Zoekresultaten 12171-12180 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-023 21-024

    De voorzitter is van oordeel dat de klachten tegen verweerster en de bestuurders van haar kantoor niet-ontvankelijk zijn wegens overschrijding van de wettelijke driejaarstermijn. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:221 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210224

    Verzoek aanwijzing van een advocaat (artikel 13 Advocatenwet). De deken heeft een advocaat aangewezen om een advies uit te brengen over de juridische mogelijkheden en haalbaarheid van de door klaagster gewenste juridische procedure. Een dergelijke beslissing is geen afwijzing van het verzoek van klaagster als bedoeld in artikel 13 van de Advocatenwet. Op grond van dat artikel is er alleen in het geval van een afwijzing voor het hof een taak weggelegd. Nu uit het vorenstaande volgt dat de deken nog geen besluit over het al dan niet toewijzen van een advocaat aan klaagster heeft genomen, is het beklag van klaagster prematuur. Het beklag van klaagster zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:243 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-032

    Voorzittersbeslissing van (toenmalige) advocaat tegen advocaat. Verweerder heeft in strijd met Gedragsregel 21 lid 1 gehandeld door zijn e-mail met producties niet gelijktijdig aan de voorzieningenrechter en aan klager te sturen. Geen sprake van opzet bij deze omissie, maar van onzorgvuldigheid waarvoor verweerder een plausibele verklaring heeft gegeven en ook zijn excuses heeft aangeboden. Om die reden is het tuchtrechtelijk niet verwijtbaar. Van het bewust spreken van onwaarheid in de zin van Gedragsregel 8 is door verweerder tijdens de zitting evenmin sprake geweest. Verweerder is wel te stellig geweest, maar heeft daarin niet opzettelijk gehandeld. Klachten kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:222 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210241

    Appelverbod. Klager is door de griffie van het hof uitdrukkelijk erop gewezen dat het appelverbod alleen kan worden doorbroken als sprake is van een schending van een fundamenteel rechtsbeginsel in de verzetprocedure bij de raad en dat dit nader moet worden gemotiveerd/onderbouwd. Klager heeft dit niet gedaan. De door klager aangevoerde gronden zien uitsluitend op de inhoudelijke beoordeling van de zaak en raken niet aan fundamentele rechtsbeginselen, zoals schending van hoor en wederhoor. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:237 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-683

    Klager verwijt verweerder (zijn advocaat) zich in het kader van een echtscheidingsprocedure niet voldoende professioneel te hebben opgesteld. Verweerder beschikt niet over de vereiste expertise, met name niet waar het de peildatum voor de waardering van verweerders onderneming in het kader van de boedelscheiding betrof. Verweerder heeft klager er niet op gewezen dat de peildatum de datum van de indiening van het echtscheidingsverzoek is. De raad beoordeelt dit verwijt als gegrond. Ook het verwijt niet voldoende voortvarend te zijn opgetreden is naar het oordeel van de raad terecht. Het duurde meer dan twee jaar voordat het daadwerkelijk tot een echtscheiding kwam. De raad geeft verweerder een berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:244 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-073

    Voorzittersbeslissing. Verweerder mocht in de gegeven omstandigheden als advocaat van de wederpartij producties inbrengen in de Turkse taal, zonder vertaling. Voor zover verweerder onvolledige en/of onleesbare en/of bewerkte stukken in de procedure heeft overgelegd, was het aan rechter om daarover te oordelen. De opmerking in de pleitnota over ‘het vinden om een stok mee te slaan’ is niet grievend. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:223 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210269

    Appelverbod. Het hof stelt vast dat de door klager aangevoerde gronden, waarmee hij zijn beroep op schending van fundamentele rechtsbeginselen heeft onderbouwd, zijn terug te voeren op het feit dat hij het niet eens is met de inhoud van de beslissing van de raad, zowel waar het de vaststelling van de feiten betreft als de motivering van die beslissing. Deze (motiverings)klachten raken niet fundamentele rechtsbeginselen, maar de inhoudelijke beslissing van de zaak. Dergelijke klachten leveren naar vaste jurisprudentie geen grond op voor doorbreking van het appelverbod. Het beroep van klager zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:238 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-773

    Verzetzaak. De door klaagster aangevoerde verzetgrond dat verweerster de voorzieningenrechter heeft voorzien van onjuiste informatie met de bedoeling hem te misleiden kan niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Zij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:245 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-065

    Voorzittersbeslissing over advocaat van de wederpartij van klaagster in echtscheidingsgeschil. Verweerder mocht als partijdige belangenbehartiger de gewraakte uitlatingen over de geestesgesteldheid van klaagster doen in zijn processtukken, zonder dat hij daarbij de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Die uitlatingen, hoewel pijnlijk, zijn naar het oordeel van de voorzitter niet lichtvaardig gedaan maar op relevante aanwijzingen gebaseerd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:224 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210104

    Klacht tegen eigen advocaat. Kwaliteit van de dienstverlening. Verweerder zou de belangen van klager onvoldoende zorgvuldig hebben behandeld doordat hij de verkeerde partij, althans slechts een van de twee wederpartijen, heeft gedagvaard; de verjaring van de vordering van klager niet heeft gestuit, niet heeft gewaarschuwd voor de mogelijkheid van verjaring en een onjuist standpunt ten aanzien van de stuiting van verjaring heeft ingenomen. Ook zou klager geen plan van aanpak aan klager hebben voorgelegd noch een inschatting van de kansen en risico’s. Bekrachtiging raadsbeslissing. Berisping. Proceskostenveroordeling.