Zoekresultaten 12521-12530 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-217/DH/DH
- Datum publicatie: 01-11-2021
- Datum uitspraak: 25-10-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:190
Deels gegrond verzet. Ten aanzien van klachtonderdeel a is door de voorzitter een onjuiste maatstaf gehanteerd. Klachtonderdeel alsnog gegrond: verweerder heeft klaagster onder druk gezet een factuur te betalen, terwijl daarvoor onvoldoende aanleiding was en de betalingstermijn nog niet was verstreken. De raad ziet af van het opleggen van een maatregel, nu klaagster naar aanleiding van de kwestie een forse korting op de factuur heeft gekregen, verweerder zijn werkzaamheden nooit heeft opgeschorst en klaagster bijna drie jaar heeft gewacht met het indienen van de klacht. Verzet ten aanzien van klachtonderdeel b ongegrond. Verzet ten aanzien van klachtonderdeel c gegrond: klaagster heeft nooit bedoeld over dit onderdeel te klagen. De raad vernietigt daarom het deel van de voorzittersbeslissing dat ziet op dat klachtonderdeel.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-534/DH/RO
- Datum publicatie: 01-11-2021
- Datum uitspraak: 13-10-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:184
Voorzittersbeslissing. Klachten tegen de advocaat van de wederpartij in een complex zakelijk geschil met civiele en strafrechtelijke aspecten gedeeltelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2021:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-254/DH/DH
- Datum publicatie: 01-11-2021
- Datum uitspraak: 01-11-2021
- ECLI:NL:TADRSGR:2021:178
Raadsbeslissing. Verweerder is in vele opzichten tekortgeschoten in een zorgvuldige belangenbehartiging van klager. Kernwaarden deskundigheid en integriteit ernstig geschonden. Wat de raad zorgen baart, is verweerders gebrek aan inzicht in de laakbaarheid van zijn handelwijze: hij acht zich daarvoor niet verantwoordelijk. Ondanks dat verweerder reeds van het tableau is geschrapt, acht de raad een schorsing in de uitoefening van de praktijk voor een aanzienlijke duur op zijn plaats. Schorsing van 52 weken, waarvan 26 weken voorwaardelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:177 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.090
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:177
Klacht tegen klinisch psycholoog/psychotherapeut. Klager heeft sinds 2007 te maken gehad met diverse hulpverlenende instanties, waaronder de GGZ. De beklaagde werkt in het jongvolwassenenteam van een GGZ en heeft gedurende ongeveer drie jaren regelmatig gesprekken met klager gevoerd. Klager verwijt beklaagde een onjuiste behandeling van zijn klachten, namelijk symptoombestrijding in plaats van behandeling van de onderliggende problemen. Klager heeft daarbij aangevoerd dat in de periode nadat hij via een woonbegeleidingsproject een woning toegewezen had gekregen, beklaagde veelvuldig bij hem langs kwam. Dit was volgens klager vooral in het kader van het eigen onderzoek van beklaagde naar autisme en niet in het belang van klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager tegen deze beslissing verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:203 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-570
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 23-08-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:203
Voorzittersbeslissing. Uit de overgelegde stukken, waaronder de twee tussen de cliënte van verweerder en klagers gewezen vonnissen, is de voorzitter gebleken dat verweerder bevoegd was om zijn (hoogbejaarde) cliënte via de tussenpersoon bij te staan in het lopende geschil van zijn cliënte met klagers. Voor zover al sprake is geweest van een vervalste Power of Attorney op basis waarvan verweerder onbevoegd in rechte namens zijn cliënte zou zijn opgetreden, dan had het op de weg van die cliënte, dan wel de deken, gelegen om daarover op basis van de artikelen 46 Advocatenwet en 7.1 e.v. Voda te klagen; dat is niet aan klagers. Als partijdige belangenbehartiger van zijn cliënte mocht verweerder dan ook in haar opdracht klagers in een civiele procedure betrekken, zoals hij dat heeft gedaan. Dat verweerder daarbij de grenzen van de hem toekomende vrijheid jegens klagers heeft overschreden, is de voorzitter niet gebleken. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.012
