Zoekresultaten 12991-13000 van de 48094 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-047/DB/OB/D
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 12-07-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:130
Dekenbezwaar. Gelet op het dossier en hetgeen ter zitting is verklaard is de raad van oordeel dat is komen vast te staan dat verweerster tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld en het vertrouwen in de advocatuur en in haar eigen beroepsuitoefening heeft geschaad. De raad acht op basis van de overgelegde stukken namelijk voldoende aannemelijk dat verweerster (te) kort voor het politieverhoor alcohol heeft genuttigd. Op basis van de overgelegde stukken is naar het oordeel van de raad voldoende aannemelijk geworden dat het alcoholgebruik invloed heeft gehad op verweersters optreden, nu de verbalisanten in het door de deken overgelegde ambtsedig opgemaakte proces-verbaal hebben verklaard dat verweerster gedurende het verhoor meerdere malen in slaap is gevallen, dat zij zich vreemd gedroeg en naar alcohol rook. Daarmee heeft verweerster gehandeld in strijd met de gedragsregels 1 en 12 en met de kernwaarden deskundigheid en integriteit zoals die zijn vastgelegd in artikel 10a van de Advocatenwet. Dekenbezwaar gegrond. Mede gelet op het feit dat verweerster reeds eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld is de raad van oordeel dat een voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk van één week passend en geboden is.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:95 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2640-2020-180a
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:95
Deels gegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog heeft erkend dat hij klager een verkeerd medicijn – antidepressivum in plaats van oestrogeen – heeft voorgeschreven. Hij heeft nagelaten een extra controle uit te oefenen. Uit het gesprek met klager is niet gebleken dat de uroloog communicatief of anderszins tekort geschoten is. Dat de uroloog geen herhaalrecept meer heeft uitgeschreven nadat de zorg aan een ander ziekenhuis is overgedragen en na intern overleg binnen het MDO, met de raad van bestuur en de klachtenfunctionaris, is juist zorgvuldig. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2641-2020-180b
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:96
Hoe de communicatie tijdens het consult is verlopen kan het College niet vaststellen. Het is begrijpelijk dat de ingangsvraag van klager niet volledig duidelijk was en tijd heeft gekost voor beklaagde om dit te verduidelijken. De door beklaagde gestelde vragen acht het College passend. Niet vast komen te staan dat beklaagde zou hebben gelogen over de plaats van het semenonderzoek. Het is niet verwijtbaar dat beklaagde is vergeten lichamelijk onderzoek te doen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:126 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-529/DB/LI
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 12-07-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:126
Klacht tegen advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder in strijd met gedragsregel 9 te hebben gehandeld. Klager heeft erkend dat hij ervan op de hoogte was dat de bespreking van 15 maart 2018 zou plaatsvinden op een advocatenkantoor. Daarnaast heeft klager niet weersproken de stelling van verweerder dat de naam van het advocatenkantoor is vermeld op de gevel van het kantoorpand en dat aan de inrichting van het kantoor duidelijk te zien is dat het een advocatenkantoor betreft. De raad is dan ook van oordeel dat in het midden kan blijven of en in hoeverre verweerder zich voorafgaand aan het gesprek op 15 maart 2018 expliciet heeft voorgesteld als advocaat. Immers, op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden kon naar het oordeel van de raad bij klager redelijkerwijs geen misverstand bestaan over de hoedanigheid waarin verweerder optrad. Van handelen in strijd met gedragsregel 9 is naar het oordeel van de raad dan ook geen sprake. Klacht ook voor het overige ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag d2021/2325-2020-165
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:97
Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Alles overziend getuigen de keuzes rond de medicatie niet van tekortschietende of onzorgvuldige zorg van beklaagde. Het College acht goed mogelijk dat de afname van urineproductie samenhing met het ernstige infectiebeeld. Plasmedicatie was wegens het sepsisbeeld met een lage bloeddruk juist gecontra-indiceerd. Dat beklaagde toen een klinische verslechtering optrad niet is overgegaan op het toedienen van zuurstof of andere ingrijpende behandelingen vindt het College in het licht van het met de familie
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:127 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 19-861/DB/ZWB
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 12-07-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:127
Klacht tegen deken. Op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting staat vast dat verweerder in eerste instantie in zijn hoedanigheid van opvolgend deken (in plaats van mr. X) op de door klager tegen mr. X ingediende klacht heeft gereageerd. Vervolgens heeft verweerder ter zitting van de raad van discipline in het ressort Amsterdam d.d. 24 juni 2019 verklaard dat hij – voor zover nodig - door mr. X was gemachtigd om namens hem verweer te voeren en dat mr. X zich verenigde met het gevoerde verweer. Bij beslissing d.d. 15 maart 2021 (nr. 190210, ECLI:NL:TAHVD:2021:47) heeft het Hof van Discipline de positie van de beklaagde advocaat die ook deken is in het advocatentuchtrecht nader verduidelijkt. De raad is van oordeel dat verweerder, door in zijn hoedanigheid van opvolgend deken in plaats van mr. X op de door klager tegen mr. X ingediende klacht te reageren heeft gehandeld in strijd met de hierboven onder 5.3 weergegeven en door het Hof van Discipline geformuleerde uitgangspunten. Aangezien de klacht van klager jegens mr X zich niet richtte tegen het orgaan deken, maar tegen de advocaat X, handelend in zijn hoedanigheid van deken, had het voorts op de weg gelegen van verweerder (als bestuursorgaan) om de klacht -voor zover dat niet is gebeurd- door te