Zoekresultaten 19731-19740 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:293 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-696

    Klacht tegen advocaat in hoedanigheid van faillissementscurator. Volgens klagers heeft verweerder structureel ondeskundig en onzorgvuldig jegens hen gehandeld bij afhandeling van het faillissement. Naar het oordeel van de voorzitter is een klaagster kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een eigen belang, en zijn alle klachtonderdelen van de andere klagers kennelijk ongegrond. Op geen enkel punt is de voorzitter gebleken dat verweerder met zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:32 Raad van Discipline Amsterdam 18-1043/A/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2019:12 Accountantskamer Zwolle 18/1093 Wtra AK

    Klaagster verwijt betrokkene onder andere dat hij ten onrechte een goedkeurende verklaring van onwaarde heeft verklaard, dat hij rechtens onjuiste conclusies van de Onderwijsinspectie klakkeloos heeft overgenomen en dat hij er daarbij volledig aan voorbij is gegaan dat klaagster rechtshandelingen heeft verricht na advisering door betrokkene. De Accountantskamer heeft de klacht in al haar onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2019:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 204/2018

    Klacht tegen huisarts. Kennelijk ongegrond wegens onvoldoende feitelijke grondslag

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:43 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.038

    Klacht tegen verzekeringsarts (medisch adviseur). Klager heeft ten behoeve van de uitoefening van zijn agrarisch bedrijf een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten bij een verzekeraar. De verzekeringsarts is werkzaam als medisch adviseur van deze verzekeraar. In 2007 heeft klager zich arbeidsongeschikt gemeld wegens rugklachten. In 2012 heeft klager zijn agrarisch bedrijf verkocht. De klacht komt er samengevat op neer dat de verzekeringsarts , tezamen met zijn collega, (diverse artikelen van) de GAV Beroepscode alsmede zijn zorgplicht jegens klager heeft geschonden. Voorts houdt de klacht in dat de advisering van verweerder niet voldoet aan de eisen die daaraan (conform de GAV Beroepscode en de jurisprudentieregels bij schriftelijke medische rapportages) in redelijkheid kunnen worden gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:25 Raad van Discipline Amsterdam 18-1044/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door stukken afkomstig uit een andere procedure tussen klaagster en een andere ex-partner, heeft ingebracht in de procedure tussen klaagster en de cliënt van verweerster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:44 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.177

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster heeft zich ziek gemeld bij haar werkgever. Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij zich tijdens de spreekuurcontacten onprofessioneel jegens haar heeft gedragen. De klacht heeft voorts betrekking op de bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klachtonderdelen IV en V, voor zover daarin wordt geklaagd over twee bepaalde adviezen die de bedrijfsarts heeft gegeven, gegrond. De bedrijfsarts is in zijn advisering onvoldoende zorgvuldig geweest en heeft de STECR werkwijzer ‘arbeidsconflicten’ onvoldoende gevolgd. Het Regionaal Tuchtcollege legt de bedrijfsarts voorts de maatregel van berisping op en wijst de klacht voor het overige af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de bedrijfsarts en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:26 Raad van Discipline Amsterdam 18-1042/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door eerst betaling van de eigen bijdrage te verlangen alvorens hij met zijn werkzaamheden voor klager zou beginnen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:45 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.250

    Klager heeft op grond van de Participatiewet aan het College van B&W van Rotterdam om toekenning van bijzondere bijstand gevraagd, omdat hij een chronische longaandoening heeft waarvoor hij medicatie gebruikt en een eiwit- en energierijk dieet moet volgen. Aan klager is toen eenmalig voor de periode van een jaar een bedrag van 600 euro aan bijzondere bijstand verleend. Het College heeft het jaar erna een nieuwe aanvraag opnieuw toegekend voor 600 euro, maar klager heeft tegen de hoogte van dit bedrag bezwaar gemaakt. Ter voorbereiding op de beslissing op bezwaar heeft het College de aanvraag van klager aan de GGD voorgelegd met de vraag of een dieet medisch geïndiceerd is en zo ja wat de meerkosten dan zijn. Verweerder, als arts werkzaam bij de GGD, heeft na afloop van het onderzoek aan klager medegedeeld dat er geen medische indicatie voor dieetkosten was. Klager verwijt verweerder: - dat hij geen onafhankelijk advies heeft uitgebracht, - dat klager niet vooraf op de hoogte is gesteld van de inhoud van het advies, - dat hij ten onrechte verwijst naar informatie van de huisarts, omdat in het advies staat dat de huisarts geen informatie heeft verstrekt, - dat hij ten onrechte heeft geadviseerd dat hij als gevolg van zijn dieet geen meerkosten maakt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2019:27 Raad van Discipline Amsterdam 18-964/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Voor zover verweerder bij het overleggen van de getuigenverklaringen een rol zou hebben gespeeld geldt dat een advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft, en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. Dat in het onderhavige geval sprake is van een dergelijk uitzonderingsgeval is de voorzitter niet gebleken. Met verweerder is de voorzitter van oordeel dat, voor zijn cliënt niet zou zijn gevestigd op het bij de Kamer van Koophandel ingeschreven adres, dit niet onverkort tot de conclusie kan leiden dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klaagster deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege gebrek aan belang, klacht voor het overige kennelijk ongegrond.