Zoekresultaten 20291-20300 van de 46595 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:58 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-912/DB/LI

    Klaagster verwijt verweerder niet alle stukken in het geding te hebben gebracht, de zakelijke betaal- en spaarrekening niet in de verdeling te hebben betrokken, er niet voor te hebben gezorgd dat zij haar geld uit de woning zou krijgen, een getuige te hebben opgeroepen waarvan verweerder wist dat deze niet zou verschijnen, vragen onbeantwoord te laten en te laat een toevoeging te hebben aangevraagd. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 144/2017

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klagers waren weekend- en vakantiepleegouders van een kind, dat onder voogdij stond van de jeudzorgorganisatie waarbij verweerster werkzaam was als behandelcoördinator. Op een gegeven moment krijgen klagers, die van niets wisten, van de gezinshuisouders en de voogd te horen dat het kind niet meer bij hen zou komen te logeren. Verweerster belt nadien over wijze van afscheid nemen. Klacht gegrond wat betreft onzorgvuldige wijze van beëindiging pleegzorg en van de communicatie hierover. Voor het overige ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/446

    Klacht gericht tegen een physician assistant over de behandeling door het genderteam. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 290/2017

    Klager verwijt verweerster dat (a) zij zijn medische klachten onjuist heeft behandeld. Ook verwijt klager verweerster dat (b) zij hem niet voldoende over de diagnose, de behandelkeuze en de mogelijke gevolgen hiervan heeft geïnformeerd. Afwijzing klacht.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-133/DH/DH

    voorzittersbeslissing, klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:82 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-134/DH/DH

    voorzittersbeslissing, klacht over kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:83 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-218/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kwaliteit van dienstverlening is niet ontvankelijk. Klacht over opschorting van werkzaamheden wegens een geschil over een declaratie is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.190

    Klacht tegen verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de (inmiddels overleden) moeder van klager die verbleef in de verzorgingsinstelling waar verweerster werkzaam is. Klager verwijt verweerster dat zij heeft verzuimd gevolg te geven aan het behandelverbod en het team daarover onvoldoende heeft geïnstrueerd en voorts dat zij de rol van klager als wettelijk vertegenwoordiger niet heeft gerespecteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht af gewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.221

    Klacht tegen psychiater. Klager, voormalig werkgever van verweerder, verwijt verweerder dat hij een persoonlijke relatie met een patiënte is aangegaan en voorts dat hij over de vele contacten met patiënte niets althans te weinig in het dossier heeft genoteerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard. Aan verweerder is, vanwege het feit dat hij reeds was uitgeschreven uit het BIG-register, opgelegd de ontzegging van het recht zich wederom in dat register in te schrijven. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing uitsluitend voor wat betreft de maatregel en legt aan verweerder de maatregel van ontzegging voor de duur van een jaar van het recht wederom in het register te worden ingeschreven voor de duur van een jaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.275

    Regionaal Tuchtcollege heeft (in twee afzonderlijke beslissingen) klachten tegen psychotherapeut / psychiater over een te ver gaande persoonlijke / vriendschappelijke relatie met klager en over de wijze van beëindiging van de behandelrelatie gegrond verklaard en aan verweerder in eerste aanleg zowel in zijn hoedanigheid van psychotherapeut als psychiater de maatregel van berisping opgelegd. Verweerder in eerste aanleg erkent dat hij als psychiater niet juist heeft gehandeld en stelt geen beroep in tegen de beslissing met betrekking tot zijn handelen als psychiater. Hij vindt echter dat aan hem ten onrechte in zijn hoedanigheid van psychotherapeut een berisping is opgelegd, omdat hij klager in de betreffende periode alleen als psychiater behandelde. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psychotherapeut onduidelijkheid heeft laten bestaan of hij klager behandelde als psychotherapeut of als psychiater, door in zijn correspondentie geen duidelijk onderscheid te maken tussen zijn beide hoedanigheden, in die correspondentie niet duidelijk te zijn over de behandeling die hij aan klager gaf en door geen behandelingsovereenkomst(en) met klager op te stellen. Deze onduidelijkheid komt voor rekening en risico van de psychotherapeut. Het beroep wordt verworpen en de opgelegde maatregel gehandhaafd.