Zoekresultaten 12381-12390 van de 48130 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0027

    Klacht van werknemer tegen bedrijfsarts. Volgens klager heeft de bedrijfsarts zich tijdens een spreekuurcontact grensoverschrijdend en intimiderend uitgelaten, onder meer over een brief die de advocaat van klager aan de arbeidsdeskundige had geschreven. Daarnaast verwijt klager de bedrijfsarts dat hij geweigerd heeft de brief van de advocaat aan het dossier toe te voegen en dat hij na het betreffende spreekuurcontact zijn werkzaamheden niet per direct heeft neergelegd.Het college is het met klager eens dat de door de bedrijfsarts tijdens het spreekuur gebezigde bewoordingen niet gepast zijn en dat de bedrijfsarts zich beter anders had kunnen uitdrukken. Echter alle omstandigheden in aanmerkingen nemend acht het college de bewoordingen niet zodanig dat de bedrijfsarts hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.Ook overigens is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen geen sprake, zodat de klacht ongegrond is.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:198 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-712/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Geen sprake van traineren of onnodig vertragen, noch van een advies dat geheel ondermaats is. Verder terecht dat verweerder kosten in rekening heeft gebracht.

  • ECLI:NL:TACAKN:2021:73 Accountantskamer Zwolle 17/1946 Wtra AK

    Klacht ongegrond. Een accountant heeft van klager en zijn ex-vrouw de opdracht gekregen om een bindend advies uit te brengen over de afwikkeling van het tussen hen gesloten echtscheidingsconvenant. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat de accountant bij zijn werkzaamheden als bindend adviseur niet objectief is geweest. Ook volgt uit het feit dat het onderzoek bijzonder lang heeft geduurd (bijna vijf jaar) in dit geval niet dat sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, omdat deze lange duur voor een deel niet aan de accountant kan worden toegerekend. Daarnaast heeft de accountant overwogen dat het voor zijn bindend advies zeer van belang was dat dit een deugdelijke grondslag had. Daarom heeft hij de waarheidsvinding laten prevaleren boven een kortere doorlooptijd. Daarbij heeft hij veel waarde gehecht aan hoor en wederhoor. Betrokkene heeft klager en zijn ex-vrouw op hun verzoek veelvuldig in de gelegenheid gesteld om op elkaars standpunten te reageren en heeft het hun toegestaan om aanvullende stukken in te dienen, ook als de deadline al was verstreken. Het verwijt dat de accountant geen urenspecificatie aan klager heeft verstrekt slaagt ook niet, omdat klager niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de accountant heeft gevraagd om zijn uren te specificeren.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:169 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-795/DB/GLD/W

    Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek geen feiten of omstandigheden, die erop wijzen dat de rechterlijke onpartijdigheid van de gewraakte tuchtrechters, schade zou kunnen lijden ten grondslag gelegd.Misbruik van het recht op wraking.Verzoek tot wraking wordt afgewezen en een volgend wrakingsverzoek van verzoeker dat is gericht tegen dezelfde tuchtrechters of -als het andere tuchtrechters mocht betreffen- niet met concrete feiten of omstandigheden is onderbouwd, wordt niet meer in behandeling genomen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0038

    Klacht van advocaat tegen bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft zich in een spreekuurcontact met een werknemer, zijnde cliënt van klager, uitgelaten over een brief die klager aan de arbeidsdeskundige had geschreven. Volgens klager zijn de bewoordingen van de bedrijfsarts jegens hem intimiderend en grensoverschrijdend en is de bedrijfsarts hiermee niet gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening.Naar het oordeel van het college is klager als rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 65 van de Wet BIG aan te merken nu de uitlatingen van de bedrijfsarts hem betreffen en deze voor klager nadelige gevolgen kunnen hebben (gehad). Toetsing aan tweede tuchtnorm. De uitlatingen van de bedrijfsarts zijn weliswaar ongepast, echter onvoldoende om beklaagde een tuchtrechtelijk verwijt als bedoeld in de tweede tuchtnorm te maken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2021:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-713/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in alle onderdelen kennelijk ongegrond, want onvoldoende onderbouwd. Dat sprake is van excessief declareren, is niet gebleken. Verweerster kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor het handelen van klaagsters advocaat in Suriname.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2021:25 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/77

    De notaris heeft moeder (eigenaar van 12 percelen landbouwgrond) begeleid bij estate planning ten behoeve van haar drie zoons. De gronden waren verpacht aan één van hen. Een andere zoon (klager) verwijt de notaris dat een (mogelijk verontreinigd) perceel dat hij graag had willen verkrijgen, uiteindelijk buiten de verdeling is gehouden en dat de notaris zich niet heeft gehouden aan de wensen van moeder. Ook verwijt klager de notaris dat zij de pachtende zoon heeft bevoordeeld, dat zij klager onder tijdsdruk heeft gezet waardoor hij geen weloverwogen beslissing heeft kunnen nemen, dat zij niet correct met hem heeft gecommuniceerd en dat zij de privacy van moeder heeft geschonden. Klacht ten aanzien van privacyschending niet-ontvankelijk bij gebrek aan een redelijk belang, overige klachtonderdelen ongegrond. Dat de notaris in de gegeven omstandigheden heeft voorgesteld om het perceel, mede met het oog op de door moeder gewenste belastingbesparing, niet over te dragen acht de kamer (zeker) niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Gelet op de mogelijke fiscale consequenties en indachtig de toezegging van de pachtende broer dat geen indeplaatsstelling zou worden gevorderd, acht de kamer het verdedigbaar dat de notaris in de akte van verdeling geen clausule heeft opgenomen over het einde van de pachtovereenkomst. Dat de notaris moeder erop heeft gewezen dat haar testament als gevolg van de schenking van de gronden mogelijk zou moeten worden aangepast om onduidelijkheden in de toekomst te voorkomen, geeft naar het oordeel van de kamer evenmin blijk van partijdigheid en getuigt eerder van de benodigde zorgvuldigheid bij de uitvoering van de wensen van moeder.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:170 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-773/DB/ZWB

    Advocaat in privé. Klacht heeft betrekking op gedragingen van verweerder die verband houden met zijn handelen als huurder van een in de buurt van de woning van klager gelegen kantoorpand. Dat het gaat om een kantoorpand, waar verweerder als advocaat kantoor houdt, maakt dit niet anders. Geen sprake van een gedraging, die in het licht van de beroepsuitoefening als advocaat absoluut ongeoorloofd moet worden geacht en evenmin van het ondermijnen van het vertrouwen in de Advocatuur. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/0074

    Het college is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat de houding/opstelling van de verzekeringsarts zodanig is geweest dat moet worden geconcludeerd dat hij buiten de grenzen van een redelijke beroepsuitoefening is getreden. Daarnaast is het college van oordeel dat de verzekeringsarts met zijn oordeel dat klager geschikt was voor het eigen werk voldoende zorgvuldig en deskundig heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:171 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-982/DB /OB

    Verzetbeslissing. Verzetgronden slagen niet. Voorzitter heeft de juiste maatstaf toegepast en rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden. Verzet ongegrond.