Zoekresultaten 19541-19550 van de 47942 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.138
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:34
Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog . Klaagster verwijt de gezondheidszorgpsycholoog dat zij ten onrechte niet (in de mate die verwacht mocht worden) is geïnformeerd over en betrokken bij de behandeling van haar dochter. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond, vernietigt de beslissing waarvan beroep en verstaat dat de maatregel van waarschuwing komt te vervallen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:15 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.501
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:15
Klacht tegen een vaatchirurg. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.081
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:28
Klacht tegen een huisarts en twee ambulanceverpleegkundigen. Klagers zijn de echtgenoot en dochter van patiënte, inmiddels overleden. Twee dagen voor overlijden heeft patiënte heeft de eigen huisarts bezocht voor uiteenlopende klachten. Een dag later heeft patiënte vanwege toenemende klachten, wegrakingen en niet aanspreekbaar de SEH bezocht. Na onderzoek is patiënte naar huis gestuurd. De huisarts van een andere huisartsenpraktijk heeft later die dag een ambulance aangevraagd. De ambulance-verpleegkundigen (eveneens aangeklaagd: C2018.082 en C2018.083) hebben patiënte onderzocht en op basis van hun bevindingen geconcludeerd dat vervoeren naar het ziekenhuis niet noodzakelijk leek. Een van de ambulanceverpleegkundigen heeft vervolgens telefonisch contact gehad met verweerster als waarnemend huisarts. Verweerster heeft ermee ingestemd om patiënte niet naar het ziekenhuis te vervoeren en heeft geadviseerd om de volgende dag de eigen huisarts van patiënte te consulteren. De volgende dag is patiënte naar de IC overgebracht alwaar zij is overleden. Volgens klagers zou de afloop anders zijn geweest als verweerster patiënte wèl naar het ziekenhuis had laten vervoeren en/of zelf direct met de dochter van patiënte telefonisch had overlegd of als verweerster bij patiënte thuis op huisbezoek was langsgekomen. Klagers verwijten verweerster meer specifiek: 1. dat zij op basis van een summier telefoongesprek met een ambulanceverpleegkundige, zonder afdoende van de voorgeschiedenis op de hoogte te zijn, er mee heeft ingestemd dat patiënte niet per ambulance naar het ziekenhuis zou worden vervoerd. Omdat zij waarnemend huisarts was en patiënte niet kende had zij niet zonder nader onderzoek en zonder een eigen beoordeling hiermee mogen instemmen; 2. dat zij heeft nagelaten nog met de dochter van patiënte te overleggen en later die dag nog een huisbezoek af te leggen; 3. dat zij tegen de ambulanceverpleegkundige heeft gezegd dat patiënte zich de volgende dag wel weer tot haar eigen huisarts zou kunnen wenden. Hierdoor is er in de uren die daarop volgden geen contact meer met verweerster gezocht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht in al haar onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:28 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/7
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 10-12-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:28
Klager heeft kandidaat-notaris opdracht gegeven om overeenkomst van geldlening mét hypothecaire zekerheid op te stellen. In afwijking daarvan heeft hij overeenkomst van geldlening zónder hypothecaire zekerheid opgesteld. Het had op de weg van de kandidaat-notaris gelegen om klager schriftelijk te informeren over de risico’s die voor hem zouden voortvloeien uit het ontbreken van de gevraagde hypothecaire zekerheid en de rechtsgevolgen en risico’s van de clausule die hij in plaats daarvan heeft opgenomen en/of om de mondeling verstrekte informatie nadien schriftelijk aan klager te bevestigen. Dat heeft de kandidaat-notaris niet gedaan waardoor hij is tekortgeschoten in zijn voorlichtings- en informatieplicht. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar, waarbij mede in aanmerking wordt genomen dat het voor risico van de (kandidaat-)notaris dient te komen indien in de correspondentie met de cliënt onvoldoende wordt vastgelegd wat in het kader van de informatieplicht met de cliënt is besproken (HR 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:288). Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.508
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:22
Klacht tegen een operationeel leidinggevende verpleegkundige. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige verweten gedragingen vallen onder de tweede tuchtnorm en verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelij k in haar klacht omdat het aan de verpleegkundige verweten handelen onvoldoende weerslag heeft gehad op de individuele gezondheidszorg . Het incidenteel beroep slaagt en aan een inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.146
