Zoekresultaten 20451-20460 van de 47651 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018-05
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:49
Klaagster heeft een colonoscopie ondergaan nadat bij een bevolkingsonderzoek naar darmkanker werd geconstateerd dat er bloed bij haar ontlasting zat. Verweerder heeft tijdens het onderzoek een perforatie geconstateerd. Het verwijt dat verweerder geen colonoscopie had moeten verrichten, maar een CT-scan, wordt door het college ongegrond bevonden. Tijdens de intake voor het onderzoek kwamen geen argumenten naar voren die een hoger dan normaal risico op complicaties zouden kunnen geven. Het verwijt dat verweerder klaagster niet heeft bezocht op de afdeling waar ze na het onderzoek werd opgenomen, acht het college eveneens ongegrond omdat de lezing van partijen uiteen lopen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/069
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:90
Klager dient een klacht in tegen de huisarts van zijn zus. Klager verwijt de verweerster het niet helpen en negeren van bezorgde familie, op basis van de privacywetgeving. Ongegrond
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:113 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-257b
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:113
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De huisarts heeft klaagster lichamelijk onderzocht en heeft op goede gronden besloten om niet tot doorverwijzing voor een foto over te gaan en ingezet op een expectatief beleid. Het lichamelijk onderzoek gaf geen reden om te denken aan een zygoma factuur. Er zijn geen aanwijzingen dat de klachten die klaagster heeft gehouden, een duidelijke relatie hebben met het afwachtende beleid. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018-30
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRGRO:2018:50
Klaagster wordt door plastisch chirurg aan de verkeerde straal geopereerd. Klaagster verwijt verweerder dat dit is gebeurd en verwijt hem eveneens dat er geen excuses is gemaakt. Eerste klachtonderdeel gegrond, tweede klachtonderdeel ongegrond. Er wordt een waarschuwing opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-296b
- Datum publicatie: 31-07-2018
- Datum uitspraak: 31-07-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:114
Ongegronde klacht tegen een arts. Het voorschrijven van metformine in plaats van metformax was een geëigende behandeling, omdat metformax niet geregistreerd is in Nederland. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:11 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/109
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 16-07-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:11
Overschrijding klachttermijn: klacht niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:180 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-433
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:180
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft klaagster in beide opdrachtbevestigingen meegedeeld dat hij zijn werkzaamheden pas zal voortzetten na betaling van de (voorschot-)declaratie. Verweerder mocht deze voorwaarde, die heel gebruikelijk is, stellen. Vast staat dat klaagster de declaraties van verweerder, ondanks meerdere verzoeken daartoe, niet heeft voldaan. In het licht hiervan kan het verweerder niet tuchtrechtelijk verweten worden dat hij in de zaak van de loods geen werkzaamheden voor klaagster heeft verricht.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:17 Kamer voor het notariaat Amsterdam 643728/NT 18-9
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:17
Klaagster verwijt de notaris dat hij haar broer heeft bevoordeeld bij de verdeling van de nalatenschap. Ook zou hij niet hebben gereageerd op diverse informatieverzoeken van klaagster en haar adviseur. Dat de schenking aan de broer van klaagster moest worden verrekend bij de verdeling van de nalatenschap is echter niet komen vast te staan. Daarvoor is immers noodzakelijk dat erflaatster de inbrengverplichting schriftelijk zou hebben vastgelegd, bij voorbeeld in haar testament, maar daarvan is niet gebleken. De notaris mocht er van uitgaan dat de adviseur van klaagster de aan haar versterkte informatie met klaagster zou delen en hoefde daarom ook niet in te gaan op door klaagster zelf verzonden brieven of berichten. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:176 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-679
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 23-07-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:176
Klaagster, een vennootschap, beklaagt in deze klachtzaak het hele advocaten- en notarissenkantoor (NV) en in twee gelijktijdig aanhangig gemaakte klachtzaken twee advocaten (17-680 en 17-681) van dat kantoor. Klaagster wordt ontvangen in haar klacht, nu zij een concreet onderbouwd verwijt jegens het advocatenkantoor in zijn totaliteit heeft gemaakt over haar kantoororganisatie. De raad oordeelt de klacht ongegrond. Het staat het een advocatenkantoor vrij om zich naar potentiële cliënten overtuigend te presenteren en daarbij te werken aan haar imago. Weliswaar schept een presentatie als dat van verweerster onder meer op haar website en bij intakegesprekken met cliënten dat zij een goed degelijk kantoor is met veel specialisaties in huis en samenwerkingsmogelijkheden met notarissen en deurwaarders heeft, bepaalde verwachtingen, maar deze zijn naar het oordeel van de raad niet zodanig dat deze pretenties tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn.
-
ECLI:NL:TNORAMS:2018:18 Kamer voor het notariaat Amsterdam 642913/NT 18-5
- Datum publicatie: 30-07-2018
- Datum uitspraak: 05-07-2018
- ECLI:NL:TNORAMS:2018:18
Klaagster meent dat de notaris in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheidsplicht van artikel 17 van de Wet op het notarisambt. Een notaris dient er volgens klaagster voor zorg te dragen dat het in de verklaring van artikel 5:122 lid 5 BW vermelde bedrag wordt ingehouden op de koopsom, dan wel dat dit bedrag op een andere wijze wordt verrekend. De notaris heeft dat echter niet gedaan, maar er tot twee keer voor gekozen om de door verkoper aan de VvE verschuldigde bijdragen niet te verrekenen, omdat, zo heeft klaagster begrepen, verkoper de openstaande vordering niet wilde voldoen en er geen gelden meer resteerden op de derdengeldrekening. De kamer is van oordeel dat uit het systeem van de wet juist niet volgt dat door de notaris bedragen moeten worden ingehouden of verrekend. Indien dat het geval was geweest, zou de zin ontbreken aan de bepaling over hoofdelijke aansprakelijkheid van de verkrijger van het appartementsrecht voor bedoelde bedragen, zoals in lid 3 van artikel 5:122 BW is bepaald. De verklaring van de VvE is niet bestemd om de VvE zekerheid te bieden voor de betaling van eventuele achterstallige bijdragen aan de VvE, maar dient ervoor om duidelijkheid te verschaffen over de reikwijdte van de aansprakelijkheid van de verkrijger. In dit geval heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet alleen juist maar ook zorgvuldig gehandeld. Hij heeft immers na afweging van de belangen de overdracht laten doorgaan, de VvE daarvan op de hoogte gesteld en de verkrijgers ingelicht over hun juridische positie, die vervolgens uitdrukkelijk door de respectieve verkrijgers is aanvaard. Klacht ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2045
- Pagina: 2046
- Pagina: 2047
- ...
- Pagina: 4766
- Volgende pagina zoekresultaten