Zoekresultaten 20501-20510 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/095

    Klager verwijt verweerder dat hij zijn moeder palliatief heeft gesedeerd terwijl zijn moeder daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:164 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 173/2018

    Klacht tegen KNO arts betreffende de uitvoering van een conchacaustiek . Klaagster verwijt verweerder dat hij de ingreep niet op een operatiekamer heeft uitgevoerd, dat hij haar veel pijn heeft gedaan, dat de tampons de vergroeiingen hebben doorgebroken en dat zij na de ingreep ziek is geworden. Het college is van oordeel dat verweerder niet verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:165 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 115/2018

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Kern van de klacht: onvoldoende hulp. Goede samenwerking met klaagster niet haalbaar echter verweerster niet tekortgeschoten in zorgplicht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:232 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-468/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht ingediend na de vervaltermijn en aldus niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:36 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/329765 KL RK 17-189 C/05/329767 KL RK 17-190

    De klacht is op meerdere onderdelen gegrond verklaard. De kamer rekent het de oud-notaris met name zwaar aan dat hij de geldleningsakte heeft gepasseerd, terwijl die akte ontegenzeggelijke onjuistheden bevat. De oud-notaris had de akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de oud-notaris dat hij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. Een vermelding van een feit dat in strijd met de werkelijkheid is, tast de geloofwaardigheid van en daarmee het vertrouwen in het notariaat aan. Akten van een notaris mogen nooit feitelijke onjuistheden bevatten. Een notaris heeft in te staan voor de deugdelijkheid van de door hem verleden akten. Met zijn handelen heeft de oud-notaris een kernwaarde, namelijk het bewaken van de rechtszekerheid, aangetast. Hierdoor is het vertrouwen in het notarisambt aangetast. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel is rekening gehouden met de samenhang van onderhavige zaak met de zaak met nummer C/05/329777 / KL RK 17-191. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken passend en geboden.

  • Klager verwijt de oud-notaris dat hij heeft bijgedragen aan het laten ontstaan van onduidelijkheid over diens betrokkenheid bij de Stichting, welke op zijn kantooradres was gevestigd, en bij de bank, welke ook op zijn kantooradres zou zijn gevestigd. De kamer overweegt dat het in casu ging om een voor de oud-notaris onbekende buitenlandse bank. De medebestuurder van de Stichting, mevrouw [ A ], heeft het briefpapier van de bank gebruikt om de brief van 3 oktober 2014 aan [ X ] op te stellen. Op die brief staat het kantooradres van de notarissen als administratieve zetel van de bank vermeld. De oud-notaris heeft de brief namens mevrouw [ A ] ondertekend. De brief maakte onderdeel uit van de offerte die de Stichting aan [ X ] heeft aangeboden. De offerte is door de oud-notaris als bestuurder van de Stichting ondertekend. Gelet op deze omstandigheden had het op de weg van de oud-notaris gelegen om de identiteit van de bank nader te onderzoeken. Nu hij dit heeft nagelaten, heeft de oud-notaris niet de zorgvuldigheid betracht die van hem verwacht had mogen worden. De klacht is daarom gegrond. Bij de bepaling van de op te leggen maatregel is rekening gehouden met de samenhang van onderhavige zaak met de zaak met nummer C/05/329765 / KL RK 17-189. Gezien de feiten en omstandigheden acht de kamer de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/211

    Klager dient de klacht in namens zijn overleden vader. Klager verwijt verweerster dat zij het dossier van patiënt niet goed heeft bekeken, bij overname van de praktijk. Tevens verwijt hij haar de dosering van medicatie niet goed heeft aangepast en zijn vader op onjuiste wijze heeft laten stoppen met medicatie. Deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1869