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:35
Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster is eenmalig bij de bedrijfsarts op het spreekuur geweest. Zij verwijt de bedrijfsarts dat zij klaagster onheus heeft bejegend, dat zij over klaagsters gezondheidssituatie heeft geoordeeld zonder te beschikken over de juiste informatie van haar behandelaars en meer in het bijzonder heeft geweigerd om informatie in te winnen bij haar psycholoog. Volgens klaagster heeft de bedrijfsarts een onjuist advies gegeven. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond, legt de bedrijfsarts de maatregel van berisping op, wijst de klacht voor het overige af en gelast de publicatie van de beslissing zodra deze onherroepelijk is geworden. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gegrond voor zover dit ziet op de opgelegde maatregel (berisping) en de publicatie en legt alsnog een waarschuwing op. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:16 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.502
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:16
Klacht tegen een uroloog. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.082
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:29
Klacht tegen een huisarts en twee ambulanceverpleegkundigen. Klagers zijn de echtgenoot en dochter van patiënte, inmiddels overleden. Patiënte heeft twee dagen voor overlijden de eigen huisarts bezocht voor uiteenlopende klachten. Een dag later heeft patiënte vanwege toenemende klachten en wegrakingen en niet aanspreekbaar de SEH bezocht. Na onderzoek is patiënte naar huis gestuurd. De huisarts van een andere huisartsenpraktijk heeft later die dag een ambulance aangevraagd. De ambulance-verpleegkundigen, zijnde verweerster en haar collega (eveneens aangeklaagd: C2018.083) hebben patiënte onderzocht en op basis van hun bevindingen geconcludeerd dat vervoeren naar het ziekenhuis niet noodzakelijk leek. Verweerster heeft vervolgens telefonisch contact gehad met de waarnemend huisarts (eveneens aangeklaagd: C2018.081). De waarnemend huisarts heeft ermee ingestemd om patiënte niet naar het ziekenhuis te vervoeren en heeft geadviseerd om de volgende dag de eigen huisarts van patiënte te consulteren. De volgende dag is patiënte naar de IC overgebracht alwaar zij is overleden. Verweerster was in opleiding tot ambulance-verpleegkundige. Volgens klagers is patiënte ten onrechte niet ingestuurd met de ambulance naar het ziekenhuis voor specialistische hulp. Klagers verwijten verweerster dat zij: 1. niet mocht vasthouden aan de eerder door de huisarts en de SEH-arts gestelde diagnose ‘mogelijke gastritis’, gelet op de toestand van patiënte en het feit dat zij eerder gecollabeerd was; 2. het ECG verkeerd heeft afgelezen; 3. onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gezondheidstoestand van patiënte, waaronder onvoldoende vragen aan de dochter van patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2018:29 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/69
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 03-12-2018
- ECLI:NL:TNORSHE:2018:29
Schending informatieplicht bij passeren akte van levering garage bij volmacht in 2014. De notaris moet de partijen bij de akte en de bij het verlijden van de akte eventueel verschijnende andere personen tijdig voor het passeren de gelegenheid geven om van de inhoud van de akte kennis te nemen. Bovendien moet hij voorafgaand aan het passeren een toelichting geven op de zakelijke inhoud van de akte en moet hij daarbij zo nodig ook wijzen op de gevolgen die voor partijen uit de inhoud van de akte voortvloeien. Hoewel klager als enig eigenaar van de garage partij was bij de akte, is niet gesteld of gebleken dat de notaris aan deze verplichtingen heeft voldaan, terwijl evenmin is gesteld of gebleken dat de notaris klager eerder dan in 2017 een afschrift van de akte van heeft toegezonden. Opmerking verdient daarbij dat de notaris dit niet op eigen initiatief heeft gedaan, maar pas na herhaald verzoek van klager. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2019:23 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.509
- Datum publicatie: 24-01-2019
- Datum uitspraak: 24-01-2019
- ECLI:NL:TGZCTG:2019:23
Klacht tegen een operationeel leidinggevende verpleegkundige. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat de verpleegkundige verweten gedragingen vallen onder de tweede tuchtnorm en verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht. Het Centraal Tuchtcollege acht klaagster niet-ontvankelijk in haar klacht omdat het aan de verpleegkundige verweten handelen onvoldoende weerslag heeft gehad op de individuele gezondheidszorg. Het incidenteel beroep slaagt en aan een inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1954
- Pagina: 1955
- Pagina: 1956
- ...
- Pagina: 4795
- Volgende pagina zoekresultaten