Zoekresultaten 13471-13480 van de 48204 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:92 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-280/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de zoon van klaagster. Vast staat dat verweerster ambtshalve als advocaat aan de zoon was toegevoegd. Het was dan ook de taak van verweerster om de standpunten van haar cliënt naar voren te brengen. Klaagster was van mening dat plaatsing in een gesloten afdeling van een accommodatie voor jeugdzorg in het belang van de zoon was. De zoon was het daarmee niet eens en het was de taak van verweerster om de visie van haar cliënt bij de rechter onder de aandacht te brengen. Dat klaagster zich niet kon vinden in hetgeen verweerster namens haar cliënt naar voren heeft gebracht, waaronder de wens om de mogelijkheid van een alternatief voor een gesloten setting te onderzoeken, betekent nog niet dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Niet gebleken dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-149a

    Ongegron de klacht tegen een arts. Beklaagde heeft aangevoerd dat bij opname van de patiënte het algemeen beleid is besproken. De patiënte wilde niet gereanimeerd maar wel behandeld worden. Het afgesproken beleid was actief en werd in overleg met de familie gevoerd. Naar het oordeel van het College heeft beklaagde inzichtelijk gemaakt dat dit beleid ook zo is uitgevoerd. Beklaagde heeft naar het oordeel van het College zorgvuldig en in overleg met de familie besloten de patiënte niet voor onderzoek naar het ziekenhuis te verwijzen. Voorts heeft beklaagde naar het oordeel van het College aannemelijk gemaakt dat zij de zorg voor de patiënte adequaat heeft overgedragen voordat zij op vakantie ging. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-166

    Gegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. B eklaagde heeft in verschillende opzichten in strijd gehandeld met de zorg die zij ten opzichte van de patiënte behoorde te betrachten en is tekortgeschoten in haar communicatie met klager. Meer in het bijzonder heeft beklaagde verzuimd een inhoudelijk intake-gesprek te voeren en een behandelplan in het kader van het overeengekomen medisch beleid voor de patiënte op te stellen. Beklaagde heeft verder nagelaten om onderzoek te doen naar de vraag of, en zo ja in hoeverre, de patiënte nog (voldoende) in staat was haar wil te bepalen. Beklaagde is tekortgeschoten in haar dossiervoering. Meer algemeen is beklaagde tekortgeschoten in haar communicatie met de patiënte en klager, haar echtgenoot. Klacht gegrond verklaard. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:71 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-154

    Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Het College is met beklaagde van oordeel dat het beter was geweest als beklaagde de verhoogde ontstekingswaarden in het bloed van de patiënte had toegeschreven aan een infectie van de geopereerde elleboogsfractuur. Dat betekent evenwel nog niet dat het missen van deze diagnose tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Beklaagde kon er, gegeven de specifieke omstandigheden van deze zaak, vanuit professioneel oogpunt voor kiezen de uitslag van herhaald bloedonderzoek af te wachten alvorens tot nadere diagnostiek over te gaan . Verder was er o nder de gegeven omstandigheden en gelet op de door patiënte geuite pijnklachten geen noodzaak om de patiënte door te verwijzen voor röntgendiagnostiek. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:35 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/683201 / DW RK 20/189

    Beslissing op verzet. Kern van het verzet ziet op de stelling van klager dat de gerechtsdeurwaarder niet bevoegd was tot het incasseren van een vordering op klager en geen (deugdelijke) akte van cessie of een machtiging heeft overgelegd. De kamer ziet onder omstandigheden van deze zaak geen reden om te twijfelen aan de bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder. Verzet ongegrond, deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-187

    Klager niet-ontvankelijk in zijn klacht tegen een (destijds) gz-psycholoog . Vast staat dat beklaagde niet een arts-patiënt relatie met klager heeft gehad, in die zin dat hij klager niet als patiënt heeft behandeld. De klacht kan daarom niet worden getoetst aan de eerste tuchtnorm. Het College is van oordeel dat er (in het licht van de tweede tuchtnorm) geen sprake is van weerslag op de individuele gezondheidszorg, omdat beklaagde niet in zijn hoedanigheid van gezondheidszorg-psycholoog met klager heeft gesproken. Ook handelingen van een BIG-geregistreerde die in de privésfeer plaatsvinden kunnen onder omstandigheden worden getoetst aan de tweede tuchtnorm. De gedragingen van beklaagde zijn niet van een dergelijke aard en ernst en vallen dus ook in dat kader niet onder de tweede tuchtnorm. Klager niet-ontvankelijk verklaard in de klacht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/229