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:171
Klacht tegen neuroloog. Klager is door zijn huisarts verwezen naar de afdeling neurologie van het opleidingsziekenhuis waar de neuroloog werkzaam is. Daar is hij eerst gezien door een coassistent die klager onderzocht. Later nam de neuroloog deel aan het consult en onderzocht hij klager zelf. Klager verwijt de neuroloog dat hij geen toestemming heeft gevraagd voor de eerste afspraak met de coassistente, klagers hoofdpijnklachten niet heeft behandeld en geen goede bejegening heeft nagestreefd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:184 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.257
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:184
Klacht van moeder van minderjarige dochter tegen kinder- en jeugdpsychiater. De klacht houdt kort gezegd in dat de psychiater medische informatie over klaagsters dochter aan derden heeft verstrekt (voordat klaagster en haar echtgenoot die informatie hadden gezien), telefonisch contact heeft gehad met derden over klaagster dochter zonder dat klaagster dit wist, verkeerde medische informatie heeft gegeven (waardoor bepaald onderzoek niet kon worden verricht en er voor klaagsters dochter een schooljaar verloren is gegaan) en (tot op heden) niet bereikbaar is. Het Regionaal tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klaagster ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:178 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.091
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:178
Klacht tegen verpleegkundige. Klager heeft sinds 2007 te maken gehad met diverse hulpverlenende instanties, waaronder de GGZ. De beklaagde is als sociaal psychiatrisch verpleegkundige verbonden aan het FACT Jeugd-team. Hij is in 2014 bij klager begonnen met psycho-educatie rond autisme. Begin 2017 heeft klager een woning gekregen via een woonbegeleidingsproject van de GGZ. Daar ontstonden problemen met de buren. Klager verwijt beklaagde (1) het stellen van een verkeerde diagnose en het niet serieus nemen van klagers klachten, (2) onjuiste voorlichting tijdens het behandeltraject over het woon-hulpverleningstraject, (3) onvoldoende begeleiding tijdens het behandeltraject bij het oplossen van problemen tijdens het woon-hulpverleningstraject en (4) het geven van verkeerde informatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager tegen deze beslissing verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-569
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 06-09-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:204
Voorzittersbeslissing over Gedragsregel 22 lid 1 (2018). Verweerder mocht op verzoek van en namens zijn cliënt telefonisch contact opnemen met (alleen) getuige R, zoals door hem gedaan voorafgaand aan het voorlopig getuigenverhoor, ook al had de rechtbank de formele oproeping van de getuigen aan de advocaat van klager opgedragen. Dat verweerder getuige R tijdens het telefoongesprek heeft beïnvloed en/of geïntimideerd kan de voorzitter, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet vaststellen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2021:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.013
- Datum publicatie: 29-10-2021
- Datum uitspraak: 26-10-2021
- ECLI:NL:TGZCTG:2021:172
Klacht tegen een huisarts. Klaagster is diverse malen op consult geweest bij de huisarts vanwege klachten gerelateerd aan de geslachtorganen en een veranderde menstruatie. De huisarts heeft klaagster doorverwezen naar een gynaecoloog en naar een praktijkondersteuner van de GGZ en heeft overleg gehad met een medewerker van de GGD. Klaagster verwijt de huisarts dat zij niet heeft gezien en niet heeft erkend dat klaagster verminkt is, klaagster onjuiste informatie zou hebben gegeven en niets heeft willen toegeven, niet heeft gezien dat klaagster een verzakking heeft, klaagster onjuiste informatie heeft gegeven over haar gezondheidstoestand, klaagster niet heeft uitgelegd waarom haar gevoel weg is en haar menstruatie is veranderd, en dat zij de klachten van klaagster aan stress zou hebben toegeschreven. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1252
- Pagina: 1253
- Pagina: 1254
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten