We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 1181-1190 van de 47651 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSHE:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8071

    Klager klaagt erover dat zijn vader vanwege zijn geloof geen volledige sedatie wilde, maar dat de huisarts van de huisartsenpost een te hoge dosis midazolam voorschreef waarna vader langdurig bewusteloos was. Ook kreeg vader methadon en dexamethason toegediend, waarna hij overleed. Het tuchtcollege oordeelt dat voorgeschreven dosis midazolam (7,5 mg) passend is bij de situatie namelijk om onrust te verminderen en niet om het overlijden te versnellen. De medicatie werd bovendien pas later toegediend conform het beleid van de eigen huisarts en was ten tijde van het overlijden, een dag later, uitgewerkt. De huisarts was niet betrokken bij de latere toediening van methadon en dexamethason. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:12 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-344/DH/DH

    Raadbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De raad is niet gebleken dat verweerster op het punt van communicatie, informatie en kwaliteit tekort is geschoten. Verweerster heeft bij het beëindigen van haar werkzaamheden onvoldoende oog gehad voor de belangen van klaagster. Verweerster heeft zich onttrokken met een kort bericht, zonder klaagster te informeren over wat er op korte termijn moest gebeuren. Verweerster had zich bovendien niet op deze termijn voor de zitting nog mogen onttrekken dan wel meer voortvarendheid dienen te betrachten in de overdracht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:19 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-495/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding over door klager gedane uitlatingen. Niet gebleken is dat verweerder vertrouwelijke informatie heeft ingebracht die hij niet had mogen inbrengen. De raad kan gezien de beperkte context niet vaststellen dat verweerder zich onnodig grievend heeft uitgelaten. Een e-mailbericht is bij vergissing niet bij klager terechtgekomen. De raad kan niet vaststellen dat deze enkele vergissing tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:13 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-352/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:20 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-817/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft in een procedure, waarbij klager geen partij is, een vonnis ingebracht waarin zijn naam wordt vermeld. Verwijt is dat verweerster daarmee klagers privacy heeft geschonden. Hoewel klager wel een eigen belang heeft bij de klacht, is niet duidelijk welke gedragsregel daarmee zou zijn overtreden. Ook is niet gebleken dat klager in enig belang is geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:14 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-359/DH/RO

    Raadsbeslissing. Verweerder is T, een kwetsbare, hoogbejaarde man, gaan bijstaan, zonder zich ervan te vergewissen dat T wilsbekwaam was en in staat was verweerder een opdracht te verstrekken. Diverse omstandigheden maakten dat verweerder alle reden had om aan de wilsbekwaamheid te twijfelen en daarnaar eerst onderzoek te doen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Verweerder heeft vervolgens diverse fouten gemaakt. De opdracht blijft onduidelijk, omdat hierover niets is vastgelegd. Verweerder heeft T bovendien op betalende basis bijgestaan, terwijl T (vanwege de rechterlijke machtiging) in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand. Des te wranger is dat verweerder in zes en een halve maand tijd ruim € 53.000,- heeft gedeclareerd, terwijl niet blijkt welke werkzaamheden zijn verricht en of die noodzakelijk of van enig nut waren. Sprake van exorbitant en excessief declareren. Handelen in strijd met diverse gedragsrels en in strijd met de kernwaarden deskundigheid en (financiële) integriteit. Verweerder al meer dan 50 jaar advocaat en geen tuchtrechtelijk verleden. De raad rekent het verweerder ernstig aan dat hij op deze wijze met een kwetsbare, hoogbejaarde man is omgegaan die niet of onvoldoende in staat was zijn wil te bepalen. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:21 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-820/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat verweerder bewust onjuiste informatie heeft verstrekt. De rechtbank heeft al over het geschil tussen partijen geoordeeld en de klachtprocedure is niet bedoeld om de discussie tussen partijen te heropenen. Niet gebleken dat verweerder op enigerlei wijze misbruik heeft gemaakt van de positie van de zaakvoerder van klaagster. Klacht in beide onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:7 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-305/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht in een letselschadekwestie over de eigen advocaat c.q. de medewerker die onder verantwoordelijkheid van die advocaat valt. Niet blijkt dat er onvoldoende met klaagster is gecommuniceerd of dat afspraken zijn geschonden. Geen sprake van excessief declareren. Op verzoek is een gespecificeerde declaratie aan klaagster gestuurd. Klacht on alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2026:15 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-393/DH/DH

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:15 Hof van Discipline 's Gravenhage 250450

    Beklag artikel 13 ongegrond. Het hof is van oordeel dat de deken haar stelling dat de procedure die klager wil voeren geen redelijke kans van slagen heeft, voldoende heeft onderbouwd. Terecht heeft de deken gewezen op de vele (kanton)procedures die al zijn gevoerd waarin klager in het ongelijk is gesteld. Het standpunt van de deken dat dit is meegewogen bij de conclusie dat er geen reële kans op succes aanwezig is in de hoger beroepsprocedure die klager wil voeren, is niet onbegrijpelijk of onjuist. Het door klager zelf opgestelde beroepschrift brengt daarin geen verandering. Terecht heeft de deken zich op het standpunt gesteld dat artikel 13 Advocatenwet niet is bedoeld om kansloze of onredelijke procedures te voeren. Ook heeft de deken terecht gewezen op de proceskostenveroordeling in de beschikking van de kantonrechter. Het hof is dan ook van oordeel dat de deken tot de conclusie heeft mogen komen dat, gelet op de inhoud van de beschikking van de kantonrechter een beroep daartegen geen redelijke kans van slagen heeft.