Zoekresultaten 13921-13930 van de 47460 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:283 Raad van Discipline Amsterdam 20-548/A/A/D

    Dekenbezwaar dat samenhangt met klacht 20-547/A/A. Advocaat heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door na afwijzing van een door hem summier gemotiveerd aanhoudingsverzoek de verdediging zeer kort voor de in overleg met hem geplande zitting neer te leggen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:277 Raad van Discipline Amsterdam 20-830/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Uit de door verweerder gegeven toelichting volgt niet dat hetgeen verweerder op de zitting heeft verklaard haaks staat op hetgeen hij in de conclusie van antwoord heeft geschreven. Dit nog daargelaten de vraag of het tuchtrechtelijk verwijtbaar is als het wel haaks op elkaar zou staan. Geen sprake van schending van Gedragsregel 25 lid 1.

  • ECLI:NL:TACAKN:2020:72 Accountantskamer Zwolle 20/234 Wtra AK

    Klacht over accountant die door het Hof als deskundige is benoemd in echtscheidingsprocedure. Volgens klaagster heeft betrokkene niet terecht geconcludeerd dat aandelenpakket voor een in het rapport bedrag is verkocht. Klachtonderdeel ongegrond; betrokkene kon die conclusie uit de voorhanden stukken en informatie wel trekken. De conclusie van betrokkene dat er geen bonus- en beëindigingsvergoeding is betaald is, in het licht van de ontbrekende overdrachtsdocumentatie te stellig en had van een voorbehoud moeten worden voorzien. Gegrond klachtonderdeel. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:220 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-047

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft niet klachtwaardig gehandeld door de door klager bij de rechtbank aanhangig gemaakte zaak aan te laten houden. Verder heeft verweerder niet klachtwaardig gehandeld door onder de gegeven omstandigheden een kopie van zijn e-mail aan klager naar de begeleider van klager te sturen. Tevens is niet komen vast te staan dat verweerder verwarring heeft laten ontstaan over de vraag of hij nog bij de zaak betrokken was. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:284 Raad van Discipline Amsterdam 20-395/A/NH

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:278 Raad van Discipline Amsterdam 20-812/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:135 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 106/2020

    Klacht tegen cardioloog over hartkatheterisatie. Patiënte overleden. Klaagster verwijt beklaagde o.m. dat hij hoger heeft aangeprikt dan verantwoord en driemaal heeft aangeprikt in plaats van tweemaal. Het college is van oordeel dat de derde aanprikpoging in de linkerlies niet onzorgvuldig is geweest. Geen protocol van toepassing. Het college overweegt dat het op zichzelf onjuist is dat beklaagde te hoog heeft aangeprikt. Patiënte was adipeus en de liezen waren tijdens de ingreep – op de aanprikplaats na – volledig afgedekt waardoor hij niet heeft gezien dat hij te hoog heeft aangeprikt. Klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:221 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-760

    De raad oordeelt het verzet ongegrond tegen verweerder in zijn hoedanigheid van faillissementscurator.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:68 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/670648 / DW RK 19/427 LvB/WdJ

    De kamer kan de klacht van klager niet in behandeling nemen nu beklaagde op het moment van het versturen van de brief waarover klager klaagt, geen gerechtsdeurwaarder meer was. Klacht is niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:264 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200044D en 200045D en 200046D

    Dekenbezwaar tegen twee verweerders, waarvan tegen één van hen ook in diens hoedanigheid als bestuurder van de stichting derdengelden, alsmede tegen de overige bestuursleden van de stichting. Een cliënt van verweerders had voor zijn overlijden bijna 1 miljoen Euro contant opgenomen van een Duitse bankrekening. Dit geldbedrag is na zijn overlijden op advies van verweerders op de derdengeldrekening van hun kantoor gestort. Het dekenbezwaar houdt in dat verweerders tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld door: a) een contante storting aan te nemen zonder overleg met de deken voeren; b) geen rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van derden op het gestorte geldbedrag en d) te bankieren met derdengelden. Het hof acht deze klachtonderdelen gegrond. Er was sprake van een atypische situatie waarin een groot contant zwart geldbedrag centraal stond. Verweerders hebben dit probleem naar zich toegetrokken door te adviseren dit geldbedrag op de derdengeldrekening te storten. Verweerders hadden daarover, gelet op art. 6.27 Voda, overleg moeten voeren met de deken. Het woord ‘betaling’ in dat artikel moet niet zo beperkt worden opgevat dat een contante storting daarbuiten zou vallen. De derdengeldrekening heeft een waarborgfunctie: gelden blijven op de rekening in afwachting van de beantwoording van de vraag wie daarop aanspraak kan maken. Derden die deze aanspraak kunnen maken, mogen erop vertrouwen dat tot die tijd die geldbedragen blijven staan. Verweerders hebben in strijd daarmee betalingen gedaan aan hun kantoor, een BV en hun cliënte. Zij leggen daarmee de bijl aan de wortel van het instituut van de derdengeldrekening. Klachtonderdeel d) is ook gegrond ten aanzien van de verweerder in zijn hoedanigheid als bestuurder van de stichting derdengelden. Verweerders hebben de kernwaarde (financiële) integriteit geschonden. Het hof legt beide verweerders een gedeeltelijk voorwaardelijke schorsing op. Omdat door de deken geen onderzoek is gedaan naar de andere bestuurders van de stichting derdengelden bekrachtigt het hof de beslissing van de raad tot niet-ontvankelijkverklaring van de deken ten aanzien van deze bestuurders.