Zoekresultaten 20181-20190 van de 47591 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-980

    Klaagster heeft een werkneemster op staande voet ontslagen. Verweerster heeft namens de werkneemster een vordering tot vernietiging van het ontslag c.a. ingediend. Bij het daartoe strekkende verzoekschrift heeft verweerster nadere stukken overgelegd waaronder WhatsApp-berichten tussen de werkneemster en andere werknemers van klaagster. Voorts heeft verweerster aan klaagster geschreven dat zij voornemens was om namens de werkneemster hoger beroep in te stellen tegen het afwijzende vonnis op de vordering tot vernietiging. Ook heeft zij meegedeeld in dat bericht een loonvordering van € 20.000 te zullen indienen. De raad acht het overleggen van de WhatsApp-berichten noch het bericht over het voornemen hoger beroep in te stellen en de loonvordering, in strijd met de grote mate van vrijheid die verweerster toekomt om de belangen van een cliënt te behartigen op een wijze die passend voorkomt. De klachten zijn daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-882/DB/LI

    Geheimhoudingsplicht geschonden terwijl daarvoor geen goede rechtvaardiging bestond. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:110 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/173

    Klager verwijt verweerder het schenden van zijn zorgplicht. Klager heeft tijdens het spreekuur met verweerder de aanwezigheid van de co-assistent geweigerd, waarop verweerder het onderzoek niet door heeft laten gaan. Ongegrond

  • Betreft een wrakingsverzoek. Op grond van artikel 3 lid 3 van het Wrakingsprotocol kamers voor het notariaat wijst de wrakingskamer het verzoek tot wraking af als zijnde kennelijk ongegrond. Voorts bepaalt de wrakingskamer dat een volgend wrakingsverzoek ten aanzien van de betrokken plaatsvervangend voorzitter respectievelijk van de betrokken (plaatsvervangend) leden van de kamer voor het notariaat niet in behandeling wordt genomen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:178 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180030D

    Dekenbezwaar. Vier advocaten van een advocatenkantoor hebben een ontoelaatbare constructie gebruikt om gedupeerden van de gaswinning in Groningen bij te staan in hun strijd tegen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). De vier richtten een claimstichting op en/of maakten als advocaat gebruik van die stichting. Zij hebben daarbij volgens het hof in strijd met de kernwaarden gehandeld die voor de advocatuur gelden.Berisping. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-366/DB/LI 18-367/DB/LI 18-368/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder bewust een vervalste grootboekkaart heeft ingediend bij de faillissementsaanvraag, onjuiste vorderingen heeft ingediend, de advocaten van klaagster heeft bedreigd en/of steekpenningen heeft aangenomen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:192 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-544

    Verzet tegen voorzittersbeslissing. Tijdens de eerste verzetzitting heeft klager de voorzitter en een lid van de raad gewraakt. Nadat de wrakingskamer het wrakingsverzoek heeft afgewezen is het verzet opnieuw op zitting gepland. Tijdens de tweede verzetzitting heeft klager dezelfde voorzitter van de raad opnieuw gewraakt. Dit (tweede) wrakingsverzoek is niet in behandeling genomen op grond van artikel 2 van het wrakingsprotocol. Het verzet is ongegrond. Van schending van wettelijke en/of verdragsbepalingen (waaronder artikel 6 EVRM) bij de besluitvorming door de voorzitter en het uitspreken van die beslissing is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:236 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-544

    Voorzittersbeslissing: verweerder heeft als opvolgend advocaat alleen onder voorwaarden willen optreden voor klager in zijn langlopende arbeidsgeschil en heeft zich na verloop van tijd alsnog onttrokken. Klager is naar het oordeel van de voorzitter kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht op grond van de ne bis in idem regel ex artikel 46b Advocatenwet. Het had naar het oordeel van de voorzitter op de weg van klager gelegen om eventuele andersluidende dan wel anders getinte bezwaren tegen de aanpak van en behandeling door verweerder van diens arbeidszaak eerder, en bij voorkeur bij gelegenheid van de eerdere klachten, naar voren te brengen. Van een advocaat als verweerder kan niet worden verwacht dat hij zich steeds opnieuw moet verantwoorden voor in feite dezelfde kwestie. Mogelijk dan misbruik van klachtrecht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-331

    Dekenklacht (alleen) jegens verweerder naar aanleiding van bevindingen met betrekking tot gebruik door zijn kantoor van de derdengeldenrekening na een kantoorbezoek. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in strijd met artikel 6.27 leden 1 en 2 Voda gehandeld door 10 contante uitbetalingen aan cliënten te doen, zonder dat daarvoor een rechtvaardiging bestond. Daarnaast heeft hij in strijd gehandeld met artikel 6.27 lid 3 Voda door 3 contante uitbetalingen boven € 5.000,- te doen zonder voorafgaand overleg met de deken, terwijl hij daarnaast in strijd met gedragsregel 37 het dekenonderzoek heeft gefrustreerd door daarover in strijd met de waarheid te verklaren. Tot slot wordt verweerder als bestuurder van de stichting derdengelden tuchtrechtelijk verweten dat hij in strijd met artikel 6.23 Voda in totaal 28 betalingen niet rechtstreeks naar de belanghebbenden heeft overgemaakt. Voorwaardelijke schorsing van vier weken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-282/DB/LI

    Voorzitter heeft buiten zitting kunnen oordelen dat niet is gebleken dat verweerster in de processtukken die zij heeft ingediend bij het Regionaal Medisch Tuchtcollege onwaarheden heeft vermeld, noch dat zij zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Verzet ongegrond.