Zoekresultaten 1261-1270 van de 48123 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:36 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-041/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening in een strafzaak. De voorzitter verklaart de klacht deels, met toepassing van 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet, niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8458

    Klacht tegen een arts in een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met de arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van haar mentale toestand en dat er niet is gesproken over mogelijke alternatieven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8459

    Klacht tegen een verpleegkundige van een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met een arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. De verpleegkundige heeft klaagster ook gezien voorafgaand aan de ingreep. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder meer dat zij een verkeerde inschatting heeft gemaakt van haar mentale toestand en dat er niet is gesproken over mogelijke alternatieven. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8441

    Klacht tegen een arts/medisch coördinator van een abortuskliniek. Klaagster heeft een intakegesprek gehad met een andere arts en aansluitend heeft zij een abortus ondergaan. Klaagster verwijt de medisch coördinator dat het dossier onvolledig en onbetrouwbaar is en dat de abortuskliniek niet voldeed aan de wettelijke eisen die gelden voor het mogen uitvoeren van abortussen bij een zwangerschapsduur van meer dan dertien weken. Het college komt tot het oordeel dat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9026

    Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Het klaagschrift voldoet niet aan de krachtens de wet gestelde eisen. Het is onvoldoende duidelijk wat de huisarts (persoonlijk) wordt verweten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2026:35 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-061/DB/LI

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Uitgangspunt is dat de advocaat dominus litis is in relatie tot zijn cliënt. In klagers zaak was verweerster van oordeel dat het instellen van verzet geen reële kans van slagen had en ook niet in klagers belang was. Verweerster heeft haar advies in diverse e-mailberichten gemotiveerd aan klager toegelicht. Verweerster mocht klager daarbij berichten dat zij geen verzet namens klager zou instellen. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat verweerster is tekortgeschoten in haar advisering aan klager. Het stond het verweerster naar het oordeel van de voorzitter vrij om te spreken van een vertrouwensbreuk en om haar werkzaamheden op die grond neer te leggen, hetgeen zij op zorgvuldige wijze heeft gedaan. Niet is gebleken dat verweerster klager op onheuse en schofferende wijze heeft bejegend, noch dat zij valse beschuldigingen heeft geuit en daarmee de eer en goede naam van klager heeft aangetast. Alle klachtonderdelen over het handelen van verweerster zijn kennelijk ongegrond. De klacht over de wijze waarop de klachtenfunctionaris de klacht heeft behandeld is kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:73 Hof van Discipline 's Gravenhage 250047

    Klager heeft een klacht over verweerster ingediend, omdat hij verweerster verwijt niets gedaan te hebben in de dossiers die zij van mr. B, zijn voormalige advocaat, had overgenomen. De raad heeft de klacht niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze naar het oordeel van de raad niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend. Het hof verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover het ziet op handelen van verweerster waarmee klager al in 2017 bekend was, en verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:74 Hof van Discipline 's Gravenhage 240343

    Bekrachtiging. Verweerder was de advocaat van klager in een strafzaak in hoger beroep. Klager heeft een klacht over verweerder ingediend, omdat hij vindt dat verweerder zijn belangen tijdens de strafzaak niet goed heeft behartigd. De raad heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat verweerder op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Weliswaar dient een advocaat de belangen van zijn cliënt, maar hij is daarbij wel ‘dominus litis’. Verweerder heeft toegelicht welke keuzes hij bij de behandeling van de zaak van klager heeft gemaakt en het is de raad niet gebleken dat verweerder in verband daarmee op enige wijze tuchtrechtelijk verwijtbaar zou hebben gehandeld. De klacht is dan ook ongegrond verklaard. Klager is het daar niet mee eens, en heeft hoger beroep ingesteld. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:75 Hof van Discipline 's Gravenhage 250210

    Klacht over de eigen advocaat. Het hof is, op andere gronden dan de raad, van oordeel dat verweerder in strijd heeft gehandeld met de kernwaarde (financiële) integriteit. Niet is gebleken dat aan de werkzaamheden in verband waarmee hij factureerde een opdracht van klager ten grondslag heeft gelegen. Ook waren de werkzaamheden zinloos omdat hoger beroep niet mogelijk was. Desondanks heeft verweerder volhard in het betaald krijgen van zijn factuur en zelfs getracht deze te verrekenen met een tegenvordering van klager. Voorts heeft verweerder niet-tijdig en met een onterecht voorbehoud voldaan aan de kostenveroordeling van het hof (in een andere zaak). Gelet op het voorgaande is verweerders hoger beroep ongegrond en bekrachtigt het hof de beslissing van de raad, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:76 Hof van Discipline 's Gravenhage 250333

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de advocaat van de wederpartij. Volgens klaagster heeft verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door tijdens een mondelinge behandeling van een kort geding in strijd met de waarheid te zeggen dat hij het oordeel van de bedrijfsarts niet had, terwijl hij voorafgaand aan de mondelinge behandeling zowel via e-mail als via post een citaat daaruit had ontvangen. De Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (hierna: de raad) heeft de klacht van klaagster in zoverre gegrond verklaard en heeft aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerder is in beroep gekomen tegen de gegrondverklaring. Het beroep slaagt. Het hof vernietigt de beslissing van de raad voor zover de klachtonderdelen b) en d) daarin gegrond zijn verklaard en verklaart deze klachtonderdelen alsnog ongegrond.