Zoekresultaten 14011-14020 van de 47453 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-788/DH/DH/D

    Ambtshalve voortzetting van een ingetrokken klacht. De klacht, die gaat over schending van de geheimhoudingsplicht, is gegrond. Aan verweerster wordt geen maatregel opgelegd, omdat zij aan klaagster haar excuses heeft aangeboden en omdat verweerster ten tijde van de gewraakte gedragingen te maken had met zeer ingrijpende persoonlijke omstandigheden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2020:111 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-411/DB/OB

    Niet verweerster maar haar kantoorgenoten mrs. O en V hebben namens hun cliënte tegen klaagster opgetreden. Van enige betrokkenheid van verweerster bij de behandeling van dat dossier door mrs. O en V is niet gebleken. Verweerster kan niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor het optreden van haar kantoorgenoten tegen klaagster. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-794/DH/RO

    Klacht over de eigen advocaat in een letselschadezaak. Verweerder heeft klaagster, nadat zij een tuchtklacht had ingediend, niet op de hoogte gehouden van de voortgang van de letselschadezaak. Verweerder heeft onvoldoende duidelijk met klaagster gecommuniceerd wat er nodig was om het dossier overgedragen te krijgen. Hij heeft klaagster op een advocaat onwaardige wijze bejegend. Ook in de communicatie over een al dan niet voor klaagster aan te vragen toevoeging is verweerder tekortgeschoten. Dit alles is onzorgvuldig en onbetamelijk en de raad is van oordeel dat de maatregel van berisping passend is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-280/DH/RO

    Aan deze klachtzaak ging de omvangrijke klachtzaak met nummer 18-474/DH/RO vooraf. In 18-474 is het verzet van klager ongegrond verklaard. De raad heeft de deken in de verzetsbeslissing in overweging gegeven om, zakelijk weergegeven, enkele nog niet onderzocht onderdelen van de klacht, waaronder in ieder geval de financiële integriteit van het declaratiegedrag van verweerder, nader te onderzoeken. Dit nadere onderzoek heeft geleid tot deze klacht. De raad komt tot een gedeeltelijke gegrondverklaring en legt een waarschuwing op. Uit de overwegingen bij klachtonderdeel b blijkt dat verweerder de financiële kant van de zaken die hij voor klager behandeld heeft onvoldoende schriftelijk heeft vastgelegd. Dat als gevolg daarvan misverstand, onzekerheid en geschil is ontstaan blijkt uit deze klachtzaak. De raad doelt daarbij niet alleen op de omstandigheid dat een klacht is ingediend over onzorgvuldigheid in het declaratiegedrag van verweerder, maar ook op de omstandigheid dat de informatie in het klachtdossier en de toelichting daarop van verweerder onduidelijk en lastig te doorgronden is. Verweerder heeft aldus onzorgvuldig gehandeld en dat is niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamd. De raad houdt er bij het bepalen van de hoogte van de maatregel rekening mee dat klager, volgens zijn eigen verklaring, (nog) niets heeft betaald aan verweerder voor alle verleende diensten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:181 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-492/DH/RO

    Klacht over de eigen advocaat in een familierechtkwestie ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-591/DH/DH 20-757/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege een gebrek aan belang en voor het overige kennelijk ongegrond. Het stond verweerder vrij bedoelde kort geding procedure te voeren en van het onnodig erbij halen van politiek is geen sprake. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:182 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-693/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Aan verweerster kan niet het verwijt worden gemaakt dat zij klager meer had moeten informeren dan zij heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-785/DH/DH/W

    Afwijzing wrakingsverzoek. In dit geval hebben de tuchtrechters een verzoek om aanhouding van de zitting afgewezen, hetgeen een procedurele beslissing betreft. De beslissing van de tuchtrechters is met redenen omkleed en geeft inzicht in de door hen gevolgde gedachtegang. Of men de uiteindelijke conclusie deelt of niet; te volgen is waarom de tuchtrechters tot hun beslissing komen. Er is naar het oordeel van de wrakingskamer geen sprake van onbegrijpelijkheid in de bovenbedoelde zin en derhalve evenmin van vooringenomenheid.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:183 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-707/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende onderbouwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-422/DH/DH

    Verzet ingesteld door de deken. Het verzet is gericht tegen het oordeel van de voorzitter dat klaagster ontvankelijk is in een klacht(onderdeel) dat gaat over de kwaliteit van dienstverlening van verweerder aan zijn cliënt, de wederpartij van klaagster. Volgens de deken had klaagster in het klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. De raad heeft als volgt geoordeeld. De manier waarop de advocaat van de wederpartij zijn werkzaamheden uitvoert of de belangen van zijn cliënt behartigt kan zodanig zijn, bijvoorbeeld ondermaats of onbegrijpelijk, dat de belangen van een wederpartij onnodig of onevenredig worden of kunnen worden geschaad zonder redelijk doel. In zo’n geval kan de wederpartij een eigen, rechtstreeks belang hebben en zal deze wederpartij in zijn klacht ontvankelijk moeten worden verklaard. Met de deken is de raad van oordeel dat klaagster in deze kwestie niet heeft gesteld en dat ook niet is gebleken dat zij rechtstreeks is benadeeld door de gestelde gebrekkige bijstand – wat daar ook van zij – van verweerder aan zijn cliënt. Het oordeel van de voorzitter dat klaagster in klachtonderdeel e ontvankelijk is, is dan ook onjuist en het door de deken ingestelde verzet is gegrond.