Zoekresultaten 19301-19310 van de 48314 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/434

    Klaagster verwijt verweerder, fysiotherapeut, (o.a.) dat hij haar onheus heeft bejegend door tijdens een bindweefselmassage door te vragen naar haar angsten en haar - zonder haar toestemming - onder haar kleding en ondergoed heeft gemasseerd. Verweerder betwist dat nadrukkelijk. Deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/442

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster de breuk, ontstaan na de val van klaagster, niet tijdig heeft onderkend, geen goede nazorg heeft verleend en klaagster niet correct heeft bejegend. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2019:33 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/655879 / DW RK 18/547

    Mondelinge beslissing op verzet. Verzet is ingekomen buiten de wettelijke termijn van veertien dagen. Niet is gebleken van omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2019:20 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180124

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder zou feitelijk onjuiste informatie hebben verstrekt aan de kantonrechter. Tevens zou verweerder een voormalig advocaat van klager hebben aangeschreven en vertrouwelijk informatie met hem hebben gedeeld, terwijl hij wist dat deze advocaat niet meer voor klager optrad. In hoger beroep heeft klager daarnaast aangevoerd dat de voorzitter van de kamer die de bestreden beslissing heeft genomen niet in overeenstemming met art. 46b lid 2 Advocatenwet zou zijn benoemd, zodat de beslissing nietig is. Het hof verwerpt dit betoog bij gebrek aan feitelijke grondslag, nu deze (plaatsvervangend) voorzitter van de raad is benoemd door de hiertoe bevoegde Minister voor Rechtsbescherming. Met de raad is het hof van oordeel dat verweerder bij het verstrekken van informatie aan de kantonrechter ruimschoots is gebleven binnen de hem toekomende vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Ter zake van de gestelde schending van Regel 25 oordeelt het hof dat deze regel ziet op de verhouding van de advocaat tot zijn beroepsgroep, zodat klager hierop geen beroep kan doen, en verweerder overigens veeleer in de geest van deze gedragsregel lijkt te hebben gehandeld. Ter zake van de gestelde schending van Regel 3 lid 6 oordeelt het hof dat de derde aan wie verweerder volgens klager geen informatie had mogen verstrekken, de voormalig advocaat van klager is, die is onderworpen aan een geheimhoudingsplicht. Met de raad is het hof van oordeel dat het inkopiëren van de voormalig advocaat van klager onvoldoende ernstig is voor een tuchtrechtelijk verwijlt. Het hof acht de klacht daarom ongegrond en bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2019:4 Kamer voor het notariaat Amsterdam 655043/NT 18-46

    Wilsbekwaamheid erflater? In zijn klaagschrift heeft klager een aantal indicatoren vermeld die volgens hem met zich brachten dat getwijfeld diende te worden aan de wilsbekwaamheid van erflater bij het passeren van het testament op 2 februari 2016. De kamer stelt vast dat deze indicatoren grotendeels ook opgaan voor het drie dagen eerder passeren van het testament door een andere notaris (die mede namens klager was benaderd). De kamer constateert dat de andere notaris kennelijk geen twijfel had aan de wilsbekwaamheid van erflater bij het passeren van het testament en het levenstestament op 30 januari 2016. De kamer is wel van oordeel dat de notaris het afschrift van het testament beter had kunnen achterhouden totdat erflater was verhuisd, in plaats van het op verzoek van erflater te zenden aan de (veronderstelde) gemachtigde van klager. Daarna had de notaris aan erflater zelf het afschrift kunnen zenden. Dat geldt te meer nu de notaris ook geen concept van het testament aan erflater heeft gezonden. Dat onderdeel van de klacht is dus gegrond, maar de kamer legt de notaris geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.328

