Zoekresultaten 20511-20520 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:35 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/335147 KL RK 18-42

    Klager verwijt de oud-notaris dat hij zijn onafhankelijkheid, zijn onderzoeksplicht en zijn zorgvuldigheidsplicht heeft geschonden. De kamer heeft de klacht op alle onderdelen gegrond verklaard. Deze gegrondverklaringen zien op meerdere normschendingen, die de oud-notaris naar het oordeel van de kamer zwaar aangerekend moeten worden. Met name het feit dat de oud-notaris zijn onafhankelijkheid heeft geschonden door zowel als secretaris van de Stichting en tevens als notaris op te treden en het ten onrechte bij partijen gewekte vertrouwen, rekent de kamer de oud-notaris zwaar aan. Gelet op de ernst van de normschendingen zou in beginsel ontzetting uit het ambt een passende maatregel zijn. Op basis van de specifieke omstandigheden van het geval ziet de kamer aanleiding om de oud-notaris geen maatregel op te leggen. De kamer licht die specifieke omstandigheden als volgt toe. De oud-notaris is de leeftijdsgrens als bedoeld in artikel 14 lid 1 Wna inmiddels gepasseerd. De oud-notaris oefent sinds 1 februari 2016 het notarisambt niet meer uit en is evenmin als kandidaat-notaris werkzaam. De oud-notaris zal – gelet op zijn leeftijd – evenmin in de toekomst nog als (kandidaat)notaris werkzaam zijn. Daarnaast weegt mee dat de kamer in de met deze klacht samenhangende zaken met zaaknummers C/05/329765 / KL RK 17-189 en C/05/329777 / KL RK 17-191 aan de oud-notaris de maatregel van schorsing in het ambt voor de duur van twee maal zes weken heeft opgelegd.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:61 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/72

    Klacht tegen huisarts. Zoon van overleden patiënt maakt verweerster diverse verwijten rondom de zorg voor zijn vader (patiënt) in de laatste periode van diens leven. Zo zou verweerster niet alleen geen euthanasie hebben willen verrichten bij patiënt maar evenmin hem willen verwijzen naar een andere arts die dat wel zou willen. Ook heeft verweerster in de optiek van klager diverse steken laten vallen in de medische zorgverlening aan patiënt, met als gevolg dat hij onnodig veel pijn heeft geleden in de laatste fase van zijn leven. Het college acht geen aanknopingspunten aanwezig voor de juistheid van de stellingen van klager. In tegendeel: alles wijst erop dat verweerster in voornoemde opzichten zeer zorgvuldig heeft gehandeld jegens patiënt. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:153 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-043b

    Deels gegronde klacht tegen een internist. De internist heeft op basis van de klachten van het hangende ooglid en het doffe gevoel in de wang van klaagster- waarover de internist door de dienstdoende arts van de SEH was geïnformeerd- ten onrechte niet ingezet op aanvullend neurologisch onderzoek. De klachten hadden verder moeten worden onderzocht door ofwel aanvullend neurologisch onderzoek door de internist of een neuroloog, ofwel door de dienstdoende arts van de SEH. Het had op de weg van de internist (als supervisor) gelegen zich een beter beeld te vormen van met name de neurologische toestand van klaagster. Daarmee is de klacht van klaagster, dat de internist onterecht heeft afgezien van een persoonlijk onderzoek en dat zij de ernst van de toestand van klaagster op dat desbetreffende moment heeft miskend, gegrond. De overige klachten zijn ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:32 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329945 / KL RK 17-197

    De kamer is van oordeel dat uit deze in het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland opgenomen vaststaande feiten blijkt dat het van tevoren de opzet van klager en [X] is geweest dat de aandelen van klager in [Z] zouden worden overgedragen aan een vennootschap waarvan [X], of een door hem naar voren geschoven persoon, formeel de bestuurder en aandeelhouder zou worden en klager zeggenschap zou houden in deze vennootschap door middel van een door de nieuwe aandeelhouder te verlenen volmacht aan zijn moeder. Dit betekent dat klager al vóór de aandelenoverdracht eind oktober 2013 ervan op de hoogte was dat niet een willekeurige derde, maar [X] de UBO van de kopende vennootschap zou kunnen worden. De kamer stelt voorts vast dat het tijdens de zitting door de gemachtigde van de notaris gevoerde verweer dat klager van meet af aan heeft beoogd dat [X] de UBO van de kopende vennootschap zou worden, vervolgens niet meer door de gemachtigde van klager is bestreden.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:154 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-043c