    Klaagster verwijt verweerster (huisarts) met name dat zij nalatig is geweest met betrekking tot de recepten van haar hulpbehoevend kind (inmiddels meerderjarig), dat haar kind geen afspraak kon krijgen bij verweerster en niet de zorg kreeg waar hij om vroeg. Voorts verwijt klaagster verweerster dat zij het medisch dossier van haar kind en andere informatie, ondanks uitdrukkelijk bezwaar, heeft overgedragen aan de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK). Verweerster heeft deze informatie ook niet gecorrigeerd, ondanks dat het fout en zwaar belastend was. Daarmee samenhangend verwijt klaagster verweerster ook dat zij eenzijdig een belastend verhaal heeft verklaard richting de RvdK. Verder heeft verweerster het medisch dossier niet willen vernietigen, ondanks uitdrukkelijk verzoek daartoe van klaagster. De zoon van klaagster is volgens klaagster wilsonbekwaam en de curator stemt in met de klacht.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:36 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/682494 DW RK 20/158

    De gerechtsdeurwaarder heeft klager geadviseerd geen verweer te voeren in een civiele procedure om kosten te besparen. Niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar, in geval klager duidelijk maakt dat hij of zij geen verweer wil voeren. De kamer overweegt dat de gerechtsdeurwaarder met dergelijk advies wel prudent en terughoudend dient om te springen. De kamer oordeelt dat dat onder omstandigheden van deze zaak niet is gebeurd. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond. Klachtonderdeel met betrekking tot het ontslag van klager als gevolg van loonbeslag niet gegrond. Beslag op de woning van klager is ingezet als oneigenlijk drukmiddel. Ook dat klachtonderdeel acht de kamer gegrond. Maatregel: boete.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-140b

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Het College is van oordeel dat beklaagde zorgvuldig heeft gehandeld en een goed onderbouwde behandeling voor de dochter van klager heeft voorgesteld. Zoals beklaagde terecht heeft aangegeven dient er bij een diagnose anorexia nervosa naar de huidige wetenschappelijke inzichten over het ontstaan en voortbestaan van eetstoornissen altijd eerst gewerkt te worden aan gewichtstoename. Anders gezegd: de dochter van klager moest eerst op gewicht en op krachten komen, voordat zij in staat zou zijn om een (intensief) onderzoek naar onderliggende oorzaken te ondergaan en daar (waar nodig) aan te gaan werken. Belangrijk is in (de beginfase van) de behandeling daarnaast, dat individuele begeleiding wordt geboden aan beide ouders in de omgang met de stoornis. Het behandelplan zoals dat door beklaagde is toegelicht aan klager is in lijn met deze wetenschappelijke inzichten en getuigt (daarmee) van een zorgvuldige aanpak. Ten slotte is onduidelijk is welke informatie klager verder van beklaagde had willen ontvangen en wat klager in de communicatie met beklaagde heeft gemist. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/274

    Klaagster dient een klacht in tegen een huisarts over de behandeling van wijlen haar broer. De broer van klaagster heeft de praktijk van de huisarts gebeld (via de reguliere telefoonlijn) met klachten van druk op de borst, benauwd gevoel en tintelende armen. De assistente heeft de huisarts niet kunnen bereiken, die met een andere patiënt aan het telefoneren was. Klaagster verwijt de huisarts dat zij nalatig en niet adequaat heeft gehandeld door na een aantal onbeantwoorde terugbelacties geen ander initiatief te nemen en de juiste hulpdienst voor de patiënt, haar broer, in te schakelen. De huisarts voert verweer. Gegrond, waarschuwing