Zoekresultaten 20491-20500 van de 47103 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:85 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170115

    Klacht over advocaat van de wederpartij. De klacht dat verweerders hebben geprocedeerd namens eisers terwijl zij niet voor alle eisers beschikten over procesvolmachten, wordt in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard. Kernwaarde partijdigheid. Verweerders zijn uitgegaan van de informatie die hun cliënt over eisers, namens wie zij in rechte zouden optreden, aan hen heeft verschaft. Als aan die informatie gebreken kleven in die zin dat artikel 7 lid 1 Voda niet zou zijn nageleefd, is dat in eerste instantie een kwestie die in de relatie advocaat-cliënt speelt en niet een belang van de wederpartij. De wederpartij kan eerst met succes klagen wanneer verweerders onnodig grievend zijn geweest, feiten hebben geponeerd waarvan zij de onwaarheid kennen of redelijkerwijs kunnen kennen dan wel dat zij bij de behartiging van de belangen van hun cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig hebben geschaad zonder redelijk doel. Daarvan is in dit geval geen sprake. De rechtbank heeft in de door verweerders aanhangig gemaakte procedures vastgesteld dat verweerder een volmacht van de desbetreffende eisers hebben en voor hen kunnen optreden.Vernietiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:112 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-067

    Voorzittersbeslissing over klacht over het onderzoek door een deken naar het klachtonderzoek van een andere deken. De voorzitter is van oordeel dat verweerster binnen haar taak als deken voldoende uitgebreid onderzoek heeft verricht naar de klacht van klager en uitvoerig heeft gemotiveerd waarom zij verwachtte dat de klacht van klager op alle onderdelen ongegrond zou worden bevonden. Anders dan klager kennelijk veronderstelt mag (en mocht) verweerster als deken haar eigen samenvatting geven van de klacht van klager en aldus de essentie van de klacht van klager weergeven. Verweerster heeft haar taak overigens naar behoren verricht. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:151 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.469

    Klacht tegen psychiater. Op verzoek van de huisarts van klager heeft verweerster klager eenmalig gezien. Naar aanleiding van dit consult heeft zij een brief met haar bevindingen aan de huisarts geschreven. Klager verwijt verweerster kort gezegd dat zij hem ernstig heeft beschadigd en beledigd door in het verslag een totaal vertekend beeld van klager te geven. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:92 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180010

    Geen sprake van het uitoefenen van ongeoorloofde druk door advocaat om klacht in te trekken. Begrijpelijk dat een advocaat tegen wie een klacht is ingediend zich terughoudend opstelt. Advocaat heeft de belangen van klager in de lopende zaken steeds behartigd. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:145 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.077

    Klager is tandarts en eigenaar van een tandheelkundige en orthodontische praktijk. Van oktober 2007 tot en met december 2010 is in de praktijk van klager een patiënte in behandeling geweest, die zich in 2013 bij de praktijk heeft beklaagd over de verleende orthodontische hulp en de praktijk aansprakelijk heeft gesteld voor de door haar geleden schade. In opdracht van de patiënte is door een onafhankelijk tandheelkundig adviesbureau aan de hand van over de behandeling ontvangen informatie een rapportage opgesteld, waarvan de conclusie is dat de behandeling van de patiënte in de praktijk van klager niet heeft voldaan aan hetgeen van een redelijk handelend en gemiddeld bekwaam zorgverlener mag worden verwacht. Bij brief van 20 augustus 2015 heeft de juridisch adviseur van de patiënte vergoeding van de door de patiënte geleden schade gevorderd, bestaande uit een bedrag van ruim € 10.000,--. Verweerder (hierna: “de tandarts”) is in de periode oktober 2004 tot en met april 2015 in de praktijk van klager werkzaam geweest. De behandeling van de betreffende patiënte heeft tot eind 2009 (grotendeels) plaatsgevonden door de tandarts onder supervisie van de orthodontist en vanaf januari 2010 onder volledige verantwoordelijkheid van de tandarts. Klager verwijt verweerder: 1. dat hij niet de zorg heeft betracht die van een voldoende bekwaam tandarts verwacht mag worden; 2. dat hij niet zijn verantwoordelijkheid heeft genomen in de afhandeling van de klachtzaak die zijn patiënte tegen hem heeft ingediend. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 gegrond en 2 ongegrond en legt de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege bekrachtigt deze uitspraak.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:86 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180013