    Arts. Patiënt met alvleesklierkanker bij wie curatieve behandeling was gestaakt. Klacht: a) behandelrelatie aangegaan en patiënt in pre-terminale fase valse hoop gegeven op genezing (gegrond); b) adequate medische zorg ontbrak (gegrond); c) foutieve en niet passende medische adviezen gegeven en medische zorg onthouden (gedeeltelijk gegrond); d) arts had noodzakelijke zorg moeten inroepen (gegrond); e) patiënt heeft onnodige lijdensweg en mensonterend levenseinde moeten doormaken (gedeeltelijk gegrond). College: behandelrelatie ontstaan, valse hoop op genezing gegeven door OPL infuustherapie als mogelijkheid voor genezing voor te houden, terwijl er geen wetenschappelijk bewijs is voor de effectiviteit van deze therapie, geen adequate zorg en patiënt heeft onnodige lijdensweg moeten doormaken. Ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Geen inzicht in eigen handelen. College ontzegt verweerder het recht om wederom in het BIG-register te worden ingeschreven.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:33 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331428 KL RK 17-214

    De klacht is op meerdere onderdelen gegrond verklaard. De kamer rekent het de oud-notaris met name zwaar aan dat hij de geldleningsakte heeft gepasseerd, terwijl die akte ontegenzeggelijke onjuistheden bevat. De oud-notaris had de akte moeten controleren op feitelijke onjuistheden. De kamer verwijt de oud-notaris dat hij dit heeft nagelaten en daarmee de rol heeft miskend die het notariaat heeft in het dienen van de rechtszekerheid. Een vermelding van een feit dat in strijd met de werkelijkheid is, tast de geloofwaardigheid van en daarmee het vertrouwen in het notariaat aan. Akten van een notaris mogen nooit feitelijke onjuistheden bevatten. Een notaris heeft in te staan voor de deugdelijkheid van de door hem verleden akten. Met zijn handelen heeft de oud-notaris een kernwaarde, namelijk het bewaken van de rechtszekerheid, aangetast. Hierdoor is het vertrouwen in het notarisambt aangetast. In de beslissing van de kamer met kenmerk C/05/329765 KL RK 17-189 legt de kamer de oud-notaris de maatregel op van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken. Die maatregel heeft betrekking op dezelfde gedragingen van de oud-notaris als die aan de orde zijn gesteld in onderhavige klacht. Gelet op de verwevenheid van beide zaken, zal de kamer in onderhavige zaak aan de oud-notaris geen maatregel opleggen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:34 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/331438 C/05/331439 C/05/331440

    Klager verwijt de oud-notaris dat hij heeft bijgedragen aan het laten ontstaan van onduidelijkheid over diens betrokkenheid bij de Stichting, welke op zijn kantooradres was gevestigd, en bij de bank, welke ook op zijn kantooradres zou zijn gevestigd. De kamer overweegt dat het in casu ging om een voor de oud-notaris onbekende buitenlandse bank. De medebestuurder van de Stichting, mevrouw [ A ], heeft het briefpapier van de bank gebruikt om de brief van 3 oktober 2014 aan [ X ] op te stellen. Op die brief staat het kantooradres van de notarissen als administratieve zetel van de bank vermeld. De oud-notaris heeft de brief namens mevrouw [ A ] ondertekend. De brief maakte onderdeel uit van de offerte die de Stichting aan [ X ] heeft aangeboden. De offerte is door de oud-notaris als bestuurder van de Stichting ondertekend. Gelet op deze omstandigheden had het op de weg van de oud-notaris gelegen om de identiteit van de bank nader te onderzoeken. Nu hij dit heeft nagelaten, heeft de oud-notaris niet de zorgvuldigheid betracht die van hem verwacht had mogen worden. De klacht is daarom gegrond. In de beslissing van de kamer met kenmerk C/05/329777 KL RK 17-191 legt de kamer de oud-notaris de maatregel op van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van zes weken. Die maatregel heeft betrekking op dezelfde gedragingen van de oud-notaris als die aan de orde zijn gesteld in onderhavige klacht. Gelet op de verwevenheid van beide zaken, zal de kamer in onderhavige zaak aan de oud-notaris geen maatregel opleggen.