Zoekresultaten 20441-20450 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:193 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180157

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft voorafgaand aan getuigenverhoor zijn conclusie van antwoord naar getuigen gezonden om hen op de hoogte te houden over de ontwikkelingen in het dossier. Deze getuigen waren de schade-experts die zijn cliënt had ingehuurd en zij maakten deel uit van het verweerteam. Dan valt volgens het hof het toesturen binnen de vrijheid die een advocaat van de wederpartij toekomt. Niet gebleken is dat verweerder in de gegeven omstandigheden de getuigen hiermee (voorwaardelijk) opzettelijk heeft beïnvloed. Vernietiging beslissing raad. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:204 Raad van Discipline Amsterdam 18-411/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:21 Kamer voor het notariaat Amsterdam 645691/NT 18-18

    De notaris heeft niet voortvarend gehandeld in de afwikkeling van het dossier. Van een notaris wordt professioneel handelen verwacht. Wanneer persoonlijke problemen van een notaris een goede praktijkvoering lastig maken mogen cliënten of belanghebbenden bij notariële werkzaamheden daar niet de dupe van worden. De notaris had moeten inzien dat het noodzakelijk was om, als zij daartoe zelf niet in staat was, een ander met de afwikkeling van het dossier te belasten, of het dossier aan een ander over te dragen, en in ieder geval om over het gebrek aan voortgang te communiceren met klaagster, zeker waar klaagster bij herhaling om informatie heeft verzocht. Dat zij dat inzicht niet heeft, maar wel weet dat ze een en ander (om gezondheidsredenen) niet aankan, baart de kamer zorgen waar het de praktijkvoering van het notariskantoor betreft. Ter zitting heeft de kamer de notaris voorgehouden dat in het verleden twee andere tuchtzaken tegen haar zijn behandeld waarin het gebrek aan voortvarendheid van haar handelen eveneens aan de orde is geweest, hetgeen in die zaken tot een gegrondverklaring van de klachten en de oplegging van een maatregel heeft geleid. Berisping. De notaris wordt in de kosten van klaagster en van de behandeling van de zaak door de kamer veroordeeld.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:22 Kamer voor het notariaat Amsterdam 649900/NT 18-26

    De klacht is gericht op het door de notaris in rekening brengen van verschillende tarieven aan klaagsters, die bij de overdracht van een woning optreden als verkopers. De kamer heeft de notaris in een eerdere uitspraak de maatregel van waarschuwing opgelegd voor het in rekening brengen aan verkoper van zakelijke lasten en kadastrale en hypothecaire inzage. De kamer sluit zich aan bij dat eerdere oordeel, verklaart de klacht op dat op dat punt gegrond en legt de notaris de maatregel van berisping op. De klacht wordt voor het overige ongegrond verklaard. De notaris wordt in de kosten van klaagsters en van de behandeling van de klacht door de kamer veroordeeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:281 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.015

    Klacht tegen chirurg. Klager is in 2012 geopereerd door de aangeklaagde chirurg vanwege pijnklachten door een liesbreuk via een kijkoperatie, de zgn TEP-procedure. Na de operatie had klager last van zenuwpijn. Klager is vervolgens naar het pijnteam verwezen vanwege neuropathie. Klager is thans 100% arbeidsongeschikt en ontvangt een IVA-uitkering. De klacht luidt als volgt. A. de chirurg is heeft door klager niet betrokken bij de besluitvorming over de ingreep. Hij heeft klager noch geïnformeerd over verschillende behandelmethoden noch informatie verschaft over mogelijke complicaties van de ingreep. Klager kon niet voldoende geïnformeerd een beslissing nemen omtrent de behandeling. B. de chirurg heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar het verloop van de zenuwen van klager; C. de chirurg heeft nagelaten een melding te maken op het moment dat hij bekend raakte met de klachten die klager na de ingreep ervoer.Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht als kennelijk ongegrond af in raadkamer. . Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager, maar overweegt dat geen sprake was van “kennelijk” ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:282 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.054