    Bij klaagster was sprake van niersteenlijden en recidiverende urineweginfecties. In overleg met klaagster werd besloten tot een operatie, een zogenaamde flexibele uretero-reno-scopie, waarbij de niersteen wordt verwijderd via de urineleider. De arts, uroloog, heeft de operatie uitgevoerd. Tijdens die operatie werd geconstateerd dat sprake was van een scheur in de urineleider. Vervolgens werd besloten tot een open operatie om het letsel te herstellen. Tijdens de opname heeft de arts in overleg met klaagster een psycholoog in consult geroepen. Klaagster verwijt de arts dat hij: 1) de operatie niet zorgvuldig heeft uitgevoerd waardoor de scheur in de urineleider is ontstaan, als gevolg waarvan klaagster blijvende (gynaecologische) klachten heeft gehouden, 2) ondanks een (te) hoge bloeddruk de operatie is begonnen, en 3) er sprake is geweest van belangenverstrengeling doordat hij zijn dochter, tevens werkzaam in het ziekenhuis als psycholoog, voor klaagster heeft ingeschakeld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.265

    Klacht tegen een arts die op verzoek van een gemeente een sociaal-medisch onderzoek heeft uitgevoerd naar de noodzaak van de aanschaf van een epilepsie-alarmapparaat in het kader van de bijzondere bijstand. De arts heeft een negatief advies afgegeven. Klagers verwijten de arts een vooringenomen houding, hij zou niet goed geluisterd hebben naar betrokkenen, hij heeft een ondeugdelijk adviesrapport afgegeven en niet gereageerd op een brief van de gemachtigde van klagers. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2019:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/500

    Klager verwijt verweerster dat zij een rapportage heeft opgesteld die feitelijk niet correct en misleidend is. Kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.133

    Klacht tegen longarts. De klacht luidt als volgt. 1) Verweerder heeft het vertrouwen van klager geschaad doordat hij zijn e-mail aan klager mede (door middel van een CC) heeft gestuurd aan J van de CVZ en L van de F. 2) Verder heeft hij zijn beroepsgeheim geschonden door aan klager in deze e-mail een behandeladvies te geven, wat door middel van de CC ook aan J en L bekend is geworden. Hij adviseert klager de behandeling met The Vest te stoppen en brengt dus diens gezondheid in gevaar. Hij probeert klager de mond te snoeren. 3) Ten slotte luidt de klacht dat verweerder het werk en advies van een zorginstituut probeert te beïnvloeden, dat hij een onjuiste opvatting propageert ten aanzien van HFCWO en het geneesmiddel Orkambi en dat verweerder de CBO-consensus negeert. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat klager ontvankelijk is in zijn klacht tegen de longarts, nadat hij een eerder ingetrokken klacht opnieuw heeft ingediend. Er is geen sprake van misbruik van recht. De klacht dat de longarts zonder deugdelijke grond zich negatief uitlaat over The Vest, zich ten onrechte positief uitlaat over Orkambi en de CBO-consensus negeert, valt wel onder de tweede tuchtnorm, maar klager kan niet worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 sub a Wet BIG. In een e-mail van de longarts aan klager, met in de CC twee andere partijen, is door verweerder geen medische, privacygevoelige kennis over klager verstrekt. Evenmin is het een behandeladvies in de zin van een op klagers persoon toegespitste aanbeveling van zijn arts. Het beroepsgeheim is hierdoor niet geschonden. Het versturen van de e-mail met in de CC twee andere partijen en het daardoor schaden van klager, valt niet onder de eerste of tweede tuchtnorm. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege onderschrijft het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege, behoudens voor zover daarin is geoordeeld dat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt ten aanzien van zijn klacht dat de longarts zich zonder deugdelijke grond negatief uitlaat over The Vest. Het Centraal Tuchtcollege acht klager in zoverre wel ontvankelijk, maar wijst dit klachtonderdeel als ongegrond af.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2019:89 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.065

    Klacht tegen bedrijfsarts. Verweerster heeft klaagster naar aanleiding van een ziekmelding verband houdende met een liesoperatie onderzocht. Verweerster heeft bij die gelegenheid ook de enkel van klaagster onderzocht en geoordeeld dat klaagster volledig arbeidsgeschikt was. Enkele maanden later is middels een MRI-scan gebleken dat er problemen aan de enkel van klaagster waren en is klaagster na meerdere operaties arbeidsongeschikt geraakt. Klaagster verwijt verweerster dat zij de klachten van klaagster over haar enkel niet serieus heeft genomen en dat zij vervolgens de werkgever van klaagster onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.