Zoekresultaten 14371-14380 van de 47905 resultaten
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:284 Raad van Discipline Amsterdam 20-395/A/NH
- Datum publicatie: 21-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:284
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TADRAMS:2020:278 Raad van Discipline Amsterdam 20-812/A/A
- Datum publicatie: 21-12-2020
- Datum uitspraak: 07-12-2020
- ECLI:NL:TADRAMS:2020:278
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2020:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 106/2020
- Datum publicatie: 21-12-2020
- Datum uitspraak: 21-12-2020
- ECLI:NL:TGZRZWO:2020:135
Klacht tegen cardioloog over hartkatheterisatie. Patiënte overleden. Klaagster verwijt beklaagde o.m. dat hij hoger heeft aangeprikt dan verantwoord en driemaal heeft aangeprikt in plaats van tweemaal. Het college is van oordeel dat de derde aanprikpoging in de linkerlies niet onzorgvuldig is geweest. Geen protocol van toepassing. Het college overweegt dat het op zichzelf onjuist is dat beklaagde te hoog heeft aangeprikt. Patiënte was adipeus en de liezen waren tijdens de ingreep – op de aanprikplaats na – volledig afgedekt waardoor hij niet heeft gezien dat hij te hoog heeft aangeprikt. Klachten ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2020:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-760
- Datum publicatie: 21-12-2020
- Datum uitspraak: 13-07-2020
- ECLI:NL:TADRARL:2020:221
De raad oordeelt het verzet ongegrond tegen verweerder in zijn hoedanigheid van faillissementscurator.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:68 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/670648 / DW RK 19/427 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:68
De kamer kan de klacht van klager niet in behandeling nemen nu beklaagde op het moment van het versturen van de brief waarover klager klaagt, geen gerechtsdeurwaarder meer was. Klacht is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:264 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200044D en 200045D en 200046D
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:264
Dekenbezwaar tegen twee verweerders, waarvan tegen één van hen ook in diens hoedanigheid als bestuurder van de stichting derdengelden, alsmede tegen de overige bestuursleden van de stichting. Een cliënt van verweerders had voor zijn overlijden bijna 1 miljoen Euro contant opgenomen van een Duitse bankrekening. Dit geldbedrag is na zijn overlijden op advies van verweerders op de derdengeldrekening van hun kantoor gestort. Het dekenbezwaar houdt in dat verweerders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door: a) een contante storting aan te nemen zonder overleg met de deken voeren; b) geen rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van derden op het gestorte geldbedrag en d) te bankieren met derdengelden. Het hof acht deze klachtonderdelen gegrond. Er was sprake van een atypische situatie waarin een groot contant zwart geldbedrag centraal stond. Verweerders hebben dit probleem naar zich toegetrokken door te adviseren dit geldbedrag op de derdengeldrekening te storten. Verweerders hadden daarover, gelet op art. 6.27 Voda, overleg moeten voeren met de deken. Het woord ‘betaling’ in dat artikel moet niet zo beperkt worden opgevat dat een contante storting daarbuiten zou vallen. De derdengeldrekening heeft een waarborgfunctie: gelden blijven op de rekening in afwachting van de beantwoording van de vraag wie daarop aanspraak kan maken. Derden die deze aanspraak kunnen maken, mogen erop vertrouwen dat tot die tijd die geldbedragen blijven staan. Verweerders hebben in strijd daarmee betalingen gedaan aan hun kantoor, een BV en hun cliënte. Zij leggen daarmee de bijl aan de wortel van het instituut van de derdengeldrekening. Klachtonderdeel d) is ook gegrond ten aanzien van de verweerder in zijn hoedanigheid als bestuurder van de stichting derdengelden. Verweerders hebben de kernwaarde (financiële) integriteit geschonden. Het hof legt beide verweerders een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing op. Omdat door de deken geen onderzoek is gedaan naar de andere bestuurders van de stichting derdengelden bekrachtigt het hof de beslissing van de raad tot niet-ontvankelijkverklaring van de deken ten aanzien van deze bestuurders.
