We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 19551-19560 van de 47942 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:36 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.153

    Klagers’ zoon is op de leeftijd van 6 maanden in december 2016 in het ziekenhuis opgenomen vanwege Failure to Thrive, onvoldoende gewichtstoename. Er is toen onderzocht of de differentiaal diagnose Pediatric Condition Falsification (PCF) kon worden uitgesloten. De mogelijkheid van PCF werd in januari/februari 2017 verworpen. In mei 2017 is klagers’ zoon opnieuw opgenomen in het ziekenhuis vanwege achterblijven in de groei en verminderd bewustzijn. De kinderarts is na zeer uitgebreid onderzoek tot de opvatting gekomen dat de ernstige klachten van klagers’ zoon niet konden worden verklaard vanuit alleen een somatische diagnose en dat PCF niet kon worden uitgesloten. Na een MDO medio juni 2017 heeft de kinderarts Veilig Thuis (VT) geraadpleegd en een melding gedaan. Klagers verwijten de kinderarts: 1. dat zij ten onrechte een melding heeft gemaakt bij VT inzake klagers’ zoon daar deze melding is geschied op basis van onvoldoende dossierbeheer; 2. dat zij bij het doen van de melding niet de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld heeft gevolgd; 3. dat zij het medisch beroepsgeheim heeft geschonden daar zij VT van meer informatie heeft voorzien dan waar deze aanspraak op zou kunnen maken en dit niet vooraf met klagers heeft besproken c.q. toestemming heeft verkregen; 4. dat zij de privacy van klagers en haar beroepsgeheim heeft geschonden door samen met een collega arts de videoregistratie te bekijken nadat klagers’ zoon was overgedragen aan een ander ziekenhuis; 5. dat zij in het kader van haar onderzoek naar de kindermishandeling geen optimale zorg heeft gegeven aan klagers’ zoon. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klagers richten hun beroep alleen tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen 1, 2 en 5. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat deze klachtonderdelen terecht ongegrond zijn verklaard en verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.503

    Klacht tegen een uroloog. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster twaalf tegen klachten artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster deels gegrond verklaard en voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster in haar beroep ten aanzien van de door het Regionaal Tuchtcollege gegrond verklaarde klachtonderdelen niet-ontvankelijk en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:6 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18128 en 18160a

    Psychiater (tevens psychotherapeut) wordt -onder meer- verweten dat hij onvoldoende randvoorwaarden heeft geschapen om naleving van de professionele grenzen te bewaken, dat er in ernstige mate en bij herhaling sprake is geweest van grensoverschrijdend handelen zowel tijdens als na de behandelrelatie, dat hij het cliënte moeilijk heeft gemaakt om de behandelrelatie te beëindigen en niet (tijdig) heeft doorverwezen naar een andere behandelaar, zijn eigen belang boven dat van zijn cliënte heeft gesteld, de diagnose van cliënte heeft verzwaard zonder voorafgaand onderzoek en zonder dit met haar te bespreken en dat er sprake is van onzorgvuldige en onvolledige dossiervorming. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Ernstig en langdurig grensoverschrijdend gedrag door een persoonlijke, affectieve en virtuele seksuele relatie met cliënte aan te gaan. Extreme frequentie. Verweerder had diagnose en symptomen van zijn ziekte, het medicatiegebruik en de mogelijke effecten daarvan op zijn gedrag met werkgever of collega’s moeten bespreken. Behandeling met cliënte voortgezet terwijl hij verder ontspoorde. Uitbreiding diagnose cliënte niet met haar besproken. Dossier bevat onvoldoende informatie. Geen doorleefd besef van de ernst en de ontoelaatbaarheid van gedrag. Doorhaling. Voorlopige voorziening: schorsing van de inschrijving. Publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:219 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180130

    Beklag tegen weigering tot inschrijving van advocaat door de raad van de orde (art. 5 Advocatenwet) na schrapping van het tableau. Niet gebleken is van bijzondere omstandigheden die een hernieuwde inschrijving van klager rechtvaardigen. Klager heeft niet op overtuigende wijze blijk gegeven van een gedragspatroon die nieuwe ontsporingen in hoge mate onwaarschijnlijk maakt. Van belang is het verdere tuchtrechtelijk verleden van klager, zijn slechte bereikbaarheid en het zich voordoen als advocaat nadat hij was geschrapt. Afwijzing van het beklag.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 18128 en 18160b

    Psychotherapeut (tevens psychiater) wordt -onder meer- verweten dat hij onvoldoende randvoorwaarden heeft geschapen om naleving van de professionele grenzen te bewaken, dat er in ernstige mate en bij herhaling sprake is geweest van grensoverschrijdend handelen zowel tijdens als na de behandelrelatie, dat hij het cliënte moeilijk heeft gemaakt om de behandelrelatie te beëindigen en niet (tijdig) heeft doorverwezen naar een andere behandelaar, zijn eigen belang boven dat van zijn cliënte heeft gesteld, de diagnose van cliënte heeft verzwaard zonder voorafgaand onderzoek en zonder dit met haar te bespreken en dat er sprake is van onzorgvuldige en onvolledige dossiervorming. Alle klachtonderdelen zijn gegrond. Ernstig en langdurig grensoverschrijdend gedrag door een persoonlijke, affectieve en virtuele seksuele relatie met cliënte aan te gaan. Extreme frequentie. Verweerder had diagnose en symptomen van zijn ziekte, het medicatiegebruik en de mogelijke effecten daarvan op zijn gedrag met werkgever of collega’s moeten bespreken. Behandeling met cliënte voortgezet terwijl hij verder ontspoorde. Uitbreiding diagnose cliënte niet met haar besproken. Dossier bevat onvoldoende informatie. Geen doorleefd besef van de ernst en de ontoelaatbaarheid van gedrag. Verbod tot herregistratie. Publicatie.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:10 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-570/DB/ZWB

    Klaagster verwijt verweerster eigen bijdragen in rekening te hebben gebracht in strijd met tussen partijen gemaakte afspraken en verwijt verweerster onvoldoende uitleg te hebben gegeven over de door haar verzonden declaraties. Klaagster verwijt verweerster daarnaast dat zij zonder haar instemming door verweerster ontvangen derdengelden heeft verrekend. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat door verweerster bedragen ten onrechte in rekening zijn gebracht. Door verweerster is voldoende uitleg gegeven over de door haar in rekening gebrachte kosten. Verweerster heeft door haar ontvangen derdengelden verrekend zonder nadrukkelijke instemming van klaagster. Verweerster stelt dat die instemming kan worden afgeleid uit een e-mail van klaagster, maar daarin wordt slechts een betalingstoezegging gedaan en wordt niet ingestemd met verrekening van nog te ontvangen derdengelden. Nu de vereiste instemming van klaagster ontbreekt, heeft verweerster in strijd met artikel 46 Advocatenwet gehandeld. Klachtonderdeel 4 gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:251 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-146

    Klacht over het handelen van een advocaat als privépersoon in een zaak waarin hij ook als advocaat optrad. Verweerder zou eigenmachtig de kinderen van zijn cliënte, die onder toezicht stonden en uithuis waren geplaatst, zelf hebben ondergebracht in bij de zorginstelling onbekende pleeggezinnen en zou de verblijfplaats niet kenbaar willen maken aan de zorginstelling. De raad is van oordeel dat daarvan niet gebleken is. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:53 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/334622 KL RK 18-32

    Klaagster verwijt de notaris dat hij de verjaringsprocedure onjuist heeft toegepast. Door het handelen van de notaris is klaagster voor een voldongen feit geplaatst en is de gemeente in staat gesteld om bestuursdwang te kunnen toepassen jegens klaagster. De kamer overweegt dat de notaris wettelijk gezien niet verplicht was om klaagster om haar standpunt te vragen, alvorens de verklaring van verjaring op te maken. Dit kan de notaris daarom niet verweten worden. Wel merkt de kamer daarbij op dat het in zijn algemeenheid aanbeveling verdient om de argumenten van de wederpartij te horen, zodat die kunnen worden meegewogen bij de afweging om al dan niet mee te werken. Verder overweegt de kamer dat de door de notaris opgemaakte verklaring voldoet aan de wettelijke vereisten. Volgens eigen verklaring van de notaris was hij overtuigd dat de verjaring had plaatsgevonden. Daarom mocht de notaris de akte van verjaring opmaken en ter inschrijving aanbieden aan het Kadaster. De kamer heeft daarom de klacht ongegrond verklaard. Of de notaris ook overtuigd had mogen zijn van de verjaring en dus de vraag of verjaring daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is een vraag die de kamer niet kan beantwoorden. Zoals eerder opgemerkt is die beoordeling voorbehouden aan de civiele rechter.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/202

    Klaagster dient een klacht in namens haar overleden zoon. Klaagster verwijt een arts en verpleegkundige een incompleet dossier van haar zoon. Tevens verwijt ze hen dat haar zoon diverse malen zonder behandeling naar huis is gestuurd. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSHE:2019:11 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-1008/DB/ZWB

    Geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding ex art. 469 lid 1 sub a Advocatenwet. Klager was geen cliënt. Het stond de advocaat derhalve niet vrij hem stukken uit het dossier van zijn cliënte toe te sturen. Klacht ged. niet-ontv. / ged. kennelijk ongegrond