Zoekresultaten 12451-12460 van de 48123 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-245

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen adjunct-secretaris van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.198

    Klacht tegen chirurg. Klager is de zoon van patiënte, die eind 2015 in verband met een niet‑operabele ontsteking van de galblaas op de afdeling chirurgie van een ziekenhuis was opgenomen. De chirurg was de hoofdbehandelaar van patiënte. Besloten werd tot een galblaasdrainage, mits de INR-waarde (stollingswaarde van het bloed) lager was dan 1,5.Die waarde is nooit bereikt en patiënte is enkele dagen later overleden. Klager verwijt de chirurg: (1) het niet plaatsen van de levensnoodzakelijke galdrain; (2) het toedienen van een overdosis cofact; (3) het niet stellen van de vraag of obductie gewenst was en (4) onzorgvuldige/onjuiste verslaglegging in het dossier/systeem. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:181 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.178

    Klacht tegen psychiater. Klager was op grond van een TBS-maatregel opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum. Beklaagde is psychiater en directeur van de kliniek. Klager verwijt de psychiater dat hij (1) verkeerde diagnoses heeft gesteld, (2) klager op oneigenlijke wijze onder druk heeft gezet om medicatie te gaan gebruiken, (3) klachtwaardig heeft gehandeld bij een second opinion, (4) heeft gedreigd met een longstay-aanvraag en (5) valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 1 en 2 (wegens ne bis in idem) en verklaart de klacht voor het overige kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:175 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.031

    Klacht tegen een chirurg. Klaagster heeft in het ziekenhuis waar de chirurg werkzaam is een laparoscopische cholecystectomie ondergaan. De volgende ochtend is zij uit het ziekenhuis ontslagen. De dag daarop is zij is in verband met onder meer koorts en buikpijnklachten in een ander ziekenhuis naar de SEH gegaan. Daar bleek onder meer dat sprake was van een lage hemoglobinewaarde. Klaagster verwijt de chirurg o.a. dat er geen intake met hem heeft plaatsgevonden voor de operatie, hij niet aanwezig was op de O.K., er twee chirurgen in opleiding de operatie hebben uitgevoerd, en dat er laparoscopisch is geopereerd terwijl daarvoor contra-indicaties bestonden en dat de nazorg ver onder de maat was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-246

    Voorzittersbeslissing. Klacht van een stagiair-advocaat-ondernemer tegen een lid van de Orde van de Orde van Advocaten. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.002

    Klacht tegen arts. Klager is gedetineerd. Klager is op verwijzing van de inrichtingsarts vanwege hoofdpijnklachten gezien op de polikliniek neurologie van het ziekenhuis. De arts heeft bij klager een lumbaalpunctie in zittende houding verricht. Daarna is bij klager postpunctionele hoofdpijn ontstaan die is behandeld met een bloodpatch. De klacht houdt in dat arts - door de handboeien die klager om had aan de voorkant van zijn lichaam tijdens de ingreep - de lumbaalpunctie in een verkeerde, zittende houding heeft uitgevoerd met als gevolg chronische hoofdpijn. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep,

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:182 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.179

    Klacht tegen klinisch psycholoog/psychotherapeut. Klager was op grond van een TBS‑maatregel opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum. De klinisch psycholoog/psychotherapeut was hier enige tijd als manager behandeling en bedrijfsvoering bij zijn behandeling betrokken. Zij gaf onder meer leiding aan het hoofd van de afdeling waar klager was opgenomen. Klager verwijt de klinisch psycholoog/psychotherapeut dat zij (1) verkeerde diagnoses heeft gesteld, (2) klager op oneigenlijke wijze onder druk heeft gezet om medicatie te gaan gebruiken, (3) klachtwaardig heeft gehandeld bij een second opinion, (4) heeft gedreigd met een longstay-aanvraag en (5) valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:176 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2019.373

    Klacht tegen bedrijfsarts. Klager heeft zich eind 2012 tweemaal kort na elkaar ziek gemeld en is in verband daarmee begin 2013 op het spreekuur van beklaagde, bedrijfsarts, verschenen. Klager heeft toen aangegeven overwerkt te zijn. De volgende dag heeft de werkgever van klager contact opgenomen met beklaagde en medegedeeld dat het functioneren van klager de laatste tijd niet goed verliep. Vervolgens is een re-integratietraject gestart bij de werkgever van klager. Het UWV heeft een half jaar later geoordeeld dat de werkgever onvoldoende re-integratie inspanningen heeft uitgevoerd. Beklaagde heeft een mediation traject geadviseerd, zonder resultaat, waarna zij voor klager een ‘spoor 2’-traject is gestart. Klager heeft eerder een klachten tegen de bedrijfsarts ingediend (C2017.100, C2018.284 en C2019.188.). De klacht houdt in dat de bedrijfsarts: a. Artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht (bedrog) heeft overtreden door meerdere malen schriftelijk te hebben beschreven en vastgelegd dat een spoor 2 traject ingezet wordt. Nu beklaagde verklaart dat er geen spoor 2 traject is uitgevoerd, is er sprake van feitelijk bedrog. b. Artikel 228 van het Wetboek van Strafrecht (opzettelijk afgeven valse verklaring door arts) en 225 van het Wetboek van Strafrecht (valsheid van geschifte) heeft overtreden, door op de zitting van 13 juni 2019 (begrepen wordt: het mondeling vooronderzoek, RTG) andere verklaringen met betrekking tot de situatieve arbeidsongeschiktheid te benoemen dan feitelijk eerder gedurende 2013 zijn beschreven. c. Geen invulling heeft gegeven aan de afspraak dat tussen werkgever en werknemer een spoor 2 traject is afgesproken. Het Regionaal Tuchtcollege oordeelt dat klager met betrekking tot de klachtonderdelen a en b kennelijk niet-ontvankelijk is (ne bis in idem) en dat klachtonderdeel c kennelijk ongegrond is. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep voor zover daarbij de klacht is uitgebreid of aangevuld en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-577

    Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht klaagster op basis van de toen van zijn cliënte verkregen informatie zonder nader onderzoek aanschrijven zoals gedaan met daarin ook aanzegging van ontruiming bij niet tijdige betaling. Pas later is een administratief misverstand ontdekt. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.008

    Klacht tegen neuroloog. Klager is door zijn huisarts naar de neuroloog verwezen vanwege pijnklachten in de benen die toenemen bij lopen en gevoelsstoornissen in de benen. De neuroloog heeft klager over een periode van vier jaar meerdere keren op het spreekuur gezien, waarbij er aanvullend onderzoek is gedaan. Klager is later overgegaan naar een andere neuroloog die bij klager vaatlijden heeft vastgesteld. De klacht houdt in dat de neuroloog een foute diagnose heeft gesteld en de diagnose polyneuropathie heeft verzwegen, waardoor adequate behandeling niet tijdig heeft kunnen plaatsvinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.