-
ECLI:NL:TGDKG:2020:69 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/669144 / DW RK 19/356 LvB/WdJ
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 15-12-2020
- ECLI:NL:TGDKG:2020:69
Van de gerechtsdeurwaarder had mogen worden verwacht dat hij in ieder geval voor het opmaken van de eindafrekening bij klaagster had geverifieerd of zijn veronderstelling nog steeds juist was, namelijk dat sprake was van een toevoeging. En anders had de zorgvuldigheid met zich meegebracht dat hij duidelijk op de eindafrekening had vermeld dat hij er vanuit is gegaan dat sprake was van een toevoeging. Temeer nu klaagster een particulier is en geen professionele opdrachtgever. Klacht gegrond, maatregel van waarschuwing, geen veroordeling in proceskosten.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:265 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190324
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:265
Appelverbod. Verzoek tot doorbreking op basis van schending fundamentele rechtsbeginselen. De gronden die klager hiervoor aanvoert zijn alle terug te voeren op de inhoud van de raadsbeslissing. Motiveringsklachten leveren geen schending fundamenteel rechtsbeginsel op. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TAHVD:2020:259 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200173
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 04-12-2020
- ECLI:NL:TAHVD:2020:259
Klacht tegen eigen advocaat. Maatregelappel. Naar het oordeel van het hof wordt de aan verweerder opgelegde voorwaardelijke schorsing van 12 weken gerechtvaardigd door de opeenstapeling van verwijtbare gedragingen door verweerder en zijn houding. Nadat verweerder de zaak van klagers eerst met onvoldoende voortvarendheid behandeld had, heeft hij vervolgens zonder overleg met klagers afgezien van het instellen van hoger beroep, hoewel hij de uitdrukkelijke opdracht had daartoe wel over te gaan. Het hof rekent verweerder aan dat hij heeft gehandeld in strijd met de nodige zorg die hij bij de behandeling van de zaak had horen te betrachten. Verweerder neemt te weinig verantwoordelijkheid voor zijn handelen waar hij tracht zijn nalatigheid af te schuiven op klagers en hun gemachtigde. Het feit dat het hier een zaak betrof die op basis van een toevoeging werd behandeld, maakt geen verschil voor de eisen die mogen worden gesteld aan de kwaliteit van de dienstverlening door een advocaat. Hoger beroep ongegrond. Proceskostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2020:228 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.280
- Datum publicatie: 18-12-2020
- Datum uitspraak: 18-12-2020
- ECLI:NL:TGZCTG:2020:228
Klacht tegen chirurg. Klaagster heeft bij een fietsongeval haar rechteronderbeen gebroken. Twee dagen later is zij door de chirurg hieraan geopereerd. Nadien heeft de chirurg klaagster meermalen ter controle teruggezien. Klaagster verwijt de chirurg dat hij de operatie niet goed heeft uitgevoerd, dat hij tijdens de controles onvoldoende lichamelijk onderzoek heeft verricht, dat hij de klachten van klaagster niet serieus heeft genomen, dat hij onvoldoende aandacht heeft besteed aan de bevindingen van andere betrokken zorgverleners, dat hij klaagster onvoldoende of onjuist heeft geïnformeerd over mogelijke complicaties en over wat klaagster diende te doen in geval van complicaties, en dat de verslaglegging van de controles door de chirurg onjuist en onvolledig is. Het RTG heeft de klacht gedeeltelijk gegrond verklaard en aan de chirurg de maatregel van berisping opgelegd. Klaagster komt in beroep tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdeel 1 en de hoogte van de maatregel. Het CTG verwerpt het beroep van klaagster.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1437
- Pagina: 1438
- Pagina: 1439
- ...
- Pagina: 4791
- Volgende pagina zoekresultaten