Zoekresultaten 20291-20300 van de 46710 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:26 Accountantskamer Zwolle 17/1599 Wtra AK

    Betrokkene heeft, nadat een werkneemster van zijn cliënte hem had gemeld dat zij bij het indienen van haar aangifte inkomstenbelasting had ontdekt dat er ten onrechte loonheffingskorting was toegepast, bij de belastingdienst een correctie aangifte loonheffing ingediend. Hij heeft ook een gecorrigeerde jaaropgave vervaardigd en die als bijlage bij een brief aan de belastingdienst doen toekomen met het verzoek daarmee rekening te houden bij het beoordelen van de aangifte. Afzender van de brief is volgens de aanhef van de brief de werkneemster. De brief bevat ook een verzoek om uitstel van betaling van een eventueel opgelegde aanslag. Betrokkene heeft een en ander telefonisch uitgelegd aan de werkneemster. Het zonder volmacht sturen van deze brief en het niet ter kennisneming sturen van een afschrift van de brief aan de werkneemster is in strijd met de eisen die voortvloeien uit het beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Innemen standpunt over verschuldigdheid kosten advocaat werkneemster is niet in de strijd met de maatstaf die voor de beoordeling daarvan geldt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17210b

    Verwijt aan cardioloog dat hij verdere behandeling van klager heeft geweigerd, omdat klager in het verleden tuchtklachten tegen maatschapsleden had ingediend en dat hij negatieve informatie over klager op het overdrachtsformulier heeft gezet. . Onvoldoende wederzijds vertrouwen. Aanmerkelijk belang. Behandeling op zorgvuldige wijze overgedragen. Aan voorwaarden KNMG-richtlijn voor beëindiging behandelovereenkomst is voldaan. Geen aanwijzingen voor negatieve informatie. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:27 Accountantskamer Zwolle 17/1483 Wtra AK

    Beperkte tuchtrechtelijke aansprakelijkheid voor leidinggevende bij Belastingdienst (accountant in business) voor wat betreft niet-professionele diensten.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-266

    Klachten over kwaliteit dienstverlening van de eigen advocaat in verschillende zaken van klager en zijn zoon. Verweerder heeft klager niet schriftelijk gewaarschuwd voor de risico’s en kosten van het voeren van een kort geding (gedragsregel 8 oud). Klacht in zoverre gegrond. Dat verweerder zich onvoldoende heeft voorbereid voor het kort geding en daarbij (ter zitting) onvoldoende deskundig heeft gehandeld, is de raad niet gebleken. Verweerder heeft op voldoende zorgvuldige wijze de met klager gemaakte financiële afspraken bevestigd en slechts uit coulance zijn uurtarief gematigd. Verweerder heeft van klager de opdracht gekregen om incassowerkzaamheden voor zijn zoon te verrichten en heeft in dat kader ook concepten aan klager gestuurd, tussentijds overleg met hem gehad over alle te nemen vervolgstappen. In zoverre klachten ongegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:9 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-58

    De klacht bestaat uit de volgende onderdelen: 1. overtreding van artikel 11 van de Wet op het notarisambt hierna te noemen Wna. Op 4 november 2016 werd een aantal notarissen per e-mail benaderd met een aanbod van [C]. Deze mail was mede ondertekend door de notaris. Door gebruik van het briefpapier en het vermelden van een dossiernummer kan worden verondersteld dat de notaris in zijn hoedanigheid van notaris betrokken was. De notaris heeft ook diverse e-mailberichten gestuurd uit naam van zijn notariskantoor. De notaris heeft verder zijn werkzaamheden voor [C] niet gemeld als nevenactiviteit, hetgeen in strijd met de wet is; 2. overtreding van artikel 17 Wna. De notaris promoot, blijkens ondertekening van de e-mail van 4 november 2016 als “[naam], notaris”, [C] bij zijn vakgenoten en geeft in dezelfde mail aan dat er sprake is van een initiatief van notarispraktijk [V]. De aanmatigende toonzetting en de onzorgvuldigheid die uit zijn correspondentie blijkt zijn in strijd met de wet. Er is geen scheiding tussen notarispraktijk [V] en [C], waarmee de onafhankelijkheid van de notaris in het geding is; 3. overtreding van artikel 23 Wna. Nadat klager op 14 februari 2017 bij kort geding vonnis van de rechtbank Amsterdam een executoriale titel heeft verkregen bleek dat [C] geen verhaal kon bieden (er stond een bedrag van € 140,05 op de bankrekening); 4. overtreding van artikel 93 Wna. [C] en de notaris als verantwoordelijk bestuurder zijn niet op de kort geding zitting verschenen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:101 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-593

