Zoekresultaten 20781-20790 van de 47374 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:82 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180039

    Verzoek aanwijzing advocaat (art. 13 Advocatenwet). Beklag. Klaagster heeft de deken verzocht een advocaat aan te wijzen om haar belangen te behartigen met betrekking tot de letselschade die is ontstaan na een ongeval. De deken heeft dit verzoek afgewezen, omdat hij een procedure kansloos acht. Het hof acht deze grond ontoereikend, omdat het besluit van de deken op twee gedachten hinkt (enerzijds wordt het verzoek afgewezen omdat niet gevergd kan worden dat de deken een advocaat aanwijst voor een kansloze procedure, anderzijds opent de deken de mogelijkheid een advocaat aan te wijzen die bereid is contact op te nemen met de wederpartij van klaagster om te vernemen of het gedane aanbod nog openstaat), het schriftelijk advies van de door de deken benaderde advocaat voor de beoordeling van de slagingskansen ontbreekt, dit advies niet is gegeven op basis van een compleet dossier en niet concludent is. Het hof kan niet vaststellen dat de procedure die klaagster zou willen voeren geen kans van slagen heeft. Het beklag is gegrond en het hof verwijst de zaak terug naar de deken teneinde opnieuw op het verzoek van klaagster te beslissen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:95 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180107

    Voorzittersbeslissing. Geen doorbreking rechtsmiddelenverbod (46h lid 7 Advocatenwet), nu de brief van klager enkel een betwisting van de inhoudelijke beslissing van de raad bevat en niets is gesteld over een schending van de fundamentele rechtsbeginselen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:148 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.272

    K lager werkt als tandarts. Verweerder, ook tandarts, werkt als tandheelkundig adviseur in loondienst bij een zorgverzekeraar. Als tandheelkundig adviseur werkt hij mee aan de formele en materiële controles van tandartspraktijken. Deze controles hebben tot doel de rechtmatigheid van de in rekening gebrachte prestaties en de doelmatigheid van de geleverde zorg na te gaan. Verweerder is betrokken bij een materiële controle van de praktijk van klager. Er is besloten tot een detailcontrole in verband met geconstateerde afwijkingen met betrekking tot de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door klager vervaardigde röntgenfoto’s. Klager wilde niet meewerken aan de controle. In dit kader is de zorgverzekeraar overgegaan tot het aanschrijven van de individuele verzekerden (ook minderjarigen) met het verzoek om toestemming te geven tot inzage in hun medisch (tandheelkundig) dossier. Klager verwijt verweerder dat hij ten onrechte meent dat het niet aan hem is om zich als tandheelkundig adviseur uit te laten over de wijze waarop zijn werkgever omgaat met medische machtigingen voor minderjarigen en dat hij, indien er fouten zouden zijn gemaakt bij die machtigingen, hierbuiten zou staan. Het Regionaal Tuchtcollege beantwoordt de door klager ingediende klacht niet inhoudelijk, omdat nader is gebleken dat voor de controle in deze zaak geen machtigingen van de patiënten of hun vertegenwoordigers noodzakelijk waren en wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege beantwoordt de klacht wel inhoudelijk en komt tot de conclusie dat de door verweerder gebruikte machtigingen niet voldoen aan de uit de artikelen 7:447 en 7:450 BW voortvloeiende vereisten. Ten aanzien van minderjarigen van 16 en 17 jaar volstaat een handtekening van henzelf en is een handtekening van hun wettelijk vertegenwoordiger(s) niet aan de orde. Voor minderjarigen van 12 tot 16 jaar volgt uit artikel 7:450, tweede lid, BW dat zowel aan de patiënt als aan de wettelijk vertegenwoordiger(s) toestemming dient te worden gevraagd. Ten slotte vloeit uit de rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege voort dat de hulpverlener die een machtiging verstuurt of laat versturen dient te bewaken dat zo’n machtiging voldoet aan de daarvoor geldende wettelijke vereisten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:77 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170318

    Klacht tegen eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De raad heeft de klacht deels ongegrond en deels gegrond verklaard. Verweerder is in zijn beroep niet-ontvankelijk, omdat het beroep is ontvangen ruim na het verstrijken van de beroepstermijn. Het beroep van klaagster faalt en het oordeel van de raad wordt bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:80 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170296

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij en zijn (latere) kantoorgenoot. Klagers hebben hoger beroep ingesteld. Het hof heeft bij de beoordeling van het hoger beroep in ogenschouw genomen dat zware beschuldigingen worden geuit aan verweerders, die betwist worden en in rechte niet zijn vastgesteld. Klachtonderdelen die betrekking hebben op gedragingen in periode waarin de advocaat nog geen advocaat was zijn niet-ontvankelijk. Voor het overige zijn de klachten ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:81 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170320

    Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. De enkele uitspraak van een lagere rechter in een andere zaak noopte niet tot het doen van een uitgebreid jurisprudentieonderzoek, laat staan tot het inroepen van de nietigheid van een beding in de samenlevingsovereenkomst. Verweerster heeft evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in reconventie in te stellen en producties zonder toelichting in het geding te brengen. Het behoort tot verweersters vrijheid om de slagingskans van een eis in reconventie in te schatten en in geval van een negatief oordeel daarvan af te zien. Ook in hoger beroep is niet komen vast te staan dat verweerster een ongeoorloofde druk op klager heeft uitgeoefend om akkoord te gaan met de schikking. Klacht ongegrond. Bekrachtiging. Het verzoek van klager tot schadevergoeding en betaling van een voorschot wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:59 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614742 / DW RK 16/967

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet tijdig gereageerd op e-mailberichten. Klacht gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:60 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614817 / DW RK 16/977

    Klaagster maakt bezwaar tegen het bankbeslag en de daarbij in rekening gebrachte kosten. De beslagvrije voet bij het gelegde beslag onder de belastingdienst is ten onrechte op nihil gesteld. De gerechtsdeurwaarder heeft onvoldoende voortvarend gehandeld nadat klaagster hem hierop heeft gewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft in strijd met artikel 8 van de Verordening Beroeps- en Gedragsregels Gerechtsdeurwaarders gehandeld. Klacht gedeeltelijk gegrond, maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:61 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/614732 / DW RK 16/966

    De gerechtsdeurwaarder heeft het gelegde derdenbeslag niet binnen de wettelijke termijn van acht dagen aan klager betekend. Klacht gegrond met maatregel van waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:3 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-03 "2017.V8-Guardian"

    Op donderdag 29 juni 2017 omstreeks 13.21 uur lokale tijd liep de Guardian met een snelheid van ongeveer 14 knopen op een ondiepte nabij het eiland Storfosna in Noorwegen. Het schip raakte daarbij zodanig beschadigd dat in ieder geval de machinekamer en een deel van de accommodatie vol liepen met water en de pompen aan boord niet in staat waren om dit bij te houden. De bemanning heeft uiteindelijk het schip via het reddingsvlot verlaten. Het schip is niet gezonken en later vervoerd naar Nederland. Niemand raakte gewond.