Zoekresultaten 14641-14650 van de 47372 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:153 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190206

    Klacht van een advocaat tegen een advocaat. Klagende advocaat heeft een regisserende rol gehad in het onderzoek van de FIOD naar het handelen van de belastingadviseur. Beklaagde advocaat treedt op voor het kantoor waar de belastingadviseur aan verbonden was. Nu de aansprakelijkheid van de cliënt van verweerder mede afhankelijk was van de aansprakelijkheid van de belastingadviseur en gezien de rol van klager in het FIOD-onderzoek, mocht verweerder zich tijdens de mondelinge behandeling met een scherpe toon tot klager richten. Deken had ook appel ingesteld vanwege het belang van de vrijheid van meningsuiting van de advocaat. Klacht in appel alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:147 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200057

    Bekrachtiging beslissing raad met verbetering van gronden. Geen misbruik klachtrecht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:154 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190316

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster heeft de advocaat van klager geen afschrift van het V2-formulier gestuurd waarmee zij zich bij het hof heeft onttrokken als advocaat van de wederpartij. Het hof vernietigt de beslissing van de raad (gegrond, waarschuwing) en verklaart de klacht ongegrond. Gering verzuim: het was een vergissing, verweerster heeft haar excuus gemaakt en zich toetsbaar opgesteld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:148 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200072

    Beklag ex artikel 5 ongegrond. Niet gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan hernieuwde inschrijving na eerdere schrapping binnen de termijn van 5 jaar gerechtvaardigd zou zijn.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:155 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200063D

    Klacht van de deken tegen een advocaat. De raad heeft een maatregel van schrapping opgelegd. Verweerder is in hoger beroep gegaan en heeft daarna zijn hoger beroep ingetrokken. Verweerder heeft zich in mei jl. laten schrappen van het tableau. Het hof stelt vast dat advocaten die niet meer als zodanig overeenkomstig art. 1 lid 1 Advocatenwet zijn ingeschreven, onderworpen blijven aan tuchtrechtspraak ter zake van enig handelen en nalaten gedurende de tijd dat zij ingeschreven waren. Het hof stelt vast dat met de intrekking de beslissing van de raad onherroepelijk is geworden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:149 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200109

    Beklag artikel 13 Advocatenwet ongegrond. Onvoldoende kans van slagen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/406

    Klager dient een klacht in tegen verweerster, werkzaam als huisarts, met het verwijt dat zij onder meer verkeerde dingen heeft geadviseerd voor zijn buikklachten en diaree. Volgens klager adviseerde verweerster hem cola te drinken tegen de diarree, terwijl klager diabetes heeft. Verweerster voert verweer. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2020:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2019/353

    Klaagster had zich wegens diverse klachten gewend tot verweerster, arts gespecialiseerd in de ziekte van Lyme. Volgens klaagster heeft verweerster onder meer haar ten onrechte de indruk gegeven dat zij leed aan de ziekte van Lyme, heeft zij haar medicatie gegeven die schadelijk voor haar was en is zij uiteindelijk spoorloos verdwenen. Hierdoor is klaagster er te laat achter gekomen dat zij feitelijk leed aan een hersentumor. Gegrond, doorhaling

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:54 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-453/DB/OB

    Klacht tegen vereffenaar deels niet-ontvankelijk o.g.v. art. 46g Advocatenwet en deels kennelijk niet-ontvankelijk o.g.v. het ne bis in idem beginsel.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:143 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200027

    Bekrachtiging beslissing raad dat verweerder Gedragsregel 15 heeft overtreden door klager, een jarenlange relatie van zijn kantoor, een aansprakelijkstelling namens een andere cliënt te sturen. Er is niet voldaan aan de voorwaarden die in Gedragsregel 15 lid 3, a-c worden gesteld. Het hof matigt de opgelegde maatregel (schorsing van 20 weken, waarvan 10 weken voorwaardelijk) tot een berisping, nu de eerder opgelegde berisping dateert van 10 jaar geleden en verweerder ter zitting bij het hof heeft erkend dat hij het anders had moeten doen.