Zoekresultaten 12531-12540 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-209 21-210

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen de deken en een lid van de Raad van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:179 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.092

    Klacht tegen psychiater. Klager heeft sinds 2007 te maken gehad met diverse hulpverlenende instanties, waaronder de GGZ. Beklaagde is als psychiater verbonden aan het FACT Jeugd‑team van de GGZ dat betrokken is geweest bij de begeleiding van klager. Klager verwijt beklaagde (1) het stellen van een onjuiste diagnose (paranoia) en het niet serieus nemen van zijn klachten, (2) het verkeerd voorschrijven van medicatie, (3) een onterecht verzoek tot verlenging van de rechterlijke machtiging en (4) een onjuiste behandeling van de psychiatrische klachten. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager tegen deze beslissing verworpen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-568

    Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht als partijdige belangenbehartiger de advocaat van klager aanschrijven en kort voor een zitting aanvullende producties indienen, zonder dat is gebleken dat daarmee de rechter is misleid of klager in zijn belangen is geschaad. Geen gedragsregel verplichtte verweerder om pas met de rechtbank te communiceren nadat de zaak door klager was aangebracht. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:173 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.021

    Klacht tegen een gynaecoloog. Klaagster is door haar huisarts (beklaagde in de zaak C2021.013) verwezen naar de gynaecoloog. De gynaecoloog heeft klaagster eenmalig gezien. De klacht houdt in dat de gynaecoloog niet heeft gezien en erkend dat klaagster verminkt is, niet heeft gezien dat klaagster een verzakking heeft, niet wilde toegeven dat de vaginale elastische rekbare binnenwand van klaagster weg is, met een eendenbek de verzakking heeft teruggeduwd maar nog steeds heeft ontkend dat er een verzakking is, de klachten van klaagster wijt aan stress en stelt dat klaagster alleen maar het gevoel heeft dat de dader haar gevoel op een gewelddadige manier eruit heeft gehaald, misbruik maakt van haar machtspositie en dat zij racistische oordelen heeft. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.197

    Klacht tegen arts. Klager is de zoon van patiënte, die eind 2015 in verband met een niet‑operabele ontsteking van de galblaas op de afdeling chirurgie van een ziekenhuis was opgenomen. De arts was als zaalarts betrokken bij de zorg voor patiënte. Besloten werd tot een galblaasdrainage, mits de INR-waarde (stollingswaarde van het bloed) lager was dan 1,5.Die waarde is nooit bereikt en patiënte is enkele dagen later overleden. Klager verwijt de arts: (1) het niet plaatsen van de levensnoodzakelijke galdrain; (2) het toedienen van een overdosis cofact; (3) het niet stellen van de vraag of obductie gewenst was en (4) onzorgvuldige/onjuiste verslaglegging in het dossier/systeem. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:180 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.177

    Klacht tegen klinisch psycholoog. Klager was op grond van een TBS-maatregel opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum. De klinisch psycholoog was hier enige tijd hoofdbehandelaar van klager. Klager verwijt de klinisch psycholoog dat zij (1) verkeerde diagnoses heeft gesteld, (2) klager op oneigenlijke wijze onder druk heeft gezet om medicatie te gaan gebruiken, (3) klachtwaardig heeft gehandeld bij een second opinion, (4) heeft gedreigd met een longstay-aanvraag en (5) valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 2 en 5 (wegens ne bis in idem) en verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:174 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.022

    Klacht tegen een huisarts. Klaagster is diverse malen op consult geweest bij haar eigen huisarts (beklaagde in C2021.013). Klaagster is in mei 2020 door haar eigen huisarts verwezen naar de beklaagde huisarts (een collega binnen de huisartsenpraktijk), omdat klaagster niet tevreden was over het advies van haar eigen huisarts. Klaagster is één keer op consult bij de huisarts geweest en is toen door de huisarts onderzocht. De klacht houdt in dat de huisarts niet heeft erkend dat klaagster is verminkt, niet erkend heeft dat het om vrouwenbesnijdenis gaat, onjuiste informatie over klaagsters lichamelijke klachten heeft gegeven, vragen niet beantwoord heeft en belangrijke informatie heeft achtergehouden, geen duidelijkheid heeft gegeven over klaagsters gezondheidstoestand, klaagster niet heeft doorverwezen, en dat zij geadviseerd heeft een advocaat te zoeken terwijl dat niet kan zonder een artsenverklaring. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-245

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen adjunct-secretaris van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.198

    Klacht tegen chirurg. Klager is de zoon van patiënte, die eind 2015 in verband met een niet‑operabele ontsteking van de galblaas op de afdeling chirurgie van een ziekenhuis was opgenomen. De chirurg was de hoofdbehandelaar van patiënte. Besloten werd tot een galblaasdrainage, mits de INR-waarde (stollingswaarde van het bloed) lager was dan 1,5.Die waarde is nooit bereikt en patiënte is enkele dagen later overleden. Klager verwijt de chirurg: (1) het niet plaatsen van de levensnoodzakelijke galdrain; (2) het toedienen van een overdosis cofact; (3) het niet stellen van de vraag of obductie gewenst was en (4) onzorgvuldige/onjuiste verslaglegging in het dossier/systeem. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.178

    Klacht tegen psychiater. Klager was op grond van een TBS-maatregel opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum. Beklaagde is psychiater en directeur van de kliniek. Klager verwijt de psychiater dat hij (1) verkeerde diagnoses heeft gesteld, (2) klager op oneigenlijke wijze onder druk heeft gezet om medicatie te gaan gebruiken, (3) klachtwaardig heeft gehandeld bij een second opinion, (4) heeft gedreigd met een longstay-aanvraag en (5) valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 1 en 2 (wegens ne bis in idem) en verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.