zenden aan mr X. Voor zover de klacht van klager zich richt tegen het optreden van verweerder ter zitting van de raad van discipline in het ressort Amsterdam d.d. 24 juni 2019 alsook ter zitting van het Hof van Discipline d.d. 6 november 2020 geldt eveneens dat dit handelen in strijd is met de hierboven onder 5.3 weergegeven en door het Hof van Discipline geformuleerde uitgangspunten. Dit handelen van verweerder is naar het oordeel van de raad, mede gelet op het feit dat verweerder heeft gehandeld in overeenstemming met hetgeen op het moment van zijn handelen bestendig gebruik was, evenwel niet van dien aard dat daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Klager verwijt verweerder tot slot dat hij in zijn reactie op de klacht van klager tegen mr. X standpunten heeft ingenomen waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze geenszins in overeenstemming waren met de feiten dan wel het recht. De raad stelt vast dat sprake is van een langdurige twist over de feiten en het recht, die reeds in de behandeling van het tegen klager ingediende dekenbezwaar aan de orde is geweest en waarop reeds onherroepelijk is beslist, in andere dan door klager gewenste zin. Het enkele feit dat klager zich niet kan vinden in de standpunten die verweerder naar voren heeft gebracht betekent niet dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2570-2020-121b
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:98
Kennelijk ongegronde klacht tegen een cardioloog. Het was juist in het belang van patiënte om samen met de behandelend oncoloog het beleid af te stemmen. De lage dosering Enalapril is niet onzorgvuldig, omdat het een nieuw middel was voor patiënte waarvan de reactie niet direct duidelijk was. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:128 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-057/DB/OB/D
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 12-07-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:128
Dekenbezwaar. Gelet op het dossier en hetgeen ter zitting is verklaard is de raad van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat verweerder tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld en het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Als uitdrukkelijk door verweerder erkend staat immers vast dat hij in strijd met de waarheid aan zijn Belgische confrère mr. S heeft verklaard dat een bedrag van € 19.056,-- op verweerders derdengeldenrekening was ontvangen. Toen het verweerder kort na 6 februari 2018 duidelijk werd dat de betaling op de derdengeldenrekening niet had plaatsgevonden heeft hij niet alleen verzuimd om mr. S hiervan in kennis te stellen, maar is hij zelfs blijven volharden in de leugen, nu hij op 13 maart 2020 aan mr. S heeft medegedeeld dat de derde die het bedrag op de derdengeldenrekening zou hebben gestort, geen toestemming gaf om het bedrag aan mr. S door te storten, zolang er geen duidelijkheid was over de hoogte van de vordering. De raad is voorts van oordeel dat verweerder onbetamelijk heeft gehandeld door in 2020 de hoogte van de vordering ter discussie te stellen, terwijl daarover reeds in februari 2018 overeenstemming was bereikt en garanties waren afgegeven. Dekenbezwaar gegrond. Omdat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld, ervan heeft blijk gegeven de onjuistheid van zijn handelen in te zien en het bedrag ad € 19.056,-- zelf alsnog aan mr. S heeft voldaan, is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met een berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2021:99 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag D2021/2325-2020-121a
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 13-07-2021
- ECLI:NL:TGZRSGR:2021:99
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Hoewel doxorubicine hartfalen kan veroorzaken, is het voorschrijven van dit middel onder de gegeven omstandigheden niet onzorgvuldig geweest. Ook nadat geconstateerd werd dat sprake was van hartfalen, heeft de internist zorgvuldig gehandeld. Er was ook geen noodzaak om een longarts te consulteren. Daarnaast kan op medische gronden worden besloten tot een behandelbeperking als er geen hoop meer is op genezing van de onderliggende aandoening. Een niet-reanimeren beleid op deze grond is een beslissing van de behandelend arts(en) die uiteraard wordt besproken met de patiënte, maar die niet afhankelijk is van instemming van de patiënt. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2021:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-125/DB/OB
- Datum publicatie: 13-07-2021
- Datum uitspraak: 12-07-2021
- ECLI:NL:TADRSHE:2021:129
Klacht over eigen advocaat. Klacht over kwaliteit van de dienstverlening. Klager heeft erkend dat mr. S klagers ex-echtgenote telefonisch heeft geadviseerd over de intrekking van het bezwaar en dat klager en diens ex-echtgenote vervolgens op basis van dat advies hebben ingestemd met de intrekking van het bezwaar. Verweerder heeft op zijn beurt erkend dat het aan klager gegeven advies over de intrekking van het bezwaar niet schriftelijk is vastgelegd. Dit is onzorgvuldig en nu klager heeft gesteld dat hij niet is geadviseerd over de gevolgen van de intrekking van het bezwaar, is het aan verweerder om het tegendeel te bewijzen. Naar het oordeel van de raad is verweerder er niet in geslaagd dat bewijs te leveren. De raad is dan ook van oordeel dat ervan uit gegaan moet worden dat klager niet naar behoren is gewezen op de gevolgen van de intrekking van het bezwaar. Dat is onzorgvuldig en daarvan kan verweerder een tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Het ontbreken van een behoorlijke schriftelijke vastlegging van het gegeven advies is in strijd met de gedragsregels 12 (zorgvuldigheid) en 16 lid 1 (informatieplicht). In zoverre is de klacht gegrond. Vast staat dat klager wel mondeling is geadviseerd over de beperkte kans van slagen van de bezwaarprocedure en dat de intrekking schriftelijk aan klager is bevestigd. Omdat voorts niet is gebleken dat klager door het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder enig nadeel heeft ondervonden, ziet de raad af van het opleggen van een maatregel.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1299
- Pagina: 1300
- Pagina: 1301
- ...
- Pagina: 4810
- Volgende pagina zoekresultaten