    De klacht heeft betrekking op de dochter van klager, patiënte. Patiënte mist twee kleine snijtanden in de bovenkaak en is vanaf 2014 onder behandeling van verweerster, orthodontist. De ouders hebben gekozen voor optie 2 uit het zorgplan d.w.z. voor het sluiten van de diastemen en het plaatsen van twee implantaten (distaal 14 en 24). Omdat bij de voorgaande behandelingen het sluiten van alle ruimtes zo makkelijk verliep heeft verweerster ervoor gekozen alle ruimten te sluiten (optie 3). Er is een dispuut ontstaan tussen klager en verweerster over de (gewijzigde) behandeling. Klager verwijt verweerster: 1. dat zij na een (ernstige) fout in haar praktijk niet proactief volledige transparantie heeft nagestreefd. Zij heeft na de klachtenprocedure (bij de KNMT) geen zelfreflectie getoond en/of excuses gemaakt; 2. zij heeft geen volledige openheid gegeven m.b.t. het medisch dossier van de patiënte en zij heeft de relevante stukken (te) laat aan klager overgedragen; 3. zij heeft zich na de fout en de klachtenprocedure niet professioneel en dienstvaardig opgesteld. Ook heeft zij onwaarheden over (de familie) van klager vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 deels gegrond verklaard en aan de orthodontist de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige afgewezen. Klager komt in beroep tegen de gedeeltelijke ongegrondverklaring van klachtonderdeel 1 en de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 2 en 3. Het Centraal Tuchtcollege verenigt zich met de overwegingen van het Regionaal Tuchtcollege dienaangaande en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1846

    De arts maatschappij en gezondheid had klaagster om toestemming moeten vragen voordat hij medische gegevens van klaagsters minderjarige zoon in een rapport aan derden had verstrekt. Wanneer zou worden aangenomen dat een heftige discussie ontstond nadat verweerder aan klaagster zijn voorgenomen conclusie had meegedeeld, vormt dit geen rechtvaardiging voor het nalaten van een essentieel vormvereiste. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:283 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.055

    De klacht heeft betrekking op de dochter van klager, patiënte. Patiënte mist twee kleine snijtanden in de bovenkaak en is vanaf 2014 onder behandeling van verweerster, orthodontist. De ouders hebben gekozen voor optie 2 uit het zorgplan d.w.z. voor het sluiten van de diastemen en het plaatsen van twee implantaten (distaal 14 en 24). Omdat bij de voorgaande behandelingen het sluiten van alle ruimtes zo makkelijk verliep heeft verweerster ervoor gekozen alle ruimten te sluiten (optie 3). Er is een dispuut ontstaan tussen klager en verweerster over de (gewijzigde) behandeling. Klager verwijt verweerster: 1. dat zij na een (ernstige) fout in haar praktijk niet proactief volledige transparantie heeft nagestreefd. Zij heeft na de klachtenprocedure (bij de KNMT) geen zelfreflectie getoond en/of excuses gemaakt; 2. zij heeft geen volledige openheid gegeven m.b.t. het medisch dossier van de patiënte en zij heeft de relevante stukken (te) laat aan klager overgedragen; 3. zij heeft zich na de fout en de klachtenprocedure niet professioneel en dienstvaardig opgesteld. Ook heeft zij onwaarheden over (de familie) van klager vermeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 deels gegrond verklaard en aan de orthodontist de maatregel van waarschuwing opgelegd. De orthodontist is in beroep gekomen en stelt primair dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht van klager te ruim heeft opgevat. Dit betoog slaagt niet. Ten aanzien van het subsidiaire beroep van de orthodontist oordeelt het Centraal Tuchtcollege dat het onder de gegeven omstandigheden niet nodig is een tuchtrechtelijke maatregel aan de orthodontist op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:277 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.425 + C2017.426

    Klacht tegen gz-psycholoog tevens psychotherapeut. Verweerder is werkzaam als behandelcoördinator voor A en als clustermanager van de Langdurig Forensisch Psychiatrische Zorg (LFPZ) te B, waar klager verblijft. Klager verwijt verweerder dat hij in zijn verlengingsadvies de diagnose schizofrenie heeft bijgesteld naar de onjuiste diagnose autismespectrumstoornis (ASS) en dat hij een onjuist verlengingsadvies heeft uitgebracht. Voorts verwijt klager verweerder dat hij tegen zijn wil op de Autistenafdeling van de LFPZ is geplaatst en dat zijn verzoek om overplaatsing is afgewezen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:284 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.061

    Klacht tegen cardioloog. Verweerder heeft bij klager een diagnostische hartkatheterisatie uitgevoerd. Naar de wens van klager is de ingreep niet via de lies maar via de pols verlopen. Na herhaaldelijk aanprikken in de pols en nadien in de elleboog heeft klager vanwege de pijn aangegeven dat hij de procedure wenste te beëindigen. Na de ingreep had klager een doof gevoel in drie vingers. Later nam dat af maar het dove gevoel bleef in één vinger bestaan. Klager verwijt verweerder dat hij zonder toestemming en zonder klager te informeren over de risico’s de procedure via de elleboog heeft vervolgd en is doorgegaan terwijl klager al een aantal malen had gezegd dat hij wilde stoppen. Voorts verwijt klager verweerder dat deze de feiten tracht te verdraaien. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.