Zoekresultaten 13001-13010 van de 48094 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:47 Accountantskamer Zwolle 20/486 en 20/487 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 09-07-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:47
Klacht tegen twee accountants die lid zijn van de Raad van Bestuur van een accountantsorganisatie. Het verwijt dat zij hebben toegestaan dat aan de accountantsorganisatie verbonden accountants zonder vergunning in de zin van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) werkzaamheden hebben uitgevoerd, treft geen doel. Een accountantsorganisatie is geen recherchebureau, omdat de uitoefening van het beroep van accountant is onderworpen aan wettelijke voorschriften, zoals de Wet op het accountantsberoep (Wab) en de daarop gebaseerde VGBA. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:159 Raad van Discipline Amsterdam 20-1015/A/A 20-1016/A/A
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 05-07-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:159
Deels gegronde klacht over de advocaten van de wederpartij. Het valt verweerders tuchtrechtelijk te verwijten dat zij klager rechtstreeks hebben benaderd terwijl zij wisten dat hij werd bijgestaan door een advocaat. In hun verweer op de klacht hebben verweerders er geen blijk van gegeven kennis te hebben van de reikwijdte van gedragsregel 25. De raad acht de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-417/DB/LI
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 08-07-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:124
Voorzittersbeslissing. Klacht tegen verweerder in diens hoedanigheid van deken. De voorzitter is van oordeel dat verweerder, met de tijdspanne waarbinnen hij het onderzoek en het dekenstandpunt heeft afgerond, het vertrouwen in de advocatuur niet heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2021:48 Accountantskamer Zwolle 21/192 Wtra AK
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 09-07-2021
- ECLI:NL:TACAKN:2021:48
Klagers en betrokkene zijn voormalige maten van een accountantskantoor. Klagers verwijten betrokkene dat hij het beroep van accountant in diskrediet heeft gebracht, niet professioneel heeft gehandeld, niet eerlijk en oprecht is geweest en meer vakantie-uren heeft opgenomen dan was afgesproken. Deze verwijten treffen geen doel, omdat betrokkene de stellingen gemotiveerd heeft weersproken. Over en weer geldt dat aan het woord van de één niet meer of minder waarde kan worden toegekend dan aan het woord van de ander, waardoor niet kan worden vastgesteld of sprake is geweest van klachtwaardig handelen. Ook kan betrokkene niet worden verweten dat hij vier verschillende conceptjaarrekeningen van de maatschap heeft opgesteld, omdat deze zijn opgesteld ten tijde van het tussen partijen bestaande conflict en de daaruit voortvloeiende afwikkeling van de maatschap. Verder is er geen voorschrift dat verbiedt dat een conceptjaarrekening wordt opgesteld als die van het jaar daaraan voorafgaand nog niet is vastgesteld. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-431/DB/OB
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 08-07-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:125
Klaagster heeft klacht dat advocaat haar belangen onvoldoende zorgvuldig heeft behartigd en niet heeft geantwoord op vragen en verzoeken onvoldoende onderbouwd. Het staat een advocaat vrij om een aansprakelijkstelling te betwisten en hij is niet gehouden over een ingediende klacht overleg te voeren om tot een oplossing te komen. Advocaat heeft zich terecht en niet op een ongelegen moment als advocaat onttrokken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:160 Raad van Discipline Amsterdam 21-199/A/A
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 05-07-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:160
Klacht over de advocaat van de wederpartij deels niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang en voor het overige ongegrond. Onder meer geen sprake van schending van gedragsregel 9.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:134 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.230
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 09-07-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:134
