We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 20491-20500 van de 47654 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:208 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.419

    Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht houdt in dat de gz-psycholoog het correctierecht/het recht om bezwaren of opmerkingen te maken heeft geschonden door de door klager aan de kliniek verstrekte verklaring met bezwaren over die rapportage niet in bedoelde rapportage op te nemen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard op grond van het beginsel van concentratie van klachten. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager wel ontvankelijk in de klacht overwegende dat het tuchtrecht geen (wettelijke) bepaling kent op grond waarvan een klager gehouden is zijn klachten tegen een zorgverlener alle tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig te maken. Het Centraal Tuchtcollege overweegt voorts dat de gz-psycholoog ofwel de schriftelijke verklaring met bezwaren van klager integraal in de Pro Justitia rapportage had moeten opnemen ofwel deze aan de rapportage had moeten hechten, maar legt geen maatregel op nu de geschonden regel niet eerder zo scherp is geformuleerd en de gz-psycholoog handelde conform de toen in de observatiekliniek gebruikelijke werkwijze.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17232

    De neurochirurg heeft klager niet onvoldoende geïnformeerd over de informed consent, nu het medisch dossier een brief van de neurochirurg aan de huisarts bevat waaruit valt af te leiden dat klager voorafgaand aan de operatie geïnformeerd is over de aard van de ingreep en de eventuele complicaties. Ook blijkt uit deze brief dat klager akkoord is gegaan met de voorgestelde ingreep. Omdat klager zich jaren later tot de neurochirurg heeft gewend met het verzoek om een telefonisch consult, is daarmee een behandelrelatie met klager ontstaan waarbinnen de neurochirurg gerechtigd was om informatie over klager in te winnen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:4 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6091

    Klacht tegen patroon en stagiaire. De klacht tegen de stagiaire is ongegrond omdat hij ten tijde van het verweten handelen nog geen advocaat was. De klachten tegen de patroon dat hij ten onrechte de indruk heeft gewekt dat hij bij de echtscheiding ook de belangen van klager zou behartigen, ten onrechte heeft aangegeven dat het tekenen van de akte van berusting alleen gevolgen zou hebben voor de inschrijving van de echtscheiding en niet voor de alimentantie, en dat hij, ondanks de belofte nadat hij klager de akte van berusting had laten ondertekenen, niet meer heeft gedaan om het alimentatievraagstuk in der minne op te lossen, zijn gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-016

    Gegronde klacht tegen een huisarts. De (waarnemend) huisarts had op grond van de NHG Standaard Visusklachten meer regie moeten nemen om te zorgen dat klager binnen korte termijn door een oogarts werd gezien in verband met mouches volantes en lichtflitsen. Zij had dit duidelijker in de verwijsbrief moeten vermelden en betere instructies moeten geven aan alle betrokkenen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:221 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.528

    Klacht tegen een gz-psycholoog. Klager en zijn ex-echtgenote hebben via hun advocaten gecorrespondeerd over de mogelijkheid hun twee kinderen te laten beoordelen door een psycholoog. Bureau Jeugdzorg stuurt de op de kinderen betrekking hebbende stukken naar de gz-psycholoog. Klager stemt niet in met deze door de moeder voorgestelde psycholoog. Op verzoek van klager stuurt de gz-psycholoog deze stukken daarom weer terug. Zij had de stukken toen al gelezen en daarover met de ex-echtgenote gesproken. Klager verwijt de gz-psycholoog o.m. dat zij zonder toestemming van beide ouders is gestart met oriënterende gesprekken en niet heeft gereageerd op door hem ingesproken voicemailberichten. Klager verwijt de gz-psycholoog voorts dat zij zonder toestemming van beide ouders en zonder de kinderen en beide ouders te hebben gesproken, schriftelijke verklaringen heeft afgelegd over o.m. het welbevinden van de kinderen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond, voor zover deze betrekking heeft op één van de schriftelijke verklaringen en waarschuwt de gz-psycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht voor het overige af. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, voor zover deze de klacht heeft afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:209 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.433

    Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht houdt in dat de psychiater 1) het correctierecht/het recht om bezwaren of opmerkingen te maken heeft geschonden door de door klager aan de kliniek verstrekte verklaring met bezwaren over die rapportage niet in de rapportage op te nemen, 2) heeft gehandeld in strijd met het recht op afschrift van (een deel van) het medisch dossier, door klager niet de verklaring te verstrekken die hij zelf schriftelijk heeft ingediend (en waarover hij thans zelf niet meer beschikt) noch de schriftelijke gegevens omtrent de tijdens zijn opname gehouden groepsgesprekken, 3) zich niet bereikbaar heeft opgesteld (inzake de onder 2 bedoelde verzoeken), 4) weigert medewerking te verlenen aan het indienen van een klacht bij de klachtencommissie en 5) niet beschikt over een klachtenregeling conform de Wkkgz. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 1 op grond van het beginsel van concentratie van klachten en de klachten voor het overige afgewezen. Klager komt in beroep van de klachtonderdelen 1 en 4. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager wel ontvankelijk in klachtonderdeel 1 overwegende dat het tuchtrecht geen (wettelijke) bepaling kent op grond waarvan een klager gehouden is zijn klachten tegen een zorgverlener alle tegelijk in één tuchtprocedure aanhangig te maken. Het Centraal Tuchtcollege overweegt voorts dat de psychiater ofwel de schriftelijke verklaring met bezwaren van klager integraal in de Pro Justitia rapportage had moeten opnemen ofwel deze aan de rapportage had moeten hechten, maar legt aan de psychiater geen maatregel op nu de geschonden regel niet eerder zo scherp is geformuleerd en de psychiater handelde conform de toen in de observatiekliniek gebruikelijke werkwijze. Voor het overige wordt het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17258

    Klager had een aneurysma (AAA) van 53 mm. De vaatchirurg heeft een expectatief beleid niet met klager besproken, maar is meteen uitgegaan van een operatie. De radioloog had op grond van de CTA-scan een contra-indicatie gegeven voor een EVAR-procedure vanwege de conische hals van het aneurysma. Voorafgaand aan het gesprek met klager heeft er geen MDO plaatsgevonden. Tijdens het informed consent gesprek waren het advies en de berekeningen van de leverancier van de stent nog niet bekend en had ook de radioloog zijn visie (nog) niet gewijzigd. Klager i s daar niet op gewezen. De vaatchirurg is ook niet binnen de Instructions for Use van de leverancier gebleven. Te grote discrepantie. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:119 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-299

    Ongegronde klacht tegen een psychiater. Het College acht het voor de hand liggend dat de administratieve verwerking door het secretariaat plaatsvindt en verzending van het rapport aan klager valt dus buiten de verantwoordelijkheid van de psychiater, geen aanwijzing voor valsheid in geschrifte. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:222 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.534

    Klacht tegen verzekeringsarts. Klager is twee maal uitgevallen voor zijn werk als meewerkend voorman schilder. Verweerder is werkzaam als verzekeringsarts bezwaar en beroep bij het UWV en heeft twee rapportages over klager uitgebracht. Klagers klacht is gericht tegen de wijze van totstandkoming en de beoordeling van deze twee rapportages. Klager verwijt de verzekeringsarts samengevat dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door geen eigen onderzoek te verrichten, dat hij onzorgvuldig is omgegaan met de feiten, dat hij zich had behoren te onthouden van de tweede rapportage over klager en dat zijn handelwijze onjuist, onzorgvuldig en onrechtmatig was en in strijd met de reeds jaren vaststaande jurisprudentie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:334 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 7574

    Verweerder heeft een beroep gedaan op niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep van klager, omdat klager het beroepschrift in strijd met het Reglement van het hof niet in zevenvoud heeft ingediend. Dit beroep faalt, nu het betreffende voorschrift – dat overigens is ontleend aan art. 56 lid 3 van de Advocatenwet – slechts een orderegel bevat en geen ontvankelijkheidsvereiste is voor het hoger beroep. Het hoger beroep van klager slaagt niet. Klacht ongegrond.