Zoekresultaten 19681-19690 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:32 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/90 2017/91

    Twee dierenartsen krijgen het verwijt dat zij ten aa nzien van een drachtige kat niet adequaat hebben gehandeld, meer in het bijzonder doordat geen keizersnede is uitgevoerd, met als gevolg dat de kat en de nog ongeboren kittens zijn overleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:297 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-485

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:33 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-854

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in zijn klacht wegens (niet-verschoonbare) termijnoverschrijding bij indiening van zijn klacht in de zin van artikel 46 g lid 1 sub a Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:33 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/106

    Dierenarts wordt verweten, samengevat, dat hij met betrekking tot een gebitsbehandeling bij een kat tekort is geschoten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:27 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/42

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op enkele varkensbedrijven niet te hebben gehandeld conform de vigerende wet- en regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Voorwaardelijke boete van € 750.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:298 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-701

    Voorzittersbeslissing. Klagers 2, 3 en 4 zijn kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht wegens het ontbreken van een eigen belang bij de klacht tegen verweerder als de advocaat van de wederpartij van klager 1. Voor het overige is de klacht kennelijk ongegrond nu een voldoende feitelijke onderbouwing ontbreekt.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:34 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-887

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter oordeelt de klachten van verweerder als advocaat van de wederpartij in familierechtelijk geschil kennelijk ongegrond. Verweerder mocht afgaan op de informatie van zijn cliënte en diende in haar opdracht in de gegeven omstandigheden te procederen zonder eerst nog te onderhandelen met klager. Van onnodige grievende uitlatingen door verweerder jegens klager is de voorzitter niet gebleken.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:34 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/109

    Dierenarts wordt verweten, samengevat, een breuk in de linker voorpoot van een windhond onjuist te hebben behandeld c.q. gefixeerd, althans te hebben nagelaten nader onderzoek te (laten) verrichten en bij de hond een carpale hyperextensie niet te hebben gediagnosticeerd en behandeld. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2019:28 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-581

    In 2015 hebben klager en verweerder, ieder middelllijk (verweerder via zijn advocatenvennootschap), deelgenomen in een nieuw opgerichte investeringsvennootschap, klaagster, waarbij klager en verweerder ieder mede-aandeelhouder en mede-bestuurder van klaagster zijn geworden. Doordat verweerder de derdengeldenrekening van zijn advocatenkantoor ter beschikking heeft gesteld voor betaling van gelden door investeerders ten behoeve van de activiteiten van klaagster, via het e-mailadres van zijn advocatenkantoor met de bij klaagster betrokken partijen heeft gecorrespondeerd en doordat voorts bij die betrokkenen ook het vertrouwen is gewekt door verwijzing naar de functie van verweerder als advocaat, zijn er naar het oordeel van de raad voldoende aanknopingspunten en is sprake van dusdanige verwevenheid met de praktijkuitoefening van verweerder als advocaat om de door klagers verweten gedragingen van verweerder te toetsen aan het tuchtrecht voor advocaten en dus aan de maatstaven genoemd in artikel 46 Advocatenwet. Voor zover klagers verweerder aanspreken op zijn tekortschietende optreden als (mede-)bestuurder van klaagster, raakt dit niet zijn handelen als advocaat en worden klagers ten aanzien van die verwijten niet-ontvankelijk verklaard. Voor zover klagers klagen over het (onjuiste) gebruik van de derdengeldrekening van verweerder, overweegt de raad dat tussen partijen niet ter discussie staat dat de derdengeldrekening van verweerder is gebruikt voor het ontvangen en/of uitbetalen van geldbedragen die te maken hadden met de bedrijfsvoering van klaagster en niet met die van zijn advocatenpraktijk. Voor wat betreft het deelaspect ‘via zijn derdengeldrekening’ kunnen klagers niet als rechtstreeks belanghebbenden worden beschouwd, omdat dit aspect het algemeen belang betreft waarvan het klachtrecht aan de deken toekomt. In zoverre zijn klagers ten aanzien van dat verwijt dan ook niet-ontvankelijk. De juistheid van het verdere verwijt, dat verweerder gelden die aan klaagster toebehoren van zijn derdengeldenrekening zou hebben verduisterd voor eigen financieel gewin, kan de raad niet vaststellen. Die klacht is dan ook ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:28 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/37

    Klachtambtenaarzaak. Dierenarts wordt verweten met betrekking tot de inzet van antibiotica op een vleesvarkensbedrijf niet te hebben gehandeld conform de vigerende wet- en regelgeving en de zorgvuldige beroepsuitoefening. Berisping.