    Deels gegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts was destijds werkzaam als dienstdoende arts (in opleiding tot huisarts) bij de SEH. Niet valt de huisarts te verwijten dat zij de diagnose GBS niet heeft gesteld. Naar het oordeel van het College heeft de huisarts op basis van de klachten van het hangende ooglid en het doffe gevoel in de wang van klaagster- waarover zij met haar supervisor telefonisch overleg heeft gevoerd- ten onrechte niet ingezet op aanvullend neurologisch onderzoek. De klachten hadden verder moeten worden onderzocht door ofwel aanvullend neurologisch onderzoek door de huisarts of een neuroloog, ofwel de supervisor. In deze fase van de opleiding had de huisarts bij het constateren van mogelijke uitval van een of meer hersenzenuwen een volledig neurologisch onderzoek moeten doen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/38

    Klacht tegen KNO-arts. Klager, bekend met diverse klachten in het KNO-gebied, is door verweerder geopereerd ter verbetering van de neuspassage. De operatie bestond uit een drietal ingrepen. Aangezien klagers neus iets veranderd is en klager nog steeds last heeft van hyperreactiviteit wil hij een neuscorrectie ondergaan. De verzekering wil deze operatie echter niet vergoeden. Ook het ziekenhuis waar verweerder verwerkt is niet voornemens de operatie te vergoeden. Klager verwijt verweerder dat deze zonder informed consent een drietal operatieve ingrepen bij hem heeft verricht zonder dat deze het beoogde resultaat hadden. Het college is van oordeel dat niet gebleken is dat er geen informed consent zou zijn geweest en evenmin dat de operatie niet het beoogde resultaat heeft gehad. De operatie had als doel de neuspassage te verbeteren en dat doel is bereikt. Dat de hyperreactiviteit niet verholpen kon worden door middel van de operatie, is van te voren met klager besproken. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:155 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-036

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een maag-darm-leverarts. Uit het medisch dossier blijkt dat klaagster door de maag-darm-lever-arts wel lichamelijk is onderzocht. Het College kan het beleid van de maag-darm-lever-arts, het opnieuw voorschrijven van medicatie en bij aanhoudende klachten aanvullend diagnostisch onderzoek, volgen. Dat jaren later in 2018 blijkt dat sprake was van een ileus staat in een te ver verwijderd verband met het handelen van de maag-darm-lever-arts in 2014. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/67

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster heeft met verweerder tijdens het preoperatieve gesprek afgesproken dat hij algehele anesthesie zou toepassen bij de operatie die zij zou ondergaan. Vlak voor de operatie besprak verweerder met klaagster dat zijn voorkeur toch uitging naar spinale anesthesie. Klaagster kreeg spinale anesthesie en hield diverse klachten na de operatie. Zij verwijt verweerder dat hij zonder noodzaak, op een moment waarop het voor haar als patiënt te laat was om nog een weloverwogen afweging of keuze te maken, besloot af te wijken van de afgesproken wijze van anesthesie. Het college deelt dit standpunt. Klacht gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/166

    Klaagster dient een klacht in namens haar overleden echtgenoot. De echtgenoot van klaagster is in 2011 behandeld voor een tumor in de rechterlong. Klaagster verwijt de artsen onzorgvuldig handelen door haar echtgenoot over te plaatsen naar een ander ziekenhuis. Na de overplaatsing is de echtgenoot binnen enkele uren overleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:150 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-037a

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Op het moment dat klaagster in het ziekenhuis in het buitenland werd opgenomen, kwam het hoofdbehandelaarschap te berusten bij de gynaecoloog aldaar. Het College is van oordeel dat de keuze van de gynaecoloog in Nederland om een rustig moment te zoeken voor het telefoongesprek, valt te verdedigen, zeker nu aannemelijk is dat de gynaecoloog een druk dagprogramma had en een kwartier heeft besteed aan het gesprek. Het College acht het daarnaast verdedigbaar dat de gynaecoloog verschillende vragen die niet specifiek tot haar competentie als gynaecoloog behoren, heeft doorgeleid naar daartoe beter uitgeruste instanties. Aldus komt niet vast te staan dat de gynaecoloog slecht bereikbaar was, gebrekkig communiceerde en dat er sprake was van een inadequate en onjuiste informatievoorziening. Klacht afgewezen.