    Klacht tegen eigen advocaat ongegrond. De door klager gestelde betalingsafspraken zijn niet komen vast te staan. Verweerder heeft toegelicht dat zijn opdracht beperkt was tot de behandeling van de strafzaak van klager in hoger beroep. Dat verweerder destijds heeft toegezegd na de afronding daarvan ook nog andere werkzaamheden (kosteloos) te zullen verrichten, is de raad niet gebleken. Overige klachtonderdelen eveneens ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-076

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen (piket)advocaat kennelijk ongegrond nu niet is komen vast te staan dat verweerster in haar dienstverlening tekort is geschoten. Verweerster is niet gebonden aan tijden uit een folder die klager na zijn arrestatie van de politie heeft ontvangen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:102 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1041

    Dekenklacht over verweerster, eerst in hoedanigheid van faillissementscurator en later ook als advocaat. Dat verweerster zich bij de vervulling van haar taak als curator zodanig heeft gedragen dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur is ondermijnd, is de raad niet gebleken. Weliswaar staat vast dat verweerster als curator een groot actief in de faillissementsboedel heeft gemist en was nader onderzoek naar aanleiding van de vrij summiere bevindingen van de door verweerster als curator ingeschakelde externe partij wellicht geboden geweest, maar mogelijk had dat nadere onderzoek op dat moment voor verweerster in de gegeven omstandigheden niet tot een andere uitkomst geleid. In zoverre is de dekenklacht ongegrond. Dat verweerster jaren na sluiting van het faillissement alsnog als advocaat heeft opgetreden door namens de Stichting, de enig aandeelhouder van de gefailleerde, een akkoord aan te bieden aan de crediteuren van de gefailleerde wordt haar tuchtrechtelijk verweten. De evidente mogelijkheid van tegenstrijdige belangen had verweerster ervan moeten weerhouden om die opdracht te aanvaarden. Door deze opdracht als advocaat wel te aanvaarden, heeft verweerster naar het oordeel van de raad in strijd gehandeld met de kernwaarde integriteit. Daarnaast verwijt de raad verweerster in ernstige mate dat zij 1) gezien haar voorkennis als curator bij aanvaarding van de opdracht niet naar de herkomst van de gelden van de Stichting ten behoeve van het akkoord heeft geïnformeerd, 2) in de brieven aan de crediteuren niet heeft vermeld, dan wel had dienen te vermelden, dat sinds begin 2007 een aanzienlijk bedrag in depot stond bij een notaris ten gunste van de boedel van de gefailleerde, en 3) in diezelfde brieven de crediteuren op juridische foutieve gronden met betrekking tot de vermeende verjaring van hun vordering onder druk zette en misleidde , dit alles ten gunste van een akkoord in het belang van de Stichting. Eveneens gegrond is de dekenklacht voor zover verweerster wordt verweten niet op eerste verzoek te hebben meegewerkt aan het ter beschikking stellen van alle opgevraagde stukken aan de later wegens nagekomen bate aangestelde vereffenaar op de voet van art. 2:23C lid 4 BW. Maatregel van vier weken voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:52 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/613232 / DW RK 16/851

    De klacht betreft het volgens klager ten onrechte gebruik maken van de BRP gegevens in de pre-justitiële fase. Op een adresverificatie door een gerechtsdeurwaarder is de “Gedragscode gerechtsdeurwaarders ter bescherming persoonsgegevens” van toepassing. De Gedragscode beoogt onnodige raadpleging van het BRP te voorkomen. Het doel van de Gedragscode is niet de schuldeiser en schuldenaar te beperken in het uitvoeren van een volwaardig minnelijk incassotraject. In de onderhavige zaak werd de gerechtsdeurwaarder 2 maal met een adreswijziging van klager geconfronteerd. Dat deed veronderstellen dat eerdere aanmaningen klager niet hadden bereikt. Dat de gerechtsdeurwaarder verschillende keren een adresverificatie heeft genomen acht de kamer onder deze omstandigheden niet tuchtrechtelijk laakbaar.

  • ECLI:NL:TGDKG:2018:46 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/621670 / DW RK 17/12

    Klacht over het innen van alimentatie. Bij de inning daarvan is de gerechtsdeurwaarder aangewezen op de opgave van zijn opdrachtgever van de hoogte van het verschuldigde bedrag. Het kenmerk van een alimentatiebeschikking is dat daarin in het algemeen alleen de verschuldigdheid van toekomstige verplichtingen wordt vastgelegd. Of en in hoeverre die verplichtingen, in dit geval door klager, zijn nagekomen, is niet door een rechterlijke uitspraak bepaald, maar blijkt uit de opgave van degene die recht heeft op de alimentatie. De gerechtsdeurwaarder heeft de bezwaren van klager serieus genomen, besproken met zijn opdrachtgever en om uitleg verzocht. De klacht wordt ongegrond verklaard. Hoger beroep ingesteld.