We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 19531-19540 van de 47942 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.196

    Klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts dat hij o p 3 maart 2016 en 13 januari 2017 ongeldige, eenzijdige en niet onafhankelijke rapportages over klager heeft opgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege komt deels tot een ander oordeel. Uit de stukken blijkt dat de verzekeringsarts zich bij zijn rapportage van 3 maart 2016 enkel heeft gebaseerd op de medische rapportage van de primaire arts van 20 november 2015. Deze rapportage bevat echter geen eindconclusie en/of besluit maar enkel de (tussen)conclusie dat nog niet duidelijk was of klager arbeidsongeschikt was voor het maatgevende werk en dat er meer informatie opgevraagd moest worden. Op 26 februari 2016 bezocht klager nogmaals de primaire arts en in de op die datum door de primaire arts uitgebrachte medische vervolgrapportage werd de opgevraagde en inmiddels ontvangen informatie van 17 december 2015 van de revalidatiearts besproken. De verzekeringsarts heeft bij zijn rapportage van 3 maart 2016 echter geen acht geslagen op deze (eind)rapportage. Het Centraal Tuchtcollege stelt vast dat in de rapportage van de verzekeringsarts van 3 maart 2016 niet op inzichtelijke en consistente wijze wordt uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen, nu hij klaarblijkelijk niet de beschikking had over alle relevante feiten en de rapportage van de primaire arts van 20 november 2015 geen steun biedt voor de door de verzekeringsarts getrokken conclusies. Hiervan kan hem een tuchtrechtelijk verwijt gemaakt worden. Omdat de verzekeringsarts in beroep geen verweer heeft gevoerd en niet ter terechtzitting is verschenen, heeft de verzekeringsarts op dit punt geen nadere toelichting gegeven. Het Centraal Tuchtcollege acht de klacht in zoverre gegrond. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep voor zover daarbij de klacht ten aanzien van de rapportage van 3 maart 2016 als ongegrond is afgewezen, en opnieuw rechtdoende, verklaart dit deel van de klacht alsnog gegrond, legt dienaangaande de verzekeringsarts de maatregel van waarschuwing op en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:19 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.505

    Klacht tegen een vaatchirurg. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:11 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2017/13

    Paard. Het Veterinair Tuchtcollege heeft terecht overwogen dat het binnen de beleidsvrijheid van de dierenarts valt om op basis van zijn ervaring en deskundigheid bepaalde vastzittende of ingekapselde fragmenten niet te verwijderen. Geen kreupelheidsonderzoek. Niet kan worden vastgesteld dat de bij het paard medio 2016 ontstane problemen aan de spronggewrichten zijn veroorzaakt door verwijtbaar onoordeelkundig handelen van de dierenarts bij de operatieve ingreep in oktober 2011.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:32 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.048

    Klacht tegen gz-psycholoog. Dochter van klaagster is op enig moment aangemeld bij een centrum voor Jeugd-GGZ. De gz-psycholoog is werkzaam bij dit centrum. Klaagster verwijt de gz-psycholoog dat zij zonder haar toestemming informatie over haar dochter heeft gedeeld met de internbegeleiderster van de school van de dochter. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster gegrond verklaard. Het beroep van de gz-psycholoog wordt gegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht ongegrond en verstaat dat de opgelegde maatregel van waarschuwing komt te vervallen. Het Centraal Tuchtcollege acht de doorbreking van het beroepsgeheim niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu de school reeds op de hoogte was van het intakegesprek en de verstrekte informatie louter procedureel en algemeen van aard was.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:26 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.512

    Klacht tegen een cardioloog. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:12 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2017/14

    Hond. Beroep gegrond voor zover gericht tegen het oordeel van het Veterinair Tuchtcollege dat er geen sprake is geweest van een veterinair tekortschieten dat het opleggen van een tuchtmaatregel zou rechtvaardigen. Dierenarts heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling in beroep te kennen gegeven dat een intraveneuze narcose achteraf bezien beter zou zijn geweest en heeft er aldus blijk van gegeven lering te hebben getrokken uit het voorgevallene. Verder is haar niet eerder een tuchtmaatregel opgelegd. Gelet daarop en alles afwegende is het Veterinair Beroepscollege van oordeel dat volstaan kan worden met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.506

    Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.108

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager verwijt verweerder dat hij (a) een onjuiste diagnose heeft gesteld en (b) zich ten onrechte uitgeeft als bedrijfsarts en ook op dat terrein medische handelingen verricht, terwijl hij (slechts) arbo-arts is. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel (b) gedeeltelijk gegrond verklaard, namelijk voor zover dit ziet op de onjuiste titelaanduiding, en aan de arts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager gedeeltelijk niet-ontvankelijk in zijn beroep en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.076

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft in de avond de huisartsenpost bezocht waar verweerster, huisarts, op dat moment dienst had. Verweerster stelde, na onderzoek en telefonisch overleg met een uroloog, de diagnose epididymitis. Twee dagen later heeft klager zich bij de SEH gemeld en bleek sprake van een torsio testis waaraan hij is geopereerd. Klager verwijt verweerster dat zij ongemotiveerd is afgewezen van de MHG-Farmacotherapeutische richtlijn Acute epididymitis, waardoor klager dagenlang nodeloos pijn heeft gehad en zijn zaadbal rechts is afgestorven. Verweerster had volgens klager nader onderzoek moeten (laten) verrichten dat een torsio testis uitsloot. In plaats daarvan is zij van de onjuiste diagnose epididymitis uitgegaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Klager heeft tegen die beslissing beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht gegrond en legt aan de arts de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.507

    Klacht tegen een verpleegkundige. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de overleden echtgenoot van klaagster (patiënt). In totaal heeft klaagster klachten tegen twaalf artsen en verpleegkundigen ingediend. Patiënt heeft een uitgebreide medische voorgeschiedenis in verband met een (uiteindelijk gediagnostiseerde) iliaco-ureterale fistel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de tegen de verpleegkundige ingediende klacht van klaagster in alle onderdelen afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.