We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 13471-13480 van de 47654 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:41 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 190188

    Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou onduidelijkheid hebben laten bestaan over de hoedanigheid van de bij klaagsters zaak betrokken letselschadejurist en er geen zorg voor hebben gedragen dat de opdracht tussen klaagster en verweerder door deze letselschadejurist werd uitgevoerd en dat er met klaagster werd gecommuniceerd. Het hof overweegt dat verweerder een opdracht van klaagster heeft aanvaard en deze onder zijn verantwoordelijkheid heeft laten uitvoeren door een letselschadejurist. Verweerder heeft er echter niet op toegezien dat deze letselschadejurist aan klaagster heeft medegedeeld dat hij het dossier sloot omdat hij geen grond zag voor aansprakelijkstelling, noch heeft hij dit klaagster zelf medegedeeld. Het hof is van oordeel dat dit verweerder in ernstige mate valt aan te rekenen, zeker gezien de belangen van klaagster. Verweerder heeft laakbaar gehandeld en bij de behandeling van de zaak van klaagster de kernwaarde van deskundigheid geschonden. Het hof ziet dan ook geen aanleiding voor verlichting van de maatregel. Daarbij heeft het hof er rekening mee gehouden dat verweerder geen tuchtrechtelijk verleden heeft. Of klaagster nadeel ondervindt/heeft ondervonden van verweerders handelen is irrelevant; het gaat er immers om dat het gedrag van verweerder laakbaar is. Bekrachtiging beslissing van de raad. Berisping. Proceskostenveroordeling. Het hof verwijst tevens naar zijn uitspraak van dezelfde datum met zaaknummer 190189.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:42 Raad van Discipline Amsterdam 20-685/A/A 20-686/A/A

    Klacht over de eigen advocaat deels gegrond. Verweerder 1 heeft onvoldoende zorgvuldigheid betracht in financiële aangelegenheden en de - in het bijzonder financiële - afspraken met klagers onvoldoende schriftelijk vastgelegd. Hiermee heeft verweerder 1 de kernwaarde integriteit geschonden. De raad is van oordeel dat voor de vijf gegrond verklaarde klachtonderdelen, gelet op de ernst daarvan en het gebleken gebrek aan voortschrijdend inzicht over de juistheid van zijn handelwijze, in beginsel de maatregel van een voorwaardelijke schorsing aan de orde is. Aan de andere kant weegt de raad ten gunste van verweerder 1 mee dat hij al sinds 1999 advocaat is, met een blanco tuchtrechtelijk verleden. Rekening houdende met alle omstandigheden zal de raad een berisping als passende maatregel opleggen. Klacht over kantoorgenoot van de eigen advocaat die tot inning van de openstaande declaraties is overgegaan deels gegrond. Verweerder 2 heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door voorafgaand aan het indienen van het verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag geen overleg te voeren met de deken. De raad acht hiervoor de oplegging van een waarschuwing passend en geboden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:23 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-01

    Klagers voelen zich absoluut niet gehoord door de notaris. Op een notaris rust een zorgplicht. Een notaris dient met de belangen van alle erfgenamen rekening te houden. Op een notaris rust ook een onderzoeksplicht. Het is een tijd lang onduidelijk geweest of de woning kon worden overgedragen zonder toestemming van de erfgenamen die beneficiair aanvaard hadden.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-25

    Klaagster verwijt de notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht en onvoldoende onderzoek heeft gedaan bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater. Er was voldoende aanleiding om ernstig te twijfelen of erflater wel in staat was zijn eigen belangen zelfstandig te behartigen en zich te realiseren wat de aard en strekking van het testament was.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:42 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200203D

    Dekenbezwaar. Verweerder zou in strijd met het tuchtrecht hebben gedeclareerd door facturen op naam van een vennootschap te zetten, terwijl de gefactureerde werkzaamheden geen betrekking hadden op voor deze vennootschap verrichte werkzaamheden, maar op werkzaamheden verricht voor een derde. Het hof overweegt dat uitgangspunt is dat een declaratie op naam wordt gesteld van de cliënt/opdrachtgever ten behoeve van wie de werkzaamheden zijn verricht. Wanneer de cliënt en een derde een advocaat verzoeken om de declaratie te richten aan de derde, dan dient de declaratie nog steeds op naam van de cliënt gesteld te worden. Desgewenst kan deze wel “ter attentie” of “per adres” van de derde aan de derde verzonden worden. Een juiste inrichting van de declaratie brengt mee dat de declaratie op naam van de cliënt/opdrachtgever moet staan, ook al wordt deze voldaan door een derde. Voor zover dat niet het geval is moet uit de inrichting van de declaratie blijken wie de cliënt is, welke werkzaamheden voor die cliënt zijn verricht en op welke grond de declaratie aan de derde is gericht. Verweerder heeft zijn declaraties niet op de juiste wijze ingericht. Vernietiging beslissing van de raad, gegrondverklaring dekenbezwaar. Gelet op het principiële karakter van het dekenbezwaar en het feit dat verweerder erkent dat de declaraties ten onrechte zijn gericht aan de vennootschap, ziet het hof aanleiding om af te zien van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:43 Raad van Discipline Amsterdam 20-581/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:24 Kamer voor het notariaat Den Haag 20-03

    Klager verwijt de notaris dat hij een volmacht en een testament heeft gepasseerd zonder dat hij overtuigd was van de wilsbekwaamheid van erflater.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:37 Raad van Discipline Amsterdam 20-572/A/OV

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-65

    Klager verwijt de notaris dat er na veertien maanden nauwelijks voortgang was geboekt in de vereffening.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-868/DB/ZWB

    Advocaat heeft de toevoeging voor klaagster niet tijdig aangevraagd, waardoor deze aanvraag is afgewezen. Advocaat heeft zijn fout erkend en zijn verantwoordelijkheid genomen door zijn honorarium te beperken tot de eigen bijdrage die klaagster bij toekenning van een toevoeging aan hem verschuldigd zou zijn geweest. Verweerder heeft zich voorts ook bereid verklaard om het te veel in rekening gebrachte griffiegeld aan klaagster terug te betalen. Toezegging na afwijzing van de toevoeging om de zaak “pro deo” te doen, moet worden gezien als een toezegging om voor klaagster de financiële situatie te creëren als ware een toevoeging verleend. Eigen bijdrage terecht in rekening gebracht. Verzoek tot benoeming vereffenaar niet bij voorbaat kansloos. Klacht ged. gegrond, geen maatregel.