    Verzoek aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van drie verschillende procedures. Het beklag is ongegrond voor wat betreft het verzoek om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van een procedure tegen het UWV, omdat sprake is van een kansloze procedure. Het beklag van klager met betrekking tot zijn verzoek voor het voeren van een procedure tegen een advocaat is prematuur, omdat de deken het verzoek in afwachting nadere informatie heeft aangehouden en een afwijzende beslissing ontbreekt. Klager is niet-ontvankelijk. Klager kan ook niet worden in zijn beklag met betrekking tot zijn verzoek om een advocaat aan te wijzen voor het voeren van een procedure tegen een (andere) advocaat, omdat de deken niet bevoegd is om kennis te nemen van dit verzoek aangezien de desbetreffende advocaat in een ander arrondissement praktijk houdt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:152 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.544

    Klager heeft zich ziek gemeld bij zijn werkgever en zijn ziekmelding doorgegeven aan de arts, bedrijfsarts. Klager verwijt de arts dat hij moedwillig de privacy van klager c.q. zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de volledige informatie van het spreekuurcontact te verstrekken aan een persoon die geen partij is die dergelijke informatie mag ontvangen. Volgens klager is tijdens het huisbezoek afgesproken dat van de rapportage geen kopie naar die persoon zou gaan. Voorts verwijt klager de arts dat deze zijn zorgplicht niet serieus neemt omdat hij geen onderzoek doet naar en een rapport opstelt over de misstanden binnen het bedrijf waar klager werkzaam is, waardoor een groot aantal werknemers thuis is komen te zitten. En tot slot verwijt klager de arts dat hij tijdens de klachtbehandeling bij de Geschillencommissie Arbodiensten de klachtprocedure (van X) eenzijdig heeft aangepast, zodat de Geschillencommissie de klacht niet verder heeft kunnen behandelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klager heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege kan zich vinden in de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege, vult die uitspraak op een enkel punt aan, en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:93 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180028

    Artikel 13-beklag afgewezen. Het hof is van oordeel dat de deken wegens gegronde redenen het verzoek tot aanwijzing van een advocaat van klager heeft afgewezen. Het verzoek van klager ziet op dezelfde kwestie, die heeft geleid tot een eerdere beslissing van het hof van 8 december 2017, gewezen onder nummer 170725. Er is in het voorliggende verzoek geen reden de zaak anders te beoordelen. De stelling van klager dat hij in een andere hoedanigheid het verzoek doet om een bodemprocedure te starten, leidt niet tot een ander oordeel. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:146 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.172

    Klacht tegen kaakchirurg. Klaagster heeft een vaste brug linksonder. Zij kreeg ontstekingsklachten en is door haar tandarts verschillende keren verwezen naar de aangeklaagde kaakchirurg. De kaakchirurg heeft onder meer implantaten in de onderkaak van klaagster rechts onder geïmplanteerd. Klaagster verwijt de kaakchirurg dat hij: 1. klaagster onjuist heeft geïnformeerd; 2.geen behandelplan heeft opgesteld; 3. de behandeling op een bepaalde datum niet op de juiste wijze heeft uitgevoerd met blijvend letsel tot gevolg; 4.onvoldoende nazorg heeft verricht; 5. klaagster niet heeft verwezen naar een meer deskundig persoon; 6. het medisch dossier niet heeft verstrekt; 7. privé informatie heeft verstrekt aan het incassobureau. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart gegrond de klachten t.a.v. het schenden van de bewaarplicht (6), het ontbreken van een deugdelijk behandelplan (2) en het niet voeren van de regie rondom de plaatsing van de implantaten (deels 3), legt de kaakchirurg de maatregel van waarschuwing op en wijst de klacht voor het overige af. Zowel de klaagster als de kaakchirurg komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal beroep van klaagster en verklaart het incidenteel beroep van de kaakchirurg gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege, alle klachtonderdelen worden ongegrond verklaard en de aan de kaakchirurg opgelegde waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:87 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180005

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). Beklag. Klager heeft verzocht om aanwijzing van een advocaat voor het voeren van een civiele procedure tegen de Staat. De deken heeft een advocaat aangewezen. Deze advocaat heeft de bijstand beëindigd vanwege het ontbreken van vertrouwen van klager in haar. Daarop heeft klager de deken verzocht zijn beslissing om de advocaat aan te wijzen te herroepen en een nieuw, vervangend besluit te nemen en aan hem een advocaat aan te wijzen. De deken heeft het verzoek afgewezen. Klager is niet-ontvankelijk in zijn beklag tegen de toewijzende beslissing van de deken omdat de Advocatenwet niet voorziet in de mogelijkheid om hier tegen op te komen. Van een verkapte afwijzing is geen sprake. Het beklag tegen de afwijzende beslissing van de deken is ongegrond. Door zijn ondoordachte handelwijze heeft klager zichzelf in de situatie gebracht dat hij geen advocaat heeft. Het beroep van klager op het Unierecht gaat niet op.