Klacht tegen bedrijfsarts. Klaagster heeft op verzoek van de verzuimcoach van haar werkgeefster contact met de bedrijfsarts. Er was op dat moment geen sprake van een ziekmelding. De reden voor het contact was dat klaagster zich al jarenlang 7 tot 10 keer per jaar ziekmeldt. Klaagster verwijt de bedrijfsarts onprofessionele en onheuse bejegening, dat zij zich heeft opgesteld als belangenbehartiger van de werkgever en op de stoel van de werkgever is gaan zitten, dat zij de werkgever van klaagster heeft aangezet tot het weren van klaagster op het werk en het op non-actief zetten van klaagster, terwijl zij arbeidsgeschikt is en wil werken, dat zij een wig heeft gedreven tussen klaagster en haar werkgever, en dat zij niet voldoende moeite heeft gedaan zich een juist en volledig beeld te vormen van klaagsters medische situatie door de rapportage van de medisch specialist ter zijde te schuiven, dan wel onjuist te interpreteren. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdelen 3 en 5 gegrond verklaard, aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping opgelegd en klachtonderdelen 1, 2 en 4 ongegrond verklaard. Het beroep van de bedrijfsarts richt zich tegen de gegrondverklaring van klachtonderdelen 3 en 5 en tegen de hoogte van de opgelegde maatregel. Het incidenteel beroep van klaagster richt zich tegen de ongegrondverklaring van klachtonderdelen 1 en 2 en bevat een nieuw klachtonderdeel 6. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het principaal beroep van de bedrijfsarts gedeeltelijk slaagt, verklaart klachtonderdeel 5 alsnog ongegrond, legt aan de bedrijfsarts de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2021:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 125/2020
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 09-07-2021
- ECLI:NL:TGZRZWO:2021:66
Klacht tegen GZ-psycholoog. Aan klager is een tbs-maatregel opgelegd. Beklaagde is werkzaam in de kliniek waar klager sinds mei 2019 verblijft. Hier is zij enige tijd bij de behandeling van klager betrokken geweest en ook heeft ze als behandelcoördinator gewerkt op de afdeling waar klager is opgenomen geweest. Klager maakt beklaagde een groot aantal verwijten. Beklaagde is hierop in het verweerschrift uitvoerig en gemotiveerd ingegaan. Het verweer wordt ondersteund door de bij de stukken overgelegde bijlagen. Het college kan zich vinden in het in het verweerschrift opgenomen verweer en de daaraan verbonden conclusie dat de klacht ongegrond is. De door klager na het verweerschrift ingestuurde stukken kunnen niet tot de vaststelling leiden dat beklaagde de verweten handelen wel heeft gedaan. Dit betreft namelijk grotendeels door klager zelf geschreven stukken die veelal niet goed te volgen zijn en waarvan de relevantie voor de tuchtklachten zonder nadere toelichting (die ontbreekt) niet altijd duidelijk is. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2021:161 Raad van Discipline Amsterdam 20-1023/A/A
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 05-07-2021
- ECLI:NL:TADRAMS:2021:161
Ongegrond verzet
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.228
- Datum publicatie: 09-07-2021
- Datum uitspraak: 09-07-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:135
Klager was vanwege neurologische uitvalsverschijnselen van de voeten in 2017-2018 in behandeling bij de afdeling neurologie in het ziekenhuis waar verweerster, gynaecoloog, werkzaam is als lid van de Raad van Bestuur. In 2019 ontdekte klager, na inzage in zijn dossier, dat bij hem de diagnose chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie was gesteld. Omdat informatie over deze diagnose niet aan hem was verstrekt heeft klager een klacht ingediend waarna een bemiddelingstraject is opgestart. Nadien heeft klager nog een klacht ingediend waarop een uitspraak van de klachtencommissie is gevolgd. Klagers klacht is deels gegrond verklaard. Naar aanleiding daarvan hebben verweerster en klager diverse brieven gewisseld waarbij verweerster klager steeds vroeg alleen met haar te corresponderen. Klager verwijt verweerster dat: 1. Zij onvoldoende heeft gedaan aan de inbedding van de afdeling neuromusculaire aandoeningen binnen de afdeling neurologie; 2. De verwachtingen van een individuele patiënt ten aanzien van het aanbod door een expertisecentrum niet worden waargemaakt; 3. Zij specialisten ervan heeft weerhouden om het Professioneel Statuut uit te voeren doorat zij penvoerder werd van de correspondentie tussen klager en de specialisten; 4. Zij heeft geïntervenieerd in de werkzaamheden van de klachtenfunctionaris; 5. Zij onvoldoende heeft gedaan aan de regelgeving rondom het elektronisch patiëntendossier. Het Regionaal Tuchtcollege heeft bij voorzittersbeslissing klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1300
- Pagina: 1301
- Pagina: 1302
- ...
- Pagina: 4810
- Volgende pagina zoekresultaten