Zoekresultaten 21111-21120 van de 47820 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:159 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.088
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:159
Klacht tegen verzekeringsarts werkzaam als zelfstandig medisch adviseur in BMA-zaak. Klaagster heeft een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking medische behandeling aangevraagd. Klaagster heeft psychiatrische klachten (PTSS), een depressieve stoornis van matige ernst en heeft tenminste twee suïcide pogingen gedaan. Zij wordt ondersteund door haar vroegere buurman en een kerkgenote. Verweerder heeft aan het BMA advies uitgebracht. Klaagster verwijt verweerder dat hij 1) ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen sprake is van mantelzorg in de zin van de Vreemdelingencirculaire en 2) dat hij zich ten onrechte niet heeft uitgelaten over de relatie verhoogd suïciderisico en het ontbreken van een veilige behandelomgeving in het land van herkomst. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen op grond van de overweging dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat geen sprake is van mantelzorg in de zin van de Vreemdelingencirculaire 2000 en dat hij zich kon beperken tot de aan hem voorgelegde vraag of het uitblijven van behandeling zal leiden tot een medische noodsituatie op korte termijn. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2018:10 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-76 en 17-77
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 23-05-2018
- ECLI:NL:TNORDHA:2018:10
De klacht bestaat uit de volgende drie klachtonderdelen: 1. schending van de onderzoeksplicht (artikel 17 Wna) naar de prijs van het verkochte en naar de wilsbekwaamheid van [U] en het mogelijk bestaan van feitelijk overwicht. De volgende signalen hadden voor de notaris en de kandidaat-notaris redenen moeten zijn om onderzoek te verrichten naar de wilsbekwaamheid van verkoper [U] en het mogelijk bestaan van feitelijk overwicht: - de korte tijd tussen het sluiten van de koopovereenkomst en de levering bij het woonhuis; - de verkoper heeft geen eigen e-mail en daardoor is geen rechtstreekse schriftelijke communicatie met hem mogelijk, alles verloopt via het e-mailadres van een derde persoon; - de betrokkenheid van de onbekende derde persoon, te weten dat hij bij de bespreking op 31 oktober 2012 aanwezig is waarin alles wordt besproken met de kandidaat-notaris en de volmachten worden ondertekend, de stukken voor de verkoper naar de onbekende derde worden gestuurd en de onbekende derde, dezelfde persoon is die genoemd wordt in artikel 25 van de koopovereenkomst als begunstigde van de betaling van € 10.000,- door de verkoper; - het in een persoonlijke bespreking met de verkoper hem op zijn gemak moeten stellen en rustig alles in jip-en-janneketaal met hem moeten doornemen; - de lage koopsom voor het woonhuis en de zeer lage koopsom voor de percelen weiland; - de bevoordeling van de kopers; en verder dat: - de verkoper zelf asbest zal verwijderen uit de woning en dat alle kosten die daarmee gemoeid zijn voor zijn rekening komen; - de verkoper onder onbekende voorwaarden in de woning mag blijven wonen; - de verkoper de percelen weiland verkoopt en vervolgens terughuurt met onbekende redenen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:160 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.329
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:160
Klacht tegen psychiater. In eerste aanleg heeft klaagster verweerder het verwijt gemaakt dat hij zich tegen haar zin op grensoverschrijdende wijze jegens haar heeft gedragen door seksuele en seksueel getinte contacten met haar te hebben gedurende een periode van enkele maanden, terwijl sprake was van een behandelrelatie tussen verweerder en klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard, aan verweerder de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden opgelegd en publicatie van de beslissing gelast. De Inspectie heeft op grond van artikel 73 lid 1 onder c van de Wet BIG beroep ingesteld tegen de voorwaardelijkheid van de maatregel. In incidenteel beroep heeft verweerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van de klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het incidenteel beroep, vernietigt in het principaal beroep de beslissing in eerste aanleg voor wat betreft de maatregel, legt aan verweerder op de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van vier maanden en gelast publicatie van de beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:79 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-129/DB/LI/D
- Datum publicatie: 06-06-2018
- Datum uitspraak: 28-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:79
Aan een advocaat in diens hoedanigheid van procespartij komt de vrijheid toe de aanpak van zijn zaak te bepalen. Een uitvoerbaar bij voorraad verklaring van een veroordelend vonnis betekent dat het vonnis ten uitvoer kan worden gelegd, ook indien door de veroordeelde procespartij een rechtsmiddel tegen dat vonnis is aangewend.. Het stond een advocaat vrij om nog niet over te gaan tot voldoening aan een niet onherroepelijk vonnis. Het lag op de weg van de wederpartij van de advocaat om al dan niet over te gaan tot het nemen van executiemaatregelen. Dekenbezwaar ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-285
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:82
Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De specialist heeft, anders dan klager meent, geen diagnose gesteld maar een beoordeling gedaan over de indicatie over aan klager te verlenen revalidatiezorg (triage). Geen aanleiding om de gestelde indicatie te herzien of om klager eerst zelf te zien of te spreken. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-008
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:83
Ongegronde klacht tegen een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. De verpleegkundige is niet betrokken geweest bij de besluitvorming rond het aanvragen van het bevel uithuisplaatsing. Het bespreken van een eventuele vrijwillige tijdelijke uithuisplaatsing acht het College niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Of er druk op klaagster is uitgeoefend kan niet worden vastgesteld nu de lezingen van partijen uiteenlopen. De verpleegkundige was geen behandelaar van het gezin of van de dochter van klaagster. Het was niet haar taak om een behandelplan op te stellen, maar die van de gezinscoach. Zij is met name als begeleidster van de gezinscoach opgetreden. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:57 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/168
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:57
Een comité dient een klacht in tegen twee artsen. Het comité verwijt de artsen dat zij het wetgevingsproces omtrent de Wet op de Orgaandonatie op onaanvaardbare wijze hebben beïnvloed. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:84 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-229
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:84
Ongegronde klacht tegen een psychiater. Niet gebleken dat de psychiater klaagster door de verschafte informatie aan de Raad voor de Kinderbescherming in diskrediet heeft gebracht. Ook niet vast komen te staan welke afspraken de psychiater niet zou zijn nagekomen. Over de nazorg lopen de lezingen van partijen uiteen, ongegrond. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/169
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:58
Een comité dient een klacht in tegen twee artsen. Het comité verwijt de artsen dat zij het wetgevingsproces omtrent de Wet op de Orgaandonatie op onvaardbare wijze hebben beïnvloed.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-215a
- Datum publicatie: 05-06-2018
- Datum uitspraak: 05-06-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:85
Ongegronde klacht tegen een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige. Het College kan niet vaststellen dat de verpleegkundige haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden en dus evenmin dat zij verantwoordelijk zou zijn voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de dochter van klaagster. Op diverse plaatsen in het dossier is de toestemming van klaagster te vinden, vast staat ook dat zij met instemming van klaagster contact heeft gehad met betrokken instanties. Verder niet geconcretiseerd wanneer toestemming ontbrak. Wel vastgesteld dat de verpleegkundige niet alle vakjes voor toestemming in het EPD aanvinkte. Dit alleen niet voldoende om tot een tuchtrechtelijk verwijt te concluderen. Klacht afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2111
- Pagina: 2112
- Pagina: 2113
- ...
- Pagina: 4782
- Volgende pagina zoekresultaten