.175

    Klacht tegen tandarts. Klaagster kwam bij verweerder (tandarts) voor een second opinion omdat bij haar de hoektanden niet waren doorgekomen en zij daar pijnklachten van ondervond. Bij klaagster zijn door verweerder in samenwerking met een kaakchirurg twee tanden getrokken teneinde de hoektanden vrij te leggen en door te laten komen. Hoektand 23 stond na enkele maanden in de juiste positie. Hoektand 13 kwam niet door waarna met verschillende technieken is getracht deze alsnog door te laten komen. Later bleek dat deze ankylotisch was en dat het zeer moeilijk zou zijn om die tand verder te laten doorkomen. Na een woordenwisseling met verweerder is klaagster overgestapt naar een andere orthodontist. De klacht van klaagster houdt in dat verweerder: I. geen duidelijk behandelplan met klaagster heeft besproken of dit niet heeft opgesteld; II. zijn orthodontische team en de bij de behandeling betrokken specialisten onvoldoende heeft gecoördineerd; III. klaagster niet overeenkomstig de professionele standaard heeft behandeld IV. klaagster niet heeft geïnformeerd over de risico’s en de duur van de behandeling en onvoldoende heeft gedaan om haar schade te besparen; V. klaagster onheus heeft bejegend; VI. niet heeft meegewerkt aan klaagsters verzoek om naar een andere orthodontist over te stappen. Het RTG wijst de klacht af. Klaagster komt van klachtonderdelen I t/m IV in beroep. Het CTG verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:88 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180111

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft de deken verzocht om een cassatieadvocaat aan te wijzen om het door klager zelf bij de Hoge Raad ingediende cassatieverzoek te ondertekenen en via het web-portaal van de Hoge Raad in te dienen. De deken heeft het verzoek afgewezen op de grond dat klager twee advocaten bereid heeft gevonden hem bij te staan in de cassatiezaak door hem te adviseren, maar dat hij de uitkomst van de bijstand in de vorm van de verstrekte adviezen niet wenst te aanvaarden. Klager heeft geen, althans onvoldoende feiten of omstandigheden gesteld, waaruit blijkt dat de adviezen onjuist zijn en dat is de deken ook op andere wijze niet gebleken. Het beklag is ongegrond, aangezien klagers doel (een rechtsmiddel instellen tegen de uitspraak van het gerechtshof) vanwege het verstrijken van de door de Hoge Raad verleende termijn niet meer bereikt kan worden en de deken het verzoek van klager op juiste gronden heeft afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 274/2017

    Klacht tegen arts met betrekking tot een beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klaagster in het kader van de Ziektewet. Verweerster heeft het spreekuur gedaan en de zaak voorafgaand en na afloop van het spreekuur met haar praktijkopleider doorgenomen. Niet kan worden aangenomen dat verweerster kan worden verweten dat zij bij klaagster aanwezige suicidaliteit niet heeft onderkend of in verband hiermee meer beperkingen had moeten aannemen dan bij de eerdere WIA-beoordeling al waren vastgesteld. Klacht in al zijn onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:331 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170328

    De beoordeling van de raad sluit volgend het hof niet aan op de klachtonderdelen. Klaagster verwijt verweerder in de kern dat verweerder klaagster niet heeft gewezen op de noodzaak om een deskundige in te schakelen. Verweerder heeft zich volgens klaagster in een procedure begeven, waarvan hij niet alle finesses doorzag en aldus een bepaald component niet heeft meegenomen in hoger beroep. Het hof is van oordeel dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door zich in appel te beperken tot hetgeen door de kantonrechter was vastgesteld (aan de subsidiaire vordering kwam de kantonrechter niet toe). Klaagster heeft niet weersproken dat voor haar het onderwerp van de primaire vordering het belangrijkst was. Voorts staat voor het hof genoegzaam vast dat klaagster door verweerder voldoende is gewezen om een deskundige te raadplegen. Het valt verweerder echter te verwijten dat hij zijn cliënte niet de vereiste duidelijkheid heeft verschaft dat een eventuele deskundige opinie gereed moest zijn vóór de memorie van grieven, om een en ander in appel nog aan de orde te kunnen stellen. Dat klaagster heeft ingestemd met de memorie van grieven maakt zulks niet anders. Klacht deels gegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:109 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-077

    Klacht tegen advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk (verjaard) nu klagers al in 2010 of 2012 het vermoeden hadden dat verweerder wist van de schijnconstructie die klagers financieel heeft benadeeld. Het arrest van het gerechtshof uit 2016 (veroordeling cliënten verweerder wegens onrechtmatige schijnconstructie) doet daaraan niet af. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:141 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.350

    Het Centraal Tuchtcollege overweegt in dit kader dat er in gevallen als de onderhavige aan de orde vanuit mag worden gegaan dat de mentor de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. In onderhavige geval is niet gebleken van dergelijke omstandigheden en heeft de mentor bij brief bericht geen toestemming te verlenen voor het indienen van klachten over de verzorging van hun beider moeder. Verwerpt beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:82 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180039

    Verzoek aanwijzing advocaat (art. 13 Advocatenwet). Beklag. Klaagster heeft de deken verzocht een advocaat aan te wijzen om haar belangen te behartigen met betrekking tot de letselschade die is ontstaan na een ongeval. De deken heeft dit verzoek afgewezen, omdat hij een procedure kansloos acht. Het hof acht deze grond ontoereikend, omdat het besluit van de deken op twee gedachten hinkt (enerzijds wordt het verzoek afgewezen omdat niet gevergd kan worden dat de deken een advocaat aanwijst voor een kansloze procedure, anderzijds opent de deken de mogelijkheid een advocaat aan te wijzen die bereid is contact op te nemen met de wederpartij van klaagster om te vernemen of het gedane aanbod nog openstaat), het schriftelijk advies van de door de deken benaderde advocaat voor de beoordeling van de slagingskansen ontbreekt, dit advies niet is gegeven op basis van een compleet dossier en niet concludent is. Het hof kan niet vaststellen dat de procedure die klaagster zou willen voeren geen kans van slagen heeft. Het beklag is gegrond en het hof verwijst de zaak terug naar de deken teneinde opnieuw op het verzoek van klaagster te beslissen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:95 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180107

    Voorzittersbeslissing. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod (46h lid 7 Advocatenwet), nu de brief van klager enkel een betwisting van de inhoudelijke beslissing van de raad bevat en niets is gesteld over een schending van de fundamentele rechtsbeginselen.