Zoekresultaten 20291-20300 van de 47606 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-384/DB/ZWB
- Datum publicatie: 22-08-2018
- Datum uitspraak: 24-07-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:111
Niet gebleken dat verweerder had toegezegd om klager terug te bellen en niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager niet te woord te staan toen klager op verweerders kantoor verscheen. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1833
- Datum publicatie: 22-08-2018
- Datum uitspraak: 22-08-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:69
Gz-psycholoog. Klacht: verweerster had niet mogen rapporteren over klaagster, de dochter van de gemachtigde van klaagster, gezien de professionele relatie tussen verweerster en de gemachtigde van klaagster (1), rapport voldoet niet aan de eisen (2 en 3), ondeugdelijke methodiek en geen inzage- en correctierecht aangeboden (4). College: (1) gegrond omdat er sprake was van een conflictueuze situatie, (2) en (3) ongegrond, (4) gegrond wat betreft niet melden inzage- en correctierecht. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-612/DH/RO
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 17-08-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:173
60ab Aw (primair) afgewezen. 60b Aw (subsidiair) toegewezen. Verweerder is niet in staat zijn praktijk behoorlijk uit te oefenen en is onvoldoende bereikbaar voor de deken. de financiële situatie van het kantoor van verweerder is zorgwekkend en staat aan een goede praktijkuitoefening in de weg.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-255
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:140
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Onder meer niet gebleken dat de verzekeringsarts geen of onvoldoende onderzoek heeft verricht of onjuist gerapporteerd heeft. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:237 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2016.498
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:237
Klacht tegen gz-psycholoog en psychiater die in het kader van een tegen klager lopende strafzaak in opdracht van de rechtbank na klinische observatie in multidisciplinair verband een Pro Justitia dubbel-rapportage hebben uitgebracht over de geestvermogens van klager. De klacht behelst drie klachtonderdelen ter zake van de inhoud van de rapportage, de onderliggende rapportages en de aanpak van het onderzoek en de termijnen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege wijst hier een tussenbeslissing waarin twee van de drie klachtonderdelen worden afgewezen. Van belang is de overweging van het College dat het College het onwenselijk acht dat er binnen de forensische setting een ander invulling wordt gegeven aan het begrip ‘werkaantekeningen’ en daarmee aan de regel omtrent het medisch dossier, zonder dat daar regelgeving aan ten grondslag ligt die voor onderzochten kenbaar is. Ter zake van het derde klachtcategorie over de inhoud van de rapportage acht het College zich nog onvoldoende voorgelicht en wordt een aanvullend vooronderzoek gelast.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-027b
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:134
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts (in opleiding tot oogarts). Klaagster is geopereerd door een oogarts, de arts in opleiding tot oogarts heeft geassisteerd tijdens de operatie. Onduidelijk is gebleven of tijdens het preoperatieve gesprek onbetwistbaar is besproken dat klaagster niet door een leerling geopereerd wilde worden en dat zij ook geen leerlingen aan haar wilde. Hierover verschillen partijen van mening. Het ontbreken van verslaglegging van het preoperatieve gesprek levert in dit geval geen tuchtrechtelijk verwijt op. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180057
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 20-08-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:143
Verzet tegen de beslissing van de voorzitter van het hof dat de Advocatenwet aan appellanten niet de mogelijkheid biedt om in hoger beroep te komen van de beslissing van de raad, nu appellanten niet behoren tot de in artikel 56 lid 1 Advocatenwet genoemde personen en voor derde partijen geen rechtsgang bij het hof is. Het verzet is ongegrond. Appellanten zijn in de klachtprocedure geen partij. Voor zover appellanten in hun verzetschrift een zelfstandig verzoek hebben gedaan te mogen tussenkomen in de hoger beroepsprocedure tussen klager en verweerder, wordt dat afgewezen. De Advocatenwet voorziet niet in de mogelijkheid dat een derde tussenkomt in een tussen andere partijen aanhangige klachtprocedure.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-969/DH/DH
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 13-08-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:180
Verzet ongegrond. Klacht naar aanleiding van een klager onwelgevallig, negatief cassatieadvies.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-040/DH/DH
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 30-07-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:174
Klaagster en verweerder zijn zus en broer. De broer is tevens advocaat. Tussen beiden wordt al jarenlang geprocedeerd. Verweerder treedt daarbij de ene keer op als advocaat en de andere keer in privé-hoedanigheid. Daardoor is het niet altijd goed mogelijk zijn hoedanigheid in het specifieke geval te onderscheiden. Deze vermenging brengt met zich dat twee klachtonderdelen gegrond worden verklaard. Allereerst heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld door aan een door hem ingeschakelde advocaat een ten name van de moeder van partijen gestelde volmacht ter beschikking te stellen. De moeder was namelijk niet meer in staat een volmacht af te geven. Daarnaast heeft die advocaat een valse factuur in het geding gebracht. En verweerder moet worden geacht daarmee te hebben ingestemd. In beide gevallen is de handelwijze van verweerder schadelijk voor het vertrouwen in de advocatuur en in zijn eigen beroepsuitoefening. Voor het overige is de klacht ongegrond. Mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder legt de raad een onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 2 weken op.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-241
- Datum publicatie: 21-08-2018
- Datum uitspraak: 21-08-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:141
Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Hoewel er door verweerster vanwege een levensbedreigende ziekte geen verweerschrift is ingediend, is het College na bestudering van het dossier tot de conclusie gekomen zich voldoende voorgelicht te achten om in deze zaak thans tot een beslissing te kunnen komen. Niet gebleken dat de verzekeringsarts op niet onafhankelijke wijze tot haar oordeel is gekomen. Niet kan haar worden verweten dat zij geen eigen audiologisch onderzoek heeft verricht bij klager, omdat zij bij een behandelend kno-arts informatie heeft ingewonnen. Klacht voor het overige ook ongegrond. Klacht afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2029
- Pagina: 2030
- Pagina: 2031
- ...
- Pagina: 4761
- Volgende pagina zoekresultaten